CategoriePsychosofie

Tijd

Behalve interesse in de wetenschap, ben ik ook nieuwsgierig naar het verleden. Geschiedenis is een bijzonder gegeven. Door alles wat met eerder opgeschreven, gebouwd of geschilderd heeft weten we nu hoe het toen moest zijn geweest. Wat mensen aten en waar ze over nadachten. De theorieën die ze ons schonken waardoor we nu verder kunnen denken dan we ooit voor mogelijk hielden. Geschiedenis maakt op die manier een belangrijk deel uit van ons heden. En ons heden dient dan weer als geschiedenis voor onze toekomst. Zo verloopt tijd in een rechte lijn alsmaar vooruit, denken we.

Ik denk niet dat ik de enige ben die wel eens een kijkje zou willen nemen in de wereld van een paar honderd jaar geleden. Of nog veel verder terug. Stel je nu toch eens voor dat we niet de aarde hoeven omploegen op zoek naar resten van een eerder bestaan. Maar dat we er gewoon een kijkje konden nemen en zo precies te weten konden komen hoe alles er uitzag, rook en voelde. Dat zou kennis zijn die voor menig archeoloog en paleontoloog van onschatbare waarde zou zijn.

De theorie zegt dat als we ons sneller bewegen dan een ander onze tijd langzamer zal verstrijken dan de tijd van degene die zich langzamer beweegt. In het dagelijks leven merken we daar niks van. Maar stel dat we zouden kunnen reizen met bijvoorbeeld de snelheid van het licht dan zouden we veel jonger terugkeren dan de achterblijvers. Zo bezien reizen we dan in de tijd. Er is echter een probleem. Je kunt wel vooruit op deze manier, maar niet achteruit. Achteruit, zo hebben de grote denkers bedacht, kan alleen wanneer we sneller dan het licht kunnen reizen. Maar Einstein heeft ons geleerd dat dat onmogelijk is. Er is niets dat zich sneller dan het licht kan verplaatsen en dus is er ook niets dat terug in de tijd kan reizen. Aan die natuurwet valt niet te sleutelen.

Maar we kunnen er wel een omweg voor bedenken. En die omweg zijn we ‘wormgat’ gaat noemen. Doordat we tijd net als ruimte als een dimensie zijn gaan beschouwen moet het ook mogelijk zijn die dimensie te vervormen. Zie het als een vel papier. Neem bijvoorbeeld een A4 wanneer je over de lange zijde van het A4 van de ene rand naar de andere rand wilt reizen moet je minimaal 297 mm overbruggen. Dat is de een rechte lijn van links naar rechts en dus de kortste route. Het is onmogelijk deze afstand te verkorten, tenzij je het A4 vouwt en de twee tegenoverstaande zijden naar elkaar toebrengt. Je kunt de afstand tussen a en b zo verkorten tot bijna 0 mm. Je hebt de ruimtetijd verbogen en kunt nu veel sneller dan eigenlijk mogelijk is jezelf verplaatsen van de ene naar de andere zijde. Zo zou je op grote schaal ook kunnen reizen tussen het nu en enig welk punt in de toekomst óf het verleden. Theoretisch gezien moet het dus kunnen. Maar kan het logisch ook?

Ik denk daar al een tijdje over na. Stel dat het voor mij mogelijk is een reisje te maken naar de middeleeuwen. Dan kom ik daar aan en dan zal alles wat ik daar doe gevolgen hebben voor de toekomst. Ik ken die toekomst, want ik maak deel uit van die toekomt. Alles wat zich dus in het verleden heeft afgespeeld heeft invloed op de toekomst. Alles wat zich in het verleden heeft afgespeeld maakt dat ik besta. Dus als mijn toekomstige ik naar het verleden reist dan maakt het niet uit wat deze daar gaat doen. De toekomst ligt immers al vast, want ik besta. Dus datgene dat ik in het verleden aanricht moet ervoor gezorgd hebben dat ik besta en in de toekomst het verleden kan bezoeken zodat ik daar doen kan wat ik daar moet doen om ervoor te kunnen zorgen dat ik in de toekomst geboren wordt. Zo bezien heeft niet alleen het verleden invloed op het heden, maar heeft de toekomst ook invloed op zijn verleden dat dan weer mijn heden kan zijn. Je komt zo in een onmogelijke gedachtekronkel terecht en kunt daaruit eigenlijk maar een conclusie trekken en dat is dat de vrije wil, mocht dit allemaal mogelijk blijken, simpelweg niet bestaat.

Dat de vrije wil niet bestaat is geen nieuw idee. We vinden het geen prettig idee, maar het is geen onmogelijk idee. Maar er is nog iets dat het geloof in de mogelijkheid van tijdreizen moeilijk maakt. Stel we kunnen heen en weer. Dan zouden we in de toekomst kunnen gaan kijken om te zien hoe we problemen waar we nu geen oplossing voor weten op kunnen lossen. We zouden stoppen met uitvinden en stoppen met redeneren, want we kunnen de oplossing gewoon gaan bekijken. Maar als ons huidige zelf besluit niet meer uit te vinden, te wonderen of te ontdekken, dan is het zeer onwaarschijnlijk dat onze toekomstige versie oplossingen klaar heeft liggen voor onze huidige problemen. Of het mogelijk is om tijd te reizen is dan ineens geen interessante vraag meer. De vraag wordt dan meer of het wel goed voor ons is om te ontdekken hoe dat moet. Zelf denk ik van niet. Ik denk dat het niet goed met de mensheid zou gaan wanneer we nu achterover gaan leunen omdat we denken in de toekomst de oplossing voor onze problemen kunnen vinden. Maar slechte dingen staan niet gelijk aan onmogelijke dingen. Dus dat verkleint de kans op de mogelijkheid van het tijdreizen verder niet. Ook het wel of niet bestaan van de vrije wil is daarin geen factor.

Of ik denk dat tijdreizen mogelijk is? Persoonlijk denk ik dat het gewoon mogelijk moet kunnen zijn. We hebben genoeg aanwijzingen en aantoonbare zinnige experimenten die zeggen dat het kan. Vooruit reizen kunnen we in ieder geval al. Ook al zijn het dan maar Nanoseconden of op zijn hoogst minuten, het kan. En als het vooruit kan, zie ik geen enkele reden waarom het niet ook achteruit zou kunnen. Maar ik hoop, hoe graag ik ook eens een kijkje zou willen nemen in de tijd van Napoleon of aan het hof van Versailles, van ganser harte dat we er nooit achter zullen komen. Het verleden is het verleden en de toekomst de toekomst. En nu schijnt de zon….

 

 

Van alles get

Van alles get: KeuzestressOp mijn wekelijkse tripje richting Valkenburg kom ik onder andere door het dorpje Berg en Terblijt.  Aan de Rijksweg prijkt het uithangbord van brasserie/restaurant ‘Van alles get’. De naam van dit restaurant laat me niet los.

‘Van alles get’ is Limburgs voor ‘van alles wat’. Ik probeer me te bedenken welk concept hier achter steekt. Het lijkt alsof de uitbaters geen keuze hebben kunnen maken en dan maar van alles wat zijn gaan doen.
Of is het de bedoeling dat je er heel veel verschillende dingen door elkaar gaat eten? Dat de ober aan onze tafel staat met de vraag of we een keuze hebben kunnen maken en dat wij als hongerige klanten dan zeggen: “Nou nee, eigenlijk niet. Weet je wat, doe maar van alles wat.”

Ik besef me dat naar alle waarschijnlijkheid de mensen van ‘Van alles get’ het idee willen wekken dat er op deze plek voor ieder wat wils te bestellen is. Dat is heel sympathiek maar worden we blij van zoveel keuze of is het makkelijker wanneer de keuze beperkter is?
Hoe zit het eigenlijk met kiezen? Hoe doen we dat? En is meer altijd beter?

Uit onderzoek blijkt dat meer zeker niet altijd beter is. We worden ongelukkig als we niets te kiezen hebben. Dan hebben we het gevoel dat ons dingen door de strot geduwd worden waar we helemaal geen zin in hebben. Maar we worden evenzo ongelukkig bij een overdaad aan keuze. Dan kunnen we door de hoeveelheid informatie die ons geboden wordt ook geen keuze maken.

Het jamexperiment van Lyengar & Lepper laat zien hoe dit werkt. Ze richtte in een supermarkt 2 kraampjes in. Het ene kraampje toonde 6 verschillende smaken jam en het andere maar liefst 24! In eerste instantie trok de kraam met 24 smaken de meeste toeschouwers. Veel keuze heeft dus wel degelijk een bepaalde aantrekkingskracht op mensen. Maar van de mensen die zich aan de kraam met 6 smaken bevonden kocht maar liefst 30% een potje jam, terwijl maar 3% van alle mensen aan de kraam met 24 smaken een keuze konden maken. Meer keuze is dus gewoon lastiger.

Hoewel het maken van de juiste keuze dan misschien wel wat lastiger is, zegt dit natuurlijk nog niets over hoe tevreden mensen zijn met de keuze die ze gemaakt hebben. Bij een te groot aanbod lopen we tegen een aantal problemen op. Op de eerste plaats is het lastig, zo niet onmogelijk, om voldoende informatie te verkrijgen om een weloverwogen besluit te nemen. We zijn eigenlijk al ontevreden over onze keuze voordat we hem gemaakt hebben. Daarnaast gaan onze verwachtingen vaak omhoog wanneer de keuze groot is. Teleurstelling ligt op deze manier flink op de loer. En als blijkt dat mensen zichzelf bij een overschot aan keuze de schuld geven dat ze het verkeerde gekozen hebben. Immers, met zoveel mogelijkheden zou de perfecte keuze er toch tussen moeten zitten.

Veel keuze leidt uiteindelijk vaak tot het niet kunnen nemen van een beslissing. Het maakt ons onzeker en ongelukkig. Keuzestress bestaat!

Te weinig is niet goed maar te veel blijkt ook geen oplossing. Misschien had mij oma dan toch gelijk wanneer ze zei dat alles waar ‘te’ voor staat niet goed is.

‘Van alles get’, misschien ga ik er toch een keertje kijken…

De toekomst van herinnering

De illusie van het geheugen, boek, Julia Shaw

Herinnering is wat maakt wie we zijn. Het stelt ons in staat problemen op te lossen en creatief te denken. We leren doordat we dingen onthouden. Maar we onthouden lang niet alles en dat wat we wel onthouden is niet altijd correct. Zo bleek afgelopen dinsdag tijdens een lezing van Julia Shaw, psychologisch wetenschapper.

Hoe ziet de toekomst van ons geheugen eruit?
De vraag is of geheugen, jouw geheugen, gehackt kan worden. Wat is geheugen eigenlijk en kunnen we dat sturen?

Er zijn verschillende manieren van herinneren. En hoe langer geleden iets heeft plaatsgehad hoe gekleurder de herinnering. Een echte objectieve herinnering bestaat wetenschappelijk dan ook niet. In principe leven we allemaal in ons eigen ‘augmented reality’.

Maar wat zijn dat dan eigenlijk, herinneringen? Heel precies weten we dat nog niet. Wat we wel weten is dat ons brein flexibel is. De neuronen, of zenuwcellen, in ons brein zijn constant in ontwikkeling. Als je ’s ochtends opstaat ben je werkelijk herboren, ook al voelt dat niet altijd zo. Je bent niet meer de persoon die ’s avonds in bed gekropen is. Tijdens je slaap maken neuronen nieuwe verbindingen en breken ze oude af. Die verbindingen, of beter nog de impulsen die daardoor kunnen stromen, zijn onze herinneringen. Heel abstract. Onze ziel zit dus gevangen in de elektrische pulsen tussen de cellen in ons brein.

Shaw heeft zich gespecialiseerd in ‘False memories’ of zoals het denk ik in het Nederlands zou heten ‘Valse herinneringen’. False memories zijn herinneringen die iedereen van ons heeft. We herinneren ons dingen die nooit plaats gevonden hebben of zaken die wel hebben plaatsgehad maar waarbij jezelf niet aanwezig was terwijl de levendige herinnering zegt van wel. False memories zijn niet fout. Een herinnering is een herinnering en die is niet goed of fout, die is er gewoon. Maar een herinnering kan niet kloppen met de werkelijkheid. Al ben je er zelf nog zo van overtuigd dat het echt zo is, kan het toch anders zitten. In die zin is de desbetreffende herinnering dus vals.

Een interessant onderwerp. Want als wij ons dingen echt kunnen herinneren die niet, of niet zo, hebben plaatsgevonden. Is het dan misschien ook mogelijk dat iemand anders ons dingen doet geloven op een manier zodat het voor ons een echte herinnering wordt, ook als het nooit zo gebeurde…

Shaw’s focus ligt met name op forensisch onderzoek en dat is logisch denk ik. Want wanneer oom agent je van alles op de mouw kan spelden kun je beticht worden van een misdaad die je nooit begaan hebt en, erger nog, het zelf geloven. Dus is het heel belangrijk dit soort zaken te testen. Welke vragen kunnen tijdens een verhoor leiden tot ‘valse herinneringen’ bij zowel getuigen als mogelijke daders?

Om daar achter te komen startte Shaw een onderzoek. Ze verzocht een aantal studenten hieraan mee te doen.  Shaw vertelde wel dat het ging om een geheugen onderzoek, maar niet dat dit betrekking had op valse herinneringen. Ze won wat informatie in bij de ouders van deze studenten, terwijl de studenten daar van op de hoogte waren. Met deze informatie verzon Shaw zelf een klein vergrijp zoals bijvoorbeeld een uit de hand gelopen ruzie. In dit voorval klopte een aantal dingen, zoals bijvoorbeeld woonplaats en namen van vrienden. Maar het vergrijp had nooit plaats gehad. Wat bleek, 70% van de studenten die meewerkte aan dit onderzoek konden zich uiteindelijk het vergrijp voor de geest halen. Een deel daarvan zelfs met veel zeer nauwkeurige details. Dit vergrijp had zeker nooit plaatsgehad en toch wisten de studenten zeker dat het gebeurt was. Sommigen bleven, zelfs nadat hen bekend gemaakt werd waar het onderzoek werkelijk om ging, bij hun standpunt. Want ze konden het zich zeker herinneren, ze waren er immers zelf bij geweest.

Shaw bewees hiermee dat we niet blindelings onze herinneringen kunnen vertrouwen. Met de tijd vervagen ze. We maken ze wat mooier dan het werkelijk was of herinneren ons dingen die er sowieso niet waren. Daarnaast worden er ook bepaalde standpunten in ons brein gepropt door verschillende media, sociale en (inter)nationale. Behalve dat we niet altijd moeten geloven wat een ander zegt, kunnen we dus ook niet altijd vertrouwen op wat we zelf menen te weten.

Om te voorkomen dat we met deze gedachten in een complete existentiële crisis belanden. Heeft Shaw wel nog een positieve noot. Het kleuren van onze herinneringen geeft ons over het algemeen een prettige blik op het leven. Dit gegeven zorgt er ook voor dat we creatief kunnen zijn,  het helpt ons bij het oplossen van complexe problemen en geeft ons inzichten.

Het ons ervan bewust zijn dat hetgeen we ons, hoe levendig ook, herinneren niet altijd de waarheid hoeft te zijn kan ons ook beschermen. Nu we weten dat anderen mogelijk herinneringen in ons aan kunnen zetten die er nooit geweest zijn zou ons kritisch en alert moeten maken.

Daarnaast weten we nu dat onze herinneringen naarmate we langer van de gebeurtenis verwijderd raken op den duur zullen veranderen. Belangrijke momenten kunnen we daarom het beste meteen opschrijven, voordat we er met iemand over gesproken hebben. Zo houden we de herinnering in zijn puurste vorm vast. 

Conclusie van dit alles. Onze geest is flexibel, al weten we niet precies wat dat dan is, geest. Het maakt ons creatief en oplossingsgericht, maar het kan ook zorgen voor verkeerde en gekleurde herinneringen. Dat is niet erg. Toch is het belangrijk dat we er ons van bewust zijn dat alles wat we weten gekleurd wordt door de wereld om ons heen. Onze westerse blik is niet superieur, ook al wordt dat wel eens als zodanig verkocht.

Schrijven, dat is belangrijk. Vastleggen wat belangrijk voor je is voordat je eigen hersenpan een loopje met je neemt. Wie schrijft, die blijft is niet uit de lucht gegrepen.
Ik voel me na deze avond extra gezegend met het talent te kunnen dansen over mijn toetsenbord.

Oorverdovende stilte

Helden heb ik niet. Ik vind dat maar een vreemde en enigszins onderdanige omgang. Dat zou betekenen dat ik iemand veel beter acht dan mijzelf. Dat is niet de manier waarop ik in het leven sta. Ik vind het bijna slaafs. Alles wat de held doet wordt als goed en zelfs beter gezien door de opkijkende. Het gaat richting slaaf-meester. Een concept dat failliet is, lijkt mij. Ik geloof wel in respect. Iemand die mooie muziek maakt, zinnige dingen onderzoekt en daardoor zinnige dingen zou kunnen zeggen. Dat is het hoogst haalbare dat in mijn wereld haalbaar is.

Ik had voor mijn opa enorm veel respect. Wat was dat een erudiete man en wat heb ik nog steeds enorm veel respect voor hem. Ik mis opa Jansen dagelijks. Ik hing aan zijn lippen wanneer hij op zijn kenmerkende manier ging uitleggen hoe de natuur werkte. Een enorm intelligente man die door zijn rust en kennis enorm veel indruk op mij maakte. Op zondag pakte ik uit zijn kast een boek over dieren. Ik bladerde er door en alle foto’s werden van commentaar voorzien door opa. Op een rustige, verhalende en grappige manier voorzag hij de pagina’s van commentaar. Hij intrigeerde mij waardoor ik over de dieren boeken leende bij de bibliotheek. Dan kon ik de volgende zondag zelf ook wat vertellen over de dieren.

Zijn mooiste uitspraak was: “de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens”. Vele jaren later begon ik de betekenis van deze prachtige oneliner te doorzien. Hij is ook van toepassing op mijn bijdrage op onze site. Ik wil zo graag meer schrijven. Ik wil zo graag vertellen over de mooiste boeken die ik lees. Of over de geweldige gesprekken die ik met vrienden heb. Over de manier hoe Rosalie mij elke keer weer weet te boeien. Over hoe bijzonder de vriendschap is tussen ons. Maar het lukt me niet.

Ik ben sinds 2015 afgekeurd voor het leven. Omdat ik een spierziekte heb waar van geen verwachting is dat het beter zal gaan worden. Spreek deze woorden maar uit en laat de zwaarte ervan tot je doordringen. Ik ben 46 jaar en voor de rest van mijn leven kan ik niet meer werken omdat ik een vrij onbekende spierziekte heb die inderdaad nooit meer beter wordt. Sterker nog, elke maand merk ik dat ik weer een stukje kwaliteit van leven heb moeten inleveren. Helaas zijn er geen vooruitzichten op genezing. Dus doen we niets anders dan het bestrijden van de symptomen. Ik wil jullie graag vertellen dat ik me er niet door uit het veld laat slaan. Dat ik positief ben en enorm geniet van het leven. Ik barst van de plannen, en ideeën. Ik neem me elke dag weer voor om stukken te schrijven.

Helaas is de waarheid weerbarstiger dan mijn plannen. Ik ben zo moe van die irritante pijnen. Moe van de bizarre medicatie die ik slik om de pijn te bestrijden. Daardoor is het voornemen om te schrijven de weg naar de goede voornemens. Ook hier had opa gelijk. Ik geniet van de verhalen die Rosalie op de site zet. Ik ben licht jaloers omdat ik weer te suf ben om iets te schrijven, omdat de pijn door mijn lichaam giert en ik dat weer bestrijd met een verse portie morfine. Ik zie roze olifantjes door de slaapkamer dansen en dat is heel gezellig, maar een ramp voor het schrijven. Heb alsjeblieft geen medelijden met me. Daarom schrijf ik dit niet. Ik heb geen medelijden nodig want ik red het prima en ben en blijf positief. Het is meer een duiding voor jullie lezers. Dat jullie snappen waarom het oorverdovend stil is vanuit deze helft van de oprichters dezer site.

Over vriendschap en verstrengeling….

Over vriendschap en verstrengeling... Paul en Rosalie

Vrienden, ze komen in allerlei soorten. Zelf ben ik totaal niet selectief als het om de verpakking gaat,… maar wel erg kritisch op de inhoud.
Sommigen zijn aardig. Leuk om mee om te gaan, maar verder wat oppervlakkig. Kennissen zeg maar. Anderen zijn vrienden, goede vrienden, beste… noem het maar.
Maar soms, heel soms is er nog iets anders. En als je veel geluk hebt kom je dat tegen. Een vriendschap die in geen enkel hokje past en zo mooi is dat je zeker weet, dit is voor altijd. Hier gaat niks meer tussen komen.

Wat heeft dat dan met quantumfysica te maken?
Misschien is de overeenkomst wel dat je er niets van begrijpt maar dat je zeker weet dat het helemaal klopt.
Daarnaast is het ook nog zo dat juist dat hele kleine me enorm boeit, waardoor ik die vergelijking gemakkelijk trek. Sowieso zit er veel overlap tussen groot en klein. Bekijk de schematische weergave van een atoom en het lijkt alsof je naar een klein zonnestelsel kijkt. Dus waarom dan niet nog kleiner gaan en kijken wat er op het niveau van de elementaire deeltjes gebeurt en hoe dat wellicht ook lijkt op de grotere zaken in ons leven.
Misschien is de mens wel voorgeprogrammeerd om overal een oorzaak en een logisch gevolg in te zoeken. En wellicht heeft het een geen donder te maken met het ander maar frappant is het natuurlijk wel.

Afgelopen week was ik op visite bij Paul. ‘Is dat bijzonder?’ zul je denken? Ja, dat is best bijzonder kan ik je vertellen. Paul en ik zijn aan het einde van oktober 2017 tegen elkaar aangebotst, als twee elementaire deeltjes zeg maar. Ik was online opzoek naar enige houvast in mijn idiote bestaan en Paul was zo lief geweest dat alles op te pennen in zijn blog. Niet per se voor mij natuurlijk, maar toch.

Ik heb er eerder al eens over verteld.
Een tijdje bleef onze vriendschap een online contact. Heel gek eigenlijk, want dat past helemaal niet zo bij mij. Maar het klikte onwaarschijnlijk en we raakte aan een ongelofelijk lange babbel die nog altijd voortraast. Een beetje zoals de storm die Jupiter al minstens 300 jaar in zijn greep houdt.
Ergens in januari van dit jaar besluiten we het online contact om te zetten in een fysieke ontmoeting. Beiden niet fit door wat medische kwesties, lukt het ons toch af te spreken.

Want ook al zijn we inmiddels uitzonderlijk goede vrienden, de kleine 200 km die tussen ons beider huizen zit wordt daar toch niet korter van. Ik reis samen met mijn man hun kant op en wij verblijven twee nachten in een hotel om weer bij te tanken zodat we de terugreis veilig konden maken.

We ontmoeten elkaar voor het eerst live en wat we eigenlijk al lang wisten wordt hier normaals bevestigd. Dit is een hele mooie bijzondere vriendschap waar geen speld meer tussen te krijgen is en die in geen enkel hokje passen wil. Hoe het zo gebeuren kan weten we niet, maar het klopt gewoon aan alle kanten.

Nu hoor ik je denken ‘Dat is een fantastisch verhaal, maar wat heeft dat met quantum te maken?’. Heel veel en heel weinig.
Paul en ik praten over alles, echt alles. Wat ons boeit, verbaast, waar we verdrietig van worden en vrolijk.
Deze week, terwijl we buiten een lekker ontbijtje in het ochtendzonnetje genoten, kwam het luchtige onderwerp van de verstrengeling boven drijven. Hoe zit dat dan precies? Het is allemaal zo ingewikkeld of misschien toch niet…

Op het niveau van de quantum werken dingen anders dan dat wij gewend zijn in de klassieke wereld (lees: de wereld die we met het redelijke blote oog kunnen waarnemen). Vergelijk het met de allegorie van de grot van Plato. De klassieke wereld is de schaduw op de muur van de grot waar de geketende bewoners van die grot naar kijken. Hun werkelijkheid bestaat dus enkel uit schaduwen van de werkelijke werkelijkheid. De quantum wereld is de werkelijke werkelijkheid. Het zijn de objecten achter de geketende bewoners van de grot, die voor de schaduwen op de muur zorgen.

In de quantum wereld kunnen er dus dingen gebeuren die wij onlogisch vinden of waarvan we niet precies weten hoe of waarom het zo gebeurt. We leren steeds meer, maar zien vooralsnog toch nog vooral de schaduwen op de muur van de grot. Hieruit moeten we dan proberen te achterhalen hoe het echt zit. Met nauwkeurige metingen ontdekken we het een en ander, en ook al begrijpen we nog niet zo goed waarom, we weten dat het zo is.

Wat is dan verstrengeling? Ik zal het proberen zo simpel mogelijk uit te leggen.
Wanneer twee elementaire deeltjes van dezelfde soort per ongeluk, zonder enige reden, met elkaar in botsing komen (zoals ook Paul en Rosalie op enig moment onverwacht op elkaar klapten) wisselen ze eigenschappen uit. Ze worden een beetje familie. De een koopt een Macbook en de ander probeert misschien toch eens een stukje kaas. Je zit op dezelfde golflengte en je luistert en leert van elkaar.
Laten we zeggen dat deze elementaire deeltjes beiden een eigen kleur hebben. We geven deeltje R de kleur rood en deeltje P bijvoorbeeld groen.

Wanneer ze elkaar tegenkomen, of botsen, wisselen ze dus eigenschappen uit. Ze babbelen wat over van alles en nog wat en worden vrienden. R wordt daardoor ook een beetje groen en P een beetje rood. Ze besmetten elkaar met hun enthousiasme voor een bepaalde kleur, zoiets.
Nu hebben we dus twee deeltjes met dezelfde eigenschappen voor kleur. Ze zijn namelijk beiden nu rood/groen. Hun vriendschap is zo hecht geworden dat het nu lijkt alsof ze familie zijn (wie zal het zeggen, misschien is dat ook wel zo).

Maar net als met elke vriendschap, is er een tijd van komen en een tijd dat je toch ook weer moet gaan. Hoe gezellig het ook is en hoe vaak deze bijzondere vrienden elkaar nog zullen treffen, uiteindelijk gaan ze beiden toch weer gewoon netjes naar huis.
Echter thuisgekomen, na dit mooie weerzien, blijkt dat R permanent eigenschappen van P heeft overgenomen en vice versa. Ze hebben elkaar op elementair niveau beïnvloed. En mooier nog, hoe ver je ze ook uit elkaar haalt. Al stop je er hele melkwegstelsels tussen, ze blijven elkaars eigenschappen bezitten. Zowel R als P blijven voor altijd rood/groen.

En, nu komt het mooie, ze blijven met elkaar verbonden. Hoe ver je ze ook uit elkaar haalt. Want wat blijkt, wanneer je deeltje R dwingt kleur te bekennen (omdat deeltjes nu eenmaal niet rood en groen tegenlijk kunnen zijn) en R geeft aan rood te zijn, dan wordt P onmiddellijk groen. Echt meteen, op slag, niks aan te doen. Sneller dan het licht kan reizen. Als R rood is, is P groen. Zo houden ze elkaar in balans voor altijd, ongeacht afstand. En dat is wat we in de Quantum wereld verstrengeling noemen (en in de klassieke, vrienden voor het leven).

Homo aquarius

Mensen zijn bijzondere wezens. Ik kijk er graag naar.
De mens beschouwt zichzelf als superieur aan alle andere organismen op deze planeet, maar gedraagt zich daar zelden naar. Zo ook de homo aquarius.

Regelmatig ga ik, omdat ik ervan geniet en probeer een beetje fit te blijven, zwemmen en zweten in een wellnesscentrum bij ons in de buurt. Naast dat ik er enkele rondjes zwem en hier en daar een saunagang meepik, hang ik ook geregeld wat aan de rand van het zwembad. Rustig dobberend en een beetje rondkijkend.

Behalve dat het lichaam van de watermens er toch soms wat vreemd bij hangt in zo een zwemoutfit, valt het me op dat dit zoogdier zich significant anders gedraagt dan zijn ‘landgenoten’. Volwassen exemplaren gedragen zich verwonderlijk jeugdig en lijken daarbij niet in de gaten te hebben dat hun gedrag hun leeftijd niet meer past.

Zo zie ik geregeld volwassen vrouwelijke exemplaren die een wijdbeense handstand te water maken. Ik kan vast verklappen dat dit uitzicht verre van charmant is.

Mannelijke soortgenoten maken dan weer liever een bommetje, waarbij een serieus deel van de inhoud van het bad over de rand klotst en daarnaast ook ongewenst een aantal soortgenoten overspoeld. Van de serene rust waarvan anderen proberen te genieten lijken deze heren verder geen last te hebben.

Daarnaast zijn er exemplaren die blijkbaar zó belangrijk zijn, dat ze zelfs tijdens een ontspannen plons niet zomaar onbereikbaar kunnen zijn. Met smartphone ter hand betreden ze het zwembad. Of het de levensduur van hun apparatuur verder ten goede komt weet ik niet, maar een vreemd gezicht vind ik het wel. Ik probeer me voor te stellen welke functie zij in hun dagelijkse landleven moeten bekleden om zo onmisbaar te zijn. Waarschijnlijk dienen ze het landsbelang op een wijze die voor mij onvoorstelbaar blijft.

Ook fraai is het wanneer mannelijke en vrouwelijke exemplaren pogen samen te water te gaan. Bij sommigen van hen lijkt er sprake te zijn van een onwaarschijnlijk grote aantrekkingskracht. Deze mannetjes en vrouwtjes klonten dan samen. Met enige regelmaat komen deze in grote getale naar het water en dan doemt er een verschijnsel op dat nog het meest weg heeft van de paddentrek. De watermensen werkzaam bij dit etablissement proberen deze plakkers vanaf de kant weer los te weken, helaas zonder al te veel resultaat.

Ook wanneer de homo aquarius zich weer ter land begeeft gaat het niet altijd goed. Eenmaal in het saunagedeelte aangekomen wordt al vrij snel duidelijk dat het de bedoeling is dat de zwemkleding hier aan een haakje of in een kluisje achtergelaten wordt. Toch lijkt het erop dat er iets niet helemaal in orde is met het gezichtsvermogen van enkelen. Zij blijven vrolijk met badkleding en al rondhuppelen in een ruimte waar alle anderen dat duidelijk niet doen. Persoonlijk zou ik me erg ongemakkelijk voelen in dat stukje spandex terwijl de rest blijkbaar gemakkelijk zonder kan.

Maar er is niets dat zo effectief mijn mondhoeken doet opkrullen als enkele jongvolwassen, waarschijnlijk ietwat preutse, mannetjes die, volledig gemummificeerd door hun handdoek, de stoomruimte betreden. Door de warme stoom die deze hele ruimte vult is het er onwaarschijnlijk vochtig. Een handdoek omslaan voor het betreden van deze ruimte is dan ook compleet overbodig en zelfs erg onhandig. Waarschijnlijk hebben ze het voorbeeld gevolgd van een of andere late night soap waar alles keurig wordt toegedekt. En komen ze nu volledig afgetraind en gehuld in een roze handdoek tot op de enkels zeer zelfverzekerd deze ruimte binnen.

Oordelen over het wel en wee van mijn medemens doe ik niet. Maar ik bezie het graag van een afstandje en verwonder mij…

Woorden zien

“He Paul? Jij bent toch ziek?”” Ja”, antwoord ik. “Wat heb je precies dan?” Juist, zo gaan vaak gesprekken. Ik vind het ook totaal geen probleem om uit te leggen wat er met aan de hand is. Hoe weten mensen dan je ziek bent, zal je je afvragen. Nou, de rolstoel is een duidelijke aanwijzing. Om te vertellen in mijn eigen woorden laat ik jullie mijn optreden op de Pecha Kucha Night in Veenendaal. Pechawat? Pecha Kucha! Wacht ik maak het even wat makkelijker voor je:

Pecha Kucha (ぺちゃくちゃ) is een concept voor het houden van korte, creatieve presentaties. De naam stamt af van een Japans woord voor ‘prietpraat’. Bij een Pecha Kucha- evenement presenteren de deelnemers een diavoorstelling van twintig afbeeldingen in een totale tijd van 6 minuten en 40 seconden. Elke afbeelding wordt precies 20 seconden getoond. Deze eisen dwingen tot creativiteit en het to the point zijn. Er zijn geen inhoudelijke restricties, meestal gaat het om een product of een idee. Een Pecha Kucha-evenement kent doorgaans veertien deelnemers. De deelnemers (en een deel van hun publiek) komen doorgaans uit de wereld van design, architectuur, fotografie, kunst, wetenschap en andere creatieve gebieden.

En mijn woorden zien er zo uit:

Wonder wat?

Verwonderen is het begin van inzicht....Wat heeft jullie site een rare naam? Moet dat niet onderwerpen zijn of iets met wonderen? Driewerf JA! Jullie hebben helemaal gelijk. De naam van de site is eigenlijk een typo. Die maken we aan de lopende band in dit snelle app wereldje waar we in leven. Maar soms, heel soms, is een typo zo mooi dat het een geweldig mooi woord oplevert. En dat woord lieve lezers is wonderwerpen.

Wonderwerpen gaat over wonderlijke onderwerpen. Over de kunst van het verwonderen over de vragen die geen antwoord behoeven maar slechts tot nadenken zetten. Het zou een groot compliment zijn als binnen een paar jaar wonderwerpen een officiële contaminatie is geworden! Zo mooi is taal, continue in beweging, steeds aan het evolueren. Naast de contaminatie vind ik een synoniem ook helemaal best trouwens.

Wie zitten er achter Wonderwerpen? Een man en een vrouw, evenwicht alom dus! Paul is 45 en Rosalie is 37. Samen heffen zij verwonderen tot een schone dagtaak. Wij nemen jullie mee op een reis door nieuws, techniek, boeken, films, astronomie, gastronomie en al het anders mooi. Over hoe wij elkaar hebben leren kennen zullen ook wat blogs gaan. Dat was namelijk ook verwonderlijk!

Veel leesplezier!

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑