CategorieWonderwerpelijke Wereld

Tuinsafari

tuinsafari

Wat een heerlijk weekend! De zomer is weer even terug in ons land en ik duik meteen de tuin weer in. Daarin ben ik niet de enige. Als ik op de grond zit en wat aan het groen pluk hier en daar, zoemt het boven mijn hoofd gretig. De bijen, wespen, vliegen, vlinders en ander klein grut nemen het er nog even van. Gulzig bestormen ze de bloemen die met hun zoete nectar zoveel mogelijk insecten proberen te lokken in de hoop op een goede bestuiving.

Als ik dat zo zit te bekijken bedenk ik mij ineens dat het zo midden op de dag fotograferen van insecten lastig is. Ze zijn dan goed opgewarmd door de zon waardoor hun bewegingen druk en wispelturig zijn. Maar juist omdat ze nu zo actief zijn vind ik ze interessant. Als ik met mijn macrolens dichtbij probeer te komen dan schieten ze veel te vlug weg. De schaduw die ik in hun blikveld veroorzaakt doet hen vluchten.

Dan moet ik ineens denken aan die wildfotografen die in verdekt opgestelde hutjes met enorme telelenzen het wild hier in de omgeving haarscherp en van dichtbij proberen te vangen. Het wild in mijn tuin vlucht, net als het iets groter wild in het bos, wanneer ze mijn aanwezigheid bespeuren. Dus zal ik mij net als mijn collega’s verdekt moeten opstellen. Ik hoef niet in een hutje te gaan zitten, zo scherp nemen de meeste insecten niet waar voor zover wij nu weten. Maar als ik wat meer afstand kan nemen dan zullen ze niet wegvliegen wanneer ik een foto neem.

Ik heb geen idee of het zo zal werken, maar ik besluit toch mijn kleine telelens op de body van mijn camera te monteren. Een insect op een halve meter afstand is toch anders dan een ree of everzwijn twintig meter verderop. Ik probeer het op verschillende afstanden en bij verschillende bloemen. Ik zie uiteraard veel honingbijen. Maar ook een heel stel hommels en zweefvliegen. Gewone vliegen lusten ook wel een hapje nectar en als ik ze van zo dichtbij bekijk zijn ze nog mooi ook. En dan ineens komt er een wesp aanvliegen. Recht op een van de nog bloeiende zonnebloemen af. De wesp land echter niet op de duizenden nectar houdende kleine bloemetjes van de zonnebloem. Maar heel gericht op een van de gele kelkbladeren.

closeup tuinsafari

Wanneer ik de foto’s, die ik vanmiddag maakte, upload komt daar ook de foto van die ene wesp voorbij. Nu op groot scherm zie ik pas wat de wesp daar doet. De landing was allerminst verkeerd ingezet. Maar een hele doelgerichte actie. Vlak voor de wesp zit namelijk een kleine gevleugelde zwarte bladluis. De wesp besluipt de bladluis en ziet zijn kans schoon een eiwitrijk maaltje te scoren op deze zonnige dag. En mijn experiment blijkt ook geslaagd. Tuinsafari op zijn best. Een jachttafereeltje gevangen op de digitale gevoelige plaat. Zonder verstoring van de leefomgeving en op veilige afstand macro opnamen schieten met mijn telelens!

De blauwe kamer

De blauwe kamer

Twee weken geleden verfde ik een muur in onze woonkamer groen en nu is er ineens een blauwe kamer? Wat is hier allemaal aan de hand?

De blauwe kamer bevindt zich vele kilometers van mijn woonplaats en is helemaal geen onderdeel van welk gebouw dan ook. Het is een natuurgebied in de buurt van Veenendaal, zo leer ik de afgelopen week. Op mijn rondje westen maak ik, als inmiddels redelijk gebruikelijk, een tussenstop in het oosten des lands. Paul voelt zich niet lekker door de vervelende bijwerkingen van een medicijnswitch, maar Maike vindt het leuk samen met mij iets buitenshuis te ondernemen en dus smeden we plannen.

We hebben inmiddels wel in de gaten dat we vaak dezelfde dingen mooi vinden. Dus vintage en kringloop komen al snel ter sprake. Maar zoals met de beste plannen, zijn de onze ook niet in beton gegoten. We zullen wel zien wat de dag ons brengen zal.

Paul, ziek of niet, doet ook een duit in het zakje en tipt zijn lieve Maike om mij de binnenlanden van ‘het Veen’ eens te laten zien. We kunnen met het pondje de Rijn over kunnen steken om daar te lunchen daarna eventueel nog door te rijden naar onze vintageshopstop.

Zo gezegd, zo gedaan. En eerlijk is eerlijk, het is een prachtige rit. Met de beboste Grebbeberg aan de horizon rijden we door het prachtige veenlandschap om uiteindelijk te stoppen aan de oever van de Rijn. Met de oever in de rug valt ons oog al snel op een oude steenoven, die volledig overgroeid met zijn toren boven het grasland achter ons uit piept.

Hoe vintage wil je het hebben? Vanaf de weg kunnen we zien dat er een pad loopt en we vragen ons af hoe we daar kunnen komen. Maike weet dat er een stukje rolstoelpad die richting uit loopt en daar start ons avontuur. Wanneer we wijken van het bekende pad blijkt de steenoven een paar prachtig vervallen bijgebouwen te hebben. Al pratend en verwonderend bewandelen we dit, voor ons nieuwe, stukje Nederland. We nemen een kijkje in de bijgebouwen en de steenoven. We maken wat foto’s en lopen nog wat verder. Maar wanneer we eenmaal om de steenoven heen gelopen zijn stopt Maike plots. Kijk! Daar beweegt iets!

Het duurt even maar dan zien we een fazant. Ze vliegt niet weg maar maakt constant geluidjes en houdt ons scherp in de gaten. Al snel ontdekken we waarom. Deze fazant heeft hier haar nest en rond dat nest scharrelen vier of vijf jonge fazanten. Pubers, zo verklapt hun langzaam verkleurende verenkleed. Moeders heeft er haar vleugels vol aan. Haar jongen lopen her en der verspreid én nu zijn wij daar ook nog die ze niet vertrouwt!

We nemen foto’s en Maike filmt wat. Langzaam proberen we dichterbij te komen, maar na een poosje vol be- en verwondering dit familietafereeltje gade geslagen te hebben besluiten we dat het tijd is dit gezin met rust te laten en terug te lopen naar de auto.

We rijden terug door wederom een prachtig stukje Veen. We stoppen bij een stel ezels, rijden door het bos en nemen ook nog een deel mooi Rhenen mee.

Van onze vintageshopstop is weinig meer gekomen, maar van dit avontuur heb ik meer dan een beetje genoten. Wat een mooie middag en heerlijk gezelschap. De mooiste ontdekkingen zitten soms verstopt in hele kleine hoekjes, ergens in het oosten des lands…

Tijd

Behalve interesse in de wetenschap, ben ik ook nieuwsgierig naar het verleden. Geschiedenis is een bijzonder gegeven. Door alles wat met eerder opgeschreven, gebouwd of geschilderd heeft weten we nu hoe het toen moest zijn geweest. Wat mensen aten en waar ze over nadachten. De theorieën die ze ons schonken waardoor we nu verder kunnen denken dan we ooit voor mogelijk hielden. Geschiedenis maakt op die manier een belangrijk deel uit van ons heden. En ons heden dient dan weer als geschiedenis voor onze toekomst. Zo verloopt tijd in een rechte lijn alsmaar vooruit, denken we.

Ik denk niet dat ik de enige ben die wel eens een kijkje zou willen nemen in de wereld van een paar honderd jaar geleden. Of nog veel verder terug. Stel je nu toch eens voor dat we niet de aarde hoeven omploegen op zoek naar resten van een eerder bestaan. Maar dat we er gewoon een kijkje konden nemen en zo precies te weten konden komen hoe alles er uitzag, rook en voelde. Dat zou kennis zijn die voor menig archeoloog en paleontoloog van onschatbare waarde zou zijn.

De theorie zegt dat als we ons sneller bewegen dan een ander onze tijd langzamer zal verstrijken dan de tijd van degene die zich langzamer beweegt. In het dagelijks leven merken we daar niks van. Maar stel dat we zouden kunnen reizen met bijvoorbeeld de snelheid van het licht dan zouden we veel jonger terugkeren dan de achterblijvers. Zo bezien reizen we dan in de tijd. Er is echter een probleem. Je kunt wel vooruit op deze manier, maar niet achteruit. Achteruit, zo hebben de grote denkers bedacht, kan alleen wanneer we sneller dan het licht kunnen reizen. Maar Einstein heeft ons geleerd dat dat onmogelijk is. Er is niets dat zich sneller dan het licht kan verplaatsen en dus is er ook niets dat terug in de tijd kan reizen. Aan die natuurwet valt niet te sleutelen.

Maar we kunnen er wel een omweg voor bedenken. En die omweg zijn we ‘wormgat’ gaat noemen. Doordat we tijd net als ruimte als een dimensie zijn gaan beschouwen moet het ook mogelijk zijn die dimensie te vervormen. Zie het als een vel papier. Neem bijvoorbeeld een A4 wanneer je over de lange zijde van het A4 van de ene rand naar de andere rand wilt reizen moet je minimaal 297 mm overbruggen. Dat is de een rechte lijn van links naar rechts en dus de kortste route. Het is onmogelijk deze afstand te verkorten, tenzij je het A4 vouwt en de twee tegenoverstaande zijden naar elkaar toebrengt. Je kunt de afstand tussen a en b zo verkorten tot bijna 0 mm. Je hebt de ruimtetijd verbogen en kunt nu veel sneller dan eigenlijk mogelijk is jezelf verplaatsen van de ene naar de andere zijde. Zo zou je op grote schaal ook kunnen reizen tussen het nu en enig welk punt in de toekomst óf het verleden. Theoretisch gezien moet het dus kunnen. Maar kan het logisch ook?

Ik denk daar al een tijdje over na. Stel dat het voor mij mogelijk is een reisje te maken naar de middeleeuwen. Dan kom ik daar aan en dan zal alles wat ik daar doe gevolgen hebben voor de toekomst. Ik ken die toekomst, want ik maak deel uit van die toekomt. Alles wat zich dus in het verleden heeft afgespeeld heeft invloed op de toekomst. Alles wat zich in het verleden heeft afgespeeld maakt dat ik besta. Dus als mijn toekomstige ik naar het verleden reist dan maakt het niet uit wat deze daar gaat doen. De toekomst ligt immers al vast, want ik besta. Dus datgene dat ik in het verleden aanricht moet ervoor gezorgd hebben dat ik besta en in de toekomst het verleden kan bezoeken zodat ik daar doen kan wat ik daar moet doen om ervoor te kunnen zorgen dat ik in de toekomst geboren wordt. Zo bezien heeft niet alleen het verleden invloed op het heden, maar heeft de toekomst ook invloed op zijn verleden dat dan weer mijn heden kan zijn. Je komt zo in een onmogelijke gedachtekronkel terecht en kunt daaruit eigenlijk maar een conclusie trekken en dat is dat de vrije wil, mocht dit allemaal mogelijk blijken, simpelweg niet bestaat.

Dat de vrije wil niet bestaat is geen nieuw idee. We vinden het geen prettig idee, maar het is geen onmogelijk idee. Maar er is nog iets dat het geloof in de mogelijkheid van tijdreizen moeilijk maakt. Stel we kunnen heen en weer. Dan zouden we in de toekomst kunnen gaan kijken om te zien hoe we problemen waar we nu geen oplossing voor weten op kunnen lossen. We zouden stoppen met uitvinden en stoppen met redeneren, want we kunnen de oplossing gewoon gaan bekijken. Maar als ons huidige zelf besluit niet meer uit te vinden, te wonderen of te ontdekken, dan is het zeer onwaarschijnlijk dat onze toekomstige versie oplossingen klaar heeft liggen voor onze huidige problemen. Of het mogelijk is om tijd te reizen is dan ineens geen interessante vraag meer. De vraag wordt dan meer of het wel goed voor ons is om te ontdekken hoe dat moet. Zelf denk ik van niet. Ik denk dat het niet goed met de mensheid zou gaan wanneer we nu achterover gaan leunen omdat we denken in de toekomst de oplossing voor onze problemen kunnen vinden. Maar slechte dingen staan niet gelijk aan onmogelijke dingen. Dus dat verkleint de kans op de mogelijkheid van het tijdreizen verder niet. Ook het wel of niet bestaan van de vrije wil is daarin geen factor.

Of ik denk dat tijdreizen mogelijk is? Persoonlijk denk ik dat het gewoon mogelijk moet kunnen zijn. We hebben genoeg aanwijzingen en aantoonbare zinnige experimenten die zeggen dat het kan. Vooruit reizen kunnen we in ieder geval al. Ook al zijn het dan maar Nanoseconden of op zijn hoogst minuten, het kan. En als het vooruit kan, zie ik geen enkele reden waarom het niet ook achteruit zou kunnen. Maar ik hoop, hoe graag ik ook eens een kijkje zou willen nemen in de tijd van Napoleon of aan het hof van Versailles, van ganser harte dat we er nooit achter zullen komen. Het verleden is het verleden en de toekomst de toekomst. En nu schijnt de zon….

 

 

Blips

Je ziet wel eens iets op internet waarvan je denkt, ‘Ja, dat zal best.’ en daar laat je het dan meestal bij. Sommige dingen zijn te mooi om waar te zijn. Maar deze bleef aandringen op Instagram en ik, nieuwsgierig als altijd, raadpleegde hun website.

Blips, minilensjes die je op de camera van je smartphone plakt waardoor deze verandert in een microscoop. Dat klinkt te gek, maar voor een paar tientjes kun je natuurlijk niet krijgen wat in laboratoria duizenden euros kost. Toch bleef het concept mij trekken.

Vroeger als kind kreeg ik ooit een microscoop. Het was weliswaar een oude en de maximale vergroting was beperkt, maar ik kon er toch dingen mee ontdekken die ik met het blote oog niet zien kon. In een druppel vijverwater, zo ontdekte ik, past een heel ander universum. Het krioelt van het leven dat wij nauwelijks begrijpen. En dat fascineert me nog steeds. Dus aangetrokken door mijn eigen nieuwsgierigheid en de paar tientjes die ik ‘maar’ hoefde te investeren, bestelde ik een labkit van Blips.

De kit bevat een aantal geprepareerde glaasjes en een paar lege, met dekplaatje. Ik bekijk het bamboe blad, vliegje en stukje nier. Maar ik kan het uiteraard ook niet laten om wat vijverwater uit de tuin te halen. Met het bijgeleverde pipetje leg ik een druppel op het glaasje. Ik zet het lampje onder de opstelling aan en ga op zoek naar het beeld op mijn telefoon. Het is even puzzelen maar als het dan eindelijk lukt kan ik mijn geluk niet op. Een pantoffeldiertje scharrelt rustig door een heel klein insectenvleugeltje. Als ik naar de druppel kijk kan ik het vleugeltje nauwelijks zien. Omdat er op de speciale app ook een video functie zit maak ik meteen een filmpje.

En zie daar een microscopische kleine Wonderwerpen. Zo een klein leven, scharrelend door zijn eigen universum. Het vertelt ons hoe klein wij zelf zijn, rondscharrelend in ons eigen universum. Voor het zelfde geld liggen wij zelf op een glasplaatje met een dekplaatje op ons hoofd onder de microscoop van een nog veel groter leven dat zich afvraagt hoe het toch kan dat zo iets nietig kleins bestaan. Misschien, wie weet…

Over zwemmen en zwaartekracht

Albert EinsteinTheoretisch gezien weet ik het wel. Zwaartekracht is een zwakke kracht. Maar wat dat nu precies voorstelt in de praktijk is lastiger. Soms vallen echter wat puzzelstukjes op hun plek ergens waar je ze niet verwacht. Deze keer kwamen ze gewoon voorbij drijven.

Eigenlijk kwam het door een boek. Ik las de biografie die Walter Isaacson schreef over Albert Einstein. Ik heb groot respect voor het verbeeldingsvermogen van Einstein en hoe hij zijn theorieën in zijn hoofd tot leven bracht. Een waanzinnige gave lijkt me dat. Inmiddels wel bekend met zijn levensverhaal vind ik het toch leuk om deze biografie te lezen. Elke biograaf vliegt een verhaal aan vanuit een andere hoek en elke keer kom je dan weer tot nieuwe inzichten.

Met nog verse materie in mijn hoofd gaan we zwemmen, want dat doen we een aantal keer per week. Eenmaal in het water red ik regelmatig wat insecten van de verdrinkingsdood. Bijen, vliegen, wespen, kevers en torren landen allemaal als kamikazepiloten in het water. Waarom doen ze dat toch? Eerst dacht ik nog dat ze in hun poging tot drinken langs de kant van het water getroffen worden door een voor hen grote golf en zo meegenomen worden in het bad.

Maar nu ik er op let zie ik de beestjes gewoon in volle duikvlucht het natte sop kiezen. Het lijkt er niet op dat ze doorhebben dat het hier een bak water betreft en ze pas beseffen dat ze in de problemen zitten wanneer ze spartelend in het water drijven. Als ik ze er dan netjes uitvis en op de kant leg vervolgen ze hun weg weer nadat ze goed zijn opgedroogd. Sommigen landen vrolijk nog een tweede of een derde keer in het water. 

Ik vis een honingbij uit het water en laat haar even tot rust komen op mijn hand. Het mes snijdt aan twee kanten want de bij krijgt zo een nieuwe kans en ik kan haar eens rustig van dichtbij bekijken. 

Ineens schiet me de theorie achter de zwaartekracht te binnen. Als in een visioen lijk ik ineens te begrijpen wat ‘zwakke kracht’ betekent. Ik heb het altijd een vreemde uitdrukking gevonden. Wij ervaren dagelijks zwaartekracht. We kunnen er niet aan ontsnappen, maar toch is het een zwakke kracht. Wat zijn wij dan? Slappelingen?

Maar nu begrijp ik het ineens. Zwaartekracht heeft te maken met gewicht. Hoe groter het gewicht, hoe meer invloed de zwaartekracht erop heeft. Insecten hebben een gewicht dat zowat te verwaarlozen (gewichtloos) is en dus heeft de zwaartekracht er nauwelijks grip op. Ik kan me zo voorstellen dat het voor hen voelt als de gewichtloosheid van een mens in de ruimte, of dan op zijn minst de van het lichtere gevoel op de maan.

Als de insecten in die zin gewichtloos zijn en de zwaartekracht er geen of heel weinig vat op heeft, hebben ze waarschijnlijk geen notie van onder en boven. Dan navigeren ze op een andere manier.

Het helblauwe water van het zwembad heeft dezelfde kleur als de heldere hemel. Dus denken ze bij het zien van al dat blauw waarschijnlijk dat ze in volle vaart naar boven vliegen. En zo plonsen ze in het water. Tenminste dat denk ik.

Door die kleine bij die ik spartelend uit het water haalde snap ik ineens waarom die zwaartekracht nu precies zo zwak is. Het heeft alleen grip op zaken met voldoende gewicht, al dat te licht voor hem is glipt door zijn vingers en lijkt zonder gewicht door de ruimte te zweven.

Ik zie nu levendig voor mij wat zwaartekracht betekent. Ik denk aan die ene wetenschapper met het warrige haar. Aan zijn verbeeldingskracht en mijn bewondering voor zijn ideeën. Heel even heb ik een klein hoekje van de mist die zijn verbeeldingskracht verhuld opgetild en een gedachte experiment mogen ervaren. Zomaar, op een zonnige junidag in het zwembad met een honingbij.

Slakkengang

Sinds ik de trotse eigenaar ben van twee Segrijnslakken heb ik me al bij hoog en laag verwonderd over deze bijzondere wezentjes. Ze zijn nieuwsgierig, helemaal niet sloom en bijzonder grappig om naar te kijken. Wat bedoelt was als een leuke leerzame kijkdoos voor onze neefjes is uitgegroeid tot een fascinatie voor deze dieren.

Mijn verbazing was des te groter toen ik een aantal weken geleden in hun terrarium een hoopje eieren ondergronds zag liggen. Stilzitten doen deze dieren dus allerminst. Ze zijn gegroeid als kool en aan de rand aan hun huis kan ik zien dat ze inmiddels volwassen geworden zijn. Dit bevestigen ze hier nogmaals door zich voort te planten.

Als de eieren na ongeveer twee weken uitkomen zijn, hoe klein ook, de slakjes helemaal compleet. Met huisje en al foerageren ze een weekje of wat ondergronds. Ze eten de eierschaal waar ze uit gekropen zijn op en als ze zich sterk genoeg voelen kruipen ze langzaam naar boven. Bovengronds gaan ze op zoek naar een bron van kalk en naar blaadjes of groente die ze graag eten.

De deksel van het terrarium waar ze in geboren zijn bevat te grote luchtgaten en al snel vind ik hen dan ook aan de buitenkant van het deksel. Meer dan zestig zijn het er. Ik kan ze onmogelijk allemaal houden, maar eenmaal gefascineerd door hen besluit ik er toch een stuk of tien in een andere bak over te zetten. Hun huisjes zijn zeer kwetsbaar nu. Dus eigenlijk kan ik ze niet optillen. Maar voorzichtig lukt het me toch ze om te zetten in een andere bak met smallere luchtopeningen. De rest geef ik terug aan mijn tuin. Onder de struiken laat ik ze vrij zodat ze op een beschutte omgeving een eerlijke kans hebben.

Eentje lijkt het wel leuk te vinden op mijn hand en er eens op ontdekking uit te trekken. Ik besluit het te filmen om de echte slakkengang vast te leggen en om jullie te laten zien hoe schattig deze leuke wezentjes zijn. Ik verwonder me erover dat zo een klein iets, helemaal compleet ter wereld komt en dan ook nog volledig zelfstandig blijkt. Een volwaardig wezen, met alles erop en eraan in een mini verpakking. Een wonder dat normaliter ongezien gewoon in onze achtertuin plaatsvindt.

 

Hawking

Stephen Hawking

Hij overleed ruim een jaar geleden. Een markante persoonlijkheid, een groot wetenschapper en  een wonderlijk mens. Ruim een half jaar na zijn overlijden verschijnt er postuum nog een boek van zijn hand. Nou ja, hand. Stephen had ALS. Zijn spieren werkte steeds minder mee en gaandeweg de vele jaren die er sinds zijn diagnose nog volgde werd hij steeds afhankelijker van de techniek.

Volgens mij is er niemand die hem niet kent. Behalve aan de wetenschap doneerde hij ook zijn tijd aan een rol in the Simpsons en Star trek, had hij een tijdje zijn eigen serie op National Geographic en schreef hij meerdere boeken. Zijn beroemdste boek, A brief history of time, kreeg ik ooit van Sint en Piet. Anderen las ik ook. Maar dan was er dit postume werkje dat me maar bleef aanstaren vanuit het schap in de boekhandel. Ik ben er normaal niet zo behekst op. Postuum. Echter, zo blijkt, dit boek is door hem geschreven. Enkel het voorwoord was nog niet af. En de titel voorspelt veel ‘De antwoorden op de grote vragen.’. Daar ben ik wel benieuwd naar. Dus koop ik het boek.

Thuis ligt het een poos op tafel. Hugo begint er eerder aan dan ik en hij heeft het binnen no time uit. Toegegeven het is ook niet zo een heel dik boek. Dus eraan beginnen moet niet zo lastig zijn. Toch ben ik bang dat het niet naar verwachting is en dat dit postuum afbreuk doet aan hoe ik over de man denk.

Ik verzamel al mijn goede moed en begin toch maar te lezen. En ik blijf lezen. Het is niet de wetenschappelijk verhandeling die ik van hem verwacht. Hoewel alle grote vragen goed onderbouwt beantwoord worden is het een heel persoonlijk boekje. Een boekje vol hoop. Getergd door een enorme fysieke beperking laat Stephen zich niet uit het veld slaan. Hij vertelt over zijn jeugd. ‘Als jongen was ik bijzonder geïnteresseerd in hoe dingen werken.’ zo schrijft hij. Hij haalde van alles en nog wat uit elkaar, ook al lukte het niet altijd het weer in elkaar te zetten. Zijn nieuwsgierigheid deed hem onderzoeken hoe ook ogenschijnlijk eenvoudige dingen werkten en het stoomde hem klaar voor een leven als wetenschapper.

Hij verwondert zich over het menselijk brein. Hoe complex het is en hoe goed het in staat is om tot bijzondere ontdekkingen te komen. ‘Maar ieder brein heeft een vonk nodig om tot volledige wasdom te komen, de vonk van nieuwsgierigheid en verwondering.’ Ik glimlach bij het lezen van deze zin en lees hem nog eens. Ik ben het roerend met de man eens. Ik denk dat filosofie de grootste wetenschap van allen is. Want zonder dat voorstellingsvermogen, zonder de mogelijkheid die onze geest ons biedt iets voor te stellen, kunnen we geen enkele ontdekking doen. En het maakt het leven mooi. Nieuwgierigheid en verwondering zou gewoon een vak moeten zijn op elke school.

Hij eindigt zijn verhaal met “Kijk dus naar de sterren en niet naar je voeten. Probeer te begrijpen wat je ziet en vraag je af waardoor het heelal bestaat. Wees nieuwsgierig. En hoe moeilijk het leven soms ook lijkt, er is altijd iets wat je kunt doen en waarin je kunt slagen. Het is belangrijk dat je niet opgeeft. Laat je verbeelding de vrije loop. Vorm de toekomst.’
Woorden die het begin van zijn boek kracht bijzetten en waar ik me volledig bij aansluit.
‘Wees dapper, nieuwsgierig, vastbesloten, overkom tegenslagen. Het kan.’

Dankjewel Stephen voor al het werk dat je ondanks je beperking wist te verzetten, voor je bevlogenheid en karakter. En voor het schrijven van dit bijzondere boekje!

Monsieur l’Escargot

Monsieur l'Escargot
Het is al een paar weken geleden. Mooi weer en ik heb zin om de tuin weer aan te pakken. Dat  klinkt allemaal heel ambitieus, maar tuinieren is wel wat anders geworden dan voordat ik ziek werd. Toen kon ik me niet voorstellen wat voor mij nu normaal is. Ik had groene vingers en een moestuin. De hele zomer aten we vers van het land en dat vond ik heerlijk.

Nu kan ik dat niet meer. Moestuinieren is heel hard werken. Mijn hoofd wil het wel, maar mijn lijf niet meer. Dus zocht ik naar iets anders. Hoe zou ik kunnen genieten van mijn tuin en mijn groene vingers zonder dat ik mijn lijf daarbij te serieus belast? In mijn hoofd ontstond een tuin met weinig onderhoud en veel plezier. Maar hoe ik dat voor elkaar zou krijgen wist ik nog niet helemaal.

Het project is nog niet afgerond, maar begint wel gave vormen aan te nemen. De borders heb ik aangeplant met kruiden en bodembedekkers. Veel bloemen, inheemse planten en waar mogelijk een mooie habitat voor kleine dieren en insecten.De verschillende insectenhotels tegen de muur van de garage worden druk bezocht en als ik onkruid wied zie ik de bodem krioelen met klein grut.

Madame et Monsieur l’Escargot

Ik tuinier zittend overigens. Half zittend en half kruipend door mijn tuin lukt het me om deze in verschillende etappes netjes bij te houden. Zo nu en dan moet ik opstaan om mijn emmer te legen in de kliko. Waar ik tot mijn verrassing, een paar weken geleden, twee slakken in ontdekte. Naar alle waarschijnlijkheid zijn ze onbedoeld in mijn emmer terecht gekomen en heb ik ze met een heleboel groen zo in de vuilbak gegooid.

Een van hen heeft de val moeten bekopen met een breuk in zijn huis. De ander is wat kleiner maar verder nog wel heel. Ik besef me dat als ik ze daar laat waar ze nu zijn ze het niet zullen overleven. Zelfstandig kunnen ze de bak niet verlaten en hun lot ligt of in de grote vuilwagen of in deze veel te hete ton. Want in de zomer is de kliko een te warme plek voor de slak.

Door de beschadiging aan zijn huis zal de grootste van de twee het sowieso moeilijk hebben. Hij is een extra gemakkelijke prooi voor egels of vogels. Dus ik besluit ze te bevrijden uit hun tijdelijke gevangenis en ze in ieder geval een poosje bij me te houden zodat ze aan kunnen sterken en hun huis kunnen repareren.

Terwijl ik ze van de binnenkant van de vuilbak haal valt me op dat het geen gewone tuinslakken zijn, maar jonge wijngaardslakken. Door de kalkrijke grond in het zuiden komen ze hier voor. Je ziet ze regelmatig in de buurt van het bos. Maar ik had er nooit eerder een in mijn tuin. En nu had ik er zelfs twee! En dan te bedenken dat ik ze ook nog bijna weggegooid had.

Monsieur l'Escargot

Monsieur l’Escargot

Voorlopig blijven ze bij mij. Ik kan ze aan de jongens laten zien en ervoor zorgen dat ze groot en sterk worden. Ik besluit op te zoeken wat ze nodig hebben en bestel een klein terrarium waar ik ze in houden kan. Ik geef ze aarde, komkommer, sla en wat groen uit mijn tuin. Het geheel houd ik vochtig met mijn plantenspuit en ik bestudeer nieuwsgierig hun activiteiten.

Ze groeien als kool en het zijn grappige en nieuwsgierige wezentjes. Wanneer ik de deksel van de bak haal komen ze aansnellen, in hun eigen slakkentempo. Ze zijn niet bang en kruipen zo op mijn hand. Ook de jongens vinden ze leuk en bekijken wat ze allemaal doen en eten.

Ik besef me dat ik maar heel weinig weet van de slak. Ze zijn sneller dan ik gedacht had en ze groeien in een gestaag tempo. Eerst denk ik dat ik het mij inbeeld, maar als ik dan de foto die ik eerder nam naast die van nu leg zie ik dat ze het inderdaad best naar hun zin lijken te hebben in hun nieuwe omgeving.

Ik leer dat slakken voornamelijk nachtactief zijn omdat dat het koelste deel van het etmaal is. Om hun huis stevig te laten groeien voeg ik wat mergel toe aan de aarde in hun bak. Het werkt, de breuk is bijna niet meer te zien en hun huisjes voelen nu stevig en degelijk.

Eigenlijk was mijn plan om ze na het bezoek van de jongens weer vrij te laten. Maar ze zijn nog niet volgroeid en nog steeds een gemakkelijke prooi voor de vele vogels in mijn tuin. Die moeten ook eten, dat snap ik wel. Maar nu ik al een aantal weken voor deze twee vreemdelingen zorg merk ik dat ik aan ze gehecht ben. Dus besluit ik ze nog een tijdje te houden. In ieder geval tot ze volgroeid zijn en met hun huizen hard en ondoordringbaar. Dan hebben ze een eerlijke kans. Madame et Monsieur l’Escargot.

Natuur

natuur

In het bos dat aan ons dorp grenst zijn sinds een aantal jaren de everzwijnen terug. Everzwijnen  die in de Ardennen leven hebben zich ondanks al het beton en asfalt dat wij tussen daar en hier hebben uitgestrooid toch weer de weg weten te vinden naar ons bos. Heel leuk. Zeker als je tijdens een avondwandeling ineens wat hoort wroeten tussen de varens. Of als er plots een heel gezelschap met hoge snelheid de grub oversteekt.

Maar dan blijkt het bos ineens een hele goede habitat te zijn voor deze nieuwe gasten. Ze hebben hier niet echt vijanden, want ook de wolf is ooit verdwenen, en er is eten zat. In ons bos staan heel veel beuken en eiken en de door het zwijn zo geliefde eikels en noten zijn hier dan ook volop op voorraad.

Maar het bos heeft maar beperkt ruimte en de populatie groeit. En wat doe je wanneer je huis te klein wordt? Je breidt uit of gaat op zoek naar een nieuwe woning. De evers trekken naar de randen van het bos, waar ze de akkers grondig omploegen op zoek naar wormen of bijvoorbeeld net gezaaid maïs. En dat vinden de boeren niet fijn. Die huren daarom jagers in. Want er zijn te veel zwijnen. Het wild wordt geschoten en de dorpsbewoners vinden dat maar zielig. Totdat de beesten besluiten dat ook deze akkers geen geschikte woonruimte is. Ze trekken de nabijgelegen woonwijken in en inspecteren de voortuinen op bewoonbaarheid. 

Dat is de grens. Dat kan natuurlijk echt niet. Het bos moet wel in het bos blijven. Het wild wordt geschoten zodat wij mensen er zo weinig mogelijk last van hebben. Toegegeven, ik heb gemakkelijk praten. Mijn huis staat niet zo dicht bij het bos dat de zwijnen mijn voortuin al gevonden hebben. Maar hoe moeten we met deze natuurbeleving omgaan? Wat is natuur eigenlijk?

Volgens wikipedia is natuur ‘(de wildernis) een omgeving op aarde die nog niet is aangepast door de mens’. Met die uitspraak stellen we natuur gelijk aan de wildernis en tegelijkertijd plaatsen we onszelf, de mens, buiten die natuur. Dat natuur gelijk zou staan aan wildernis en dus door ons onaangeraakt zou moeten zijn vind ik een droevige gedachte. Dan ken ik geen enkel stuk natuur in mijn omgeving. In de Maas zijn her en der kanalen gegraven, heeft grintwinning plaatsgevonden en lozen (zeker in onze buurlanden) allerlei fabrieken koelwater en andere zooi. Op sommige plekken mag gevist worden en aan de oevers worden door mensen verschillende dieren uitgezet zoals paarden en runderen om daar wild te mogen zijn. Dat is aangepast en dus geen natuur volgens bovenstaande omschrijving.

Voor het bos geldt hetzelfde. Er wordt wild geschoten dat volgens ons te veel is en er worden bomen gekapt omdat we vinden dat er meer plek moet zijn voor nieuwe inheemse aanwas. Er zijn paden door ons aangelegd, voorzien van vrolijk gekleurde paaltjes zodat ook de toerist zonder zorgen kan verdwalen in deze ‘natuur’. Geen natuur dus.

Mijn tuin, behoeft verder geen uitleg lijkt me. Ik heb hem aangeplant met planten die ik mooi vind en er is een terras aangelegd door de vorige bewoners. Het perceel waarop ik woon bevat behalve een woonhuis ook nog een garage en een barrel. Allemaal door ons ingrijpen op wat er van nature ooit was, het moeras. Volgens Wikipedia geen natuur.

Maar als alles wat wij doen niet natuurlijk is, wat is het dan? Ligt onze oorsprong niet in diezelfde natuur? En is ons gedrag daarom dan niet ook natuurlijk? Horen onze huizen en straten en steden niet ook gewoon tot diezelfde natuur? Wij maken de fout om ons boven het natuurlijke te verheffen. Wanneer we naar ons eigen gedrag kijken vertonen wij gewoon natuurlijk gedrag.

De wedstrijd die we willen winnen, de carrière die we willen maken, het grote huis en de dure auto. Allemaal natuurlijk gedrag. Iedereen wil de koning van zijn eigen jungle zijn. Pronken met onze eigen of andermans veren. Laten zien dat we de beste partner zijn. We bewaken ons territorium met hand en tand en noemen dat cultuur. Al het andere is natuur. 

Maar de natuur is veel sterker dan wij. Een sprietje gras kan tussen twee stoeptegels een prima leven leiden en klein wild zoals vogels, muizen of amfibieën hebben zich aangepast aan onze cultuur. Ze varen wel bij alle rommel die wij achterlaten en bouwen hun nesten op onze zolder in de spouwmuur of onder de dakgoot. Zelfs in Tsjernobyl, de plek waarvan we dachten dat we echt alles stukgemaakt hadden, heeft de natuur het gewoon weer overgenomen. Wij mensen kunnen er niet leven, maar de bomen, planten en dieren in die omgeving vinden het er heerlijk toeven.

Natuurbehoud is goed. Ik vind een beetje natuur in mijn omgeving ook heel fijn. Daarom probeer ik mijn tuin zo natuurlijk mogelijk in te richten. Heb ik mijn eigen insectenhotelketen inmiddels geopend en ga ik dit weekend ook zeker bijen tellen, want Nederland zoemt.

Maar natuurbehoud is ook cultuur. Wij bepalen. Wij kappen, schieten af of zetten uit. Wij zorgen dat heide blijft bestaan en niet verbost. We proberen soorten te beschermen en stropen tegen te gaan. We leggen de visserij aan banden en proberen koraalriffen te beschermen.

Ons ingrijpen in de natuur is ten alle tijden in ons eigen belang. Net als alle andere organismen op deze planeet proberen we onze omgeving leefbaar voor ons te houden. We willen graag, terecht, zo lang mogelijk van deze blauwe knikker genieten. En dat betekent dat we het soms verprutsen maar gelukkig ook steeds vaker met zorg behandelen en behouden, dat is nu eenmaal onze natuur.

Vlaamsche buizerd

Wonderwerpen is met een goed voornemen het nieuwe jaar ingedoken. Blijven verwonderen, blijven verbazen, maar met een andere manier van werken. Minder geschrijf meer gepraat. Tekenen, fotograferen, strips. Een andere vormgeving en in ieder geval meer samenwerken. 

Dat zijn heel veel leuke inspirerende gedachten die allemaal nog op de een of andere manier vorm moeten krijgen. Deze week maakte we een begin. De oplettende lezer is het wellicht opgevallen, deze post is opgesteld door Paul en Rosalie. Samenwerken dus. En de beste plek om daar deze prachtige lenteweek mee te beginnen is buiten.

Met dit mooie weer fluiten en kwetteren de vogels weer dat het een lieve lust is. En met een beetje geluk ontdek je ook een van de mooiste roofvogels die ons land rijk is, de buizerd.

De buizerd is onze meest bekende en opvallendste roofvogel. Je ziet hem vaak langs de snelweg op een paal zitten of hoog op een thermiek schroevend in de lucht. Het is een imposante verschijning en ook als hij niet meteen gezien wordt maakt hij zich vaak toch bekend door zijn kenmerkende geluid.

Wanneer ik het hoor kijk ik altijd omhoog, de meestal blauwe lucht afspeurend op een teken van deze prachtige gracieuze grote rover. Zie je er een dan zie je er vaak meerderen, draaiend op de thermiek van een warme voorjaars- of zomerdag. 

Niet zelden zijn ze in het gezelschap van kraaien. Hoewel gezelschap… De kraai is voor de duvel niet bang en wanneer hij vermoedt dat de buizerd uit is op zijn jongen gaat hij er als een razende achteraan. Hij achtervolgt de buizerd, samen met wat soortgenoten, net zolang tot hij het opgeeft en verder vliegt. 

Ik kijk graag naar ze als ze door de lucht zweven. De sierlijke bewegingen die ze maken lijken weinig inspannend te zijn. Het lijkt bijna alsof ze drijven op de lucht, steeds hoger en hoger. Ik probeer me voor te stellen hoe ze de wereld onder hen waarnemen. Wat een uitzicht moet dat zijn!

Dat ik niet de enige ben die graag naar deze prachtige vogels kijkt blijkt deze week wel. Het is heerlijk weer, de terrassen stromen vol en de tuincentra doen goede zaken. Paul geniet samen met zijn Maike van een heerlijk zonnetje en dan is daar ineens dat geluid…
Een buizerd! Waar bevindt hij zich? Zoekend naar dit mooie beest speurt hij de hemel af.

Paul twijfelt niet en neemt met zijn iPhone op wat hij hoort. Hij deelt het geluidsfragment met mij. Het verschijnt als bericht op mijn scherm, zonder begeleidende tekst. Dat is zo leuk aan het verwonderen. Het delen van je ervaringen, zodat je elkaar kunt meenemen, verrassen en verbazen. Gewoon, zomaar, zonder speciale reden.
Het delen van elkaars verwonderingen leert je kijken door andermans ogen. Het verrijkt, verrast en inspireert. En die inspiratie zette mij aan tot een nieuwe Wonderwerpen. Een wonderwerpen waarin we samenwerken. Audio van Paul en tekst van Rosalie.

Luister naar wat Paul en Maike meemaakten in hun tuin. Wat ze ontdekte en hoe dingen niet altijd zijn wat ze lijken.

De Vlaamse buizerd, wonderlijk gaaf beest!

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑