CategorieKunsten

Notevember

notevemberErgens aan het einde van september valt er een berichtje op mijn digitale deurmat. ‘Inktober, is dat niet iets voor jou?’ Het idee achter deze uitdaging is dat je elke dag in de maand oktober met een inkttekening op de proppen komt. Dat zijn 31 tekeningen in 31 dagen. In inkt, dus geen ge-gum…Lijkt me pittig, maar eigenlijk ook wel leuk. Dus ga ik de uitdaging aan.

We gaan de uitdaging samen aan. Maike, ik en nog heel veel anderen die de pen ter hand nemen en hun tekenkunsten onder de hashtag ‘inktober’ toevertrouwen aan het wereldwijde web. Ik start voorzichtig met een eenvoudig bloemetje uit de tuin, maar al snel word ik gegrepen door het zwarte vloeibare goud en wil ik meer. Ik verdiep me in verschillende technieken en het lukt me wonderwel om elke dag met iets nieuws te voorschijn te komen.

Het samenwerken (wat heeft Maike vandaag gemaakt?) is een vrolijke stok achter de deur en bevalt me prima zo. Het lukt me, met een beetje planning, om zelfs als de jongens hier zijn elke dag wat te produceren. Naarmate de maand vordert krijg ik de slag aardig te pakken en worden mijn inspanningen zelfs beloond met een aantal aankoopverzoeken van mijn inmiddels dagelijkse volgers.

Heel leuk dat inktober, maar zo tegen het einde van de eerste helft, rijst het besef dat het eindig is. Wat kunnen we van november maken? Is er iets dat ons net zo bij de lurven pakken kan als dit ge-pen?

Een paar berichtjes heen en weer en #notevember is geboren. De pen leeft nog even voort. Niet in de tekening, maar wel in 30 korte schrijfsels. Schrijven doe ik graag. Ik probeer er wekelijks iets van te brouwen op deze pagina. Maar de ruimte die ik hier tot mijn beschikking heb is eindeloos en mijn schrijfsels krijgen alle ruimte. Maar wat zal er gebeuren als die ruimte zeer beperkt is? Wat als mijn schrijfsel, mijn notitie, per dag niet meer ruimte mag beslaan als een klein vierkant blokje?

De uitdaging staat! Elke dag 1 schrijfsel. Elke dag uitkijken naar het schrijfsel van de ander. Leuk, grappig, prikkelend of lief. In ieder geval voer voor verwondering en dus voer voor wonderwerpen!

Let the games continue….

 

 

De meeste mensen deugen

De meeste mensen deugenHet is alweer een paar weken geleden dat ik in Leiden was. Het komt voor dat ik daar dan ook even een boodschap doe. Deze keer bleven mijn ogen steken bij een boek met de opvallende titel ‘De meeste mensen deugen’. Een hoopvolle titel in een tijd waarin, als we het nieuws en andere opinie onzin geloven, toch het meeste niet deugende is.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik kocht zonder al te lang na te denken dit boek. Een flinke pil, dat wel, maar ik besloot dat ik hier best de tijd voor vinden kon. Als lezende kom ik erachter dat het boek wel dik is maar dat je er zo doorheen zoeft. Het vrij grote lettertype en de vele lege bladzijden maken het boek vooral zo dik. Dat verbaasd me een beetje want de schrijver, Rutger Bregman, lijkt me nu juist iemand met oog voor zijn omgeving. De loze ruimte neemt naar mijn mening meer grondstoffen in dan nodig en dat is dan toch niet goed voor de wereld om ons heen. Maar uitgaande van het goede in de mens zal hij daar wel een degelijke overweging in gemaakt hebben.

De vormgeving zegt natuurlijk niets over de inhoud en daar gaat het per slot van rekening om. Ik vind het een aangenaam boek om te lezen. Het is duidelijk en ik denk voor een groot publiek geschikt gemaakt op die manier. Ik denk eerlijk gezegd ook dat Bregman gelijk heeft. De meeste mensen deugen. Willen we niet gewoon allemaal hetzelfde? Iedereen wil graag gezond zijn, geen geld of andere zorgen hebben en een leuk leven leiden. Het maakt niet uit waar we vandaan komen, in welke tijd we leven of wat we wel of niet geloven.

De boodschap van het boek is dan ook vrij snel duidelijk. Vertrouw elkaar. Dat betekent niet dat je naïef moet zijn, of klakkeloos alles maar aan moet nemen. Maar wel dat je probeert iedereen als een afzonderlijk individu te zien, zonder de vooroordelen die wellicht horen bij zijn of haar uiterlijk daarop te projecteren. Echt luisteren naar wat de ander te zeggen heeft en ervan uitgaan dat die ander ook echt luistert naar jou.

Dat kan lastig zijn, zeker wanneer bepaalde zaken in het nieuws breed uitgelicht worden. Maar bedenk dat juist dat nieuws de uitzondering is, niet de regel. Dat boer Tinus elke ochtend kwiek en monter voor en krieken van de dageraad zijn bed uitspringt om de koeien te gaan melken komt niet in het nieuws. Dat hij gefrustreerd door nieuwe wet en regelgeving een keer boos met zijn trekker naar Den Haag rijdt om daar samen met zijn collega’s het verkeer lam te leggen om een punt te maken, wel. Zou hij dat elke dag doen dan was het namelijk niet vermeldenswaardig.

Bregman neemt ons in zijn boek mee op een reis door de tijd en laat ons zien waar onze misverstanden meestal vandaan komen en waarom in principe de meeste mensen deugen. Dat hij daar 500 pagina’s voor nodig heeft vind ik zelf wat overdreven. Er worden wel wat open deuren ingetrapt en zo tegen het einde vind ik het wel genoeg geweest. Maar toch raad ik iedereen aan om er in ieder geval aan te beginnen omdat ik vind dat de boodschap die hij brengen wil de juiste is. Laten we elkaar toch gewoon met vertrouwen tegenmoet treden. De wereld wordt er mooier van!

Poppenkast

poppenkast, Stingray, Anderson

Ik kan het me nog goed herinneren. Ik moet een jaar of vijf geweest zijn toen Rubens Poppentheater voor het eerst bij ons op school kwam. Ruben en zijn poppen waren een begrip in Zuid Limburg. We mochten met een aantal klassen tegelijkertijd in de gymzaal op de grond gaan zitten en Ruben stond met zijn poppen klaar om ons het verhaal van Klaas Vaak te laten beleven. Ik vond het ongelofelijk spannend en de personages kwamen door Rubens handen en stem tot leven. Natuurlijk speelt de kindergeest hier ook een rol. Maar toch, de poppen werden op een bepaalde manier echt.

Ruben ben ik met zijn poppen nog wel eens tegengekomen in de stad. Dan stond ik altijd even stil en om te kijken naar wat ik ooit  zag. De betovering op de kindergezichtjes wanneer Ruben met zijn poppen een van zijn vele verhalen vertelt. Hoe de wereld ook verandert en welke technieken we ook verzinnen, poppen blijven tot de verbeelding spreken.

Zo blijkt ook maar weer wanneer Paul een tijdje terug heel enthousiast vertelt over de Thunderbirds. De poppenserie uit de jaren ’60 met de zo kenmerkende poppen. Ik kan me herinneren dat ik er bij oma nog wel eens naar gekeken heb, maar om de een of andere manier heb ik er geen speciale herinneringen aan.

Paul, enthousiast als altijd, stuurt me een paar afleveringen door. Hij wil weten wat ik ervan vind en ik ben ook wel nieuwsgierig naar wat hij er zoal in ziet. Waarom weet ik niet maar het grijpt me meteen. De bombastische muziek en de vormgeving van de poppen en de decors vind ik geweldig. Je ziet zo hier en daar vrij duidelijk dat de wereld van Gerrie Anderson kleiner is dan de onze en je ziet de touwtjes lopen waarmee de bewegingen van de poppen gestuurd worden. Toch sleept het verhaal je meteen mee. De touwtjes verdwijnen en je komt in een vreemde science fiction wereld terecht.

Behalve Thunderbirds blijkt Anderson nog meer poppenseries gemaakt te hebben. Inmiddels ook enthousiast ben ik begonnen aan een van zijn andere series, Stingray. Een superheldenverhaal dat zich voornamelijk afspeelt in zee en in het denkbeeldige dorpje Marineville. Troy Tempest redt met zijn onderzeeër ‘Stingray’ menig maal de wereld van de ondergang en de verhalen hebben een hoog James Bond gehalte. Er komen diepzee wezens in voor die onze wereld willen veroveren en de mensheid daarbij een kopje kleiner willen maken. Maar Troy redt ons keer op keer. Ondanks die voorspelbaarheid is het gewoon leuk om naar te kijken.  De betovering van Ruben, zo lang geleden, werkt nog steeds. De poppen van Anderson zuigen je mee hun wereld in. De vormgeving inspireert. Het lijkt erop dat voor mij deze week een poppenkast is opengegaan….

 

Luistertip van Paul

De BourgondiërsHet mag geen geheim zijn dat Paul een boekenwurm is. Hij is een wonderaar pur sang en leergierig tot in de puntjes. Breed geïnteresseerd zijn er weinig letterwerkjes die hij zich langs de neus laat gaan. Dus als ik door mijn favoriete boekhandel loop gebeurt het zo af en toe dat ik iets in tweevoud koop. Dit kon ik zeker niet laten na de fantastische lezing van Bart van Loo een tijdje geleden. De man kan zeer boeiend praten over het ontstaan van de Nederlanden en Vlaanderen. Over hoe de Bourgondiërs ons Holland vorm hebben gegeven. Een geschiedenis die niet in de schoolboeken staat.

De Bourgondiërs is een prachtig boek geworden. Maar ook een flinke pil. Het zou kunnen dat de afmeting van dit boek je weerhoudt eraan te beginnen. Gelukkig ploegt Paul behalve velen boeken ook het net regelmatig door op zoek naar pareltjes en komt hij deze week op de proppen met een geweldige podcast. Paul van Loo vertelt uitgebreid over de Bourgondiërs. In tien afleveringen neemt hij je mee terug in de tijd en ontvouwt zich een briljante geschiedenisvertelling. Met veel enthousiasme brengt hij het oerverhaal van den Nederlanden zoals je het nog niet eerder hoorde, in het Vlaams. Volg de link en geniet in het zonnetje, tijdens een wandeling of gewoon op de bank van dit geweldige verhaal!

Brunswijk

Steven Brunswijk

Het is al weer een paar maanden geleden dat de catalogus van het nieuwe theaterseizoen op de mat viel. Heerlijk om even door te spitten en wat dingen alvast te boeken. Dan weet je zeker dat je door het jaar heen zo hier en daar een avondje uit hebt.

Voor Hugo betekent dat meestal Jazz en ik kies daar tussendoor van alles wat. Ik word graag verrast en als de omschrijving me aanspreekt dan koop ik kaartjes. Zo zijn we al naar Ellen ten Damme geweest en naar modern ballet van Connie Jansen en nog zo wat van die dingen.

Tijdens het doorbladeren van de nieuwe catalogus stuit Hugo op een avondje Steven Brunswijk. Dol enthousiast zegt hij ‘daar wil ik heen!’. Beetje verbaast over zijn enthousiasme vraag ik wat hij speelt. Steven Brunswijk, zo krijg ik te horen, is de Braboneger.

Dat doet wel een belletje rinkelen. Wellicht wordt het een beetje flauwe avond maar het enthousiasme van Hugo doet me toch twee kaartjes kopen. We zien wel…. Alles gaat voorbij, ook een flauwe avond.

In het theater aan het Vrijthof is de bovenzaal voor deze happening afgehuurd. We zijn wat vroeg en moeten nog even wachten eer we binnen mogen. Maar uiteindelijk mogen we het zolderzaaltje betreden en komen we in een hele intieme kleine opstelling terecht.

Al snel blijkt dat Steven Steven is. Hij is volwassen geworden en heeft zijn Brabonegerjas aan de wilgen gehangen. Tuurlijk maakt hij grappen, soms zelfs een ‘bietje’ flauw. Maar hij verteld vooral zijn verhaal. Waar hij vandaan komt en waarom zijn achternaam ervoor zorgde dat zijn moeder samen met haar 5 kinderen uiteindelijk uit Suriname moesten vluchten. Hoe zijn ouders gevochten hebben voor een goede toekomst voor hun kinderen.

Hij haalt de slavernij aan en dat we vooral niet moeten vergeten dat daar niet alleen de blanken aan meegewerkt hebben. Persoonlijk heb ik daar nog nooit bij stil gestaan. Maar rijke Afrikaanse lieden haalden mensen uit het binnenland om ze aan de kust aan de witte mensen te verkopen. Rasisme is geen eenrichtingsverkeer en we moeten daar met zijn allen bewust van zijn. 

Steven brengt zijn verhaal met een knipoog. Maar hij laat helder en duidelijk weten hoe hij er over denkt. Onverwacht heeft hij me aan het denken gezet en ik denk dat ik daarin niet de enige ben.

Steven is Steven en hij wil bruggen slaan. Ik denk dat hem dit gisteravond goed gelukt is!

Over vriendschap

Over vriendschap

Buckminsters koepels

Buckminster Fuller. Doet het een belletje rinkelen? Nee? Bij mij ook niet. Totdat ik onlangs een documentaire van de BBC, uit 1964, met de klinkende naam ‘The world of Buckminster Fuller’ zag en kennis maakte met een heel bijzonder mens.

Fuller noemt zichzelf ‘ontdekker van structuren’. Al in 1927 belooft hij zichzelf zijn best te gaan doen om de werkzame principes van het universum te ontdekken en ze te delen met zijn medemens. Afgaande op de inhoud van deze prachtige documentaire is hem dat ook aardig gelukt.

Hij stort zich op vormen. Als uitgangspunt neemt hij de regelmatige veelvlakken. Een regelmatig veelvlak is een veelvlak waarvan de zijvlakken congruente regelmatige veelhoeken zijn. Regelmatige veelvlakken zijn convex en alle hoeken tussen de vlakken zijn onderling gelijk. Er bestaan vijf regelmatige veelvlakken. De kubus is het bekendste voorbeeld.

Maar er is iets met die kubus. Het is volgens Fuller geen structurele integriteit. Wanneer je een kubus opbouwt uit alleen zijn ribben is het een heel onstabiel geheel. Je moet er dwarsliggers aan toevoegen om het stevigheid te geven. Wanneer je die dwarsliggers verwijdert valt de kubus als een pudding ineen, terwijl de dwarsliggers tezamen nog steeds hun vaste vorm aanhouden.

Wat overblijft noemen we een tetraëder, samen met zijn neefjes octaëder en icosaëder vormen zij naar Fullers zeggen pure vormen die wel structurele integriteit bezitten. Met minimale inspanningen vormen deze vormen een stabiel figuur. De natuur, zo leert hij ons, werkt ook op deze manier. De natuur maakt alles dat wij kennen met zo min mogelijk inspanning.

Fuller is echter niet de enige die zich bezighoud met de kracht van de driehoek. Maar Fuller is wel de enige die niet bezig is met vorm. Want vorm is volledig incidenteel volgens Fuller. Vormen ontstaan door het combineren van verschillende vlakken. Die vlakken moet je proberen zo efficiënt mogelijk te maken en door deze efficiënte vlakken zo goed mogelijk te combineren ontstaan nieuwe vormen die mogelijk bruikbaar zijn. Maar de vorm an sich kan nooit de aanleiding zijn.

In 1928 ontwerpt hij met dit principe een gebouw van 10 verdiepingen. Het gebouw zal zo lichtgewicht zijn dat het per luchtschip geleverd kan worden. Hij ziet toekomst in het massaal produceren van lichtgewicht woonmodules waarbij de nieuwste technologieën en materialen zullen worden gebruikt. Het feit dat we nog altijd traditionele bouwmaterialen gebruiken om onze huizen van te bouwen vindt hij ronduit absurd.

Wanneer hij in 1930 wordt uitgenodigd als gast bij een belangrijk architecten diner in New York, laat hij in een speech weten dat hij werkt aan het verwezenlijken van een geïndustrialiseerd architectuur die dezelfde principes hanteert als de scheep- en luchtvaart, waarbij hij gebouwen zal realiseren die licht genoeg zijn om te vliegen.

Architecten zijn in die tijd überhaupt niet bezig met het berekenen van de prestaties die hun gebouwen per pond leveren. In de lucht- en scheepvaart is dit noodzakelijk. Maar door deze noodzaak wordt er als bijkomstigheid veel efficiënter met materialen omgegaan. Fuller is ervan overtuigd dat als we deze principes ook zouden toepassen op de architectuur het mogelijk moet zijn om de levenstandaard van ieder individu op deze planeet te verhogen.

Begin jaren dertig brengt hij zijn eerste manuscript naar een uitgever. De uitgever weigert zijn werk te publiceren omdat hij in de eerste 3 hoofdstukken van zijn boek de filosofie en wiskundige denkwijze van Einstein uit de doeken doet. Er zijn op dat moment op de wereld welgeteld maar negen mensen die dit kunnen en van die negen mensen was een lijst. Hij staat niet op die lijst, sterker nog, hij staat dan op geen enkele lijst. Fuller, duidelijk niet voor een gat te vangen, stelt aan de uitgever voor het manuscript voor te leggen aan Einstein zelf. Hij moet toch zeker in staat zijn er een oordeel over te vellen.

De uitgever volgt zijn advies op en Fuller wordt uitgenodigd bij Einstein langs te komen. Deze is onder de indruk van zijn uiteenzetting en met name van zijn conclusie. Fuller meent namelijk dat de individuele wetenschapper de wetenschap leidt. De wetenschap leidt op zijn beurt weer de technologie. Die op zijn beurt weer de industrie leidt en dat is de motor voor onze economie. Dus zo concludeerd Fuller, als Einsteins theorieën kloppen (dat wisten ze toen nog niet zeker) dan zullen ze effect hebben op alle samenlevingen ter wereld.  

Fuller vindt het een morele plicht om met de kennis voorhanden zo efficiënt mogelijk te werk te gaan om zo voor alle mensen op de wereld een goed bestaan te kunnen bouwen.

Met de theorieën die hij ontwikkelt ontwerpt hij van alles. Hij bedenkt een auto/vliegtuig met aerodynamische vorm, volledig op de driehoek geïnspireerd en dus lichtgewicht en zo efficiënt mogelijke vorm gegeven. Met deze kennis ontwerpt hij ook een autobus en zelfs een lichtgewicht huis, dat een man alleen in een middag op kan zetten en dat niet duurder is dan een gemiddelde auto. 

De industrie wil er echter niet aan en zijn ideeën komen niet van de grond. Overtuigd van zijn idealen laat hij zich echter niet uit het veld slaan. Samen met de studenten van het MIT ontwikkelt hij zijn beroemde ‘Geodesic domes’. Een manier om met heel weinig materiaal enorme koepels te kunnen maken die lichtgewicht, oersterk en goedkoop zijn. In eerste instantie ook niet iets dat de interesse van de industrie wekt, waren het niet dat deze koepels er prachtig uitzien.

Ineens wilde iedereen zijn koepels hebben en wordt hij van alle kanten benaderd. Hij bouwt er een voor Ford en er wordt een enorme Dome in Hawaii opgericht. Zelfs in Afghanistan bouwen ze zijn koepels. De mensen vinden zijn creaties prachtig. Fuller blijft van mening dat het allemaal niet om de vorm draait. Maar de mensen houden van zijn koepels en dus worden ze een succes.

Behalve dat hij in de industriële wereld ineens opvalt heeft de wetenschap ook oren naar zijn theorieën. De geodetische structuren die hij ontdekt blijken grote overlap te hebben met hoe de natuur in elkaar lijkt te zitten. Deze principes werken blijkbaar op elke schaal. Fuller heeft iets essentieel ontdekt. 

Zijn missie is geslaagd. Hij ontdekt hoe je het meeste met het minste doen kan. Hij is ervan overtuigd dat de mogelijkheid voor een goed leven voor 1 mens ligt in de mogelijkheid voor een goed leven voor alle mensen.

Ik ben onder de indruk van deze documentaire en ik vraag me af waarom ik deze man niet ken. Die man die zelfs Einstein wist te inspireren. De man die duidelijk een zeer efficiënte manier van bouwen ontwikkelde waar we allemaal ons voordeel mee zouden kunnen doen.

Halverwege de jaren ’50 kreeg hij het patent op zijn koepels. Maar we zijn niet blijven doorbouwen op zijn principes. Ik vraag me af waarom niet? We gebruiken nog altijd te veel materialen. De aarde kan ons eigenlijk niet onderhouden. Er zijn nog steeds mensen dakloos of leven ver onder de maat. Toch lijkt er sinds halverwege vorige eeuw wel een goede oplossing, met betrekking tot bouwmaterialen, voor handen te zijn.

Zijn benadering van het implementeren van de wetenschap, die de lucht- en scheepvaart drijft, in de architectuur lijkt me heel logisch. Zo veel mogelijk met zo weinig mogelijk zou toch zeker nu ons doel moeten zijn.

Dus als je ergens zo een mooie stalen constructie tegenkomt denk dan aan Buckminster. Denk aan zijn idealen en wat hij voor ogen had met zijn vormen. Denk aan hoe zijn theorie de essentie van het leven raakt. Verwonder je over deze machtige wonderaar met zijn prachtige idealen. Buckminster Fuller,  ik vergeet die naam niet meer.

Water en wijn


Water in wijn

Water en wijn.
Water bij de wijn.
Water in wijn.
Wijn in water.

Water.
Wijn.
Wijn.
Water.

Wat zal het zijn?
Ik doe nooit meer water bij de wijn.

Transformatie.
Toverkracht.
Gebaande paden.
Nieuwe wegen.

Herboren.
Verwondering.
Water.
Of wijn.

Wat zal er zijn?
Vandaag verander ik mijn water in wijn.

Gereserveerd

GereserveerdHet is vrijdagavond. Eindelijk is het dan zover. Een van mijn favoriete bands is weer even in Limburg.  In Heerlen wel te verstaan. 

Vorig jaar heb ik ze ook gezien. Toen was het een theaterconcert in Maastricht. Met zitplaatsen. Ik had net mijn eerste chemo achter de kiezen en ik ging er vol voor. Toen het concert afgelopen was merkte ik aan mijn lichaam dat ik niet meer topfit was en gaapte vermoeid bij het verlaten van de zaal. Hierop reageerde een meneer achter me heel ‘vriendelijk’ met “Als je het zo boeiend vond, waarom ben je dan gekomen?”. Waarop ik Hugo hoor mompelen, “Omdat ik wel zin had in een uitje zo net na mijn eerste chemokuur.”. Ik laat het gaan, geen zin in. Mensen zijn mensen, ik hoef me niet te verklaren.

Nu ruim een jaar verder staan ze in Heerlen. Ja, staan. Ook voor het publiek deze keer. Ik mijd dat als de pest. Staconcerten. Dat kan ik niet meer. Ik heb dan een rolstoel nodig en ik voel me daar gewoon niet in thuis. Ik kan ook nog het een en ander zo en geef daar dan de voorkeur aan. Noem het struisvogel gedrag. Het geeft me het gevoel dat er weinig aan de hand is en dat is ook wel eens fijn.

Maar voor de Dijk maak ik graag een uitzondering. Ik bel het theater en vraag of ze een rolstoelplek voor me kunnen reserveren. Dat kan. Geen probleem zelfs. Ik krijg een mail met een link toegestuurd en als ik die aanklik kom ik bij een betaalscherm terecht. Wanneer ik de betaling verricht krijg ik mijn kaartjes digitaal toegezonden en reserveert het theater een speciaal plekje voor mij. Mooi geregeld.

We gaan op tijd. Als ik met Hugo ben, gaan we altijd op tijd. Hugo houdt niet zo van last minute of onverwacht. Dus we zijn lekker vroeg.
Als we de lobby binnen gaan, wordt ons kaartje gescand en vertelt de vriendelijke medewerkster hoe we door middel van een aantal liften traploos bij de zaal kunnen komen. Heel fijn. Maar omdat we nog voldoende tijd hebben nemen we eerst een drankje in de foyer en kijken ondertussen een beetje aapjes.

Als het tijd is om te gaan zoeken we de lift op. Eenmaal in de kleine lift kan ik niet draaien. Voor de deuren dichtgaan hoor ik een bekende stem vragen “gaan jullie naar beneden?” Waarop Hugo antwoord “nee…, oh maar wacht u kunt mee!”
Dat was Huub, maar hij was al weer vertrokken. Met de trap was zeker sneller.

Een etage verder moeten we deze oversteken naar een andere lift om daar weer mee naar beneden te gaan. Om daar vervolgens weer een andere lift naar boven te nemen die ons naar het balkon met de gereserveerde plek moet brengen.

Het lukt en eindelijk raken we bij de zaal. Er is inderdaad een plek voor ons gereserveerd. “Hermans” zegt het witte A4-tje dat op de metalen afzetting van het balkon geplakt is. Hermans en een rolstoellogo. Ik kijk er een tijdje naar. Het voelt vreemd. Ik kan er niet omheen, dit is wat ik nodig heb wil ik een concert als dit bijwonen. Maar het voelt ook als niet van mij. Dit hoort toch niet bij mij? Mijn gevoel en de werkelijkheid komen op dit punt nog niet helemaal overeen.

Maar toch, het is zo. Speciaal voor mij is er een plekje vrijgehouden waar ik gemakkelijk met mijn stoel kan staan en ik tegelijkertijd ook het concert goed kan volgen. En ik moet liften nemen in plaats van trappen omdat ik voor deze gelegenheid moet rollen in plaats van lopen. Ik vind dat lastig.

Het logo staart me een tijdje aan en ik staar terug als in een shootout. Dat platte onzijdige wezentje in de evenzo tweedimensionale rolstoel heeft me even goed bij mijn kraag. Gelukkig doven de zaallichten en lijkt er iets te gaan gebeuren op het toneel.
De show begint. Het is wederom een voortreffelijke avond!

Volgend jaar ga ik gewoon weer. Dan maar met stoel en liftendoolhof. Ik moet er maar aan wennen.

WO-MAN

WO-MAN

Het is al weer een tijdje geleden dat de catalogus van het Theater aan het Vrijthof op de  spreekwoordelijk mat viel. Het theaterseizoen 2018/2019 heb ik toen grondig doorgenomen en meteen dat besteld waar ik zeker naartoe wilde.

Op datzelfde moment was mijn goede vriendin met haar gezin ook bezig dit boek door te nemen. Ze appt me “Zullen wij samen naar WO-MAN gaan? Het lijkt me een hele leuke voorstelling!”. 

Omdat ik toch aan het reserveren was stelde ik voor de kaartjes dan maar meteen te bestellen. Met een hele stapel kaartjes op zak kon wat mij betreft het theater seizoen weer beginnen.

Afgelopen week was het dan zover. We gingen samen naar het theater, maar we waren eigenlijk allebei een beetje vergeten waar het over zou gaan. Gelukkig wist ik wel nog waar ik moest zijn. AINSI, in het voormalige ENCI gebouw dat nu onder andere dit theater huisvest. Prachtige lokatie, kleine intieme zaal en de mooie fabrieksomgeving in eren gehouden.

We drinken lekker een kopje thee en zo ongeveer 5 minuten voor de voorstelling lopen we richting zaal, die dan ook pas open gaat.We zitten helemaal vooraan. Op het podium staat een kast, jaren zeventig tafel met stoelen, 2 zwarte houten tafeltjes met rode bureaustoel en er staat een lichtblauwe bank. In een nis van de kast hangt een tv. Het geheel ziet er huiselijk uit.

Dan stapt er uit de zijkant van de kast een actrice. Ze loopt naar de tv en zet een filmpje aan dat ons informeert over het paargedrag van platwormen. De actrice heeft een pak aan en gedraagt zich uitzonderlijk mannelijk. Ze loopt wat over het podium, maar zegt niets. Ze laat duidelijk zien dat ze het mannetje is. Dan stapt er nog een actrice het podium op. Ook in pak en met een even mannelijke vertoning. Ze draaien om elkaar heen en dagen elkaar uit. Het geheel ademt testosteron en territoriumdrang. Het gevecht eindigt in een titanenstrijd waarbij een der mannetjes wordt gedekt door de ander en daardoor de rol van vrouw op zich nemen moet.

Met veel tegenzin wordt de dame in kwestie in het keurslijf van een echte vrouw gepropt. Compleet met roze jurk, hakken en een glitteronderbroek moet ze poetsen en zich onderdanig tonen aan ‘het mannetje’. Wanneer deze haar verlaat is ze ontroostbaar en ziet ze geen enkele andere oplossing dan door middel van een list dit mannetje ook te bekeren tot het vrouwelijke gender.

Wanneer dat lukt blijkt ook het vrouw zijn meerdere kanten te hebben en zijn ze zeker niet allemaal onderdanig en lief. Er opent zich een promiscue kant die onder het nerveuze gegiechel van het eerste vrouwtje steeds sterker wordt en niet meer te onderdrukken lijkt.

De worsteling die deze twee dames, zonder woorden, ten tonele brengen is een worsteling die ergens in ons allemaal huist. Op de een of andere manier zijn we allemaal platwormen of naaktslakken die zich met hun plooibare lijf proberen te voegen naar de rol die hen is opgelegd.

Na afloop krijgen de dames een daverend applaus. Maar er stuiven ook twee gasten enigszins geïrriteerd weg, wellicht was deze voorstelling net iets té herkenbaar voor ze. Mijn vriendin zegt onder het applaus tegen me ‘ Ik heb nog nooit zoiets vreemds gezien!’.
Eerlijk is eerlijk, het was een bizar stuk om te zien. Maar de rauwheid waarmee de boodschap verteld werd en de woordeloze confrontatie die we daarbij allemaal aangingen heeft me toch ook aan het denken gezet.

Zonder woorden zo hard schreeuwen, open en eerlijk laten zien welke strijd er in ons allen huist. Het ideaalbeeld waar niemand aan kan voldoen en de hokjes die we proberen te vullen maar waarvan er eigenlijk geen een echt goed lijkt te passen.

Deze dames hebben zich op een bijzondere manier blootgegeven, misschien zouden meer mensen dat moeten doen…

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑