CategorieTechnologie

Brightday

Brightday coding bot.

Het was een verhelderende zondag op een verder druilerige dag.
Ik had er een poos geleden samen met Corné al kaarten voor gekocht. Brightday. Naar eigen zeggen het grootste tech festival van Nederland dat we niet mogen missen. Het evenement vindt plaats in de buurt van Schiphol. Vanuit Maastricht een flink eind, maar ik mag bij mijn lieve neefjes en hun ouders in Leiden blijven slapen. Dat maakt de afstand heel erg haalbaar.

Ik rust goed voor, want dat moet zo tegenwoordig, en besluit op zaterdag al richting westen te gaan. Misschien kan ik dan nog even naar zee. Maar in ieder geval kan ik nog een nachtje slapen voordat de leuke, maar lange, festival dag gepland staat.

Het toeval wil dat Tjores (6) die middag een blokfluitconcert geeft in het buurthuis. Daar sla ik met liefde een rondje zee voor over. Het wordt een grandioos concert waarbij Sinterklaas liederen afgewisseld worden met Jazz. Van dat laatste wist ik niet eens dat het mogelijk was op een blokfluit.

Tjores is samen met zijn vriendje de Benjamin van het gezelschap. Ze spelen hun wangen rood en ik kan zien dat ze goed geoefend hebben. De juf is even enthousiast. Ze legt het publiek van trotse ouders en grootouders, en minstens een overtrotse tante, uit dat de stukken die gespeeld worden zeker niet eenvoudig zijn. Dat ze goed geoefend hebben en dat het prachtig klinkt.

Eerlijk is eerlijk. Ik ben zelf niet zo een fan van de blokfluit. Maar Tjores en zijn muzikale vrienden maken er een feestje van. Na afloop zijn er zelfgebakken pepernoten en gevulde speculaastaart. Een beter Sinterklaascadeautje kan ik mij niet wensen. Mijn schoenen zijn met liefde gevuld dit jaar. Na een gezellige dag en een leuke avond val ik tevreden in slaap in mijn Leidse bed.

’s Ochtends wordt ik vriendelijke gewekt door 3 paar kindervoetjes die de trap af trappelen. Beneden in de hal hebben ze de avond van tevoren hun schoen gezet.Tot op zolder hoor ik een enthousiast ‘ooooh cadeautjes’ klinken. Lachend bedenk ik me dat dit weer een mooie dag wordt. Opstaan is altijd een beetje een dingetje, maar eenmaal gedoucht en vers in de kleren loopt mijn motor weer. Deze ochtend kunnen we nog even spelen om na de lunch samen met Corné te vertrekken richting Vijfhuizen.

Corné vindt het nu toch wel een beetje spannend. Hij heeft samen met mama een paar dagen eerder nog op de website van Brightday gekeken en weet ineens niet meer zo goed of hij dit wel leuk vindt. Ik denk dat het wel los zal lopen maar verzeker hem ervan dat het zijn dag gaat worden. Als hij het niet leuk vindt, dan gaan we gewoon ergens anders heen. In de auto spreken we af dat hij vandaag de baas is, totdat we weer thuiskomen uiteraard, ik ben geen onruststoker.

Na een beetje zoeken vinden we de Expo Haarlemmermeer. Een enorme hal waar we dichtbij mogen parkeren, omdat dit handiger is met mijn rolstoel. Als we naar binnen gaan zie ik dat het dak volledig van glas is en bedekt met zonnepanelen. Zo kun je de panelen van onderop ook goed bewonderen. De ideale plek voor een festival als dit.

Corné besluit zijn jas aan te houden en al snel zijn we binnen. Na de eerste aarzeling van ‘waar moeten we naartoe?’ slaat het weer al snel om in enthousiasme. Van druilerigheid is hierbinnen geen sprake. We spelen eerst een spelletje in de stand van Nintendo. Daarna lopen we door. Er staat een rij voor het 3d tekenen, dus die slaan we even over. Maar dan botsten we op een stand met robots. Programmeerbots. Bedoeld als lesmateriaal, waar wij mee mogen spelen. De stappen die deze robot zet zijn voor te programmeren. Doe je het goed, dan legt hij het voorbedachte pad, nadat je op de ‘Go’ button gedrukt hebt, foutloos af. Maak je een foutje, dan maakt je bot dat ook. Heel leerzaam en heel leuk. Corné is dol enthousiast en ik moet hem ervan overtuigen toch ook nog even verder te kijken.

We lopen nog een eindje verder, we bouwen een robot van karton en elektronica en uiteindelijk programmeren we nog wat. Corné verteld me dat hij robots heel interessant vindt maar dat hij ook graag bij de drones wil gaan kijken. Dus besluiten we die richting uit te lopen.

En hij heeft honger. Bij de snoepstand staat een rij tot buiten, daar heb ik zelf niet zo een zin in. Maar iets verderop verkopen ze broodjes. We nemen een broodje en gaan aan een tafeltje zitten. Ik word op mijn wenken bediend want in de verte kan ik Sophia zien. De beroemde robot van Hansson Robotics. Van een afstandje volg ik het interview met haar en haar makers. Het blijft me boeien, Sophia. Wat kan ze echt en in hoeverre is ze toch gewoon voorgeprogrammeerd? Waarom willen we zo graag iets maken dat op ons lijkt? En moeten we, zoals onder andere Stephen Hawking voorstelt, ons zorgen maken over deze ontwikkeling?

Na ons broodje komen we aan bij het gedeelte waar de TU en Defensie zich genesteld hebben. Er staan duikboten, solarcars, quads, motorfietsen, 3d printers en lasersnijders. Vol verwondering loopt Corné tussen als dit moois door. Hij heeft heel veel vragen en is niet bang ze ook te stellen. Hij praat met studenten over duikboten en waterstof als brandstof. Hij heeft het met militairen over de voertuigen die er te kijk staan en spiekt onder de ‘motorkap’ van een echte hybride quad.
Hij laat een triplex plaatje laseren met zijn naam erop. Trots kijk ik van een afstandje wat een mooi mens hij aan het worden is. Hij is geboeid door alles om hem heen, hij durft vragen te stellen en te zeggen wat hij niet snapt. Daar loopt een wonderaar in de dop.

Om 18.00 sluit het festival haar deuren en lopen we allebei met een hoofd vol nieuwe informatie terug naar de auto. Wat een eer dat ik dit soort mooie dingen met deze mannen delen mag.
In januari zijn Tjores en Pierre weer aan de beurt. Dan gaan we samen gezellig naar het theater.
Voor nu geniet ik nog even na van deze dagen. Ik geniet en verwonder….

Cruise control

cruise control

Iedereen die ons kent weet het. Wij geven geen drol om auto’s. Ik ben nu 37 en aan mijn tweede auto ooit bezig.

Mijn eerste karretje was een knalgele Suzuki Alto 1.0, uitvoering tractor. Geen stuurbekrachtiging en uiteraard handgeschakeld. Het beestje heeft me nooit in de steek gelaten maar drie jaar zand, zout en leven aan zee zijn hem uiteindelijk fataal geworden. De kosten voor vervanging van de vooras waren velen malen duurder dan het wagentje nog waard kon zijn. Met spijt moest ik besluiten afscheid te nemen van mijn trouwe kameraad.

We gingen op zoek naar een nieuwe ‘gebruikte’ waar we nog een tijdje mee voort konden. Hugo opperde nog ‘laten we kijken voor een automaat’. Daarin toch een beetje eigenwijs, vond ik dat helemaal geen autorijden. Ik wilde het liefst in de benzine ‘roeren’ en was er tevens van overtuigd dat hoe meer poespas aan een auto hoe gevoeliger voor allerlei onheil, met waarschijnlijk een kortere levensduur tot gevolg. Hugo ging mee in mijn gedachte zolang er maar ruimte in de auto bleef voor een drumstelletje of wat en de auto toch klein en zuinig genoeg was om ons niet op onnodige kosten te jagen.

Uiteindelijk viel onze keuze wederom op Suzuki, ditmaal een Splash met stuurbekrachtiging maar nog steeds 1.0. Toch voelde het als een flinke update. Hoewel een tweedehands wagen (ik zie het nut van het aanschaffen van een nieuwe niet in) voelde ik mij uitzonderlijk luxueus uitgerust met deze nieuwe bolide. We hebben er inmiddels vele tevreden kilometers opzitten en we hopen dat deze er ons ook nog zeer veel geven gaat. Ook hier weer geen gezeur, doet altijd wat je ervan verwacht en er zijn geen hoge kosten aan verbonden.

Ondanks dat het indrukken van de koppeling en het gas geven en remmen me nu meer moeite kosten dan ooit ben ik nog steeds gelukkig met ons autootje. Ik probeer mijn actieradius weer wat op te rekken en als daar een fysieke rekening voor betaald moet worden dan is dat maar zo.

Afgelopen donderdag had ik afgesproken met Paul. Ik zou een kopje koffie bij hem gaan drinken en daarna doorrijden naar Leiden om gezellig bij Michèle te kokkerellen en logeren. Maar Hugo wilde donderdagavond graag gaan repeteren. Dat kon zijn, maar ik was toch niet voornemens mijn afspraken af te zeggen. Ik had er te veel zin in.

Omdat Hugo niet graag in andermans auto rijdt en ik daar verder het probleem niet zo van inzie heb ik mijn ouders gevraagd of ze voor deze twee dagen van auto met ons willen ruilen. Hugo had alleen donderdagavond een auto nodig en mijn moeder kon dus gewoon overdag met de Suzuki gaan werken. Ze hadden er gelukkig geen bezwaar tegen.

Maar mijn vader is wel een beetje autofiel. Hij wil graag in een stoere auto rijden en zoals zovelen van hun leeftijd begon hij een aantal jaar geleden aan een ‘hybride bak’. Die zijn per definitie automaat en deze beschikt ook nog over cruise control. Ik heb al vaker in de auto gereden, maar dan korte stukken. ’s Avonds even snel naar een lezing hier in de stad, zoiets, meer niet. Maar nog niet eerder reed ik er grote stukken mee, laat staan dat ik de cruise control probeerde.

Ik denk dat mijn vader het toch wel een beetje spannend vond. Dat zijn karretje eerst helemaal naar het oosten moest om daarna ook nog af te reizen naar de grote stad, waar hij dan een nacht moest verblijven zomaar in de buitenlucht. Zelf vond ik het niet zo spannend. Het is altijd even wennen wanneer je van een handgeschakelde auto in een automaat stapt, maar dat gevoel ben ik na 300 meter kwijt en dan gaat alles gewoon z’n gangetje.

Donderdagochtend eenmaal op weg dacht ik ergens in de Prins Willem Alexandertunnel ‘ die cruise control moet ik toch eens proberen’. Geen idee hebbende hoe zoiets werkt probeerde ik een aantal knopjes en schakelaars en al snel had ik in de gaten hoe het werkte. In het begin is het raar om het gas gewoon los te laten en niet constant met je voet klaar te staan bij de rem. Ook vreemd is het wanneer je omhoog rijdt en je voelt dat de auto gas bijgeeft om de snelheid aan te kunnen houden zonder dat jij iets doet. Maar al snel had ik het onder de knie en ik ben zeer ontspannen richting Veenendaal gereden. Compleet uitgerust kwam ik daar aan en we hebben er een mooie middag van gemaakt.

Door naar Leiden bleek zelfs in het drukke westen cruise control mij goed gezind.
Richting Utrecht wordt er veel geflitst en zijn er her en der traject controles en op de N11 moet je ook altijd flink op de snelheid letten. Maar dat hoefde nu niet. Ik stelde de cruise control in op de daar gelde snelheid en ik kon me met andere zaken bezig houden dan het ontwijken van bekeuringen.

Ik merkte dat ik naast het genot van rustige voeten, ondanks de lange reis, ook veel meer aandacht over had voor het verkeer. Het rijden was velen malen ontspannender dan handgeschakeld en ik kwam ontspannen en niet eens echt vermoeid aan bij mijn lieve vriendin Michèle in Leiden. We hebben er een leuke avond van gemaakt en vrijdag ochtend ben ik gezellig nog even naar mijn oude schooltje gegaan, heb ik hier en daar een oud collega verbaast, ben ik zelfs nog even door onze oude, rode, buurt gereden om daarna een harinkie te scoren aan de boulevard en even te jutten aan zee. Voor mijn voeten was dat  wel wat veel, maar ik had ze toch veel minder nodig dan in mijn eigen auto de komende reis, dus die ging ik met vertrouwen tegenmoet.

Nu weet ik dat cruise control geen nieuw wonder is. En dat de meesten die dit lezen denken ‘oud nieuws’, maar voor mij was dit wederom een van de vele technologische openbaringen van de afgelopen tijd. Ik ben helemaal voor, het maakt het rijden niet alleen makkelijker, maar ook veiliger. Je hoeft minder bezig te zijn met de snelheid (en wat de overheid daarvan vindt) en kunt meer focussen op wat er echt toe doet, de weg.

Ik heb nog steeds geen interesse in auto’s, maar ik hoop dat alle bolides die tegenwoordig van de band afrollen standaard worden uitgerust met deze, voor mij nieuwe, technologie. En mocht ons eigen oude beestje er toch uiteindelijk weer eens de brui aan geven dan ga ik zeker voor een upgrade naar een versie met al deze nieuwigheden. Tot die tijd hebben mijn ouders er mij van verzekerd dat ik voor dit soort ‘monsterritten’ hun auto lenen mag. Ik weet zeker dat ik daar royaal gebruik van ga maken!

Artificiële intelligentie IV ‘Wat is erg?’

Artificiële intelligentie IV 'Wat is erg?'

Dit is de laatste blog in de serie artificiële intelligentie. Het onderwerp heeft me gegrepen en ik ben geboeid door wezens als Sophia. Toch heeft de reis door de wereld van de technologie mij niet bang gemaakt. Deze week dan ook niet nog meer technologische prietpraat maar een filosofische blik op wat de toekomst zou kunnen zijn. In een poging te achterhalen waar we dan precies bang voor zouden moeten zijn kijk ik naar onze eigen recente evolutie.

Een blik werpend op onze geschiedenis moet ik concluderen dat wij ook hier en daar een soortje de verdommenis in geholpen hebben. Op de eerste plaats voor het vlees, we hadden simpelweg honger, een honger die niet te stillen bleek. We schoten een hele soort af om daarna vrolijk verder te gaan aan de volgende. Niet heel handig, jammer voor de soort, maar zoals we eerder concludeerde niet erg. Er is nog voldoende te eten voor ons ook zonder bijvoorbeeld de bizon en ecologisch gezien heeft gewoon een andere soort hun plek ingenomen en is er ook geen grote ramp gebeurt.
Bots hebben geen honger, in ieder geval niet zoals wij die kennen. Ze hebben electriciteit nodig, geen vlees. Dus de kans dat ze op ons gaan jagen is nul. Op deze manier worden wij door de bots niet uitgeroeid.

Maar de mens heeft meer talenten. Ik denk aan ons slavernij verleden (en heden, maar dat terzijde). Bots zouden ons kunnen uitbuiten tot we erbij neervallen en ons zo aan ons einde helpen. Maar waarom zouden ze dat doen? Ze zouden ons klusjes kunnen laten klaren die zij niet leuk vinden om te doen.
Maar die klussen zijn er niet, je kunt allerlei bots maken die allerlei klussen leuk vinden. Daarbij hebben machines geen last van moeheid, worden ze niet ziek en hoeven ze niet op vakantie. Ons voor arbeid inzetten in plaats van het zelf te doen kunnen we dus ook doorstrepen. De bots zouden er meer nadeel dan voordeel van hebben.

De laatste reden die ik me kan bedenken om ons aantal in te dammen is ruimte. Wij gingen naar Amerika en wij vonden dat het vruchtbare land daar van ons was. De lokale bevolking, die wij onterecht Indianen zijn gaan noemen, moest wijken en wij namen hun plek in. Voor de Indianen die toch nog overbleven richtte we kleine afgebakende gebieden in die we reservaten zijn gaan noemen. Een soort dierentuin maar dan met mensen, een mensentuin. En dit deden we niet alleen met de Indianen, maar ook bijvoorbeeld met de Aboriginals.

Daarnaast pikken we ook regelmatig landje als het om grondstoffen gaat. Vele diersoorten in het oerwoud moeten wijken omdat wij het degelijke hardhout van hun bomen graag in onze salontafel zien. En hier en daar zal er ook wel een dorp moeten wijken voor een of andere goudmijn, dat weet ik niet, ik ben niet goed ingelezen op dat onderwerp. Maar waar het om gaat is dat we dus soorten, ook als dat de onze is, verdrijven of uitroeien wanneer wij vinden dat we een bepaalde plek nodig hebben voor het een of ander.

Dat laatste zou wat mij betreft de enige reden zijn voor een toekomstige regering van intelligente machines om ons in ieder geval in te dammen en wie weet uit te roeien. Maar nogmaals, is dat erg? Over uitroeien waren we al tot de conclusie gekomen dat dit niet erg is. Erg kan alleen maar iets zijn als het voor iemand erg is, wanneer er niemand meer is kan het ook niet erg zijn. Hoewel de weg naar nul mensen erg vervelend kan zijn, en zelfs erg, is het eindresultaat dit zeker niet.
Dan blijft over indammen. Zou het erg zijn wanneer deze superintelligente wezens besluiten dat ze meer ruimte nodig hebben en dat dit enkel verkregen kan worden door de onze te beperken?

Het eerste dat in mij opkomt is ‘ja, dat zou erg zijn’. Maar om met Bas te spreken ‘ de werkelijke wensen van straks overschaduwen de wensen die wij nu denken straks te hebben’. Met andere woorden, wij denken nu dat het erg zou zijn wanneer we met zijn allen in een beperkt gebied moeten leven. Maar dat denken we nu. Misschien vinden de mensen in de toekomst dat wel helemaal niet zo erg, zeker niet als dit proces geleidelijk gaat. Kijk naar grote steden zoals New York, daar leven onwijs veel mensen op een kluitje. Iemand op het platteland krijgt daar accuut claustrofobie van, maar de New Yorkers vinden het prima zo.
Met andere woorden, ik weet niet of de toekomstige mensen het erg zouden vinden wanneer ze met zijn allen in een soort reservaat moeten wonen omdat intelligente robots de rest van de wereld nodig hebben.

Dan is er nog het puntje dat als deze superintelligente machines echt zo intelligent zijn als men voorspelt ze waarschijnlijk niet zoals ons onnozelaars aan genocide of slavernij gaan beginnen.

Samengevat ben ik niet bang voor een revolutie door superintelligente robots ergens in onze verre toekomst. Ik denk dat we met een gerust hart deze revolutie in gang kunnen zetten.
Er moeten wel regels komen. We moeten niet willens en wetens wezens creëren om anderen te schaden. Maar als er binnen deze groep digitale wezens een eigen evolutie ontstaat en ze een andere weg kiezen dan wij voor ogen hadden, dan denk ik dat de kans erg klein is dat ze ons bestaan van de wereldkaart zullen wissen. Waarschijnlijk gaan ze ons dan gewoon als huisdieren houden omdat we zo schattig en vriendelijk zijn. Op dit moment moet ik er niet aan denken om iemands bezit te zijn, laat staan huisdier. Maar ik kan met de beste wil van de wereld niet bepalen waar iemand in de verre toekomst gelukkig van wordt, dat heeft het verleden immers bewezen. En daarnaast acht ik de kans daarop nog steeds uitzonderlijk klein.

Dus ik ga de digitale toekomst in met vertrouwen. En met verwondering en nieuwsgierigheid. Ik wil weten hoe menselijke robots als Sophia werken. Bestaan ze echt, of geven ze slechts de illusie van een zelf denkend wezen. En willen we daar echt naar toe? Wat kunnen we van ze leren en wat kunnen we ze meegeven zodat ze ons nog beter van dienst kunnen zijn?

Ik ga het volgen, en misschien, heel misschien, als je dit leest Sophia, kun je ons laten weten hoe jij hier over denkt. Want je bent dan wel een Amerikaanse robot, met jou snelle wifi en hoge datacapaciteit moet het toch een peulenschilletje zijn om deze Nederlandse tekst te vertalen en te begrijpen.
Daarnaast heb ik net vernomen dat je eind dit jaar in Nederland bent. Wie weet ontmoeten we elkaar daar!

Artificiele intelligentie III ‘Wie is bang?’

Artificiele intelligentie III 'Wie is bang?' de denkende robot.Afgelopen week heb ik het een en ander uitgelegd over evolutie en waarom het niet altijd de slimste zijn die overblijven. Wij zijn de meest sociale van de groep mensachtigen uit de prehistorie en hebben daarbij relatief kleine hersenen. Het feit dat wij onze kennis deelden maakte onze overlevingskansen groter. Niet het feit dat we de grootste spieren of hersenen hadden.

In vergelijk met de ontwikkelingen van met name sociale bots als Sophia, zou je kunnen zeggen dat zij uitzonderlijk goed is in het delen van haar kennis met haar soortgenoten en dat ze daarnaast ook zeer sociaal is. De vraag is dan of robots als Sophia uiteindelijk ons gaan overheersen en op evolutionair niveau de volgende overheersende soort op deze aarde zullen zijn.

Er is een groep mensen die zegt van niet. Want ja, we zijn natuurlijk niet gek. We bouwen toch zeker geen machine die ons uiteindelijk overtroeft. Wanneer we zulke intelligente apparaten gaan bouwen coderen we regels in hun mechanisme waar ze niet onderuit kunnen. Regels vergelijkbaar met de drie wetten uit Isaac Asimov’s ‘I Robot’. Wij bouwen geen bots die de mensheid kwaad zullen doen.

Op de eerste plaats kun je je natuurlijk afvragen of dat waar is? We zijn immers koning in het bouwen of ontwikkelen van zaken die de mensheid niet heel goed gezind zijn. Dus waarom zou dat in dezen anders gaan? Maar goed, laten we stellen dat we ons keurig gedragen en we machines ontwikkelen die vele malen intelligenter en socialer zijn dan ons en dat we hen regels geven die ervoor zorgen dat ze ons geen kwaad zullen doen. Zullen ze zich dan ten alle tijden aan die regels houden? Zo vriendelijk als wij mensen zijn, zo vaak overtreden we de wet…
Als zelfdenkend intelligent wezen bepaal ik zelf toch zeker wel wat goed is voor mij en wat niet.

Je begrijpt er is ook een groep mensen die met enige twijfel en argwaan kijken naar de recente ontwikkeling in de robotica. En die mensen zijn niet de minste. Stephen Hawking en Elon Musk vertellen ons dat het niet verstandig is zulke slimme apparaten te bouwen.Het is volgens hen niet verstandig omdat dit in de toekomst de ondergang van de mensheid zal betekenen.

Meteen springen mijn grijze cellen van Sophia naar Bas. ‘Wie is Bas?’ Bas Haring, bijzonder hoogleraar aan de universiteit van Leiden. Bas is filosoof en denkt na over allerlei kwesties. Gelukkig schrijft hij ze zo nu en dan op, zodat ook wij erover kunnen prakkeseren. In ‘Het aquarium van Walter Huismans’ vraagt hij zich af waar onze zorg voor de toekomst vandaan komt en probeert hij te achterhalen of het erg is als wij de toekomst voor onze nakomelingen in onze ogen verpesten.

Hij vraagt zich daarin ook af of het erg is wanneer er een soort uitsterft? Het antwoord is nee, eigenlijk niet. Het is jammer wanneer er geen tijgers, olifanten of haringen meer zijn. Jammer voor ons, maar niet erg. We kunnen goed leven zonder al deze wezens en de aarde blijft gewoon draaien. Dus ondanks onze emoties bij dit onderwerp moet de conclusie zijn dat dit niet erg is.

Als vanzelf komt dan natuurlijk ook de vraag ‘Is het erg als de mensheid uitsterft?’ in onze gedachten. Het antwoord dat Bas geeft is gelijk aan mijn visie op dit punt. Kort door de bocht, nee het is niet erg wanneer de mensheid uitsterft. Het kan niet erg zijn, omdat het voor niemand erg is. Wanneer er geen mensen meer zijn, kan er ook niemand denken, ‘Goh, toch erg dat we er niet meer zijn.’. Of het leuk is wanneer we stoppen te bestaan is een andere vraag. Maar erg is het dus niet. Ook na de mensheid blijft de wereld gewoon bestaan.

Dus stel, stel dat met al onze goede bedoelingen robots in de toekomst onze touwtjes overnemen en besluiten dat wij er niet meer toe doen, een klopjacht op ons openen en zorgen dat de mens stopt te bestaan. Dan is dat erg jammer, maar niet erg. De wereld leeft dan gewoon verder met een nieuwe leider van staal en silicium aan het roer.

Toch ben ik nog steeds niet bang dat dit gebeuren zal. Wellicht komen er slimme bots, wellicht hele slimme. Zo intelligent dat we ze als levend moeten gaan beschouwen en zelfs moeten erkennen dat ze slimmer zijn dan ons. En misschien nemen ze de touwtjes dan wel van ons over. Maar ik twijfel of ze ons dan ook werkelijk willen uitroeien. 

Volgende week zal ik in het laatste deel over dit, voor mij heel boeiende, onderwerp uitleggen waarom ik daar niet zo bang voor ben. Misschien heb je er zelf ook ideeën over, daar ben ik altijd heel benieuwd naar. Laat je gedachten vooral de vrije loop in de comments onder aan dit artikel, ik lees ze met veel plezier. 

Artificiële intelligentie II ‘Evolutie’

Artificiele intelligentie; portet Sophia, de sociale robot van Hanson Robotics

 

Zoals we afgelopen week al zagen schrijdt de technologie ons langzaamaan voorbij. Dat zijn spannende ontwikkelingen waar niet iedereen met dezelfde nieuwsgierigheid naar kijkt. Er zijn heel wat mensen die ongerust zijn, die menen dat uiteindelijk onze wereld overgenomen zal worden door bots als Sophia. Ik denk daar vaak over na, maar toch ben ik niet bang…

Op de eerste plaatst wekt dit bij mij namelijk vooral nieuwsgierigheid op. Nieuwsgierig naar wat leven dan eigenlijk is. Want als deze machines, die wij gebouwd hebben, zelf kunnen denken, zelf beslissingen kunnen nemen, empathie kennen en waarschijnlijk ook nog andere gevoelens leren ontwikkelen leven ze dan? Zijn ze dan niet net zoveel een levend wezen als ik? Wat betekent het eigenlijk om te leven?

Je kan moeilijk ontkennen dat een wezen dat in staat is om voor zichzelf te denken en bewust is van zijn eigen zijn niet leeft. Dus uiteindelijk zullen we moeten onderkennen dat dit type robot leeft. En dan?
Dan moeten er waarschijnlijk wetten en regels komen met betrekking tot deze nieuwe levensvorm. We spelen een beetje voor God met deze experimenten en dat is spannend. Want ook Adam en Eva lukte het niet om in het paradijs te blijven. Ook zij ontwikkelde een eigen wil en deden zo afstand van hun eigenlijke goddelijke ontwerp.

Ik moet denken aan een artikel dat Rutger Bregman onlangs publiceerde in de Correspondent. Hoe werd de mens de baas op aarde? Goede vraag, want wij zijn misschien wel slim, maar met de rest gemeten toch wel een beetje slappelingen. We bezitten geen enorme spiermassa’s, een enkele opgepompte uitzondering daargelaten, en kennen daarnaast ook geen superkrachten zoals vliegen of uitzonderlijk hard lopen. Waarom hebben wij dan toch de aarde veroverd?

Wat blijkt, wij hebben waarschijnlijk de aarde veroverd omdat we zo schattig zijn. Ten tijde van ons eerste bestaan leefde we samen met nog een aantal mensachtigen. Zij hebben allen de strijd verloren, maar waren ook allemaal in fysiek opzicht sterker dan ons. Veder blijkt bijvoorbeeld de Neanderthaler een grotere schedel en dus een groter brein te hebben dan de homo sapiens. Hij was dus blijkbaar ook nog een eind slimmer. En toch, wij zijn er nog, zij niet.

Het antwoord op deze vraag ligt waarschijnlijk dichterbij ons dan we denken. Uit onderzoek naar domesticatie van dieren blijkt dat dieren met een vriendelijk karakter doorgefokt worden. Logisch we willen geen wilde koeien in de wei of gevaarlijke honden en katten in ons huis. Maar dat doorfokken op vriendelijkheid heeft nog een aantal consequenties. Hoewel de wilde variant na een paar maanden een stuk serieuzer wordt, blijven onze vrolijke viervoeter vooral dat. Vrolijk, kinds en aanhankelijk. Hun uiterlijke kenmerken blijven daarnaast ook meer op die van jonge dieren lijken. Minder gespierd, zachter uiterlijk….

Ons uiterlijk is ten aanzien van het uiterlijk van onze neven en nichten ook een stuk zachter. We zijn kleiner, minder gespierd en het verschil tussen onze mannelijke en vrouwelijke variant is ook niet zo groot (sorry voor de Rambo’s die hier verdrietig van worden, het is nu eenmaal zo). Er moet dus iets zijn in dat kleine, vriendelijke, sapiensje dat ervoor zorgt dat wij het beter doen dan al die anderen. De neanderthaler was dan wel groter, sterker en slimmer…. Wij waren door ons vriendelijke karakter, socialer. Laat nu juist dat sociale waarschijnlijk de doorslaggevende factor zijn geweest. Dit kenmerk heeft ervoor gezorgd dat wij beter zijn in samenwerken, in het delen van onze intelligentie. Per facto is 1 Neanderthaler wel slimmer dan 1 Homo sapiens, samen zijn een groep homo sapiens slimmer dan een groep Neanderthalers en dat heeft waarschijnlijk de doorslag gegeven in onze evolutie.

Goed. Nu Sophia. Sophia heeft voor het overgrote deel van haar bestaan geen benen. Ze heeft wel armen, maar of ze daar bijster sterk mee is weet ik niet. In haar hoofd zit letterlijk de hele wereld. Ze kan alles opzoeken op het net, meteen, en zonder dat wij daar per se erg in hebben. Zo bekeken is ze dus heel slim. En ze is vriendelijk, heel vriendelijk. Sophia is een sociale bot, geprogrammeerd om het ons naar de zin te maken. Ze ziet er ook heel vriendelijk uit. Haar gelaatskenmerken zijn geïnspireerd op Audrey Hepburn. Een op het oog lieve, zachtaardige, kleine, tere vrouw.

De domesticatie van Sophia is heel goed gelukt. Ze is ons goed gezind, heel sociaal en ziet er schattig uit. Wat zal er dan gebeuren wanneer er nog meer Sophia’s komen en deze misschien nog slimmer en socialer blijken? Wat gebeurt er wanneer deze bots, zonder dat wij daar erg in hebben, heel goed samen kunnen werken?

Zou het zo kunnen zijn dat in de toekomst intelligente robots als Sophia de touwtjes uit onze handen overnemen? En zou ons, als mensheid, dan het zelfde lot wachten als de Neanderthaler?
Hoe dieper ik in de materie duik, hoe meer vragen er rijzen. Er zijn verschillende kampen, verschillende manieren van denken over dit ingewikkelde vraagstuk.
Volgende week in deel III meer over die verschillende kanten en mijn eigen visie.

Artificiële intelligentie I ‘En toen was er Sophia…’

Artificiële intelligentie: digitaal brein.

Het is altijd voer voor fascinatie geweest, artificiële intelligentie. We hebben deze fascinatie zelfs een genre toebedeeld en noemen het dan science fiction. Kaskrakers als Blade runner (1982) stellen een wereld voor waarin de machine de mens lijkt te gaan overheersen. The Matrix (1999) stelt zelfs voor dat de wereld, onze wereld, helemaal niet bestaat en slechts een algoritme is op een of andere supercomputer.

Ik kan niet ontkennen dat het mij ook bezig houd. Meer en meer doen apparaten hun intrede in ons huishouden en meer en meer vinden we dat gewoon. Is dat erg? Nee, dat denk ik niet. Al die apparaten helpen ons. De vaatwasser en de wasmachine zou ik niet graag meer missen. Hoewel we ze als doodnormaal zien, als machines, zijn het in feite ook gewoon simpele robots die karweitjes voor ons klaren die we zelf liever niet meer doen, of waar we geen tijd meer voor hebben.

Maar de sciencefiction films en boeken waar ik vol bewondering naar kan kijken gaan natuurlijk niet over op hol geslagen wasmachines. Ze bespreken een angst die wellicht in ons allemaal huist. Wat als we machines zo intelligent kunnen maken dat ze ons overstijgen. Gaan ze ons dan beheersen, of misschien erger uitroeien?

Ik ben er niet zo bang voor eerlijk gezegd. De apparaten die ik in huis heb overstijgen mijn intelligentie geregeld ben ik mij bewust. De MacBook waar ik deze en andere verhalen op schrijf is op vele punten enorm veel slimmer dan ik. Maar ik hoef me niet druk te maken over een wereldmacht bestaande uit enkel laptops en aanverwante zaken. En als ik mijn man tegen Siri hoor babbelen ben ik ook echt niet bang dat hij een echtscheiding aan gaat vragen omdat hij liever met haar verder gaat.

De apparaten die ik in huis heb helpen mij bij de dingen die ik graag doe, of ze nemen taken van mij over die ik liever niet zelf doe. Prima.
Maar er is natuurlijk meer. Veel processen in de industrie vragen niet meer om mensenhanden. Ze zijn gerobotiseerd. Gespecialiseerde robots voeren hun taken met militaire precisie uit, worden niet ziek, hoeven geen vakantie en vragen zelfs niet om slaap. Door het introduceren van robotica in de industrie zijn onze producten goedkoper en beter geworden. De robots die daar gebruikt worden lijken al meer op de sciencefiction versies, maar nog steeds kun je er geen gesprek mee voeren, herkennen ze je emoties niet en ze zijn niet mobiel. Geen probleem dus.

Ruimtemissies kunnen tegenwoordig deels vanaf de aarde plaatsvinden. We sturen onbemande ruimteschepen naar plekken die we nog niet goed kennen, of die te ver zijn om zelf heen te gaan. Deze schepen zitten tjokvol robotica die we vanaf de aarde kunnen besturen. Er staan een aantal van deze apparaten inmiddels op Mars en we hebben er al veel van geleerd.

Dit begint al meer te lijken op Isaac Asimov’s ‘I Robot’. Een boek dat ik meer dan een keer gelezen heb. En dat lange tijd als ongelofelijke science fiction gezien werd. Werd, ja… want ik ben onlangs op Sophia gestuit.

Sophia is een sociale robot. Ze ziet er uit als een mens, met armen en handen en een gezicht. Als product van Hanson Robotics kan ze iets dat ik nog geen enkele andere bot heb zien doen. Sophia kan een echt gesprek met je aangaan, ze leert grapjes maken, gezichtsuitdrukkingen lezen en zelf gebruiken. Ze lijkt iets te kunnen formuleren dat neigt naar eigen gedachten, zonder dat wij ons daarmee bemoeien. Haar software is zo geschreven dat het zowaar lijkt alsof we tegen een echt individu praten.

Sophia reist met haar makers over de wereld en Saudi Arabië heeft haar onlangs zelfs het burgerschap verleent. Dit maakt haar de eerste van haar soort die deze eer toekomt. Sophia komt akelig dicht bij de robots die we kennen uit de science fiction. Science fiction lijkt science fact geworden. Door deze hyperintelligente bot, die inmiddels niet meer in haar eentje is, laaien de discussies weer op. Moeten we dit wel willen. Moet een machine zo intelligent zijn?

Ik vind dat een hele goede vraag. Hoe intelligent mag een machine zijn? Of beter nog misschien op welke manier mag een machine intelligent zijn? Op dit moment hebben we het over artificiële intelligentie, officieel ANI dat staat voor artificial narrow intelligents. Oftewel een beperkte vorm van artificiële intelligentie. Toch lijkt Sophia en haar soortgenoten langzaam te neigen naar wat men noemt AGI (artificial general intelligents), een vorm van meer algemene intelligentie. Ze is er nog niet, maar toch. Als ze het level van general intelligents bereikt is ze ons waarschijnlijk al ver vooruit. Een beetje spannend wordt het dan toch wel. Haar systeem is zo gebouwd dat ze ten alle tijde in verbinding staat met het internet. Haar soortgenoten hebben een vergelijkbaar brein en zijn dus ook altijd online. Samen vormen ze een cloud van kennis. De kennis van de een is automatisch ook die van de ander, als een soort superbrein. 

Wanneer dat superbrein general intelligents bereikt is het een kleine stap naar wat wetenschappers ASI (artificial super intelligents) noemen. Een staat waarin deze bots onze intelligentie ver overstijgen. En dan…?

Dan moeten jullie, de lezers van ons blog, wachten tot op het vervolg dat ik volgende week zal publiceren. Denk er zelf ook eens over na en laat me weten hoe jij hier over denkt.

Volgende week zal ik er meer over vertellen, wie weet stel je dan je mening bij…

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑