CategorieKunsten

Eindelluk!

De laatste keer dat ik voor WonderWerpen achter mijn toetsenbord kroop ligt mijlenver achter mij. Hugo en ik kwamen net terug van Tenerife en dat had ons beiden goed gedaan. Er was een hoop gebeurd, maar niemand kon voorzien welke hoop er nog te gebeuren stond!

Allereerst natuurlijk Corona. Wie had ooit kunnen bedenken dat we deze gekkigheid in onze tijd nog zouden moeten meemaken? Dat is iets uit een enge film of een spannend boek. De tijd van de Pest en de Pokken ligt toch al lang achter ons? Ons westerse systeem is hier toch tegen bestand, dachten we.

Ik kan me nog goed herinneren dat de jongens hier op de bank samen met Hugo het nieuws zaten te kijken. Corona bevond zich toen nog veilig op afstand, gewoon in China, waar eerdere Sars achtigen zich ook tot beperkt hadden. Tjores vroeg bezorgd of dat hier nu ook gebeuren ging. Welnee, wuifde ik zelfverzekerd terug, zoiets komt hier niet. Dat waait wel weer over. Nou overwaaien deed het. Het bleef alleen niet bij waaien, het landde ook. 

Precies smack bang in the middle van dat alles werd bij mijn schoonvader dementie geconstateerd. We wisten natuurlijk al een poosje dat het niet lekker ging met hem, maar eer je tot een diagnose (en dus hulp) komt ben je wel wat maanden verder. 

Het lastige was dat nu alles op anderhalve meter gemondkapt en al moest gebeuren. Mijn schoonvader woont alleen en het bleek al snel niet te doen al die regels aan te houden. Hij had soms gewoon letterlijk een handje hulp nodig of een arm om hem heen. Dat gaat nu eenmaal niet op anderhalve meter. 

Ineens ging alles zo snel. Boodschappen lukte niet meer, het zelf verzorgen werd steeds moeilijker, dagbesteding, maaltijdservice. Het buitelde over elkaar heen, we werkten ons een slag in de rondte, maar we hielden de pas niet bij. Ondanks de geweldige hulp en steun die we mochten ervaren van een zeer bevlogen en lieve case manager, die het ook als zand door haar vingers zag glippen. We moesten op een gegeven moment gewoon onder ogen zien dat het zo niet langer ging. Dat betekende dat mijn schoonvader moest verhuizen naar een plek waar ze wel goed voor hem kunnen zorgen, op elk moment van de dag dat hij dat nodig mocht hebben.

Maar dat betekende voor ons ook een huis leegruimen, alle persoonlijke spullen meenemen naar zijn nieuwe thuis kan simpelweg niet. Maar alles zomaar wegdoen is ook geen optie. Het huis waar hij tot nu toe woonde tot in einde der dagen aanhouden gaat ook niet. Het was een flinke klus die we met wat hulp toch geklaard hebben. Mijn schoonvader woont inmiddels enkele weken op een fijne nieuwe plek, waar hij de zorg krijgt die hij nodig heeft en waar hij gewoon zichzelf kan zijn.

Maar er gebeurde natuurlijk nog meer. Want dat nu ineens het hele land chronisch ziek lijkt te zijn betekent natuurlijk niet dat je hele leven op pauze moet. Die pauze stand weiger ik te aanvaarden, de Corona regels uiteraard wel voor alle duidelijkheid. Maar de wereld en het leven is te mooi om zomaar een beetje links te laten liggen. Dus zoek je naar dingen die wel gewoon kunnen. Tuinieren, lezen en natuurlijk tekenen, schilderen, kunsten!

Want het kunstbloed kruipt waar het niet dacht ooit nog eens te kunnen gaan. Wat een toevallige ontmoeting drie jaar geleden allemaal teweeg gebracht heeft. Een vriendschap uit duizenden… nee wacht, twee vriendschappen! Want nadat ik mijn WonderWerp maatje Paul al snel gewoon als mijn grote broer ben gaan beschouwen, lijkt het erop dat ik er, na bijna 40 jaar als enig kind op deze aardbol geleefd te hebben, nu ook zomaar ineens een zussie bij heb. Een kunstZussie.

Wat vorig jaar oktober startte als een manier om onze creatieve vastgeroeste schroeven weer een beetje los te weken, blijkt nu een trein die niet meer te stoppen is. Inktober gaf het startschot van iets dat ik sinds mijn Kunstacademietijd niet meer heb mogen ervaren. Een soort creatieve waterval die alles in zich heeft om nog heel lang te blijven stromen. In alle drukte van Corona en mijn zieke schoonvader, de jongens, de verhuizing en alles wat ik voor het gemak maar even vergeet bleek dat creatieve moment mijn rustpunt. Een vaste waarde waar ik al dat ik kwijt moest in kon stoppen. 

Elke week WonderWerpen lukte me even niet meer. Tekenen ging me gemakkelijker af dan typen en mijn toetsenbord viel op dat punt een beetje stil. Een week werden er een paar, een paar een maand en dat werden er ook weer een paar. Het schuurde en knaagde wel een beetje. Dit is ook zo een ontzettend gaaf project. Schrijven, iets dat ik eigenlijk ook al vanaf kind af en aan doe, viel ineens weer even stil. Hoe graag ik het ook wilde, de puf ontbrak er gewoon even voor.

Maar wat ik in letters niet waar kon maken, maakte ik samen met Maike rijkelijk goed in tekeningen en ander creatief gedoe. Van het een kwam het ander en voor je het weet ben je dan ineens een kunstenaar. Zelfs een kunstenaarsduo met een naam: kunstZussies, een Instagramaccount en zelfs een boekje. We steunen hier en daar een goed doel, groeien tot onze eigen verbazing ondertussen gewoon door en hebben er vooral echt heel veel plezier in.

Nu, al die maanden en gebeurtenissen later, kan ik zeggen dat ik schrijver en kunstenaar ben, dat ik een grote broer en een zussie heb en dat ik eindelijk weer de ruimte gevonden heb om zowel het kunsten als het schrijven een echte plek te geven in mijn bestaan.

Levend licht

Eens in de zoveel tijd kom je een pareltje tegen. Zo een cadeautje uit een onverwachte hoek.  Zo ook afgelopen week. Nietsvermoedend rijden Hugo en ik richting Kerkrade voor een lezing die Cube organiseert.

We gaan wel vaker naar een lezing, maar dan meestal in Maastricht en georganiseerd door Studium Generale. Maar deze keer weet ik Hugo ervan te overtuigen mee te gaan naar een lezing over duurzaam design.

De lezing wordt gegeven op de bovenste verdieping van het Cube designmuseum. Daar aangekomen blijken we wat vroeg. Dat geeft niks want er is koffie, thee en wifi, dus we krijgen de tijd wel om.

Deze avond zullen er drie sprekers zijn. Drie dames, alledrie even bevlogen en met geweldige nieuwe inzichten en creatieve ideeën. Maar bij een van de drie verhalen kreeg ik kippenvel. Living Light van Ermi van Oers. Deze jonge vrouw heeft werkelijk een betoverend product ontwikkeld en voert een hoopvolle koers richting toekomst.

Even lijken we in een sciencefiction film te zijn beland, maar sciencefiction blijkt sciencefact. Ermi heeft ontdekt dat je met de juiste batterij een plant stroom kan laten produceren. Niet door hem te verbranden of om te zetten in biomassa of wat al niet meer. Maar gewoon, door goed voor de plant te zorgen. Door hem voldoende water te geven blijft hij in leven en door hem te strelen beloont hij je met licht.

Hoe werkt dat? Alle het leven op aarde heeft voedingsstoffen nodig en produceert ook reststoffen die dat specifieke organisme niet gebruiken kan. Hoewel wij een hoop rotzooi produceren is er geen enkel ander wezen op deze aarde die dat zo doet. Want het restproduct van de een is de voeding van de ander en zo gaat al het leven en gaan alle stoffen constant rond.

Dat betekent dat ook een plant een restproduct produceert. Aan de ene kant is dat zuurstof en een beetje CO2 dat de plant vrijgeeft via zijn bladeren. Maar wat veel mensen misschien niet weten is dat de plant ook stoffen teruggeeft aan de bodem, via het wortelstelsel. Die stoffen zijn geen afval, maar voeding voor andere organismen. Nu heeft men ontdekt dat juist die stoffen worden ‘gegeten’ door bacteriën in de aarde, die op hun beurt ook weer stoffen teruggeven aan de bodem. En laat het restproduct van die spijsvertering nu bestaan uit elektronen en protonen.

Dat is heel interessant, want onze elektriciteit bestaat uit elektronen. Dus als we die op kunnen vangen en door een stroomdraad kunnen geleiden dan kunnen we die planten als krachtcentrale gebruiken. Weg met de stopcontacten, haal gewoon wat planten in huis!

Zover zijn we nog niet maar de technologie is er. Hoe gaaf is dat! Kippenvel gaaf! Dankjewel Ermi voor je creativiteit en vindingrijkheid. Wat een gaaf en wonderlijk object. Ik kan er nu even geen van je kopen, maar ik kan wel dit woord verspreiden. Ik hoop dat ik over een paar jaar minstens ook een zo een gave plant in mijn woonkamer heb staan!

Notevember

notevemberErgens aan het einde van september valt er een berichtje op mijn digitale deurmat. ‘Inktober, is dat niet iets voor jou?’ Het idee achter deze uitdaging is dat je elke dag in de maand oktober met een inkttekening op de proppen komt. Dat zijn 31 tekeningen in 31 dagen. In inkt, dus geen ge-gum…Lijkt me pittig, maar eigenlijk ook wel leuk. Dus ga ik de uitdaging aan.

We gaan de uitdaging samen aan. Maike, ik en nog heel veel anderen die de pen ter hand nemen en hun tekenkunsten onder de hashtag ‘inktober’ toevertrouwen aan het wereldwijde web. Ik start voorzichtig met een eenvoudig bloemetje uit de tuin, maar al snel word ik gegrepen door het zwarte vloeibare goud en wil ik meer. Ik verdiep me in verschillende technieken en het lukt me wonderwel om elke dag met iets nieuws te voorschijn te komen.

Het samenwerken (wat heeft Maike vandaag gemaakt?) is een vrolijke stok achter de deur en bevalt me prima zo. Het lukt me, met een beetje planning, om zelfs als de jongens hier zijn elke dag wat te produceren. Naarmate de maand vordert krijg ik de slag aardig te pakken en worden mijn inspanningen zelfs beloond met een aantal aankoopverzoeken van mijn inmiddels dagelijkse volgers.

Heel leuk dat inktober, maar zo tegen het einde van de eerste helft, rijst het besef dat het eindig is. Wat kunnen we van november maken? Is er iets dat ons net zo bij de lurven pakken kan als dit ge-pen?

Een paar berichtjes heen en weer en #notevember is geboren. De pen leeft nog even voort. Niet in de tekening, maar wel in 30 korte schrijfsels. Schrijven doe ik graag. Ik probeer er wekelijks iets van te brouwen op deze pagina. Maar de ruimte die ik hier tot mijn beschikking heb is eindeloos en mijn schrijfsels krijgen alle ruimte. Maar wat zal er gebeuren als die ruimte zeer beperkt is? Wat als mijn schrijfsel, mijn notitie, per dag niet meer ruimte mag beslaan als een klein vierkant blokje?

De uitdaging staat! Elke dag 1 schrijfsel. Elke dag uitkijken naar het schrijfsel van de ander. Leuk, grappig, prikkelend of lief. In ieder geval voer voor verwondering en dus voer voor wonderwerpen!

Let the games continue….

 

 

De meeste mensen deugen

De meeste mensen deugenHet is alweer een paar weken geleden dat ik in Leiden was. Het komt voor dat ik daar dan ook even een boodschap doe. Deze keer bleven mijn ogen steken bij een boek met de opvallende titel ‘De meeste mensen deugen’. Een hoopvolle titel in een tijd waarin, als we het nieuws en andere opinie onzin geloven, toch het meeste niet deugende is.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik kocht zonder al te lang na te denken dit boek. Een flinke pil, dat wel, maar ik besloot dat ik hier best de tijd voor vinden kon. Als lezende kom ik erachter dat het boek wel dik is maar dat je er zo doorheen zoeft. Het vrij grote lettertype en de vele lege bladzijden maken het boek vooral zo dik. Dat verbaasd me een beetje want de schrijver, Rutger Bregman, lijkt me nu juist iemand met oog voor zijn omgeving. De loze ruimte neemt naar mijn mening meer grondstoffen in dan nodig en dat is dan toch niet goed voor de wereld om ons heen. Maar uitgaande van het goede in de mens zal hij daar wel een degelijke overweging in gemaakt hebben.

De vormgeving zegt natuurlijk niets over de inhoud en daar gaat het per slot van rekening om. Ik vind het een aangenaam boek om te lezen. Het is duidelijk en ik denk voor een groot publiek geschikt gemaakt op die manier. Ik denk eerlijk gezegd ook dat Bregman gelijk heeft. De meeste mensen deugen. Willen we niet gewoon allemaal hetzelfde? Iedereen wil graag gezond zijn, geen geld of andere zorgen hebben en een leuk leven leiden. Het maakt niet uit waar we vandaan komen, in welke tijd we leven of wat we wel of niet geloven.

De boodschap van het boek is dan ook vrij snel duidelijk. Vertrouw elkaar. Dat betekent niet dat je naïef moet zijn, of klakkeloos alles maar aan moet nemen. Maar wel dat je probeert iedereen als een afzonderlijk individu te zien, zonder de vooroordelen die wellicht horen bij zijn of haar uiterlijk daarop te projecteren. Echt luisteren naar wat de ander te zeggen heeft en ervan uitgaan dat die ander ook echt luistert naar jou.

Dat kan lastig zijn, zeker wanneer bepaalde zaken in het nieuws breed uitgelicht worden. Maar bedenk dat juist dat nieuws de uitzondering is, niet de regel. Dat boer Tinus elke ochtend kwiek en monter voor en krieken van de dageraad zijn bed uitspringt om de koeien te gaan melken komt niet in het nieuws. Dat hij gefrustreerd door nieuwe wet en regelgeving een keer boos met zijn trekker naar Den Haag rijdt om daar samen met zijn collega’s het verkeer lam te leggen om een punt te maken, wel. Zou hij dat elke dag doen dan was het namelijk niet vermeldenswaardig.

Bregman neemt ons in zijn boek mee op een reis door de tijd en laat ons zien waar onze misverstanden meestal vandaan komen en waarom in principe de meeste mensen deugen. Dat hij daar 500 pagina’s voor nodig heeft vind ik zelf wat overdreven. Er worden wel wat open deuren ingetrapt en zo tegen het einde vind ik het wel genoeg geweest. Maar toch raad ik iedereen aan om er in ieder geval aan te beginnen omdat ik vind dat de boodschap die hij brengen wil de juiste is. Laten we elkaar toch gewoon met vertrouwen tegenmoet treden. De wereld wordt er mooier van!

Poppenkast

poppenkast, Stingray, Anderson

Ik kan het me nog goed herinneren. Ik moet een jaar of vijf geweest zijn toen Rubens Poppentheater voor het eerst bij ons op school kwam. Ruben en zijn poppen waren een begrip in Zuid Limburg. We mochten met een aantal klassen tegelijkertijd in de gymzaal op de grond gaan zitten en Ruben stond met zijn poppen klaar om ons het verhaal van Klaas Vaak te laten beleven. Ik vond het ongelofelijk spannend en de personages kwamen door Rubens handen en stem tot leven. Natuurlijk speelt de kindergeest hier ook een rol. Maar toch, de poppen werden op een bepaalde manier echt.

Ruben ben ik met zijn poppen nog wel eens tegengekomen in de stad. Dan stond ik altijd even stil en om te kijken naar wat ik ooit  zag. De betovering op de kindergezichtjes wanneer Ruben met zijn poppen een van zijn vele verhalen vertelt. Hoe de wereld ook verandert en welke technieken we ook verzinnen, poppen blijven tot de verbeelding spreken.

Zo blijkt ook maar weer wanneer Paul een tijdje terug heel enthousiast vertelt over de Thunderbirds. De poppenserie uit de jaren ’60 met de zo kenmerkende poppen. Ik kan me herinneren dat ik er bij oma nog wel eens naar gekeken heb, maar om de een of andere manier heb ik er geen speciale herinneringen aan.

Paul, enthousiast als altijd, stuurt me een paar afleveringen door. Hij wil weten wat ik ervan vind en ik ben ook wel nieuwsgierig naar wat hij er zoal in ziet. Waarom weet ik niet maar het grijpt me meteen. De bombastische muziek en de vormgeving van de poppen en de decors vind ik geweldig. Je ziet zo hier en daar vrij duidelijk dat de wereld van Gerrie Anderson kleiner is dan de onze en je ziet de touwtjes lopen waarmee de bewegingen van de poppen gestuurd worden. Toch sleept het verhaal je meteen mee. De touwtjes verdwijnen en je komt in een vreemde science fiction wereld terecht.

Behalve Thunderbirds blijkt Anderson nog meer poppenseries gemaakt te hebben. Inmiddels ook enthousiast ben ik begonnen aan een van zijn andere series, Stingray. Een superheldenverhaal dat zich voornamelijk afspeelt in zee en in het denkbeeldige dorpje Marineville. Troy Tempest redt met zijn onderzeeër ‘Stingray’ menig maal de wereld van de ondergang en de verhalen hebben een hoog James Bond gehalte. Er komen diepzee wezens in voor die onze wereld willen veroveren en de mensheid daarbij een kopje kleiner willen maken. Maar Troy redt ons keer op keer. Ondanks die voorspelbaarheid is het gewoon leuk om naar te kijken.  De betovering van Ruben, zo lang geleden, werkt nog steeds. De poppen van Anderson zuigen je mee hun wereld in. De vormgeving inspireert. Het lijkt erop dat voor mij deze week een poppenkast is opengegaan….

 

Luistertip van Paul

De BourgondiërsHet mag geen geheim zijn dat Paul een boekenwurm is. Hij is een wonderaar pur sang en leergierig tot in de puntjes. Breed geïnteresseerd zijn er weinig letterwerkjes die hij zich langs de neus laat gaan. Dus als ik door mijn favoriete boekhandel loop gebeurt het zo af en toe dat ik iets in tweevoud koop. Dit kon ik zeker niet laten na de fantastische lezing van Bart van Loo een tijdje geleden. De man kan zeer boeiend praten over het ontstaan van de Nederlanden en Vlaanderen. Over hoe de Bourgondiërs ons Holland vorm hebben gegeven. Een geschiedenis die niet in de schoolboeken staat.

De Bourgondiërs is een prachtig boek geworden. Maar ook een flinke pil. Het zou kunnen dat de afmeting van dit boek je weerhoudt eraan te beginnen. Gelukkig ploegt Paul behalve velen boeken ook het net regelmatig door op zoek naar pareltjes en komt hij deze week op de proppen met een geweldige podcast. Paul van Loo vertelt uitgebreid over de Bourgondiërs. In tien afleveringen neemt hij je mee terug in de tijd en ontvouwt zich een briljante geschiedenisvertelling. Met veel enthousiasme brengt hij het oerverhaal van den Nederlanden zoals je het nog niet eerder hoorde, in het Vlaams. Volg de link en geniet in het zonnetje, tijdens een wandeling of gewoon op de bank van dit geweldige verhaal!

Brunswijk

Steven Brunswijk

Het is al weer een paar maanden geleden dat de catalogus van het nieuwe theaterseizoen op de mat viel. Heerlijk om even door te spitten en wat dingen alvast te boeken. Dan weet je zeker dat je door het jaar heen zo hier en daar een avondje uit hebt.

Voor Hugo betekent dat meestal Jazz en ik kies daar tussendoor van alles wat. Ik word graag verrast en als de omschrijving me aanspreekt dan koop ik kaartjes. Zo zijn we al naar Ellen ten Damme geweest en naar modern ballet van Connie Jansen en nog zo wat van die dingen.

Tijdens het doorbladeren van de nieuwe catalogus stuit Hugo op een avondje Steven Brunswijk. Dol enthousiast zegt hij ‘daar wil ik heen!’. Beetje verbaast over zijn enthousiasme vraag ik wat hij speelt. Steven Brunswijk, zo krijg ik te horen, is de Braboneger.

Dat doet wel een belletje rinkelen. Wellicht wordt het een beetje flauwe avond maar het enthousiasme van Hugo doet me toch twee kaartjes kopen. We zien wel…. Alles gaat voorbij, ook een flauwe avond.

In het theater aan het Vrijthof is de bovenzaal voor deze happening afgehuurd. We zijn wat vroeg en moeten nog even wachten eer we binnen mogen. Maar uiteindelijk mogen we het zolderzaaltje betreden en komen we in een hele intieme kleine opstelling terecht.

Al snel blijkt dat Steven Steven is. Hij is volwassen geworden en heeft zijn Brabonegerjas aan de wilgen gehangen. Tuurlijk maakt hij grappen, soms zelfs een ‘bietje’ flauw. Maar hij verteld vooral zijn verhaal. Waar hij vandaan komt en waarom zijn achternaam ervoor zorgde dat zijn moeder samen met haar 5 kinderen uiteindelijk uit Suriname moesten vluchten. Hoe zijn ouders gevochten hebben voor een goede toekomst voor hun kinderen.

Hij haalt de slavernij aan en dat we vooral niet moeten vergeten dat daar niet alleen de blanken aan meegewerkt hebben. Persoonlijk heb ik daar nog nooit bij stil gestaan. Maar rijke Afrikaanse lieden haalden mensen uit het binnenland om ze aan de kust aan de witte mensen te verkopen. Rasisme is geen eenrichtingsverkeer en we moeten daar met zijn allen bewust van zijn. 

Steven brengt zijn verhaal met een knipoog. Maar hij laat helder en duidelijk weten hoe hij er over denkt. Onverwacht heeft hij me aan het denken gezet en ik denk dat ik daarin niet de enige ben.

Steven is Steven en hij wil bruggen slaan. Ik denk dat hem dit gisteravond goed gelukt is!

Over vriendschap

Over vriendschap

Buckminsters koepels

Buckminster Fuller. Doet het een belletje rinkelen? Nee? Bij mij ook niet. Totdat ik onlangs een documentaire van de BBC, uit 1964, met de klinkende naam ‘The world of Buckminster Fuller’ zag en kennis maakte met een heel bijzonder mens.

Fuller noemt zichzelf ‘ontdekker van structuren’. Al in 1927 belooft hij zichzelf zijn best te gaan doen om de werkzame principes van het universum te ontdekken en ze te delen met zijn medemens. Afgaande op de inhoud van deze prachtige documentaire is hem dat ook aardig gelukt.

Hij stort zich op vormen. Als uitgangspunt neemt hij de regelmatige veelvlakken. Een regelmatig veelvlak is een veelvlak waarvan de zijvlakken congruente regelmatige veelhoeken zijn. Regelmatige veelvlakken zijn convex en alle hoeken tussen de vlakken zijn onderling gelijk. Er bestaan vijf regelmatige veelvlakken. De kubus is het bekendste voorbeeld.

Maar er is iets met die kubus. Het is volgens Fuller geen structurele integriteit. Wanneer je een kubus opbouwt uit alleen zijn ribben is het een heel onstabiel geheel. Je moet er dwarsliggers aan toevoegen om het stevigheid te geven. Wanneer je die dwarsliggers verwijdert valt de kubus als een pudding ineen, terwijl de dwarsliggers tezamen nog steeds hun vaste vorm aanhouden.

Wat overblijft noemen we een tetraëder, samen met zijn neefjes octaëder en icosaëder vormen zij naar Fullers zeggen pure vormen die wel structurele integriteit bezitten. Met minimale inspanningen vormen deze vormen een stabiel figuur. De natuur, zo leert hij ons, werkt ook op deze manier. De natuur maakt alles dat wij kennen met zo min mogelijk inspanning.

Fuller is echter niet de enige die zich bezighoud met de kracht van de driehoek. Maar Fuller is wel de enige die niet bezig is met vorm. Want vorm is volledig incidenteel volgens Fuller. Vormen ontstaan door het combineren van verschillende vlakken. Die vlakken moet je proberen zo efficiënt mogelijk te maken en door deze efficiënte vlakken zo goed mogelijk te combineren ontstaan nieuwe vormen die mogelijk bruikbaar zijn. Maar de vorm an sich kan nooit de aanleiding zijn.

In 1928 ontwerpt hij met dit principe een gebouw van 10 verdiepingen. Het gebouw zal zo lichtgewicht zijn dat het per luchtschip geleverd kan worden. Hij ziet toekomst in het massaal produceren van lichtgewicht woonmodules waarbij de nieuwste technologieën en materialen zullen worden gebruikt. Het feit dat we nog altijd traditionele bouwmaterialen gebruiken om onze huizen van te bouwen vindt hij ronduit absurd.

Wanneer hij in 1930 wordt uitgenodigd als gast bij een belangrijk architecten diner in New York, laat hij in een speech weten dat hij werkt aan het verwezenlijken van een geïndustrialiseerd architectuur die dezelfde principes hanteert als de scheep- en luchtvaart, waarbij hij gebouwen zal realiseren die licht genoeg zijn om te vliegen.

Architecten zijn in die tijd überhaupt niet bezig met het berekenen van de prestaties die hun gebouwen per pond leveren. In de lucht- en scheepvaart is dit noodzakelijk. Maar door deze noodzaak wordt er als bijkomstigheid veel efficiënter met materialen omgegaan. Fuller is ervan overtuigd dat als we deze principes ook zouden toepassen op de architectuur het mogelijk moet zijn om de levenstandaard van ieder individu op deze planeet te verhogen.

Begin jaren dertig brengt hij zijn eerste manuscript naar een uitgever. De uitgever weigert zijn werk te publiceren omdat hij in de eerste 3 hoofdstukken van zijn boek de filosofie en wiskundige denkwijze van Einstein uit de doeken doet. Er zijn op dat moment op de wereld welgeteld maar negen mensen die dit kunnen en van die negen mensen was een lijst. Hij staat niet op die lijst, sterker nog, hij staat dan op geen enkele lijst. Fuller, duidelijk niet voor een gat te vangen, stelt aan de uitgever voor het manuscript voor te leggen aan Einstein zelf. Hij moet toch zeker in staat zijn er een oordeel over te vellen.

De uitgever volgt zijn advies op en Fuller wordt uitgenodigd bij Einstein langs te komen. Deze is onder de indruk van zijn uiteenzetting en met name van zijn conclusie. Fuller meent namelijk dat de individuele wetenschapper de wetenschap leidt. De wetenschap leidt op zijn beurt weer de technologie. Die op zijn beurt weer de industrie leidt en dat is de motor voor onze economie. Dus zo concludeerd Fuller, als Einsteins theorieën kloppen (dat wisten ze toen nog niet zeker) dan zullen ze effect hebben op alle samenlevingen ter wereld.  

Fuller vindt het een morele plicht om met de kennis voorhanden zo efficiënt mogelijk te werk te gaan om zo voor alle mensen op de wereld een goed bestaan te kunnen bouwen.

Met de theorieën die hij ontwikkelt ontwerpt hij van alles. Hij bedenkt een auto/vliegtuig met aerodynamische vorm, volledig op de driehoek geïnspireerd en dus lichtgewicht en zo efficiënt mogelijke vorm gegeven. Met deze kennis ontwerpt hij ook een autobus en zelfs een lichtgewicht huis, dat een man alleen in een middag op kan zetten en dat niet duurder is dan een gemiddelde auto. 

De industrie wil er echter niet aan en zijn ideeën komen niet van de grond. Overtuigd van zijn idealen laat hij zich echter niet uit het veld slaan. Samen met de studenten van het MIT ontwikkelt hij zijn beroemde ‘Geodesic domes’. Een manier om met heel weinig materiaal enorme koepels te kunnen maken die lichtgewicht, oersterk en goedkoop zijn. In eerste instantie ook niet iets dat de interesse van de industrie wekt, waren het niet dat deze koepels er prachtig uitzien.

Ineens wilde iedereen zijn koepels hebben en wordt hij van alle kanten benaderd. Hij bouwt er een voor Ford en er wordt een enorme Dome in Hawaii opgericht. Zelfs in Afghanistan bouwen ze zijn koepels. De mensen vinden zijn creaties prachtig. Fuller blijft van mening dat het allemaal niet om de vorm draait. Maar de mensen houden van zijn koepels en dus worden ze een succes.

Behalve dat hij in de industriële wereld ineens opvalt heeft de wetenschap ook oren naar zijn theorieën. De geodetische structuren die hij ontdekt blijken grote overlap te hebben met hoe de natuur in elkaar lijkt te zitten. Deze principes werken blijkbaar op elke schaal. Fuller heeft iets essentieel ontdekt. 

Zijn missie is geslaagd. Hij ontdekt hoe je het meeste met het minste doen kan. Hij is ervan overtuigd dat de mogelijkheid voor een goed leven voor 1 mens ligt in de mogelijkheid voor een goed leven voor alle mensen.

Ik ben onder de indruk van deze documentaire en ik vraag me af waarom ik deze man niet ken. Die man die zelfs Einstein wist te inspireren. De man die duidelijk een zeer efficiënte manier van bouwen ontwikkelde waar we allemaal ons voordeel mee zouden kunnen doen.

Halverwege de jaren ’50 kreeg hij het patent op zijn koepels. Maar we zijn niet blijven doorbouwen op zijn principes. Ik vraag me af waarom niet? We gebruiken nog altijd te veel materialen. De aarde kan ons eigenlijk niet onderhouden. Er zijn nog steeds mensen dakloos of leven ver onder de maat. Toch lijkt er sinds halverwege vorige eeuw wel een goede oplossing, met betrekking tot bouwmaterialen, voor handen te zijn.

Zijn benadering van het implementeren van de wetenschap, die de lucht- en scheepvaart drijft, in de architectuur lijkt me heel logisch. Zo veel mogelijk met zo weinig mogelijk zou toch zeker nu ons doel moeten zijn.

Dus als je ergens zo een mooie stalen constructie tegenkomt denk dan aan Buckminster. Denk aan zijn idealen en wat hij voor ogen had met zijn vormen. Denk aan hoe zijn theorie de essentie van het leven raakt. Verwonder je over deze machtige wonderaar met zijn prachtige idealen. Buckminster Fuller,  ik vergeet die naam niet meer.

Water en wijn


Water in wijn

Water en wijn.
Water bij de wijn.
Water in wijn.
Wijn in water.

Water.
Wijn.
Wijn.
Water.

Wat zal het zijn?
Ik doe nooit meer water bij de wijn.

Transformatie.
Toverkracht.
Gebaande paden.
Nieuwe wegen.

Herboren.
Verwondering.
Water.
Of wijn.

Wat zal er zijn?
Vandaag verander ik mijn water in wijn.

© 2020 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑