CategorieHonger

Levend licht

Eens in de zoveel tijd kom je een pareltje tegen. Zo een cadeautje uit een onverwachte hoek.  Zo ook afgelopen week. Nietsvermoedend rijden Hugo en ik richting Kerkrade voor een lezing die Cube organiseert.

We gaan wel vaker naar een lezing, maar dan meestal in Maastricht en georganiseerd door Studium Generale. Maar deze keer weet ik Hugo ervan te overtuigen mee te gaan naar een lezing over duurzaam design.

De lezing wordt gegeven op de bovenste verdieping van het Cube designmuseum. Daar aangekomen blijken we wat vroeg. Dat geeft niks want er is koffie, thee en wifi, dus we krijgen de tijd wel om.

Deze avond zullen er drie sprekers zijn. Drie dames, alledrie even bevlogen en met geweldige nieuwe inzichten en creatieve ideeën. Maar bij een van de drie verhalen kreeg ik kippenvel. Living Light van Ermi van Oers. Deze jonge vrouw heeft werkelijk een betoverend product ontwikkeld en voert een hoopvolle koers richting toekomst.

Even lijken we in een sciencefiction film te zijn beland, maar sciencefiction blijkt sciencefact. Ermi heeft ontdekt dat je met de juiste batterij een plant stroom kan laten produceren. Niet door hem te verbranden of om te zetten in biomassa of wat al niet meer. Maar gewoon, door goed voor de plant te zorgen. Door hem voldoende water te geven blijft hij in leven en door hem te strelen beloont hij je met licht.

Hoe werkt dat? Alle het leven op aarde heeft voedingsstoffen nodig en produceert ook reststoffen die dat specifieke organisme niet gebruiken kan. Hoewel wij een hoop rotzooi produceren is er geen enkel ander wezen op deze aarde die dat zo doet. Want het restproduct van de een is de voeding van de ander en zo gaat al het leven en gaan alle stoffen constant rond.

Dat betekent dat ook een plant een restproduct produceert. Aan de ene kant is dat zuurstof en een beetje CO2 dat de plant vrijgeeft via zijn bladeren. Maar wat veel mensen misschien niet weten is dat de plant ook stoffen teruggeeft aan de bodem, via het wortelstelsel. Die stoffen zijn geen afval, maar voeding voor andere organismen. Nu heeft men ontdekt dat juist die stoffen worden ‘gegeten’ door bacteriën in de aarde, die op hun beurt ook weer stoffen teruggeven aan de bodem. En laat het restproduct van die spijsvertering nu bestaan uit elektronen en protonen.

Dat is heel interessant, want onze elektriciteit bestaat uit elektronen. Dus als we die op kunnen vangen en door een stroomdraad kunnen geleiden dan kunnen we die planten als krachtcentrale gebruiken. Weg met de stopcontacten, haal gewoon wat planten in huis!

Zover zijn we nog niet maar de technologie is er. Hoe gaaf is dat! Kippenvel gaaf! Dankjewel Ermi voor je creativiteit en vindingrijkheid. Wat een gaaf en wonderlijk object. Ik kan er nu even geen van je kopen, maar ik kan wel dit woord verspreiden. Ik hoop dat ik over een paar jaar minstens ook een zo een gave plant in mijn woonkamer heb staan!

Tuin

tuin, goudsbloem
Ik zit weer aan mijn ,inmiddels vertrouwde, werktafel. Een paar weken geleden heb ik hem een slag gedraaid zodat ik tijdens het schrijven, schilderen of tekenen lekker naar buiten kijken kan.
Buiten op de tuintafel heb ik een vogelvoedertafel gezet en de mezen, roodborstjes, groenlingen, mussen, duiven, kauwen en eksters vliegen af en aan.

Vandaag is een heerlijke dag. De zon schijnt en de hemel is prachtig blauw. De herfstkleuren komen goed tot hun recht en in geniet van het uitzicht op onze achtertuin. Terwijl ik geniet verbaas ik mij ook. Het is inmiddels echt al november en er bloeien nog heel wat planten in onze tuin. Ik zie goudsbloemen en duizendblad, kamille en zelfs hier en daar een klaproos. Afrikaantjes staan er ook nog gezellig bij.

Toegegeven er zijn altijd laatbloeiers, ijzerhart bloeit tot aan het vriespunt. Maar de meeste bloemen zouden nu wel verdwenen moeten zijn. En, geloof het of niet, gister plukte ik zelfs nog een rijpe vijg van onze boom.

Hoe vrolijk het er ook uitziet, het klopt natuurlijk niet helemaal. Dat van die vogels is natuurlijk geen probleem, maar al dat groen zou inmiddels bruin of helemaal verdwenen moeten zijn. De aarde warmt op en daar werken we met z’n allen aan mee. Ik ook. Regelmatig rij ik flinke stukken. Sowieso doe ik veel meer met de auto dan ik vroeger deed. In de achtertuin staat een houtgestookte sauna, die natuurlijk ook een steentje bijdraagt en we koken nog altijd op aardgas. Dat kan uiteraard anders. Misschien moet het ook wel.

Maar er zijn ook zoveel grote zaken waar we weinig invloed op hebben en die veel meer invloed hebben op onze omgeving. Het meeste voedsel dat we consumeren komt van ver tegenwoordig. Medicijnen die ik nodig heb worden in chemische fabrieken vervaardigt en zelfs mijn Macbook is niet schoon. De productie van aluminium is een van de meest vervuilende processen die wij als slimmeriken uitgedokterd hebben.

Maar wat een geluk voor de aarde dat we inmiddels ook zo slim zijn om naar een zusterplaneet uit te kijken. Elon Musk, ja dat is die rare snuiter die die auto de ruimte inschoot, heeft het er maar druk mee. Hij produceert raketten bij de vleet en heeft inmiddels raketten en stuwmotoren ontwikkeld die ook weer netjes terugkomen naar de aarde zodat ze hergebruikt kunnen worden. Verder maakt hij zijn raketten gewoon van staal. Dat is goedkoper dan het dure spul dat Nasa gebruikt en ook nog voorzien moet worden van hitteschilden (dat hoeft bij staal dus niet) én het kan herbruikt worden. Hier of ginder.

Slim van Elon. En ik denk uiteindelijk het beste klimaatprotocol dat we kunnen volgen. Als we Mars gaan bevolken, zoals men voorstelt, krijgt de aarde ruim de tijd om te herstellen van de verkrachting die wij in korte tijd gepleegd hebben. Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon heel spannend. Naar Mars, de planeet leefbaar maken en immigreren met zn allen! En dan nog verder kunnen kijken… naar de manen van Jupiter… en dan… Heel spannend dus. Maar voorlopig blijf ik nog maar even genieten van deze stralende zondag en al het moois in mijn aardse achtertuin.

Oppassen

Zeemeeuwen

Het is al weer een paar dagen geleden dat ik me opnieuw klaarmaak voor een rondje westen. Donderdag en vrijdag oppassen op de jongens en zaterdag gezellig naar het museum. Voor mij ook een nieuwe ervaring omdat ik eindelijk toch besloten heb een inklapbare scootmobiel aan te schaffen die dit soort uitstapjes weer mogelijk maakt voor mij. Met de groene kaart op zak en in mijn kofferbak een paar opgevouwen extra benen rij ik goedgemutst die voor mij zo bekende weg.

Het is heerlijk weer en ik ben vastbesloten ook de zee een dezer dagen nog even op te zoeken. Donderdag haal ik vlak na aankomst de jongens van hun nieuwe school. Gelukkig zit er navigatie op mijn nieuwe klokje zodat ik met de fiets zonder zoekwerk de school weet te vinden. Eerst zie ik Tjores naar buiten stuiven en even later vind ik ook Corné. Samen fietsen we gezellig naar huis, waar we sap en koek nemen en als gewoonlijk aan een spelletje beginnen. Pierre voegt zich wat later ook bij ons.

Het is een gezellige middag en een fijne avond. Op vrijdag is iedereen de deur uit. De jongens naar school en hun lieve ouders naar hun werk. Het weer is hemels en ik hoef dan ook niet lang te denken over wat ik met mijn tijd zal doen. Eenmaal aan zee gekomen blijk ik niet de enige te zijn. Behalve wat mensen die van hun vrije vrijdag genieten en wat honden zijn er opvallend veel vogels op het strand. Jonge meeuwen die hun vleugels uitslaan en hun bruine verenkleed langzaamaan verruilen voor dezelfde wit-grijs-zwarte jas die hun ouders dragen. Kraaien die op het natte zand van laagtij zoeken naar een gemakkelijk maaltje en drieteenstrandlopers die als altijd nerveus op en neer lopen langs de vloedlijn. Die kleine snelle vogeltjes zijn altijd lastig te vangen met mijn camera. Ik probeer het toch nog maar eens, maar plots valt mijn oog op een stel meeuwen. Een volwassen exemplaar houdt, zo lijkt het, een oogje in het zeil zodat het puberexemplaar zonder al te veel zorgen zijn foerageerskills kan trainen in een van de vele strandmeertjes die het laagtij heeft achtergelaten.

Ik denk aan het boek dat ik aan het lezen ben over dierengedrag en hoe dat flinke overlap vertoont met onze eigen gedragingen. Hoe ook wij deel uitmaken van datzelfde dierenrijk, ook als we dat soms een beetje vergeten. Ik herken het gedrag van de volwassen meeuw, die van een afstandje kijkt om ervoor te zorgen dat er niet iets dramatisch mis gaat, maar ook niet meteen in wil grijpen bij elk foutje dat de jongeling maakt. En ik herken de ontdekkingstocht die de jongeling onbezorgd maakt terwijl hij weet dat hij vertrouwen kan op de volwassene. Ik maak er een paar foto’s van en wanneer de jongeling besluit het verder op te zoeken en zijn vleugels uit slaat om het sop te verruilen voor het hemelsblauw, bedenk ik me dat ook de jongens langzaamaan hun vleugels uitslaan. Hun kinderkleed verruilend voor dat van een puber, naar de grote school gaan en huiswerk maken. Grotere vragen stellen en anders leren denken. Dat ik heel trots en dankbaar ben dat ik daar, zo af en toe, een klein beetje deel van uit mag maken. Morgen gaan we samen naar het museum, maar nu geniet ik nog even van mijn zee…

 

Bijtellen

Bijtelling

Afgelopen week stond voor mij in het teken van de auto. Dat is gek, want als er iets is waar ik weinig interesse in toon, dan is dat de auto. Zolang het vier wielen en een stuur heeft en voorzien is van brandstof ben ik tevreden. Maar doordat ik nu fysiek wat beperkt ben worden andere zaken ook belangrijk.

Al tijden leen ik voor grotere afstanden de auto van mijn ouders. Ik kan dan gebruikmaken van de cruisecontrol en de automatische versnellingsbak en zo grotere afstanden afleggen dan voor mij mogelijk zou zijn in onze eigen handgeschakelde karretje. Nu denken we er al een tijdje over om dit anders aan te pakken. Liever zou ik zien dat onze eigen auto zo uitgerust is dat ik er zelf beter mee uit de voeten kan.

We hebben informatie opgevraagd bij onze dealer en ook de WMO laten weten dat we een aanpassing overwegen. De WMO laat ons al vrij snel weten hier niet aan mee te werken omdat de aanpassing die wij nodig hebben algemeen gebruikelijk is. Blijkbaar vinden ze bij onze gemeente dat het algemeen gebruikelijk is dat iemand van 38 na moet denken over hoe ze haar mobiliteit kan waarborgen omdat haar fysieke mogelijkheden achteruit gaan. Ik haal er mijn schouders over op. Hoewel ik het eigenlijk niet kies vind dat daardoor mobiliteit en vermogen hand in hand gaan, ben ik blij dat we zelf wat achter de hand hebben en gaan we samen terug naar de garage om onze mogelijkheden in kaart te brengen.

Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat het aanpassen van onze, al op leeftijd zijnde auto, of het aanschaffen van een kleine andere auto een niet al te moeilijk rekensommetje is. De garagehouder blijkt toevallig een andere auto binnen te krijgen die voldoet aan onze eisen en een en ander is al snel beklonken.

Hoewel ik blij ben met onze keuze zit het WMO besluit toch nog in mijn hoofd wanneer ik later die dag het NOS journaal kijk. Het thema van de dag lijkt zich verder uit te strekken dan onze gemeente. NOS verhaalt over de bijtelling op elektrische auto’s die komend jaar flink omhoog gaat. Dit verbaast me nog meer dan het besluit van onze gemeente om niet te voorzien in de in hun ogen ‘gebruikelijke’ aanpassing.

Dan komt de minister in beeld die met een stalen gezicht verkondigd dat de subsidie maatregel die de overheid in het leven geroepen heeft om elektrisch rijden te stimuleren te goed lijkt te werken en daarom wordt stopgezet. Verbaasd denk ik over die zinskeuze na. We moeten met zijn allen minder fossiele brandstoffen gaan gebruiken. Er bestaat de mogelijkheid om elektrisch te rijden al is dit vooralsnog een dure optie. De overheid verzint een subsidie die het leaserijders mogelijk maakt tegen een gunstig tarief elektrisch te rijden, daar wordt dan massaal gebruik van gemaakt en dat reduceert ons gezamenlijk gebruik van fossiele brandstoffen en geeft autofabrikanten de middelen om te investeren in meer betaalbare duurzame alternatieven. Ik zou dan denken die subsidie werkt geweldig! Kunnen we er niet nog een paar verzinnen? Maar goed ik ben dan ook geen minister en ik hoef de dukaten in de schatkist niet te tellen. Want ik vermoed dat daar de schoen wringt. Inkomstenderving. Jammer.

Ik sluit de dag af met de constatering dat voor het eerst in mijn bestaan de auto de rode draad door mijn dag was. Tevreden over de beslissing die we zelf genomen hebben en verbaasd over het beleid van onze overheid val ik in slaap.

Betonnen woestijn

Betonnen woestijnAls ik aan een woestijn denk dan zie ik veel zand, misschien wat rotsen, maar in ieder geval  weinig planten en ook weinig zichtbare dieren. De officiële definitie laat me weten dat er in een woestijn minder dan 200 mm neerslag per jaar valt en dat er daardoor weinig tot geen fauna te vinden is. Ondanks dat het hier duidelijk meer nattigheid geeft dan de voorgeschreven 200 mm moet ik door een nieuwsbericht van gisteren aan de woestijn denken.

Uit Zweeds onderzoek is gebleken dat we de klimaatverandering kunnen remmen wanneer we meer bomen planten. Planten in het algemeen en bomen in het bijzonder zetten CO2 om in zuurstof middels hun stofwisseling. Met heel veel meer bomen zouden we dus technisch gezien onze netto uitstoot kunnen verminderen of neutraliseren. We moeten dan wel een behoorlijk bos aanleggen. Er zouden volgens dit onderzoek 1 biljoen bomen nodig zijn om de uitstoot met twee derde te doen slinken. Omdat dat een nogal abstract getal is geven onderzoekers in Zürich aan dat het dan om 1 miljard hectare bos gaat.

Als goedgemutste burger zakt me van dit soort getallen de moed in de spreekwoordelijke schoenen. Zelfs wanneer je dit in voetbalvelden uit zou drukken is het een getal dat mijn voorstellingsvermogen in ieder geval te boven gaat. Gelukkig besluit het fragment met de geruststellende woorden dat uit satellietfoto’s is gebleken dat wanneer Rusland, Australië, Amerika en Europa samenwerken dit best een haalbare kaart zou moeten kunnen zijn.

Toch niet helemaal gerust sla ik de pagina om. Niet mijn pakkie an, ik kan hier moeilijk iets aan veranderen. En dat deze grootmachten op dat niveau samen zouden willen werken, lijkt mij niet heel realistisch. 

Nu ik zo in mijn tuin zit en om mij heen kijk zie ik vooral beton. Ook al heb ik mijn borders proppievol geplant met zoveel verschillende bloemen en planten dat ik de tel kwijt ben, ligt er toch nog een hoop bestrating in de tuin die ik liever ruimen wil. 

Ergens in de jaren ’90 of misschien wel ’80 van de vorige eeuw is de onderhoudsvrije tuin in zwang geraakt en creëerde iedereen zijn eigen privé woestijn achter en voor het huis. 

Als kind groeide ik op een grasveldje op. Er kwam modder aan mijn handen en ik plukte kruis- en aalbessen in de tuin. Ik kan me herinneren dat we op een gegeven moment zelfs balen stro achterom hadden liggen waar dan oesterzwammen op groeide die we met veel smaak gegeten hebben. De kippen zorgden voor de eieren en wat er precies met Flappie is gebeurd laat ik in het midden….

Nu zijn de meeste tuinen voorzien van tegels, grind of een combinatie van beiden. Me hier erg van bewust zijnde pak ik gaande weg steeds een tegel weg om deze te verruilen voor beplanting. Jonge boompjes die zo her en der spruiten verplaats ik naar de achterkant van mijn tuin waar ik een minibos in aanleg ben gestart. Ook merk ik dat ik eigenlijk meer werk heb aan het bijhouden van de bestrating dan aan de borders. Mijn plan om dus een onderhoudsvrije tuin te creëren met weinig bestrating treft zo dubbel doel. Hoewel klein, draag ik zo toch mijn plantje bij. Ik verminder het aantal stenen en verhoog mijn eigen genot en de zuurstofuitstoot van dit kleine lapje grond.

Als we nu eens met zijn allen zo af en toe, of met enige regelmaat, wat steen ruimen en wat groen toevoegen aan ons eigen kleine domein. Iedereen heeft wel ergens een klein hoekje waar gewoon de natuur haar gang kan gaan. Misschien dat we dan die wereldmacht kunnen laten zien dat samenwerken helemaal zo moeilijk niet is, terwijl we tegelijkertijd de door onszelf gecreëerde betonnen woestijn omtoveren tot een oase. Ergens moeten we toch dat ene zaadje planten dat kan uitgroeien tot een duurzame wereld.

Verkeersopstopping

verkeersopstoppingIk ben blij met de tijd waarin we leven. Alles zit onder ‘een druk op de knop’ en navigatiesystemen, cruise control en automatische geschakelde wagens maken mijn actieradius een stuk groter.

Ons oudste neefje kan zich lang vermaken met het turen naar google maps. Iets dat ik nauwelijks nog doe. Echt kijken naar een kaart. Tenminste als het is om ergens heen te gaan. Oude kaarten en atlassen blijven tot de verbeelding spreken, dus ergens snap ik hem wel.

Maar als ik met de auto op stap ga vertrouw ik toch, daar waar nodig, op het navigatiesysteem. Ik reis, als het niet nodig is, niet in de spits. Niet omdat ik dat vervelend vind, maar het scheelt tijd en brandstof als ik dat niet doe.

Afgelopen week bracht ik Pierre terug naar huis. De ochtend voor vertrek wilde ik nog even naar zee en Pierre wilde mee. Om hem daarna weer terug te brengen was maar een klein stukje om, dus gingen we nog even samen op stap. We hebben kuilen gegraven en tenten gebouwd. En een brug gemaakt van een oude aangespoelde plank. Moe gewerkt en gespeeld togen we richting Willy Zuid voor een hapje en een drankje. 

De batterij eenmaal opgeladen wilde Pierre ook nog graag naar de winkel. Dus stopte we onderweg naar huis ook nog even bij het winkelcentrum en brachten we voor papa en mama aardbeien en krentenbollen mee. Het was een gezellige ochtend en na de lunch vertrok ik naar Gronsveld.

Leiden uit ging prima, wat ook wel eens anders is. En de N11 was ook geen probleem. Maar het was vrijdag én Pinksteren stond voor de deur. Dus toen ik de A12 op reed werd het toch wat drukker. De drukte sloeg al snel om in een spits die duurde tot in Maastricht. Langzaam rijdend, nauwelijks stilstaan. Maar toch, spits. 

Het navigatiesysteem in de auto laat mij ook weten dat het druk is op de weg. ‘Verkeersopstopping voor u’ herhaalt een vriendelijke vrouwelijke stem met enige regelmaat. Ze biedt ook alternatief, maar omdat ik vermoed dat het overal wel druk zal zijn laat ik dat maar voor wat het is.

De meeste opstoppingen doen zich voor bij kruispunten, wat begrijpelijk is. In- en uitvoegend verkeer heeft ruimte nodig en remt de doorstroom af. Maar er doen zich ook regelmatig opstoppingen voor op totaal onlogische punten. Eenmaal door het dode punt blijkt er geen on- of pechgeval langs de kant te staan, zijn er geen vrachtwagens in de buurt en blijft mij de oorzaak van de opstopping onduidelijk.

Op het moment dat de dame in het dashboard van de auto weer ‘verkeersopstopping voor u’ door de wagen laat klinken besef ik mij ineens dat de oorzaak van een dergelijke opstopping natuurlijk ook aan de bestuurder vooraan in de opstopping liggen kan.

Niet zelden kom ik bestuurders tegen die toch met 100, of zelfs minder, de linker baan een behoorlijke tijd bezet houden zonder goede reden. Wanneer het niet druk is op de weg veroorzaken ze slechts een kleine sliert auto’s die de achtervolging in slakkengang toch voortzetten. Slechts een enkeling is dusdanig geïrriteerd dat de rechterbaan als inhaalstrook verkozen wordt. Maar wanneer een dergelijk geval in deze drukte de linkerbaan bezet houdt, dan kan dat natuurlijk wel de opstoppingen ‘zonder reden’ verklaren.

De reis vordert maar langzaam. Den Bosch komt in zicht terwijl ik eigenlijk al onder de rook van Sittard had kunnen zijn. Weer vermeldt de vriendelijke dame dat er zich een verkeersopstopping voor mij voordoet. Ik doe het raam open en er waait een frisse wind door mijn haren. Genietend van het uitzicht bedenk ik mij dat het mooi zou zijn wanneer navigatiesystemen een nieuwe melding in hun bestand op zouden nemen. ‘Verkeersopstopping achter u, verplaats u naar de rechterbaan.’ Met een glimlach op mijn gezicht zet ik de radio nog wat harder en schuifel ik verder huiswaarts.

Drijfzand

DrijfzandNet terug uit het westen ben ik natuurlijk ook weer even aan zee geweest. De zee neemt en de zee geeft. In dit geval neemt hij vooral en dan met name zand. Dat vinden wij niet fijn want dat betekent dat onze kustlijn steeds smaller wordt en dus nemen wij.

Wij nemen het zand terug uit zee en spuiten het op onze kust zodat deze netjes blijft waar hij volgens ons hoort te zijn. Hele stukken strand worden afgezet en er ligt een flinke baggeraar vlak voor de kust. Via dikke stalen pijpen wordt het zand van de baggeraar naar de kust vervoerd en daar wordt het in grote fonteinen weer uitgespuwd. Grote graafmachines verdelen het zand dan netjes en wanneer er weer voldoende zand ligt verplaatsen ze de hele boel een eind verder zodat ze ook daar de kust weer van nieuw zand kunnen voorzien.

De afgezette gebieden worden bijgestaan door grote gele borden met de waarschuwing dit gedeelte van het strand niet te betreden omdat er mogelijk drijfzand zou kunnen zijn. Ik vind het een grappig bord. Het verdrinkende mannetje doet me eerder lachen dan huiveren.

Als ik mijn blik verplaats zie ik op het terrein met mogelijk drijfzand gevaar zeker drie grote gele graafmachines af en aan rijden. Nu is mijn verwarring compleet. Als er hier sprake is van drijfzand, is dat dan speciaal drijfzand? Heeft het zand hier het gemunt op nietsvermoedende strandgasten en laat het medewerkers en zwaar materieel gewoon met rust? In mijn hoofd draait even het script van een thriller en ik besluit een foto te nemen van het, in mijn ogen, vreemde bord.

Ik loop nog even langs de branding en besluit dan terug te gaan naar de boulevard. In het kunstmatig aangelegde duin tussen het strand en de boulevard heeft de gemeente wandelpaden aangelegd en bankjes neergezet. Het ligt er nu al jaren, maar toch ben ik er nog nooit gaan zitten. Op de een of andere manier voelt het een beetje nep. De pollen helm staan er in keurige rijen en de paden zijn verhard. Maar nu er op het strand en in het water vlak voor mijn neus zoveel ongebruikelijke activiteit is besluit ik er toch even te gaan zitten kijken.

Het duurt niet lang of er komen twee oudere Katwijkse dames voorbij. Ze vragen of ze er bij mogen komen zitten. Ik zou niet weten waarom niet. Al snel gaat het over het wederom opspuiten van het strand. Voor mijn gevoel is de vorige keer dat ze dit deden nog niet zo lang geleden. Een dame denkt dat het zeker meer dan 10 jaar geleden is. Ik leg uit dat dit korter moet zijn, omdat toen wij naar Limburg verhuisde de oude situatie er nog was en wij wonen nog geen tien jaar in Limburg. Dat zou kunnen, maar het was wel weer nodig. Nodig of niet, de dames vonden het maar niks. Je krijgt er vies zand van en zand hoort schoon te zijn. De laatste keer was dat ook zo en toen hebben ze het strand een hele zomer gemeden.

Ze gaan het zand natuurlijk niet eerst wassen voordat het op het strand gespoten wordt. En met het baggeren komt gewoon alles mee wat zich op de zeebodem bevindt. Ook algenresten en andere prut wordt zo mee het strand op geslingerd en dat vinden de dames vies. Maar gelukkig zijn ze ook van mening dat het belangrijk is dat iedereen in Katwijk droge voeten houdt. De dames besluiten hun wandeling nog even voort te zetten en ik staar nog even voor me uit. Zometeen ga ik de jongens van school halen. Dan ga ik weer genieten van een paar daagjes oppassen. Maar nu kijk ik nog even uit over het zand en water.

 

 

Wonderwerpen 2.0

Wonderwerpen 2.0
De kenner ziet het meteen. Leidse ganzen.
Voor hen lijkt het gras aan de andere kant blijkbaar groener. Eigenwijs steken ze de weg over als ik aan het begin van deze week weer huiswaarts keer. Ze lijken alle tijd van de wereld te hebben en voelen zich allerminst door mij opgejaagd. Dat gevoel is terecht want ik heb geen haast en maak daarom van de gelegenheid gebruik dit tafereeltje vast te leggen.

Ik was in Leiden omdat ons middelste neefje 10 jaar werd. Een bijzondere verjaardag. Hij is nu een tiener, en ik eigenlijk ook. De eerste ontmoeting met mijn nieuwe familie was namelijk tijdens het kraambezoek 10 jaar geleden. Tien jaar is een hele poos en voorbij gevlogen. De mensen die ik toen nog niet kende, zijn voor mij nu niet meer weg te denken.

Ooit nog wat onwennig in het westen en nu een tweede thuis.
Ik heb dit weekend genoten van een heel gezellig feest, heerlijk eten, kuilen scheppen op het strand en pannenkoeken met appel.

Nu op weg naar huis ben ik nog niet uitgefeest. Rondje westen tik ik als gewoonlijk af met een uitschieter ergens in het oosten. Wonderwerpen overleg staat op het programma. Wonderwerpen bestaat officieel een jaar deze week. In dat jaar hebben we een hoop geschreven en nog meer meegemaakt. Nu is het tijd om de balans op te maken.

Wonderwerpen is op dit moment ingericht als een blog. Er worden geschreven artikelen op gepost en af en toe proberen we ook iets anders, maar het past de pagina niet zo. Dus we gaan in de loop van dit jaar de vormgeving stevig aanpakken. We willen een platvorm ontwikkelen dat alle media ondersteunt op een overzichtelijke manier.

Het is een ambitieus plan, maar we zijn vastberaden. Wonderwerpen 2.0 is onderweg. Dat betekent kortere artikelen als column, een podcasts, een vlog en wellicht een strip.Met dit artikel wagen we officieel de oversteek naar dat ene nog creatievere plukje groen. We laten ons niet verjagen door al dat ons pad probeert te kruisen en gaan eigenwijs verder met wonderen. We hebben d’r zin an!

Brood voor Victor

desem brood

Toen ik gisteravond het deeg voor mijn nieuwe broden aan het kneden was moest ik ineens aan vroeger denken. Als kind kwam ik graag bij mijn grootouders. Ze hadden een groot huis en een huishouden van Jan Steen. Ik kon me er uren vermaken aan de bosrand en ook het huis zelf was voer voor verwondering. Ik toog met regelmaat naar een van de zolders om op zoek te gaan naar verborgen schatten. Er lag van alles. Speelgoed, boeken, hele postzegel verzamelingen en oude ansichtkaarten. Soms als oma iets van zolder nodig had, stuurde ze me erop uit om het te pakken. Dat scheelde haar een heleboel traptredes. Vaak werd er dan geroepen ‘ik denk dat het op de meelzolder ligt, ga daar maar eerst even kijken’.

Als kind dacht ik er nooit zo na over waarom ze juist die zolder ‘meelzolder’ noemde. Ik wist welke zolder ze er mee bedoelde en liep erheen om het gevraagde te zoeken, niet zelden tevergeefs.
Nu besef ik mij dat ‘meelzolder’ niet uit de lucht kwam vallen.

Mijn oma woonde, samen met opa uiteraard, in haar ouderlijk huis. Haar vader, mijn overgrootvader, heb ik nooit gekend. Maar zijn beroep verraadt de oorsprong van de naam van deze zolder. Hij was namelijk bakker.

Het toeval wil dat ik er inmiddels ook aardig bedreven in ben. Brood bakken.
Sinds ik weet wat er allemaal in mijn gekochte brood gaat ben ik ervan overtuigd dat ik dat zelf beter kan. Ik heb me verdiept in het maken en onderhouden van een goede desemstarter en in het samenstellen, kneden, voorrijzen, rijzen en bakken van brood.

Na wat minder geslaagde pogingen kan ik nu zeggen dat ik een lekker broodje bakken kan en denk ik stiekem al een beetje na over experimenteren met verschillende ingrediënten. Zo heb ik al geprobeerd om van puur rogge een brood te bakken. Ik moest echter tot de conclusie komen dat dit voor mij geen geschikte meelsoort is. De boel blijft plakkerig en de broden lijken meer op bakstenen dan op iets eetbaars. Maar misschien kan ik wat rogge mengen met tarwemeel en zo toch komen tot een lekker baksel. Ook het toevoegen van pitten, zaden of gedroogde vruchten heeft mijn aandacht.

De desemstarter is een waar huisdier dat verzorging wenst. Brood is een product dat leeft. Zorg ik goed voor mijn starter dan zorgt de starter goed voor mijn deeg en krijg ik een prachtig brood. De starter verandert ook. Naarmate ik hem langer heb worden de geuren complexer en de structuur verfijnder. Dit heeft uiteindelijk ook weer invloed op de smaak en de textuur van het brood.

Mijn overgrootvader was natuurlijk niet alleen bakker. Hij was ook vader, hoofd van het gezin en verzetsstrijder in de tweede wereldoorlog. Zijn naam was Victor. De naam die ook ik dragen zou wanneer ik als jongen ter wereld gekomen was. Helaas is Victor veel te vroeg overleden op 42 jarige leeftijd. Hij werd in 1942 om het leven gebracht in concentratiekamp Oranienburg te Sachenhausen. Dat is niet alleen voor hem een hoge prijs om te betalen voor het volgen van zijn idealen, maar uiteraard ook voor zijn gezin.

Gelukkig heb ik geen idee wat het betekent om in zo een situatie te moeten leven. Maar ik heb ineens toch het gevoel dat ik een beetje van mijn voorouder en bijna naamgenoot meegekregen heb.

Ik kneed mijn deeg nogmaals met een glimlach.
De Victor in mij is nog altijd bakker.

Ei

Ei : Honig boerenomelet en roerei

 Boodschappen doen is voor mij een redelijke uitdaging. Ik probeer op momenten te gaan wanneer het rustig is zodat ik niet te lang in de rij hoef te staan. En ik ga altijd naar dezelfde winkels zodat ik weet waar ik wezen moet en dit obstakel zo snel mogelijk genomen is.

Maar soms neem ik toch even de tijd om stil te staan bij een schap. Toen ik deze week een doosje eieren in mijn karretje stopte viel mijn oog op een bijzonder product.

Honig maakt pakjes die als basis moeten doorgaan voor boerenomelet en roerei. Ik was er altijd van overtuigd dat de basis van boerenomelet en roerei gewoon ei was. Blijkbaar heb ik dat mis. 

Als ik de twee vrij platte pakjes nader bestudeer zie ik dat het ‘met natuurlijke ingrediënten’ gemaakt is. Mijn argwaan is gewekt. Als je ergens op moet zetten dat de ingrediënten natuurlijk zijn, dan is dat blijkbaar niet meteen duidelijk. Op een zak aardappels of een komkommer staat niet ‘met natuurlijke ingrediënten’. Dat zou een compleet overbodige toevoeging zijn.

Dan is er nog dat kleine gemene woordje ‘met’. Het oogt of dit pakketje uit natuurlijke ingrediënten bestaat. Maar ‘met’ zegt dat er óók natuurlijke ingrediënten in zitten en daarnaast blijkbaar nog iets anders.

Nog steeds vraag ik me af wat je naast ei nog meer nodig hebt voor een omelet of roerei. Gelukkig is de verpakking daar ook vrij duidelijk in. Voor een boerenomelet moet je namelijk, naast dit pakje, ook zelf nog 6 eieren, 1 kleine ui, 125 gram champignons en 4 sneetjes volkorenbrood toevoegen. Voor de roereivariant geldt dat je 6 eieren, 50 gram achterham, 125 gram cherrytomaatjes en 4 sneetjes volkorenbrood nodig hebt. Beiden lijstjes lijken me een prima voorstel voor een lekker eiergerecht. Het enige dat ik nog zou willen toevoegen is peper en zout. Zouden dat dan de magische ingrediënten in deze verpakkingen zijn? 

De achterkant van beiden verpakkingen verklapt dat er naast wat gedroogde groentestukjes (die je dus ook gewoon vers had kunnen toevoegen) er vooral weipoeder (oftewel melkpoeder) en gistextract in zit. Dat laatste is een ingrediënt waar ik zelf vrij slecht tegen kan. Ik krijg er een naar gevoel en hartkloppingen van. Dus ik ga dit product zeker niet proberen.

Los daarvan blijf ik het een wonderlijk product vinden. Wie zou het bedacht hebben? En, misschien nog gekker, wie vond het daarna allemaal een goed idee? Hoe zou zoiets gaan bij het bedenken van een nieuw product? Ik neem aan dat het door een hele commissie moet en dan misschien nog langs een proeflokaal. Als het deze grondige toetsing heeft doorstaan komt het uiteindelijk in het schap terecht waar consumenten langslopen die dan denken ‘Wow, dat is wat ik echt nodig heb!’. Tenminste dat neem ik aan, als fervent pakjes en zakjes mijder heb ik daar geen idee van. Verbaasd en verwonderd doe ik de rest van mijn boodschappen.

© 2020 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑