CategorieOpvallende Zaken

Tuin

tuin, goudsbloem
Ik zit weer aan mijn ,inmiddels vertrouwde, werktafel. Een paar weken geleden heb ik hem een slag gedraaid zodat ik tijdens het schrijven, schilderen of tekenen lekker naar buiten kijken kan.
Buiten op de tuintafel heb ik een vogelvoedertafel gezet en de mezen, roodborstjes, groenlingen, mussen, duiven, kauwen en eksters vliegen af en aan.

Vandaag is een heerlijke dag. De zon schijnt en de hemel is prachtig blauw. De herfstkleuren komen goed tot hun recht en in geniet van het uitzicht op onze achtertuin. Terwijl ik geniet verbaas ik mij ook. Het is inmiddels echt al november en er bloeien nog heel wat planten in onze tuin. Ik zie goudsbloemen en duizendblad, kamille en zelfs hier en daar een klaproos. Afrikaantjes staan er ook nog gezellig bij.

Toegegeven er zijn altijd laatbloeiers, ijzerhart bloeit tot aan het vriespunt. Maar de meeste bloemen zouden nu wel verdwenen moeten zijn. En, geloof het of niet, gister plukte ik zelfs nog een rijpe vijg van onze boom.

Hoe vrolijk het er ook uitziet, het klopt natuurlijk niet helemaal. Dat van die vogels is natuurlijk geen probleem, maar al dat groen zou inmiddels bruin of helemaal verdwenen moeten zijn. De aarde warmt op en daar werken we met z’n allen aan mee. Ik ook. Regelmatig rij ik flinke stukken. Sowieso doe ik veel meer met de auto dan ik vroeger deed. In de achtertuin staat een houtgestookte sauna, die natuurlijk ook een steentje bijdraagt en we koken nog altijd op aardgas. Dat kan uiteraard anders. Misschien moet het ook wel.

Maar er zijn ook zoveel grote zaken waar we weinig invloed op hebben en die veel meer invloed hebben op onze omgeving. Het meeste voedsel dat we consumeren komt van ver tegenwoordig. Medicijnen die ik nodig heb worden in chemische fabrieken vervaardigt en zelfs mijn Macbook is niet schoon. De productie van aluminium is een van de meest vervuilende processen die wij als slimmeriken uitgedokterd hebben.

Maar wat een geluk voor de aarde dat we inmiddels ook zo slim zijn om naar een zusterplaneet uit te kijken. Elon Musk, ja dat is die rare snuiter die die auto de ruimte inschoot, heeft het er maar druk mee. Hij produceert raketten bij de vleet en heeft inmiddels raketten en stuwmotoren ontwikkeld die ook weer netjes terugkomen naar de aarde zodat ze hergebruikt kunnen worden. Verder maakt hij zijn raketten gewoon van staal. Dat is goedkoper dan het dure spul dat Nasa gebruikt en ook nog voorzien moet worden van hitteschilden (dat hoeft bij staal dus niet) én het kan herbruikt worden. Hier of ginder.

Slim van Elon. En ik denk uiteindelijk het beste klimaatprotocol dat we kunnen volgen. Als we Mars gaan bevolken, zoals men voorstelt, krijgt de aarde ruim de tijd om te herstellen van de verkrachting die wij in korte tijd gepleegd hebben. Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon heel spannend. Naar Mars, de planeet leefbaar maken en immigreren met zn allen! En dan nog verder kunnen kijken… naar de manen van Jupiter… en dan… Heel spannend dus. Maar voorlopig blijf ik nog maar even genieten van deze stralende zondag en al het moois in mijn aardse achtertuin.

Oppassen

Zeemeeuwen

Het is al weer een paar dagen geleden dat ik me opnieuw klaarmaak voor een rondje westen. Donderdag en vrijdag oppassen op de jongens en zaterdag gezellig naar het museum. Voor mij ook een nieuwe ervaring omdat ik eindelijk toch besloten heb een inklapbare scootmobiel aan te schaffen die dit soort uitstapjes weer mogelijk maakt voor mij. Met de groene kaart op zak en in mijn kofferbak een paar opgevouwen extra benen rij ik goedgemutst die voor mij zo bekende weg.

Het is heerlijk weer en ik ben vastbesloten ook de zee een dezer dagen nog even op te zoeken. Donderdag haal ik vlak na aankomst de jongens van hun nieuwe school. Gelukkig zit er navigatie op mijn nieuwe klokje zodat ik met de fiets zonder zoekwerk de school weet te vinden. Eerst zie ik Tjores naar buiten stuiven en even later vind ik ook Corné. Samen fietsen we gezellig naar huis, waar we sap en koek nemen en als gewoonlijk aan een spelletje beginnen. Pierre voegt zich wat later ook bij ons.

Het is een gezellige middag en een fijne avond. Op vrijdag is iedereen de deur uit. De jongens naar school en hun lieve ouders naar hun werk. Het weer is hemels en ik hoef dan ook niet lang te denken over wat ik met mijn tijd zal doen. Eenmaal aan zee gekomen blijk ik niet de enige te zijn. Behalve wat mensen die van hun vrije vrijdag genieten en wat honden zijn er opvallend veel vogels op het strand. Jonge meeuwen die hun vleugels uitslaan en hun bruine verenkleed langzaamaan verruilen voor dezelfde wit-grijs-zwarte jas die hun ouders dragen. Kraaien die op het natte zand van laagtij zoeken naar een gemakkelijk maaltje en drieteenstrandlopers die als altijd nerveus op en neer lopen langs de vloedlijn. Die kleine snelle vogeltjes zijn altijd lastig te vangen met mijn camera. Ik probeer het toch nog maar eens, maar plots valt mijn oog op een stel meeuwen. Een volwassen exemplaar houdt, zo lijkt het, een oogje in het zeil zodat het puberexemplaar zonder al te veel zorgen zijn foerageerskills kan trainen in een van de vele strandmeertjes die het laagtij heeft achtergelaten.

Ik denk aan het boek dat ik aan het lezen ben over dierengedrag en hoe dat flinke overlap vertoont met onze eigen gedragingen. Hoe ook wij deel uitmaken van datzelfde dierenrijk, ook als we dat soms een beetje vergeten. Ik herken het gedrag van de volwassen meeuw, die van een afstandje kijkt om ervoor te zorgen dat er niet iets dramatisch mis gaat, maar ook niet meteen in wil grijpen bij elk foutje dat de jongeling maakt. En ik herken de ontdekkingstocht die de jongeling onbezorgd maakt terwijl hij weet dat hij vertrouwen kan op de volwassene. Ik maak er een paar foto’s van en wanneer de jongeling besluit het verder op te zoeken en zijn vleugels uit slaat om het sop te verruilen voor het hemelsblauw, bedenk ik me dat ook de jongens langzaamaan hun vleugels uitslaan. Hun kinderkleed verruilend voor dat van een puber, naar de grote school gaan en huiswerk maken. Grotere vragen stellen en anders leren denken. Dat ik heel trots en dankbaar ben dat ik daar, zo af en toe, een klein beetje deel van uit mag maken. Morgen gaan we samen naar het museum, maar nu geniet ik nog even van mijn zee…

 

Bijtellen

Bijtelling

Afgelopen week stond voor mij in het teken van de auto. Dat is gek, want als er iets is waar ik weinig interesse in toon, dan is dat de auto. Zolang het vier wielen en een stuur heeft en voorzien is van brandstof ben ik tevreden. Maar doordat ik nu fysiek wat beperkt ben worden andere zaken ook belangrijk.

Al tijden leen ik voor grotere afstanden de auto van mijn ouders. Ik kan dan gebruikmaken van de cruisecontrol en de automatische versnellingsbak en zo grotere afstanden afleggen dan voor mij mogelijk zou zijn in onze eigen handgeschakelde karretje. Nu denken we er al een tijdje over om dit anders aan te pakken. Liever zou ik zien dat onze eigen auto zo uitgerust is dat ik er zelf beter mee uit de voeten kan.

We hebben informatie opgevraagd bij onze dealer en ook de WMO laten weten dat we een aanpassing overwegen. De WMO laat ons al vrij snel weten hier niet aan mee te werken omdat de aanpassing die wij nodig hebben algemeen gebruikelijk is. Blijkbaar vinden ze bij onze gemeente dat het algemeen gebruikelijk is dat iemand van 38 na moet denken over hoe ze haar mobiliteit kan waarborgen omdat haar fysieke mogelijkheden achteruit gaan. Ik haal er mijn schouders over op. Hoewel ik het eigenlijk niet kies vind dat daardoor mobiliteit en vermogen hand in hand gaan, ben ik blij dat we zelf wat achter de hand hebben en gaan we samen terug naar de garage om onze mogelijkheden in kaart te brengen.

Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat het aanpassen van onze, al op leeftijd zijnde auto, of het aanschaffen van een kleine andere auto een niet al te moeilijk rekensommetje is. De garagehouder blijkt toevallig een andere auto binnen te krijgen die voldoet aan onze eisen en een en ander is al snel beklonken.

Hoewel ik blij ben met onze keuze zit het WMO besluit toch nog in mijn hoofd wanneer ik later die dag het NOS journaal kijk. Het thema van de dag lijkt zich verder uit te strekken dan onze gemeente. NOS verhaalt over de bijtelling op elektrische auto’s die komend jaar flink omhoog gaat. Dit verbaast me nog meer dan het besluit van onze gemeente om niet te voorzien in de in hun ogen ‘gebruikelijke’ aanpassing.

Dan komt de minister in beeld die met een stalen gezicht verkondigd dat de subsidie maatregel die de overheid in het leven geroepen heeft om elektrisch rijden te stimuleren te goed lijkt te werken en daarom wordt stopgezet. Verbaasd denk ik over die zinskeuze na. We moeten met zijn allen minder fossiele brandstoffen gaan gebruiken. Er bestaat de mogelijkheid om elektrisch te rijden al is dit vooralsnog een dure optie. De overheid verzint een subsidie die het leaserijders mogelijk maakt tegen een gunstig tarief elektrisch te rijden, daar wordt dan massaal gebruik van gemaakt en dat reduceert ons gezamenlijk gebruik van fossiele brandstoffen en geeft autofabrikanten de middelen om te investeren in meer betaalbare duurzame alternatieven. Ik zou dan denken die subsidie werkt geweldig! Kunnen we er niet nog een paar verzinnen? Maar goed ik ben dan ook geen minister en ik hoef de dukaten in de schatkist niet te tellen. Want ik vermoed dat daar de schoen wringt. Inkomstenderving. Jammer.

Ik sluit de dag af met de constatering dat voor het eerst in mijn bestaan de auto de rode draad door mijn dag was. Tevreden over de beslissing die we zelf genomen hebben en verbaasd over het beleid van onze overheid val ik in slaap.

Betonnen woestijn

Betonnen woestijnAls ik aan een woestijn denk dan zie ik veel zand, misschien wat rotsen, maar in ieder geval  weinig planten en ook weinig zichtbare dieren. De officiële definitie laat me weten dat er in een woestijn minder dan 200 mm neerslag per jaar valt en dat er daardoor weinig tot geen fauna te vinden is. Ondanks dat het hier duidelijk meer nattigheid geeft dan de voorgeschreven 200 mm moet ik door een nieuwsbericht van gisteren aan de woestijn denken.

Uit Zweeds onderzoek is gebleken dat we de klimaatverandering kunnen remmen wanneer we meer bomen planten. Planten in het algemeen en bomen in het bijzonder zetten CO2 om in zuurstof middels hun stofwisseling. Met heel veel meer bomen zouden we dus technisch gezien onze netto uitstoot kunnen verminderen of neutraliseren. We moeten dan wel een behoorlijk bos aanleggen. Er zouden volgens dit onderzoek 1 biljoen bomen nodig zijn om de uitstoot met twee derde te doen slinken. Omdat dat een nogal abstract getal is geven onderzoekers in Zürich aan dat het dan om 1 miljard hectare bos gaat.

Als goedgemutste burger zakt me van dit soort getallen de moed in de spreekwoordelijke schoenen. Zelfs wanneer je dit in voetbalvelden uit zou drukken is het een getal dat mijn voorstellingsvermogen in ieder geval te boven gaat. Gelukkig besluit het fragment met de geruststellende woorden dat uit satellietfoto’s is gebleken dat wanneer Rusland, Australië, Amerika en Europa samenwerken dit best een haalbare kaart zou moeten kunnen zijn.

Toch niet helemaal gerust sla ik de pagina om. Niet mijn pakkie an, ik kan hier moeilijk iets aan veranderen. En dat deze grootmachten op dat niveau samen zouden willen werken, lijkt mij niet heel realistisch. 

Nu ik zo in mijn tuin zit en om mij heen kijk zie ik vooral beton. Ook al heb ik mijn borders proppievol geplant met zoveel verschillende bloemen en planten dat ik de tel kwijt ben, ligt er toch nog een hoop bestrating in de tuin die ik liever ruimen wil. 

Ergens in de jaren ’90 of misschien wel ’80 van de vorige eeuw is de onderhoudsvrije tuin in zwang geraakt en creëerde iedereen zijn eigen privé woestijn achter en voor het huis. 

Als kind groeide ik op een grasveldje op. Er kwam modder aan mijn handen en ik plukte kruis- en aalbessen in de tuin. Ik kan me herinneren dat we op een gegeven moment zelfs balen stro achterom hadden liggen waar dan oesterzwammen op groeide die we met veel smaak gegeten hebben. De kippen zorgden voor de eieren en wat er precies met Flappie is gebeurd laat ik in het midden….

Nu zijn de meeste tuinen voorzien van tegels, grind of een combinatie van beiden. Me hier erg van bewust zijnde pak ik gaande weg steeds een tegel weg om deze te verruilen voor beplanting. Jonge boompjes die zo her en der spruiten verplaats ik naar de achterkant van mijn tuin waar ik een minibos in aanleg ben gestart. Ook merk ik dat ik eigenlijk meer werk heb aan het bijhouden van de bestrating dan aan de borders. Mijn plan om dus een onderhoudsvrije tuin te creëren met weinig bestrating treft zo dubbel doel. Hoewel klein, draag ik zo toch mijn plantje bij. Ik verminder het aantal stenen en verhoog mijn eigen genot en de zuurstofuitstoot van dit kleine lapje grond.

Als we nu eens met zijn allen zo af en toe, of met enige regelmaat, wat steen ruimen en wat groen toevoegen aan ons eigen kleine domein. Iedereen heeft wel ergens een klein hoekje waar gewoon de natuur haar gang kan gaan. Misschien dat we dan die wereldmacht kunnen laten zien dat samenwerken helemaal zo moeilijk niet is, terwijl we tegelijkertijd de door onszelf gecreëerde betonnen woestijn omtoveren tot een oase. Ergens moeten we toch dat ene zaadje planten dat kan uitgroeien tot een duurzame wereld.

Verkeersopstopping

verkeersopstoppingIk ben blij met de tijd waarin we leven. Alles zit onder ‘een druk op de knop’ en navigatiesystemen, cruise control en automatische geschakelde wagens maken mijn actieradius een stuk groter.

Ons oudste neefje kan zich lang vermaken met het turen naar google maps. Iets dat ik nauwelijks nog doe. Echt kijken naar een kaart. Tenminste als het is om ergens heen te gaan. Oude kaarten en atlassen blijven tot de verbeelding spreken, dus ergens snap ik hem wel.

Maar als ik met de auto op stap ga vertrouw ik toch, daar waar nodig, op het navigatiesysteem. Ik reis, als het niet nodig is, niet in de spits. Niet omdat ik dat vervelend vind, maar het scheelt tijd en brandstof als ik dat niet doe.

Afgelopen week bracht ik Pierre terug naar huis. De ochtend voor vertrek wilde ik nog even naar zee en Pierre wilde mee. Om hem daarna weer terug te brengen was maar een klein stukje om, dus gingen we nog even samen op stap. We hebben kuilen gegraven en tenten gebouwd. En een brug gemaakt van een oude aangespoelde plank. Moe gewerkt en gespeeld togen we richting Willy Zuid voor een hapje en een drankje. 

De batterij eenmaal opgeladen wilde Pierre ook nog graag naar de winkel. Dus stopte we onderweg naar huis ook nog even bij het winkelcentrum en brachten we voor papa en mama aardbeien en krentenbollen mee. Het was een gezellige ochtend en na de lunch vertrok ik naar Gronsveld.

Leiden uit ging prima, wat ook wel eens anders is. En de N11 was ook geen probleem. Maar het was vrijdag én Pinksteren stond voor de deur. Dus toen ik de A12 op reed werd het toch wat drukker. De drukte sloeg al snel om in een spits die duurde tot in Maastricht. Langzaam rijdend, nauwelijks stilstaan. Maar toch, spits. 

Het navigatiesysteem in de auto laat mij ook weten dat het druk is op de weg. ‘Verkeersopstopping voor u’ herhaalt een vriendelijke vrouwelijke stem met enige regelmaat. Ze biedt ook alternatief, maar omdat ik vermoed dat het overal wel druk zal zijn laat ik dat maar voor wat het is.

De meeste opstoppingen doen zich voor bij kruispunten, wat begrijpelijk is. In- en uitvoegend verkeer heeft ruimte nodig en remt de doorstroom af. Maar er doen zich ook regelmatig opstoppingen voor op totaal onlogische punten. Eenmaal door het dode punt blijkt er geen on- of pechgeval langs de kant te staan, zijn er geen vrachtwagens in de buurt en blijft mij de oorzaak van de opstopping onduidelijk.

Op het moment dat de dame in het dashboard van de auto weer ‘verkeersopstopping voor u’ door de wagen laat klinken besef ik mij ineens dat de oorzaak van een dergelijke opstopping natuurlijk ook aan de bestuurder vooraan in de opstopping liggen kan.

Niet zelden kom ik bestuurders tegen die toch met 100, of zelfs minder, de linker baan een behoorlijke tijd bezet houden zonder goede reden. Wanneer het niet druk is op de weg veroorzaken ze slechts een kleine sliert auto’s die de achtervolging in slakkengang toch voortzetten. Slechts een enkeling is dusdanig geïrriteerd dat de rechterbaan als inhaalstrook verkozen wordt. Maar wanneer een dergelijk geval in deze drukte de linkerbaan bezet houdt, dan kan dat natuurlijk wel de opstoppingen ‘zonder reden’ verklaren.

De reis vordert maar langzaam. Den Bosch komt in zicht terwijl ik eigenlijk al onder de rook van Sittard had kunnen zijn. Weer vermeldt de vriendelijke dame dat er zich een verkeersopstopping voor mij voordoet. Ik doe het raam open en er waait een frisse wind door mijn haren. Genietend van het uitzicht bedenk ik mij dat het mooi zou zijn wanneer navigatiesystemen een nieuwe melding in hun bestand op zouden nemen. ‘Verkeersopstopping achter u, verplaats u naar de rechterbaan.’ Met een glimlach op mijn gezicht zet ik de radio nog wat harder en schuifel ik verder huiswaarts.

Drijfzand

DrijfzandNet terug uit het westen ben ik natuurlijk ook weer even aan zee geweest. De zee neemt en de zee geeft. In dit geval neemt hij vooral en dan met name zand. Dat vinden wij niet fijn want dat betekent dat onze kustlijn steeds smaller wordt en dus nemen wij.

Wij nemen het zand terug uit zee en spuiten het op onze kust zodat deze netjes blijft waar hij volgens ons hoort te zijn. Hele stukken strand worden afgezet en er ligt een flinke baggeraar vlak voor de kust. Via dikke stalen pijpen wordt het zand van de baggeraar naar de kust vervoerd en daar wordt het in grote fonteinen weer uitgespuwd. Grote graafmachines verdelen het zand dan netjes en wanneer er weer voldoende zand ligt verplaatsen ze de hele boel een eind verder zodat ze ook daar de kust weer van nieuw zand kunnen voorzien.

De afgezette gebieden worden bijgestaan door grote gele borden met de waarschuwing dit gedeelte van het strand niet te betreden omdat er mogelijk drijfzand zou kunnen zijn. Ik vind het een grappig bord. Het verdrinkende mannetje doet me eerder lachen dan huiveren.

Als ik mijn blik verplaats zie ik op het terrein met mogelijk drijfzand gevaar zeker drie grote gele graafmachines af en aan rijden. Nu is mijn verwarring compleet. Als er hier sprake is van drijfzand, is dat dan speciaal drijfzand? Heeft het zand hier het gemunt op nietsvermoedende strandgasten en laat het medewerkers en zwaar materieel gewoon met rust? In mijn hoofd draait even het script van een thriller en ik besluit een foto te nemen van het, in mijn ogen, vreemde bord.

Ik loop nog even langs de branding en besluit dan terug te gaan naar de boulevard. In het kunstmatig aangelegde duin tussen het strand en de boulevard heeft de gemeente wandelpaden aangelegd en bankjes neergezet. Het ligt er nu al jaren, maar toch ben ik er nog nooit gaan zitten. Op de een of andere manier voelt het een beetje nep. De pollen helm staan er in keurige rijen en de paden zijn verhard. Maar nu er op het strand en in het water vlak voor mijn neus zoveel ongebruikelijke activiteit is besluit ik er toch even te gaan zitten kijken.

Het duurt niet lang of er komen twee oudere Katwijkse dames voorbij. Ze vragen of ze er bij mogen komen zitten. Ik zou niet weten waarom niet. Al snel gaat het over het wederom opspuiten van het strand. Voor mijn gevoel is de vorige keer dat ze dit deden nog niet zo lang geleden. Een dame denkt dat het zeker meer dan 10 jaar geleden is. Ik leg uit dat dit korter moet zijn, omdat toen wij naar Limburg verhuisde de oude situatie er nog was en wij wonen nog geen tien jaar in Limburg. Dat zou kunnen, maar het was wel weer nodig. Nodig of niet, de dames vonden het maar niks. Je krijgt er vies zand van en zand hoort schoon te zijn. De laatste keer was dat ook zo en toen hebben ze het strand een hele zomer gemeden.

Ze gaan het zand natuurlijk niet eerst wassen voordat het op het strand gespoten wordt. En met het baggeren komt gewoon alles mee wat zich op de zeebodem bevindt. Ook algenresten en andere prut wordt zo mee het strand op geslingerd en dat vinden de dames vies. Maar gelukkig zijn ze ook van mening dat het belangrijk is dat iedereen in Katwijk droge voeten houdt. De dames besluiten hun wandeling nog even voort te zetten en ik staar nog even voor me uit. Zometeen ga ik de jongens van school halen. Dan ga ik weer genieten van een paar daagjes oppassen. Maar nu kijk ik nog even uit over het zand en water.

 

 

Wonderwerpen 2.0

Wonderwerpen 2.0
De kenner ziet het meteen. Leidse ganzen.
Voor hen lijkt het gras aan de andere kant blijkbaar groener. Eigenwijs steken ze de weg over als ik aan het begin van deze week weer huiswaarts keer. Ze lijken alle tijd van de wereld te hebben en voelen zich allerminst door mij opgejaagd. Dat gevoel is terecht want ik heb geen haast en maak daarom van de gelegenheid gebruik dit tafereeltje vast te leggen.

Ik was in Leiden omdat ons middelste neefje 10 jaar werd. Een bijzondere verjaardag. Hij is nu een tiener, en ik eigenlijk ook. De eerste ontmoeting met mijn nieuwe familie was namelijk tijdens het kraambezoek 10 jaar geleden. Tien jaar is een hele poos en voorbij gevlogen. De mensen die ik toen nog niet kende, zijn voor mij nu niet meer weg te denken.

Ooit nog wat onwennig in het westen en nu een tweede thuis.
Ik heb dit weekend genoten van een heel gezellig feest, heerlijk eten, kuilen scheppen op het strand en pannenkoeken met appel.

Nu op weg naar huis ben ik nog niet uitgefeest. Rondje westen tik ik als gewoonlijk af met een uitschieter ergens in het oosten. Wonderwerpen overleg staat op het programma. Wonderwerpen bestaat officieel een jaar deze week. In dat jaar hebben we een hoop geschreven en nog meer meegemaakt. Nu is het tijd om de balans op te maken.

Wonderwerpen is op dit moment ingericht als een blog. Er worden geschreven artikelen op gepost en af en toe proberen we ook iets anders, maar het past de pagina niet zo. Dus we gaan in de loop van dit jaar de vormgeving stevig aanpakken. We willen een platvorm ontwikkelen dat alle media ondersteunt op een overzichtelijke manier.

Het is een ambitieus plan, maar we zijn vastberaden. Wonderwerpen 2.0 is onderweg. Dat betekent kortere artikelen als column, een podcasts, een vlog en wellicht een strip.Met dit artikel wagen we officieel de oversteek naar dat ene nog creatievere plukje groen. We laten ons niet verjagen door al dat ons pad probeert te kruisen en gaan eigenwijs verder met wonderen. We hebben d’r zin an!

Piet

Piet: PepernotenOmdat ik een drukke week gehad heb, ben ik voor deze ene keer op zaterdag boodschappen gaan doen. Ik heb een hekel aan op zaterdag boodschappen doen. Het hele land trekt er dan op uit om de weekvoorraad weer aan te vullen. Ze laten karretjes slingeren of blijven midden in het pad stilstaan. De wat minder mobiele medemens rijdt met zijn rollator of scootmobiel zo tegen je hielen en de rij bij de kassa is tergend lang. Heel gezellig dus.

Ik zou ook op zondag kunnen gaan. Maar dan is kazerij dicht en die sla ik liever niet over. Dus zet ik me schrap en rij richting supermarkt.

Eenmaal mijn auto geparkeerd hoor ik vrolijk toeterende scooters door de straten scheuren. Wanneer ik richting Kazerij Verschuren loop zie ik Pieten door de straat lopen en snoepgoed uitdelen aan de kinderen en volwassenen. In dit dorp is Piet overwegend bruin geschminkt. Een enkeling is blank en ik zie geen regenbogen of stroopwafels of wat dan ook door de straten banjeren.

Bij de kazerij worden er wat grappen over en weer gemaakt. Of ik ook mijn schoen ga zetten vanavond? Tuurlijk, je weet maar nooit. Maar ik ga niet zingen, dat vergroot mijns inziens de kans op een geschenk niet. Mijn zangtalent zal welke inbreker dan ook verjagen, of die nu iets komt brengen of halen.

Met een zak vol lekkerheden ga ik verder op pad. Volgende stop is de supermarkt. Ik haal diep adem, worstel me aan een karretje, steek de straat over en loop de supermarkt in.

Wat is hier aan de hand? Er staan niet alleen rijen mensen aan de kassa te wachten op hun beurt, maar er lijkt zelfs een rij te zijn ontstaan voor het toegangspoortje van de supermarkt. Als ik dichterbij schuifel zie ik wat er gaande is. Een aantal Pieten hebben besloten naast dit poortje, op de grond, cadeautjes in te gaan pakken voor de kinderen die met hun ouders de supermarkt betreden.

Het aangezicht van de cadeautjes en snoepgoed doet alle jonge kinderen daar stoppen. Er staat een menigte te kijken naar de Pieten en hier en daar krijgen kinderen wat snoep of een kleinigheidje. Groot en klein blijft voor de ingang staan, want als het gratis is wachten we gewoon. Wij willen ook. Geen discussie over kleur, gender of afkomst. Allemaal hetzelfde, wij willen gewoon een cadeautje.

Na wat heen en weer gepor met mijn kar lukt het me dan toch de supermarkt te betreden. Ik verbaas me over de onhandige plek waar men besloten heeft dit evenement te organiseren. Ik denk dat de Pieten zich hier inmiddels ook van bewust zijn en hoor een blanke Piet tegen de menigte roepen dat ze zich wat anders moeten verdelen.
Dat gaat moeizaam, een goede positie geef je immers niet zomaar op. Je weet nooit wat je ervoor terug krijgt. Wat als de cadeautjes zometeen op zijn? Maar na wat aanwijzingen roteert de groep, als een kolonie pinguïns die warm probeert te blijven in de winter, weg van de ingang van de supermarkt.

Als ik door de supermarkt loop zie ik dat er ook huppel Pieten en ren Pieten door de winkel sjezen op zoek naar kinderhanden om te vullen. Toch wel gezellig.
Ik kan me als kind nog goed herinneren dat ik dit een onwijs spannende tijd vond.
Wanneer ik eindelijk aan de kassa sta en ik al mijn spullen op de band gezet heb, zie ik in mijn ooghoek dat de Pieten de ingang van de supermarkt toch nog steeds bezet houden. Ik moet er een beetje om lachen.

Mijn opa heette ook Piet. Opa Pietje noemde ik hem. Hij was ook een soort hulpje, van oma. Opa zei altijd “Och meadje, ut deit nieks.” dat vrij vertaald “Och meisje, het doet niks.” (het maakt niet uit) betekent. Opa had gelijk, het maakt niet uit. Het is zaterdag en vandaag arriveert Sinterklaas met zijn knechten in ons land. Vandaag bezetten ze de ingang van de supermarkt en rijden ze luid toeterend door het dorp. Schoentjes worden van wortel voorzien gezet, gedichten worden opgesteld en liedjes gezongen.
En het enige waar ik aan kan denken bij de aanblik van deze gezellige opstopping is ‘och meadje, ut deit nieks’.

Hulp

Hulp, schoonmaakgevecht

Al geruime tijd krijgen wij wekelijks wat hulp in de huishouding. Dat is erg fijn. Het zorgt ervoor dat we wat energie overhouden om ook andere dingen te kunnen doen en geeft ons het gevoel van een redelijk normaal bestaan.

Maar onze vaste hulp is zwanger. Natuurlijk zijn we heel blij voor haar en we leven dan ook al enkele maanden met haar mee. Ze vertelt vaak honderduit over de controles en hoe goed het kleine wezentje in haar het doet. Maar ook dat het steeds zwaarder wordt om haar werk te doen. Dan komt er toch een moment dat ze met verlof gaat en ze rust moet nemen in deze fase van het zwanger zijn. Voor ons betekent dit dat we een nieuwe hulp toegewezen krijgen voor deze periode.

Afgelopen week was het dan zo ver. De nieuwe hulp arriveerde. We hadden nog niet eerder kennis met haar gemaakt en werden door de thuishulporganisatie alleen op de hoogte gesteld van haar naam. Aan het begin van de middag, wanneer ik net een telefoontje beantwoord, gaat op het afgesproken tijdstip de bel. Mijn man doet de deur open en ik hoor op de achtergrond iemand met nogal wat tamtam ons huis betreden.

Geen probleem, iedereen is anders, denk ik nog. Ik beëindig mijn telefoongesprek en loop de keuken in waar ik een dame van middelbare leeftijd, volledig gesoigneerd, samen met mijn man tref. Ik stel me voor en neem haar jas aan.

Onze vorige hulp was een heel rustig meisje, dus deze dame was wel even een binnenkomer.
Maar goed, we maken kennis. Ik vertel haar wat onze vorige hulp normaliter wekelijks voor ons doet en wijs haar waar de poetsmiddelen staan. Meteen geeft ze aan dat ze vanaf nu onze vaste hulp is. Daarover ben ik enigszins verbaasd, maar ik laat dat gaan omdat dit afspraken zijn die wij maken met haar werkgever, onze opdrachtnemer.

Als we nog wat door het huis lopen geeft ze vrij duidelijk te kennen niet te kunnen werken in een te koude omgeving. Meteen denk ik aan de ramen die Hugo ’s ochtends altijd boven open zet en dat het nu daardoor toch echt flink wat frisser wordt daar. Dus ik geef aan dat ik boven de ramen even dicht ga doen en de radiatoren vol open zet, dan is het er snel behaaglijk. Ze hoeft inderdaad niet in een koelcel te werken. Daar heeft ze helemaal gelijk in.

Maar mevrouw blijkt niet snel tevreden. Onder het gemopper over de temperatuur op onze bovenverdieping door laat ze ook nog even weten écht een plumeau nodig te hebben. Dit staat in het handboek en ze gaat niet bukken om de plinten schoon te maken of de stofzuiger gebruiken om de spinnenwebben, die zich in deze tijd van het jaar manifesteren, van ons plafond te verwijderen. Wij moeten een plumeau hebben, dat staat boven alles. Ze bladert driftig door ons handboek en wijst op de pagina waar wij inderdaad hebben aangegeven geen plumeau te hebben.

Mijn verbazing groeit over de houding van deze dame. Maar omdat ik nog steeds van goede wil ben leg ik haar uit dat wij in overleg met onze vorige hulp besloten hebben geen plumeau aan te schaffen. Zij heeft aangegeven daar nooit mee te werken en dus is het ook nooit een probleem geweest dat deze ontbrak in ons assortiment. Maar dat ik er een aan zal schaffen als dit haar werkzaamheden zou vereenvoudigen. Ik heb er nu echter geen, dus deze week zal ze genoegen moeten nemen met de stofzuiger als trouwe hulp.

Ik heb het mis. Deze mevrouw hoeft nergens genoegen mee te nemen. Zo blijkt. Haar tirannie raast door ons huis. De dweil is niet goed, ons aanrecht te rommelig, onze dekbedden te zwaar en de badkamer te nat. Een beslagen spiegel kan ze niet schoonmaken. Wij dienen voordat mevrouw arriveert de badkamer volledig droog op te leveren, met de shampooflesjes op alfabet gerangeerd, anders kan zij haar werk niet doen.

Mijn verbazing groeit ongeveer met de tien minuten. De klusjes die ik zelf gepland had voor die middag vallen volledig in het water omdat ik steeds gestoord wordt door een geïrriteerde schoonmaakster die vooral laat weten hoe zwaar ze het heeft en wat er allemaal niet goed is aan ons huishouden volgens haar.

Ik geef een aantal keren duidelijk aan dat ik dat heel vervelend voor haar vind maar dat dit toch echt ons huis en dus ons huishouden is. Ik heb geen problemen met het aanschaffen van wat materieel dat haar werk gemakkelijker maakt. Maar het is niet de bedoeling dat wij ons huis volledig gepoetst voor mevrouw moeten aanleveren alvorens zij haar werk kan doen. Dan schiet haar hulp het doel volledig mis.

Ik durf best eerlijk te zijn. Ik leg niet elk papiertje terug waar ik het gepakt heb en ook mijn man laat wel eens wat slingeren. We zijn allebei mensen en wonen in een huis, niet in een showroom. Er wordt hier maximaal geleefd. Waarschijnlijk niet de standaard die mevrouw wenst, maar ook zeker geen vuilnisbelt. Gewoon een huishouden als dat van iedereen. Met onze vorige hulp hebben we nooit problemen gehad. Als ze iets nodig had schafte ik het voor haar aan en als de temperatuur niet goed was wist ze de thermostaat en airco volledig zelfstandig te bedienen. Alles altijd in overleg en er heerste een prima sfeer in huis als zij er was. We maakten een praatje en dronken een kopje thee. Zij deed haar werk en ik het mijne.

Waar dus ineens dit ongenoegen vandaan kwam was mij niet duidelijk. Omdat ik toch graag mijn huis aan kant heb laat ik haar maar even razen. Een schoon huis is me toch ook wat waard. Maar aan het einde van de middag ben ik volledig door mijn energievoorraad heen. Met een diepe zucht plof ik op de bank wanneer ze eindelijk het huis verlaten heeft. Allebei doodmoe komen we die dag verder eigenlijk tot niks zinnigs meer. Ons huis is aan kant, ze heeft haar werk gedaan, maar de winst die er voor ons normaliter uit te halen valen is vandaag totaal afwezig. Dit laat ik niet nog eens gebeuren. Ik had de dame gewoon na tien minuten de deur moeten wijzen. Dan maar niet gepoetst.

Als ik contact opneem met de thuiszorgorganisatie tref ik een medewerker met de mond vol tanden. Ze verontschuldigt zich voor het gedrag van haar medewerker en geeft aan volledig te begrijpen dat we geen ‘hulp’ meer van haar believen. We krijgen een andere medewerker toegewezen en als ik aangeef dat wanneer zij ook dit gedrag vertoont ik deze meteen naar buiten bonjour, krijg ik ook daarvoor alle begrip.

Wanneer ik de telefoon neerleg bedenk ik mij dat een dag vol wonderen soms uit een zeer onverwachts stoffig hoekje komen kan…

Over WirWar en WonderWerpen

Over WirWar en WonderWerpen

Mijn hulp verzekerde mij er vanmiddag van dat iedereen dat heeft. Zo een la, kastje, of doos. In ieder geval iets waar je alles inknikkert waar je nog iets mee moet maar nu even geen zin in hebt.

Wij hebben dus een la. En vandaag was de dag dat ik me zuchtend bedacht dat het toch echt weer eens tijd werd. Ik trek de la volledig uit de kast en ik zet het loodzware ding op de keukentafel. De documenten die achter de la in de kast terecht zijn gekomen frommel ik er achteruit en leg ik bovenop de enorme stapel op tafel.

Al opruimende kom ik van alles tegen. Tekeningen van onze neefjes, die ik natuurlijk niet wegdoe. Maar ook een ton aan documenten waarvan ik me vorige keer ook al voornam dat ik ze meteen zou verwerken of weggooien. Ik sorteer alles in eerste instantie op bewaren of vernietigen. Dat laatste doe ik met plezier, lekker doorscheuren die rommel. Geeft weer ruimte in de la en in mijn hoofd. Daarna sorteer ik al het overgebleven, zodat ik het makkelijk opbergen kan.

Er komen ook altijd zaken in de la terecht waarvan ik nooit zo begrijp waarom. Elastiekjes, pennen, batterijen enzovoorts. De verdwaalde artikelen leg ik dan op hun plek terug. Maar vandaag kom ik nog iets tegen.

Tussen alle rommel vallen mij een aantal oranje/gele visitekaartjes op. Het zijn mijn eigen kaartjes. Ik liet ze in een ander leven drukken. Voor al het gedoe was ik zoekende, eigenlijk ben ik mijn hele leven al op zoek. Ik geef vorm, altijd bezig met het visualiseren van mijn gedachten.

Ergens in 2016 richtte ik WirWar-design op; een uit de hand gelopen knutselproject met potentie. Na lang dubben welke weg ik in zou slaan kwam ik toch weer uit bij wat ik al mijn hele leven doe: maken. Ik ging naar de Kamer van Koophandel, richtte een website op en bijbehorende sociale kanalen. LinkedIn paste ik, naar ongenoegen van mijn toenmalige werkgever, aan en ik liet kaartjes drukken. Want als ik ergens voor ga, dan helemaal.

Ik vond het een positief spannende tijd. Een aantal ondernemers waren geïnteresseerd in mijn producten en ook vrienden en bekenden lieten mij weten mijn spullen bijzonder mooi te vinden. Na wat inspanning verkocht ik eindelijk hier en daar wat. Maar eerlijk is eerlijk ik beging ook blunders van formaat. Gelukkig leerde ik gaande weg en ik stuurde mijn koers wat bij.

Zelfs een fotoshoot ging ik niet uit de weg. Sterker nog, ik zocht hem zelfs op! Via LinkedIn leerde ik Petra kennen. Het werd een inspirerende middag met een hele leuke fotografe die me meteen op mijn gemak stelde. Hoewel ik zelf graag foto’s maak, vind ik er zelf op staan altijd ongemakkelijk. Maar met Petra was dat anders. Ze is met recht dé Fotovakvrouw wat mij betreft. Het resultaat was prachtig en ik gebruikte een van de foto’s meteen voor LinkedIn.

En toen, toen gebeurde het. Ik werd ziek. Niet zomaar een griepje, maar gewoon serieus ziek. Alles wat je bedenken kunt gaat dan in de ijskast. ‘We zitten deze ronde wel uit en dan gaan we vrolijk verder’, dacht ik. WirWar verbleekte, het creatieve kaarsje ging uit. Ik had er de energie simpelweg niet voor. Net op het moment dat je het nodig hebt is het weg. Ik moest alle zeilen bijzetten om deze strijd te leveren.

Ergens tegen het einde van deze loodzware reis ontstond uit een bijzondere vriendschap WonderWerpen. Zomaar, uit het niets, zo leek het wel. Een typfoutje met een grappig en mooi nieuw woord dat alles omschreef wat deze gave nieuwe vriendschap in zich had. En nu heel wat maanden verder zit ik hier aan tafel. Met een berg papier en een paar gele visitekaartjes die ik inmiddels naast een paar witte leggen kan.

Op beiden even trots realiseer ik mij ineens dat WirWar en WonderWerpen iets gemeen hebben. Het is maar een letter maar de manier waarop hij gebruikt wordt in beiden woorden valt ineens op. Ik draai er al maanden omheen, maar nu weet ik het zeker. Uit de WirWar van weleer is WonderWerpen gerezen. Toen, ooit, het lijkt zo lang geleden, zag ik mijn creatieve tegenstrijdigheden als een WirWar voor mij staan. Ik probeerde kracht te putten uit mijn diversiteit en richtte mijn eerste bedrijfje op. De WirWar werd door de verwarring van het ziek zijn er niet duidelijker op. Al mijn passies paste gewoonweg niet in dit kleine gele kaartje.

WonderWerpen deed een ander licht schijnen. Ineens was het geoorloofd om alle kanten op te zwerven. Mijn nieuwsgierigheid en creativiteit kregen carte blanche. Ineens mocht het weer allemaal.

Voorzichtig zette ik mijn eerste onzekere stappen op het toetsenbord. Wat een geweldig gevoel om na al die tijd dit te mogen vinden! Van toetsenbord naar camera, van camera naar tekentafel, drukkunst en wie weet wat allemaal nog meer. Ik heb het weer gevonden! Of misschien heb ik het eindelijk gevonden.

Tijdens een workshop enkele weken geleden vroeg een geoefend schrijver me waarom ik eigenlijk kaartjes had laten drukken van ons online project. Verbaasd over de vraag had ik niet echt een duidelijk antwoord paraat. Ik realiseer me dat de meeste mensen voor kaartjes gaan als er een economisch belang nagestreefd wordt. Bij Wonderwerpen is dit allerminst het geval.
Dat maakt het voor mij echter niet minder belangrijk. Wonderwerpen is mijn creatieve thuishaven geworden. Alle ideeën die ik heb, alles dat ik wil onderzoeken kan ik hier parkeren. En mooier nog, dat mag ik doen samen met mijn beste vriend. Iemand die mij dagelijks aan het denken zet, me inspireert en verwonderd. Ik ben trots op wat hier gebeurt en wil er zoveel mogelijk mensen van laten meegenieten. Daarom zijn er kaartjes.

En nu ze zo naast elkaar liggen en hun overeenkomst zo overduidelijk aan mij tonen. Nu kan ik eindelijk met een goed gevoel zeggen dat WirWar hier stopt, maar dat ik wonderend verder ga!

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑