CategorieNatuur

Tuinsafari

tuinsafari

Wat een heerlijk weekend! De zomer is weer even terug in ons land en ik duik meteen de tuin weer in. Daarin ben ik niet de enige. Als ik op de grond zit en wat aan het groen pluk hier en daar, zoemt het boven mijn hoofd gretig. De bijen, wespen, vliegen, vlinders en ander klein grut nemen het er nog even van. Gulzig bestormen ze de bloemen die met hun zoete nectar zoveel mogelijk insecten proberen te lokken in de hoop op een goede bestuiving.

Als ik dat zo zit te bekijken bedenk ik mij ineens dat het zo midden op de dag fotograferen van insecten lastig is. Ze zijn dan goed opgewarmd door de zon waardoor hun bewegingen druk en wispelturig zijn. Maar juist omdat ze nu zo actief zijn vind ik ze interessant. Als ik met mijn macrolens dichtbij probeer te komen dan schieten ze veel te vlug weg. De schaduw die ik in hun blikveld veroorzaakt doet hen vluchten.

Dan moet ik ineens denken aan die wildfotografen die in verdekt opgestelde hutjes met enorme telelenzen het wild hier in de omgeving haarscherp en van dichtbij proberen te vangen. Het wild in mijn tuin vlucht, net als het iets groter wild in het bos, wanneer ze mijn aanwezigheid bespeuren. Dus zal ik mij net als mijn collega’s verdekt moeten opstellen. Ik hoef niet in een hutje te gaan zitten, zo scherp nemen de meeste insecten niet waar voor zover wij nu weten. Maar als ik wat meer afstand kan nemen dan zullen ze niet wegvliegen wanneer ik een foto neem.

Ik heb geen idee of het zo zal werken, maar ik besluit toch mijn kleine telelens op de body van mijn camera te monteren. Een insect op een halve meter afstand is toch anders dan een ree of everzwijn twintig meter verderop. Ik probeer het op verschillende afstanden en bij verschillende bloemen. Ik zie uiteraard veel honingbijen. Maar ook een heel stel hommels en zweefvliegen. Gewone vliegen lusten ook wel een hapje nectar en als ik ze van zo dichtbij bekijk zijn ze nog mooi ook. En dan ineens komt er een wesp aanvliegen. Recht op een van de nog bloeiende zonnebloemen af. De wesp land echter niet op de duizenden nectar houdende kleine bloemetjes van de zonnebloem. Maar heel gericht op een van de gele kelkbladeren.

closeup tuinsafari

Wanneer ik de foto’s, die ik vanmiddag maakte, upload komt daar ook de foto van die ene wesp voorbij. Nu op groot scherm zie ik pas wat de wesp daar doet. De landing was allerminst verkeerd ingezet. Maar een hele doelgerichte actie. Vlak voor de wesp zit namelijk een kleine gevleugelde zwarte bladluis. De wesp besluipt de bladluis en ziet zijn kans schoon een eiwitrijk maaltje te scoren op deze zonnige dag. En mijn experiment blijkt ook geslaagd. Tuinsafari op zijn best. Een jachttafereeltje gevangen op de digitale gevoelige plaat. Zonder verstoring van de leefomgeving en op veilige afstand macro opnamen schieten met mijn telelens!

De blauwe kamer

De blauwe kamer

Twee weken geleden verfde ik een muur in onze woonkamer groen en nu is er ineens een blauwe kamer? Wat is hier allemaal aan de hand?

De blauwe kamer bevindt zich vele kilometers van mijn woonplaats en is helemaal geen onderdeel van welk gebouw dan ook. Het is een natuurgebied in de buurt van Veenendaal, zo leer ik de afgelopen week. Op mijn rondje westen maak ik, als inmiddels redelijk gebruikelijk, een tussenstop in het oosten des lands. Paul voelt zich niet lekker door de vervelende bijwerkingen van een medicijnswitch, maar Maike vindt het leuk samen met mij iets buitenshuis te ondernemen en dus smeden we plannen.

We hebben inmiddels wel in de gaten dat we vaak dezelfde dingen mooi vinden. Dus vintage en kringloop komen al snel ter sprake. Maar zoals met de beste plannen, zijn de onze ook niet in beton gegoten. We zullen wel zien wat de dag ons brengen zal.

Paul, ziek of niet, doet ook een duit in het zakje en tipt zijn lieve Maike om mij de binnenlanden van ‘het Veen’ eens te laten zien. We kunnen met het pondje de Rijn over kunnen steken om daar te lunchen daarna eventueel nog door te rijden naar onze vintageshopstop.

Zo gezegd, zo gedaan. En eerlijk is eerlijk, het is een prachtige rit. Met de beboste Grebbeberg aan de horizon rijden we door het prachtige veenlandschap om uiteindelijk te stoppen aan de oever van de Rijn. Met de oever in de rug valt ons oog al snel op een oude steenoven, die volledig overgroeid met zijn toren boven het grasland achter ons uit piept.

Hoe vintage wil je het hebben? Vanaf de weg kunnen we zien dat er een pad loopt en we vragen ons af hoe we daar kunnen komen. Maike weet dat er een stukje rolstoelpad die richting uit loopt en daar start ons avontuur. Wanneer we wijken van het bekende pad blijkt de steenoven een paar prachtig vervallen bijgebouwen te hebben. Al pratend en verwonderend bewandelen we dit, voor ons nieuwe, stukje Nederland. We nemen een kijkje in de bijgebouwen en de steenoven. We maken wat foto’s en lopen nog wat verder. Maar wanneer we eenmaal om de steenoven heen gelopen zijn stopt Maike plots. Kijk! Daar beweegt iets!

Het duurt even maar dan zien we een fazant. Ze vliegt niet weg maar maakt constant geluidjes en houdt ons scherp in de gaten. Al snel ontdekken we waarom. Deze fazant heeft hier haar nest en rond dat nest scharrelen vier of vijf jonge fazanten. Pubers, zo verklapt hun langzaam verkleurende verenkleed. Moeders heeft er haar vleugels vol aan. Haar jongen lopen her en der verspreid én nu zijn wij daar ook nog die ze niet vertrouwt!

We nemen foto’s en Maike filmt wat. Langzaam proberen we dichterbij te komen, maar na een poosje vol be- en verwondering dit familietafereeltje gade geslagen te hebben besluiten we dat het tijd is dit gezin met rust te laten en terug te lopen naar de auto.

We rijden terug door wederom een prachtig stukje Veen. We stoppen bij een stel ezels, rijden door het bos en nemen ook nog een deel mooi Rhenen mee.

Van onze vintageshopstop is weinig meer gekomen, maar van dit avontuur heb ik meer dan een beetje genoten. Wat een mooie middag en heerlijk gezelschap. De mooiste ontdekkingen zitten soms verstopt in hele kleine hoekjes, ergens in het oosten des lands…

Slakkengang

Sinds ik de trotse eigenaar ben van twee Segrijnslakken heb ik me al bij hoog en laag verwonderd over deze bijzondere wezentjes. Ze zijn nieuwsgierig, helemaal niet sloom en bijzonder grappig om naar te kijken. Wat bedoelt was als een leuke leerzame kijkdoos voor onze neefjes is uitgegroeid tot een fascinatie voor deze dieren.

Mijn verbazing was des te groter toen ik een aantal weken geleden in hun terrarium een hoopje eieren ondergronds zag liggen. Stilzitten doen deze dieren dus allerminst. Ze zijn gegroeid als kool en aan de rand aan hun huis kan ik zien dat ze inmiddels volwassen geworden zijn. Dit bevestigen ze hier nogmaals door zich voort te planten.

Als de eieren na ongeveer twee weken uitkomen zijn, hoe klein ook, de slakjes helemaal compleet. Met huisje en al foerageren ze een weekje of wat ondergronds. Ze eten de eierschaal waar ze uit gekropen zijn op en als ze zich sterk genoeg voelen kruipen ze langzaam naar boven. Bovengronds gaan ze op zoek naar een bron van kalk en naar blaadjes of groente die ze graag eten.

De deksel van het terrarium waar ze in geboren zijn bevat te grote luchtgaten en al snel vind ik hen dan ook aan de buitenkant van het deksel. Meer dan zestig zijn het er. Ik kan ze onmogelijk allemaal houden, maar eenmaal gefascineerd door hen besluit ik er toch een stuk of tien in een andere bak over te zetten. Hun huisjes zijn zeer kwetsbaar nu. Dus eigenlijk kan ik ze niet optillen. Maar voorzichtig lukt het me toch ze om te zetten in een andere bak met smallere luchtopeningen. De rest geef ik terug aan mijn tuin. Onder de struiken laat ik ze vrij zodat ze op een beschutte omgeving een eerlijke kans hebben.

Eentje lijkt het wel leuk te vinden op mijn hand en er eens op ontdekking uit te trekken. Ik besluit het te filmen om de echte slakkengang vast te leggen en om jullie te laten zien hoe schattig deze leuke wezentjes zijn. Ik verwonder me erover dat zo een klein iets, helemaal compleet ter wereld komt en dan ook nog volledig zelfstandig blijkt. Een volwaardig wezen, met alles erop en eraan in een mini verpakking. Een wonder dat normaliter ongezien gewoon in onze achtertuin plaatsvindt.

 

Monsieur l’Escargot

Monsieur l'Escargot
Het is al een paar weken geleden. Mooi weer en ik heb zin om de tuin weer aan te pakken. Dat  klinkt allemaal heel ambitieus, maar tuinieren is wel wat anders geworden dan voordat ik ziek werd. Toen kon ik me niet voorstellen wat voor mij nu normaal is. Ik had groene vingers en een moestuin. De hele zomer aten we vers van het land en dat vond ik heerlijk.

Nu kan ik dat niet meer. Moestuinieren is heel hard werken. Mijn hoofd wil het wel, maar mijn lijf niet meer. Dus zocht ik naar iets anders. Hoe zou ik kunnen genieten van mijn tuin en mijn groene vingers zonder dat ik mijn lijf daarbij te serieus belast? In mijn hoofd ontstond een tuin met weinig onderhoud en veel plezier. Maar hoe ik dat voor elkaar zou krijgen wist ik nog niet helemaal.

Het project is nog niet afgerond, maar begint wel gave vormen aan te nemen. De borders heb ik aangeplant met kruiden en bodembedekkers. Veel bloemen, inheemse planten en waar mogelijk een mooie habitat voor kleine dieren en insecten.De verschillende insectenhotels tegen de muur van de garage worden druk bezocht en als ik onkruid wied zie ik de bodem krioelen met klein grut.

Madame et Monsieur l’Escargot

Ik tuinier zittend overigens. Half zittend en half kruipend door mijn tuin lukt het me om deze in verschillende etappes netjes bij te houden. Zo nu en dan moet ik opstaan om mijn emmer te legen in de kliko. Waar ik tot mijn verrassing, een paar weken geleden, twee slakken in ontdekte. Naar alle waarschijnlijkheid zijn ze onbedoeld in mijn emmer terecht gekomen en heb ik ze met een heleboel groen zo in de vuilbak gegooid.

Een van hen heeft de val moeten bekopen met een breuk in zijn huis. De ander is wat kleiner maar verder nog wel heel. Ik besef me dat als ik ze daar laat waar ze nu zijn ze het niet zullen overleven. Zelfstandig kunnen ze de bak niet verlaten en hun lot ligt of in de grote vuilwagen of in deze veel te hete ton. Want in de zomer is de kliko een te warme plek voor de slak.

Door de beschadiging aan zijn huis zal de grootste van de twee het sowieso moeilijk hebben. Hij is een extra gemakkelijke prooi voor egels of vogels. Dus ik besluit ze te bevrijden uit hun tijdelijke gevangenis en ze in ieder geval een poosje bij me te houden zodat ze aan kunnen sterken en hun huis kunnen repareren.

Terwijl ik ze van de binnenkant van de vuilbak haal valt me op dat het geen gewone tuinslakken zijn, maar jonge wijngaardslakken. Door de kalkrijke grond in het zuiden komen ze hier voor. Je ziet ze regelmatig in de buurt van het bos. Maar ik had er nooit eerder een in mijn tuin. En nu had ik er zelfs twee! En dan te bedenken dat ik ze ook nog bijna weggegooid had.

Monsieur l'Escargot

Monsieur l’Escargot

Voorlopig blijven ze bij mij. Ik kan ze aan de jongens laten zien en ervoor zorgen dat ze groot en sterk worden. Ik besluit op te zoeken wat ze nodig hebben en bestel een klein terrarium waar ik ze in houden kan. Ik geef ze aarde, komkommer, sla en wat groen uit mijn tuin. Het geheel houd ik vochtig met mijn plantenspuit en ik bestudeer nieuwsgierig hun activiteiten.

Ze groeien als kool en het zijn grappige en nieuwsgierige wezentjes. Wanneer ik de deksel van de bak haal komen ze aansnellen, in hun eigen slakkentempo. Ze zijn niet bang en kruipen zo op mijn hand. Ook de jongens vinden ze leuk en bekijken wat ze allemaal doen en eten.

Ik besef me dat ik maar heel weinig weet van de slak. Ze zijn sneller dan ik gedacht had en ze groeien in een gestaag tempo. Eerst denk ik dat ik het mij inbeeld, maar als ik dan de foto die ik eerder nam naast die van nu leg zie ik dat ze het inderdaad best naar hun zin lijken te hebben in hun nieuwe omgeving.

Ik leer dat slakken voornamelijk nachtactief zijn omdat dat het koelste deel van het etmaal is. Om hun huis stevig te laten groeien voeg ik wat mergel toe aan de aarde in hun bak. Het werkt, de breuk is bijna niet meer te zien en hun huisjes voelen nu stevig en degelijk.

Eigenlijk was mijn plan om ze na het bezoek van de jongens weer vrij te laten. Maar ze zijn nog niet volgroeid en nog steeds een gemakkelijke prooi voor de vele vogels in mijn tuin. Die moeten ook eten, dat snap ik wel. Maar nu ik al een aantal weken voor deze twee vreemdelingen zorg merk ik dat ik aan ze gehecht ben. Dus besluit ik ze nog een tijdje te houden. In ieder geval tot ze volgroeid zijn en met hun huizen hard en ondoordringbaar. Dan hebben ze een eerlijke kans. Madame et Monsieur l’Escargot.

Natuur

natuur

In het bos dat aan ons dorp grenst zijn sinds een aantal jaren de everzwijnen terug. Everzwijnen  die in de Ardennen leven hebben zich ondanks al het beton en asfalt dat wij tussen daar en hier hebben uitgestrooid toch weer de weg weten te vinden naar ons bos. Heel leuk. Zeker als je tijdens een avondwandeling ineens wat hoort wroeten tussen de varens. Of als er plots een heel gezelschap met hoge snelheid de grub oversteekt.

Maar dan blijkt het bos ineens een hele goede habitat te zijn voor deze nieuwe gasten. Ze hebben hier niet echt vijanden, want ook de wolf is ooit verdwenen, en er is eten zat. In ons bos staan heel veel beuken en eiken en de door het zwijn zo geliefde eikels en noten zijn hier dan ook volop op voorraad.

Maar het bos heeft maar beperkt ruimte en de populatie groeit. En wat doe je wanneer je huis te klein wordt? Je breidt uit of gaat op zoek naar een nieuwe woning. De evers trekken naar de randen van het bos, waar ze de akkers grondig omploegen op zoek naar wormen of bijvoorbeeld net gezaaid maïs. En dat vinden de boeren niet fijn. Die huren daarom jagers in. Want er zijn te veel zwijnen. Het wild wordt geschoten en de dorpsbewoners vinden dat maar zielig. Totdat de beesten besluiten dat ook deze akkers geen geschikte woonruimte is. Ze trekken de nabijgelegen woonwijken in en inspecteren de voortuinen op bewoonbaarheid. 

Dat is de grens. Dat kan natuurlijk echt niet. Het bos moet wel in het bos blijven. Het wild wordt geschoten zodat wij mensen er zo weinig mogelijk last van hebben. Toegegeven, ik heb gemakkelijk praten. Mijn huis staat niet zo dicht bij het bos dat de zwijnen mijn voortuin al gevonden hebben. Maar hoe moeten we met deze natuurbeleving omgaan? Wat is natuur eigenlijk?

Volgens wikipedia is natuur ‘(de wildernis) een omgeving op aarde die nog niet is aangepast door de mens’. Met die uitspraak stellen we natuur gelijk aan de wildernis en tegelijkertijd plaatsen we onszelf, de mens, buiten die natuur. Dat natuur gelijk zou staan aan wildernis en dus door ons onaangeraakt zou moeten zijn vind ik een droevige gedachte. Dan ken ik geen enkel stuk natuur in mijn omgeving. In de Maas zijn her en der kanalen gegraven, heeft grintwinning plaatsgevonden en lozen (zeker in onze buurlanden) allerlei fabrieken koelwater en andere zooi. Op sommige plekken mag gevist worden en aan de oevers worden door mensen verschillende dieren uitgezet zoals paarden en runderen om daar wild te mogen zijn. Dat is aangepast en dus geen natuur volgens bovenstaande omschrijving.

Voor het bos geldt hetzelfde. Er wordt wild geschoten dat volgens ons te veel is en er worden bomen gekapt omdat we vinden dat er meer plek moet zijn voor nieuwe inheemse aanwas. Er zijn paden door ons aangelegd, voorzien van vrolijk gekleurde paaltjes zodat ook de toerist zonder zorgen kan verdwalen in deze ‘natuur’. Geen natuur dus.

Mijn tuin, behoeft verder geen uitleg lijkt me. Ik heb hem aangeplant met planten die ik mooi vind en er is een terras aangelegd door de vorige bewoners. Het perceel waarop ik woon bevat behalve een woonhuis ook nog een garage en een barrel. Allemaal door ons ingrijpen op wat er van nature ooit was, het moeras. Volgens Wikipedia geen natuur.

Maar als alles wat wij doen niet natuurlijk is, wat is het dan? Ligt onze oorsprong niet in diezelfde natuur? En is ons gedrag daarom dan niet ook natuurlijk? Horen onze huizen en straten en steden niet ook gewoon tot diezelfde natuur? Wij maken de fout om ons boven het natuurlijke te verheffen. Wanneer we naar ons eigen gedrag kijken vertonen wij gewoon natuurlijk gedrag.

De wedstrijd die we willen winnen, de carrière die we willen maken, het grote huis en de dure auto. Allemaal natuurlijk gedrag. Iedereen wil de koning van zijn eigen jungle zijn. Pronken met onze eigen of andermans veren. Laten zien dat we de beste partner zijn. We bewaken ons territorium met hand en tand en noemen dat cultuur. Al het andere is natuur. 

Maar de natuur is veel sterker dan wij. Een sprietje gras kan tussen twee stoeptegels een prima leven leiden en klein wild zoals vogels, muizen of amfibieën hebben zich aangepast aan onze cultuur. Ze varen wel bij alle rommel die wij achterlaten en bouwen hun nesten op onze zolder in de spouwmuur of onder de dakgoot. Zelfs in Tsjernobyl, de plek waarvan we dachten dat we echt alles stukgemaakt hadden, heeft de natuur het gewoon weer overgenomen. Wij mensen kunnen er niet leven, maar de bomen, planten en dieren in die omgeving vinden het er heerlijk toeven.

Natuurbehoud is goed. Ik vind een beetje natuur in mijn omgeving ook heel fijn. Daarom probeer ik mijn tuin zo natuurlijk mogelijk in te richten. Heb ik mijn eigen insectenhotelketen inmiddels geopend en ga ik dit weekend ook zeker bijen tellen, want Nederland zoemt.

Maar natuurbehoud is ook cultuur. Wij bepalen. Wij kappen, schieten af of zetten uit. Wij zorgen dat heide blijft bestaan en niet verbost. We proberen soorten te beschermen en stropen tegen te gaan. We leggen de visserij aan banden en proberen koraalriffen te beschermen.

Ons ingrijpen in de natuur is ten alle tijden in ons eigen belang. Net als alle andere organismen op deze planeet proberen we onze omgeving leefbaar voor ons te houden. We willen graag, terecht, zo lang mogelijk van deze blauwe knikker genieten. En dat betekent dat we het soms verprutsen maar gelukkig ook steeds vaker met zorg behandelen en behouden, dat is nu eenmaal onze natuur.

Vlaamsche buizerd

Wonderwerpen is met een goed voornemen het nieuwe jaar ingedoken. Blijven verwonderen, blijven verbazen, maar met een andere manier van werken. Minder geschrijf meer gepraat. Tekenen, fotograferen, strips. Een andere vormgeving en in ieder geval meer samenwerken. 

Dat zijn heel veel leuke inspirerende gedachten die allemaal nog op de een of andere manier vorm moeten krijgen. Deze week maakte we een begin. De oplettende lezer is het wellicht opgevallen, deze post is opgesteld door Paul en Rosalie. Samenwerken dus. En de beste plek om daar deze prachtige lenteweek mee te beginnen is buiten.

Met dit mooie weer fluiten en kwetteren de vogels weer dat het een lieve lust is. En met een beetje geluk ontdek je ook een van de mooiste roofvogels die ons land rijk is, de buizerd.

De buizerd is onze meest bekende en opvallendste roofvogel. Je ziet hem vaak langs de snelweg op een paal zitten of hoog op een thermiek schroevend in de lucht. Het is een imposante verschijning en ook als hij niet meteen gezien wordt maakt hij zich vaak toch bekend door zijn kenmerkende geluid.

Wanneer ik het hoor kijk ik altijd omhoog, de meestal blauwe lucht afspeurend op een teken van deze prachtige gracieuze grote rover. Zie je er een dan zie je er vaak meerderen, draaiend op de thermiek van een warme voorjaars- of zomerdag. 

Niet zelden zijn ze in het gezelschap van kraaien. Hoewel gezelschap… De kraai is voor de duvel niet bang en wanneer hij vermoedt dat de buizerd uit is op zijn jongen gaat hij er als een razende achteraan. Hij achtervolgt de buizerd, samen met wat soortgenoten, net zolang tot hij het opgeeft en verder vliegt. 

Ik kijk graag naar ze als ze door de lucht zweven. De sierlijke bewegingen die ze maken lijken weinig inspannend te zijn. Het lijkt bijna alsof ze drijven op de lucht, steeds hoger en hoger. Ik probeer me voor te stellen hoe ze de wereld onder hen waarnemen. Wat een uitzicht moet dat zijn!

Dat ik niet de enige ben die graag naar deze prachtige vogels kijkt blijkt deze week wel. Het is heerlijk weer, de terrassen stromen vol en de tuincentra doen goede zaken. Paul geniet samen met zijn Maike van een heerlijk zonnetje en dan is daar ineens dat geluid…
Een buizerd! Waar bevindt hij zich? Zoekend naar dit mooie beest speurt hij de hemel af.

Paul twijfelt niet en neemt met zijn iPhone op wat hij hoort. Hij deelt het geluidsfragment met mij. Het verschijnt als bericht op mijn scherm, zonder begeleidende tekst. Dat is zo leuk aan het verwonderen. Het delen van je ervaringen, zodat je elkaar kunt meenemen, verrassen en verbazen. Gewoon, zomaar, zonder speciale reden.
Het delen van elkaars verwonderingen leert je kijken door andermans ogen. Het verrijkt, verrast en inspireert. En die inspiratie zette mij aan tot een nieuwe Wonderwerpen. Een wonderwerpen waarin we samenwerken. Audio van Paul en tekst van Rosalie.

Luister naar wat Paul en Maike meemaakten in hun tuin. Wat ze ontdekte en hoe dingen niet altijd zijn wat ze lijken.

De Vlaamse buizerd, wonderlijk gaaf beest!

Oranje veld

Oranje veld

Met regelmaat verbaas ik me over de wereld om ons heen. Of nog beter, het hele universum.Ik lees wat, probeer het te begrijpen, stel vragen en schrijf het vervolgens weer van me af.
Wat uiteindelijk klare taal voor mij is blijkt voor anderen toch nog wat vaag en dat levert dan leuke gesprekken op.

Sommige theorieën zijn ook niet van deze wereld. Higgsvelden, Higgsdeeltjes, quarks, verstrengeling en teleportatie. Ik heb er wel iets mee en ik kan me er meestal ook nog wel wat bij voorstellen. Maar dan, opeens zijn ze er weer. Wel van deze wereld en voor mij niet te bevatten. De oranje velden.

Oranje velden hebben niets met quantum te maken. En ook niet met relativiteit, althans niet die van Einstein. Oranje velden hebben betrekking op glyfosaat. Dat is geen deeltje of theorie, dat is een stof. En die stof zorgt ervoor dat alles waar het mee in aanraking komt dood gaat.

Dan denk ik: ‘dat is een hele gevaarlijke stof, die achter slot en grendel bewaart moet worden’. Maar dat blijkt allerminst het geval te zijn. In elk willekeurig tuincentrum staat het in het schap en veel boeren weten het ook te vinden. Zo in de winter verdwijnt het uit het blikveld. Dan gaat sowieso alles vanzelf een beetje dood. Maar nu het voorjaar zich weer aandient toont glysfosfaat zich weer in al zijn oranje glorie op de velden net buiten mijn dorp.

Boeren besproeien er hun land mee opdat alles wat zich op dat moment daarop begeeft het leven laat. Zo kunnen ze over een paar weken hun gewassen zaaien en laten kiemen zonder tussenkomst van ander ongewenst groen. Maar als alles dood is, hoe kunnen die gewassen dan groeien? Daar is over nagedacht. Er zijn namelijk zaden op de markt die geen last hebben van dat glyfosfaat. Al die zaden komen van 1 producent. En dat is dezelfde producent die ook glyfosfaat op de markt brengt. Heel slim.

Deze producent haalt herhaaldelijk het nieuws. Monsanto, die inmiddels is overgenomen door Bayer, wordt van alle kanten aangevallen. Roundup, de merknaam van dit giftige goedje, zou kankerverwekkend zijn volgens velen. Monsanto zelf laat met onderzoeken zien dat dit niet aan te tonen is. Dus mogen zij het blijven verkopen. En dus kleuren de velden nog altijd oranje.

Europa heeft een tijdje gepoogd het spul te verbieden binnen de unie. Maar heeft onlangs besloten het toch nog toe te staan voor de komende 5 jaar. Iets zegt me dat de overname door Bayer daarmee te maken heeft. Monsanto is een Amerikaanse producent. Deze weren op de Europese markt schaadt diezelfde markt niet. Maar Bayer is Duits en dus Europees. Het zou ongunstig zijn die uit de markt te spelen.

Of het spul nu voor ons ziekmakend is of niet schuif ik even terzijde. Daar ga ik niet uitkomen. Ik vermoed wel dat de onderzoeken die de producent laat doen gekleurd zijn naar hun smaak. Maar aan de andere kant zou datzelfde kunnen gelden voor mensen die anders beweren.

En toch begrijp ik iets niet. We worden dagelijks op de vingers getikt over het milieu. We moeten minder uitstoten en minder fossiele brandstoffen gebruiken. Windmolenparken rijzen overal om ons heen. Daken vullen zich met zonnepanelen en de kraan van het aardgas draaien we langzaam dicht. Want we moeten zuinig zijn op onze aarde, we hebben er immers maar 1.

We worden gestimuleerd onze tuinen groener te maken. Het komt de insecten ten goede die het nu moeilijk hebben. En insecten hebben we nodig om onze gewassen te bestuiven. Maar ze zijn ook voedsel voor vogels en kleine zoogdieren, die op hun beurt weer voedsel zijn voor groter wild. Dus als we dat allemaal willen behouden moeten we zorgen dat ons groen in orde is.

Behalve als we boeren. Want dan doet dat er blijkbaar niet toe. Dan mogen we alles platspuiten. We mogen gewassen planten die sterker zijn dan alles in de verre omgeving. En we hoeven ons niet druk te maken over de mogelijk kruisbestuiving tussen deze monsterzaden en wilde planten en wat dat voor onze toekomstige omgeving zou kunnen betekenen. En dus kleuren onze velden deze dagen oranje.

De roos van Jericho

Roos van Jericho

Het is al een paar weken geleden dat mij moeder mij een bericht stuurde met in de bijlage een foto van een dor balletje plantaardig materiaal. De vraag is of ik weet wat het is?
Behalve dood heb ik geen idee. En toch blijkt ook dat niet het juiste antwoord.

De dorre bal blijkt een plant. En niet zomaar een plant maar een hele bijzondere. Ze noemen hem ook wel ‘de opstandingsplant’ omdat deze de eigenschap bezit jarenlang in dorre toestand zonder enige druppel water te overleven. Maar wanneer hij water treft ontvouwt de bal zich als een fris groene plant en maakt hij in dit geval sporen aan om zich voort te kunnen planten.

De plant, die ook wel bekend staat als tumble weed beschikt over een aantal bijzondere eigenschappen. Behalve opstaan uit de dood kan deze zich ook verplaatsen. Zijn wortels zitten niet verankerd in de bodem maar hangen losjes onder zijn struikgewas. In de vrije buitenlucht, waar hij eigenlijk thuishoort, laat hij zich meevoeren op de wind op zoek naar een nieuwe plek met water waar hij zich vervolgens weer kan ontvouwen.

Deze bijzondere plant is niet verwonderlijk voer voor bijgeloof. Zo zou Maria de plant op weg naar Egypte gezegend hebben met het eeuwige leven en zou hij daarnaast geluk brengen.

Mijn groene vingers jeuken om een poging te wagen dit dorre balletje weer leven in te blazen. Maar ik besluit nog even te wachten op de komst van onze neefjes. Het lijkt me een leuk experiment om samen te ondernemen.

Eenmaal uitgelegd wat er aan de hand is met dit gekke plantje besluiten we het wat water te geven en te zien wat er gebeurt. Omdat ik niet verwacht dat hij meteen strapatsen heeft besluit ik de jongens eerst een boterham te smeren.

Tjores, die duidelijk meer interesse heeft in het vullen van zijn maag dan in het onderzoeken van een vreemde plant, volgt me naar de keuken. Corné blijft wel achter in de kamer.

Na een minuut of vijf hoor ik een verontrustende gil uit de woonkamer komen. Omdat ik denk dat er iets gebeurt is besluit ik een kijkje te gaan nemen. Gelukkig zit mijn neefje nog gewoon rechtop op zijn stoel. Hij was enkel geschrokken van de spontane beweging van de dode plant.

‘Hij leeft!’ Herhaalt hij nogmaals verbaast. Inmiddels ook Tjores’ aandacht getrokken, komt hij uit de keuken aanzetten net op het moment dat deze roos besluit zich verder te ontvouwen. Bij de aanblik van dit leven besluit ook hij het schaaltje met de plant niet meer uit het oog te verliezen.

Terwijl ik rustig verder boterhammen smeer hoor ik oeh en ah vanuit de kamer. Als ik weer terug de kamer inga zie ik een plant die zowaar weer tot leven gekomen is. Verwonderd neem ook ik plaats aan de tafel met het schaaltje met plant. Samen kijken we een tijdje naar het ontvouwen van de plant en neem ik behalve wat ontluikend groen ook twee ontluikende wonderaars waar.

Zon-dag

Zond-dag

Het was deze week koud én guur én nat én wit.
De winter heeft voor mijn gevoel lang gekwakkeld. Even heb ik zelfs gedacht dat hij dit seizoen besloten had niet meer langs te komen, koning winter. Toch liet hij deze maand wel weer van zich horen. Het vroor en het regende én deze week was er ook weer sneeuw.

Toch hoor ik zo nu en dan in de ochtend ook al tekenen van een naderend voorjaar. Vogels beginnen al voorzichtig te zingen. Ze bereiden zich voor op de lente die komen gaat. Ondanks dat het buiten guur is, weten zij iets dat wij nog niet kunnen vermoeden.

Vandaag is anders dan de afgelopen week. Ik zie het al als ik wakker word. Er schijnt een ander licht door de spleten in het rolluik op onze slaapkamer. De zon schijnt, zonder twijfel, duidelijk en fel. Als ik beneden kom en uit het raam kijk word mijn vermoeden bevestigd. Aan de hemel zie ik een strakblauw tapijtje met hier en daar een zacht wolkje wit.

Ook vandaag fluiten de vogels het voorjaar tegemoet. En hoewel het nog steeds koud is, voel ik de warmte van de zon op mijn gezicht wanneer ik naar buiten loop. De krokussen en tulpen in onze tuin steken voorzichtig hun eerste blaadjes door de aarde. Ook de magnolia staat weer vrolijk in de knop. De natuur laat het duidelijk zien. Het voorjaar knaagt gestaag aan de winter en alles komt weer tot leven.

Mijn groene vingers beginnen ook weer te kriebelen en ik verken wat deze winter mijn tuin heeft aangedaan. Voorzichtig kijk ik hier en daar onder wat dood spul. Het groen komt al naar boven. Het oude beschermt zo het nieuwe en ik laat het waar het is.

Een van de tuinstoelen is omgewaaid, maar heeft daardoor een droge zit. Ik zet hem weer op zijn poten en ga er even in zitten. In onze beschutte tuin geniet ook ik nu van het voorjaar dat gaat komen.

Vandaag is het een echte Zon-dag!

Zeester

zeester

Afgelopen vrijdag begint wat druilerig hier in het Limburgse land. Wanneer ik westwaarts rij ontmoet ik ergens in de buurt van Eindhoven een flinke mistbank, maar tegen de tijd dat ik het Brabantse land weer bijna verlaat is de hemel blauwer dan blauw.

Ik kijk uit naar mijn weekendje westen. Lekker met de mannen naar het theater, een leuke verjaardag en een concert, wat zou ik nog meer willen?
Naar het strand natuurlijk! De fout geen camera mee te nemen maak ik niet meer. Ook al verwacht ik bij vertrek hem niet nodig te zullen hebben omdat het weer zich weinig fotogeniek toont.

De mist onderweg doet mijn verwachting nog wat verder dalen, maar wanneer de zon doorbreekt kan ik mijn lol niet meer op. Ik ben ruim op tijd vertrokken. Twee van de drie mannen heb ik beloofd van school te halen. Ik kan ze moeilijk laten wachten, dus heb ik me voorgenomen vroeg van huis te gaan. Als ik tijd over heb kan ik nog even naar zee en anders ben ik in ieder geval op tijd op school.

Geluk is aan mijn kant want het rijdt lekker door en voor ik het weet draai ik de N11 al weer op. Heerlijk, ik kan nog even mijn geliefde zee gaan begroeten. Op de een of andere manier wil ik altijd even aan de vloedlijn staan. De zilte lucht door mijn longen laten razen en het zand over mijn huid laten schuren.

Eenmaal uit de auto is het weer voortreffelijk. Er hang hier wel een wolkenpak, maar de wind is nauwelijks aanwezig en dat maakt de korte wandeling naar zee aangenaam.

Van een flinke afstand kan ik zien dat het laagtij is en dat het terugtrekkende water heel wat heeft achter gelaten op het nu brede strand. Dichterbij gekomen ontwaar ik gelukkig weinig troep. Er ligt voornamelijk veel drijfhout en wier. Scheermesjes en andere schelpen zijn hier ook altijd royaal vertegenwoordigd. Maar mijn oog valt vrijwel meteen op een enorm assortiment grote zeesterren die zich feestelijk tussen al het ander materiaal hebben gedrapeerd.

Ik hoor mensen om mij heen ook verbaasd zijn over deze bijzondere aanspoelsels. Jammer, ze leven niet meer. Waarschijnlijk spoelen ze massaal aan door een bepaalde windrichting die hen meevoert richting kust. Ze zien er niet ziek uit.

Meenemen kun je ze niet. Ik herinner me een warme zomer aan de Zeeuwse kust als kind. Daar spoelden toen ook kleine zeesterren aan. Ik nam ze mee en probeerde ze te bewaren, ze waren immers toch al overleden. De beestjes droogden goed, maar helaas werd hun geur er niet minder op. Met dat in mijn achterhoofd besluit ik ook deze, al zijn ze nog zo mooi, gewoon te laten liggen.

Onderwijl ik een mooie grote schelp van het strand neem voor mijn neefjes schiet ik een paar mooie foto’s van deze sterren. Vandaag heb ik mijn camera zeker niet voor niks meegenomen!

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑