Buckminster Fuller. Doet het een belletje rinkelen? Nee? Bij mij ook niet. Totdat ik onlangs een documentaire van de BBC, uit 1964, met de klinkende naam ‘The world of Buckminster Fuller’ zag en kennis maakte met een heel bijzonder mens.

Fuller noemt zichzelf ‘ontdekker van structuren’. Al in 1927 belooft hij zichzelf zijn best te gaan doen om de werkzame principes van het universum te ontdekken en ze te delen met zijn medemens. Afgaande op de inhoud van deze prachtige documentaire is hem dat ook aardig gelukt.

Hij stort zich op vormen. Als uitgangspunt neemt hij de regelmatige veelvlakken. Een regelmatig veelvlak is een veelvlak waarvan de zijvlakken congruente regelmatige veelhoeken zijn. Regelmatige veelvlakken zijn convex en alle hoeken tussen de vlakken zijn onderling gelijk. Er bestaan vijf regelmatige veelvlakken. De kubus is het bekendste voorbeeld.

Maar er is iets met die kubus. Het is volgens Fuller geen structurele integriteit. Wanneer je een kubus opbouwt uit alleen zijn ribben is het een heel onstabiel geheel. Je moet er dwarsliggers aan toevoegen om het stevigheid te geven. Wanneer je die dwarsliggers verwijdert valt de kubus als een pudding ineen, terwijl de dwarsliggers tezamen nog steeds hun vaste vorm aanhouden.

Wat overblijft noemen we een tetraëder, samen met zijn neefjes octaëder en icosaëder vormen zij naar Fullers zeggen pure vormen die wel structurele integriteit bezitten. Met minimale inspanningen vormen deze vormen een stabiel figuur. De natuur, zo leert hij ons, werkt ook op deze manier. De natuur maakt alles dat wij kennen met zo min mogelijk inspanning.

Fuller is echter niet de enige die zich bezighoud met de kracht van de driehoek. Maar Fuller is wel de enige die niet bezig is met vorm. Want vorm is volledig incidenteel volgens Fuller. Vormen ontstaan door het combineren van verschillende vlakken. Die vlakken moet je proberen zo efficiënt mogelijk te maken en door deze efficiënte vlakken zo goed mogelijk te combineren ontstaan nieuwe vormen die mogelijk bruikbaar zijn. Maar de vorm an sich kan nooit de aanleiding zijn.

In 1928 ontwerpt hij met dit principe een gebouw van 10 verdiepingen. Het gebouw zal zo lichtgewicht zijn dat het per luchtschip geleverd kan worden. Hij ziet toekomst in het massaal produceren van lichtgewicht woonmodules waarbij de nieuwste technologieën en materialen zullen worden gebruikt. Het feit dat we nog altijd traditionele bouwmaterialen gebruiken om onze huizen van te bouwen vindt hij ronduit absurd.

Wanneer hij in 1930 wordt uitgenodigd als gast bij een belangrijk architecten diner in New York, laat hij in een speech weten dat hij werkt aan het verwezenlijken van een geïndustrialiseerd architectuur die dezelfde principes hanteert als de scheep- en luchtvaart, waarbij hij gebouwen zal realiseren die licht genoeg zijn om te vliegen.

Architecten zijn in die tijd überhaupt niet bezig met het berekenen van de prestaties die hun gebouwen per pond leveren. In de lucht- en scheepvaart is dit noodzakelijk. Maar door deze noodzaak wordt er als bijkomstigheid veel efficiënter met materialen omgegaan. Fuller is ervan overtuigd dat als we deze principes ook zouden toepassen op de architectuur het mogelijk moet zijn om de levenstandaard van ieder individu op deze planeet te verhogen.

Begin jaren dertig brengt hij zijn eerste manuscript naar een uitgever. De uitgever weigert zijn werk te publiceren omdat hij in de eerste 3 hoofdstukken van zijn boek de filosofie en wiskundige denkwijze van Einstein uit de doeken doet. Er zijn op dat moment op de wereld welgeteld maar negen mensen die dit kunnen en van die negen mensen was een lijst. Hij staat niet op die lijst, sterker nog, hij staat dan op geen enkele lijst. Fuller, duidelijk niet voor een gat te vangen, stelt aan de uitgever voor het manuscript voor te leggen aan Einstein zelf. Hij moet toch zeker in staat zijn er een oordeel over te vellen.

De uitgever volgt zijn advies op en Fuller wordt uitgenodigd bij Einstein langs te komen. Deze is onder de indruk van zijn uiteenzetting en met name van zijn conclusie. Fuller meent namelijk dat de individuele wetenschapper de wetenschap leidt. De wetenschap leidt op zijn beurt weer de technologie. Die op zijn beurt weer de industrie leidt en dat is de motor voor onze economie. Dus zo concludeerd Fuller, als Einsteins theorieën kloppen (dat wisten ze toen nog niet zeker) dan zullen ze effect hebben op alle samenlevingen ter wereld.  

Fuller vindt het een morele plicht om met de kennis voorhanden zo efficiënt mogelijk te werk te gaan om zo voor alle mensen op de wereld een goed bestaan te kunnen bouwen.

Met de theorieën die hij ontwikkelt ontwerpt hij van alles. Hij bedenkt een auto/vliegtuig met aerodynamische vorm, volledig op de driehoek geïnspireerd en dus lichtgewicht en zo efficiënt mogelijke vorm gegeven. Met deze kennis ontwerpt hij ook een autobus en zelfs een lichtgewicht huis, dat een man alleen in een middag op kan zetten en dat niet duurder is dan een gemiddelde auto. 

De industrie wil er echter niet aan en zijn ideeën komen niet van de grond. Overtuigd van zijn idealen laat hij zich echter niet uit het veld slaan. Samen met de studenten van het MIT ontwikkelt hij zijn beroemde ‘Geodesic domes’. Een manier om met heel weinig materiaal enorme koepels te kunnen maken die lichtgewicht, oersterk en goedkoop zijn. In eerste instantie ook niet iets dat de interesse van de industrie wekt, waren het niet dat deze koepels er prachtig uitzien.

Ineens wilde iedereen zijn koepels hebben en wordt hij van alle kanten benaderd. Hij bouwt er een voor Ford en er wordt een enorme Dome in Hawaii opgericht. Zelfs in Afghanistan bouwen ze zijn koepels. De mensen vinden zijn creaties prachtig. Fuller blijft van mening dat het allemaal niet om de vorm draait. Maar de mensen houden van zijn koepels en dus worden ze een succes.

Behalve dat hij in de industriële wereld ineens opvalt heeft de wetenschap ook oren naar zijn theorieën. De geodetische structuren die hij ontdekt blijken grote overlap te hebben met hoe de natuur in elkaar lijkt te zitten. Deze principes werken blijkbaar op elke schaal. Fuller heeft iets essentieel ontdekt. 

Zijn missie is geslaagd. Hij ontdekt hoe je het meeste met het minste doen kan. Hij is ervan overtuigd dat de mogelijkheid voor een goed leven voor 1 mens ligt in de mogelijkheid voor een goed leven voor alle mensen.

Ik ben onder de indruk van deze documentaire en ik vraag me af waarom ik deze man niet ken. Die man die zelfs Einstein wist te inspireren. De man die duidelijk een zeer efficiënte manier van bouwen ontwikkelde waar we allemaal ons voordeel mee zouden kunnen doen.

Halverwege de jaren ’50 kreeg hij het patent op zijn koepels. Maar we zijn niet blijven doorbouwen op zijn principes. Ik vraag me af waarom niet? We gebruiken nog altijd te veel materialen. De aarde kan ons eigenlijk niet onderhouden. Er zijn nog steeds mensen dakloos of leven ver onder de maat. Toch lijkt er sinds halverwege vorige eeuw wel een goede oplossing, met betrekking tot bouwmaterialen, voor handen te zijn.

Zijn benadering van het implementeren van de wetenschap, die de lucht- en scheepvaart drijft, in de architectuur lijkt me heel logisch. Zo veel mogelijk met zo weinig mogelijk zou toch zeker nu ons doel moeten zijn.

Dus als je ergens zo een mooie stalen constructie tegenkomt denk dan aan Buckminster. Denk aan zijn idealen en wat hij voor ogen had met zijn vormen. Denk aan hoe zijn theorie de essentie van het leven raakt. Verwonder je over deze machtige wonderaar met zijn prachtige idealen. Buckminster Fuller,  ik vergeet die naam niet meer.