CategorieDe Wonderton

Nooit meer naar Limburg

Ho mensen. Stop het verre reizen! Ja dat Limburg is veel te ver weg. Ik ken een stadje, vlakbij Arnhem dat minstens zo heuvelachtig is. Al spreken we zelf liever van huchten. En als die stijl zijn, dan is het een stikke hucht. Bekend is natuurlijk de Grebbeberg dat een 7% stijging heeft. Zelf ben ik opgegroeid aan het Paardenveld. Deze hucht is 7,3% Ik ben er vorig jaar zelf enorm onderuit gegaan. Ik reed vanuit huis naar mijn ouders met gladde wegdekcondities. Ik weet dat er helaas al wat doden zijn te betreuren bij het naar beneden gaan icm verkeer van rechts en zo, dus ik weet genoeg. Ik ging dan ook pompend remmend met mijn handbike naar beneden en daar begon me ineens de fiets te glijden op zijn banden. Ik moest halverwege de hucht naar rechts, mijn ouders wonen een straat rechts van Paardenveld. Ik neem een bocht naar links en daarna wijd naar rechts. De handbike/rolstoel-combinatie kantelt en ik smak op de grond. Ik gleed flink wat meters door. Gelukkig voel ik op mijn benen toch al niets en mijn armen ook al minder, dus ik krabbelde snel overeind en hees me terug in de stoel. Ach, dacht ik, ik ben toch al gehandicapt…;- Het plaatje bij de tekst is halverwege het Paardenveld, ter hoogte van mijn ouderlijk huis. Je kijkt naar het meeste steile stuk dat dan nog moet komen. Hieronder een video met een klein plaagstootje naar mijn lieve vrienden in Limburg.

 

Krijg het Rhenenweer

Ik ben zelf compleet content met de titel van deze blog. Nee, ik lig niet krullend op de grond met mijn knuisten in kort cyclische bewegingen. Neen, een voldane grijns.
Eindelijk een bericht van uw verwonderende schrijver uit de hoek Betuwe/Veluwe/Heuvelrug. Er waren wat vervelende emissies in mijn gezondheid, daar ga ik binnenkort over schrijven. Ik ben er weer! En voel me wel zo ongelofelijk fijn. Energie die ik in geen maanden heb gevoeld, zin om te schrijven, te maken, te creëren.
Om te starten ben ik weer naar mijn geboortegrond gereden. Een tocht van nog geen 8 minuten hoor…

Dertien

Dertien

Terwijl ik, zoals inmiddels gebruikelijk, weer aan de slag met ben het vullen van een doos vol cadeaus moet ik denken aan toen. Toen ik je leerde kennen was je ongeveer 2. Stil en vol verwondering keek je de wereld in. Je sprak niet met woorden maar je blik zei al genoeg. In jouw huisde een intelligent wezentje dat zijn weg naar buiten nog niet helemaal gevonden had.

Nu zoveel jaren later, bereid ik het cadeau voor je dertiende verjaardag voor. Je bent een echte tiener geworden, die pubert, de basisschool achter zich gelaten heeft, vol grapjes zit en nieuwsgierig is naar de wereld om zich heen. Je bent vrolijk, praat me de oren van het hoofd en zingt het liefste de hele dag.

Je hebt heel erg je best gedaan en je hebt enorm veel geleerd. Tafel dekken, je eigen brood smeren en gretig wachten op de taxi om weer naar school te mogen. Reikhalzend keek je afgelopen zomervakantie uit naar de dag dat je weer naar school mocht. Naar de middelbare school, waar je nog veel meer leren gaat. Verzorging, techniek en allerlei andere praktische zaken.

En nu je al zo groot bent besef ik mij dat wij met zijn allen ook zoveel van jou geleerd hebben. Dat we anders naar de wereld hebben mogen leren kijken, een beetje door jouw ogen en een beetje door de onze. Ik ken de namen van alle honden in onze buurt en zeg mensen gedag die ik eerst helemaal niet kende. Nu ik let op straatnamen, speeltuinen en bankjes in de buurt. Ik vind het supergaaf als je er bent, dan maken we grappen en stoere plannen.

Lieve Pierre, wat wordt je groot. Dank je wel voor al je wijze lessen en dat ik je tante mag zijn! We gaan nog heel veel avonturen beleven met jou en je lieve broers. Maar dertien, dat wordt je maar een keer, dus over een paar dagen steken we de kaarsjes aan en eten we een flink stuk taart en zingen we uit volle borst!

Groen

Met de muur nog in mijn rug loop, strompel, ik richting badkamer. Het is al weer een tijdje geleden  dat ik van vrienden twee prachtige oude schoolplaten kreeg. Een met als thema ‘de Noordzee’ en de ander ‘In sloot en plas’. De Noordzee omdat we daar ooit woonden en sloot en plas voor onze huidige thuishaven. De twee prachtige platen heb ik vrijwel meteen boven de bank gehangen. Ik wilde daar al tijden iets groots, maar kon mijn draai er niet in vinden. Tot die platen dus.

Omdat onze tuinstoelen versleten zijn struin ik begin vorige week tuincentrum en bouwmarkt af op zoek naar vervangende exemplaren. Maar zoals dat zo vaak gaat met dat soort dingen, vind ik geen tuinstoelen maar wel een nieuwe bank. Ineens zie ik hem staan en denk ik ‘dat is hem!’. Al jaren op zoek naar vervanging voor die oranje draak in onze woonkamer we konden nooit echt iets vinden dat ons beiden plezierden.

Hugo bleek er ook van gecharmeerd te zijn en de keuze was redelijk snel gemaakt. Met de schoolplaten in mijn achterhoofd begon ik meteen kleurstalen te verzamelen. ‘Voor de muur’ zo leg ik Hugo uit. Na wat vijven en zessen en wat overleg met derden besluit ik voor een duidelijke kleur te gaan. Niks met pastellen of andere wazige kleuraanduidingen voor ‘net geen wit’.

Ik reken uit hoeveel ik nodig heb en laat de kleur mengen. Dan plak alles netjes af, zet de meubels aan de kant en begin. Als Hugo de kamer in loopt en een half geschilderde muur ziet geeft hij aan het een heftige kleur te vinden. Maar hij vertrouwt erop dat ik een goede keuze gemaakt heb en het is maar een muur, het is zo weer een andere kleur.

Dat ‘zo’ valt een beetje tegen. Het behang op de muur heeft een bepaalde structuur waar met geen mogelijkheid helemaal tussen te komen is en het kost me dan ook heel wat moeite om zoveel mogelijk witte puntjes weg te werken. Waarschijnlijk moet ik er nog eens overheen, maar ik probeer het de eerste keer zo goed mogelijk te doen. De hele zaterdag rol, kwast en smeer ik tot de hele muur zo groen als gras is. ’s Avonds laat haal ik de plakband los, rol ik het plastic op de vloer op en zet ik de meubels terug op hun plaats. Een kant van de muur is al droog, daar hang ik alvast een plaat terug. Omdat de andere kant nog nat is laat ik nummer twee nog even waar hij is.

Tevreden kijk ik naar het resultaat. De bank, de platen en de muur vormen een plaatje. En zelfs Hugo is overstag. Het is heel mooi geworden en kan volgens hem zo in een boekje. De puntjes op de i, of in dit geval op het structuurbehang, komen nog wel. Ik ga na een verkwikkende douche nog lekker even chillen op onze nieuwe bank en val, eenmaal boven, als een blok in slaap.

Stram en stijf word ik dan vanochtend weer wakker. En als ik eenmaal aangekleed weer beneden ben loop ik meteen de kamer in om mijn muur te inspecteren. Ook bij daglicht is het een plaatje. Een plaatje dat hier en daar nog wat bijgewerkt kan worden, maar voor nu een prachtig plaatje. Tevreden drink ik mijn koffie op.

Bosuil

Onze tuin wordt druk bezocht door echte bosdieren. Gelukkig slaap ik al paar dagen slecht zodat ik gelijkgestemde nachtbrakers hoor struinen. Naast de rondbanjerende egels werd ik zojuist verblijd met de roep van een vrouwelijke bosuil. Ze zat ergens in de bomen van de tuin haar best te doen om het manvolk op haar aanwezigheid te attenderen. Ze had om aandacht niets te klagen! Ik stak namelijk direct de iPhone uit het raam om haar verwoede poging vast te leggen. Klik/tik op listen in browser…

P.s. Wees gerust, Maike sliep vredig door.

 

 

Betrapt

Wij hebben een geweldige tuin! Lekker groot, diep en na de uitbouw van een complete woon- en slaapkamer nog heel veel tuin over! We hebben een echte privé tuin. Je kan gerust in je nakie rondlopen, niemand die het ziet. We hebben een 2-onder-1 kap en de buren aan de andere kant hebben een vrijstaand huis met enorme tuinen en daarom hebben we van beide kanten geen last. Overal waar je kijkt is het groen. Geen beton maar bomen, zoveel dat het een bostuin is. Daar komen ook bosbeesten op af. Uilen, eekhoorns, spechten en Vlaamse gaaien zijn een kleine greep Maar ook ander lopend spul. En die hebben we zojuist betrapt. Luister maar…..

De sleutel -het slot-

het slot

Daar is het weer! Dat geluid. Ik sper mijn ogen wijd open en spits mijn oren. Het is inmiddels weer ochtend. Ik werd gewekt door de roep van die uil die mij lijkt te achtervolgen. Of achtervolg ik de uil? Het is mij niet helemaal duidelijk.

Als ik om me heen kijk zie ik de wereld beneden mij en herinner ik me dat ik hier gister strandde. Met mijn voeten stram en pijnlijk kruip ik naar de rand van de afgrond en ga ik recht zitten, mijn benen bungelen naar beneden. Als ik de afgrond in kijk bedenk ik me dat dit mij helemaal niet beangstigd. Ik heb nooit hoogtevrees gehad, maar de moed om werkelijk op de rand van zo een afgrond te gaan zitten met mijn benen de diepte in bungelend heeft me altijd ontbroken. Nu doet het me niks. Geen angst voor de diepte. Geen angst voor de pijn. Gewoon niks.

Terwijl ik me daar over verbaas klinkt het weer hard en schel. Die uil begint me nu toch langzaam aan te irriteren. Ik kijk in de richting van het geluid. Ik zie wel wat vogels vliegen maar er zit geen uil bij. Dan nog een keer, nu dichterbij, weer die roep! Als ik in de richting van het geluid kijk zie ik in een flits iets naderen. In mijn poging het projectiel te ontwijken klap ik achterover in het gras. Ik zie nog net wat bruine en blauwe veren.

Mijn verbazing is nog niet helemaal gezakt als ik een schaterlach achter mij hoor. Dat klinkt heel menselijk. Ik was ervan overtuigd dat ik hier alleen was. Blijkbaar had ik dat mis.
Als ik recht ga zitten en achter mij kijk zie ik een gaai die vlakbij op het gras is gaan zitten Die uil. Het was geen uil…
Gaaien zijn net papegaaien. Ze doen andere vogels na en deze vond het blijkbaar grappig mij te doen geloven dat zij een uil was.
Nog naar de gaai kijkende zie ik in mijn ooghoek iets dichterbij komen. Als ik opkijk zie ik een man. Hij loopt niet, maar verplaatst zich zitten. Zittend en lachend. Schuddend van het lachen.

Inmiddels moet ik er zelf ook om lachen. Van alle vreemde zaken die ik de afgelopen tijd ben tegengekomen is deze gaai mij wel heel gewoon. Ik ben gek op kraaien en kraaiachtigen. De gaai hoort daar ook zeker bij en ik ken zijn trucjes, maar nu had deze me toch bij de neus.

De man die inmiddels naast mij zit, in een flitse groene rolstoel met een paar stevige banden, opent het gesprek met: ‘Wat leuk dat je ook hier bent! Kennen wij elkaar ergens van? Ben jij ook betoverd door die gemene heks? Wat hebben we gemeen?’Jeetje, dat zijn ineens heel veel vragen. Het enige dat ik uit weet te brengen is ‘ik heb geen idee’.
De man kijkt me wat verbaasd aan. Ik bedenk me dat ik met dat ene antwoord er niet vanaf kom, al lijkt het al zijn vragen te beantwoorden, dus licht ik mijn woorden toe.

Ik weet niet of ik je ken. Je komt me bekent voor, maar ik heb je nog nooit gezien geloof ik. Van een gemene heks weet ik niks. Ik vond een sleutel in mijn tuin. De sleutel bezorgde me veel pijn, maar zonder kon ik niet meer zijn. Ik volgde de weg van de sleutel en vond een deur. Ik opende de deur en kwam in een totaal nieuwe wereld terecht. Ik heb me verwonderd over de dieren en de planten. ’s Avonds tuurde ik naar de sterren. Ondanks de pijn is de wereld nog even mooi. Ik voel me vol leven en nieuwsgierigheid. Ik wil ontdekken en verkennen. Hier voel ik mij thuis.

De man glimlacht en zegt ‘Ik rol hier al een tijdje rond. Een gemene heks betoverde mij. Ze gaf me pijn en nog veel meer. Ze dacht dat ze met haar betovering mijn vreugde breken kon. Maar dat lukte haar niet. Ook ik vond een sleutel. De sleutel nam mijn pijn niet weg. Het opende wel een deur. De deur die ook jij opende, de poort naar verwondering. En nu ben ik hier al een tijdje, met alle lieve mensen om mij heen, maar ik mis een betoverd wondermaatje. Er zijn er meer zoals wij, betoverd. Maar bij hen is de betovering volledig aangeslagen. Ze sjokken door het leven zonder verwondering of vreugde.’

Mijn hoofd tolt een beetje, betovering? Gemene heks? Dat soort dingen horen toch in sprookjesboeken? Ik ben hier veel te nuchter voor. Ik kijk nog eens goed om me heen. Ineens zie ik het. Ik ben thuis. Gewoon waar ik zijn moet met alle mooie mensen om mij heen. En tegelijkertijd bevind in me in een wereld die zij niet kennen. Zou dat de betovering zijn waarover hij spreekt?

Ik denk dat enige verbazing van mijn gezicht af te lezen valt. Dus vult hij zijn verhaal aan met: ‘ Jij lijkt meer zoals mij. Betoverd, maar toch het verwonderen niet verleert. Jij loopt nieuwsgierig door deze wereld van wonderen. Je denkt na, leest en vraagt net als ik. Jij bent betoverd, anders zou je hier niet zijn, maar je bent je verwondering niet verloren.’

Ik heb geen heks gezien, tenminste dat denk ik. Die rare sleutel heeft wel iets met me gedaan. Misschien hangt mijn betovering samen met het vinden van de sleutel en heb ik daarom geen heks gezien. Ineens vraag ik me af of mijn betovering mijn leven verrijkt heeft.

Nog voordat ik daar een antwoord op bedenken kan ratelt de man verder. ‘Ik ben Paul trouwens. Ik woon samen met mijn vrouw en drie vrolijke katten ergens in het oosten des lands. Ik denk dat wij het best goed vinden kunnen.’ Terwijl hij dat zegt steekt hij zijn rechterhand naar mij uit. Het is duidelijk dat hij de mijne schudde wil. In zijn hand zie ik een afdruk. Even kijk ik naar de afdruk in mijn eigen hand en denk aan de betovering waar hij over sprak. Die heks die ons beiden ongemak bezorgde heeft misschien toch iets goed gedaan.
Ik twijfel niet en druk mijn hand in de zijne. Ik ben Rosalie. ‘Hey Rosalie, laten we vrienden worden.’ Stelt Paul zonder twijfel voor. ‘Ja, laten we dat doen’ antwoord ik…

<Hoofstuk 14

De sleutel -14-

De Sleutel -Hoofdstuk 12-

Als ik weer wakker wordt zijn de sterren al lang verdwenen. Stijf en stram rek ik mij uit en kijk ik over de vlakte die ik gisteren onder mij liet toen ik een veilig heenkomen zocht in deze boom.
Ik denk nog aan de sterrenhemel die ik gisteravond zag. En aan de voor mij vreemde omgeving waarin ik mij nu bevind. Wat heeft het donkere wezen daar mee te maken en wat voor creaturen leven hier nog meer?

Voordat ik het antwoord op die vraag bedenken kan hoor ik een bekend geluid. De uil is terug! Ze roept luid en duidelijk. Ik kijk om me heen maar kan haar nog steeds nergens ontdekken. Misschien zit ze ergens tussen het hoge gras en kan ik haar daarom niet zien. Ik besluit af te dalen uit mijn boom en mijn weg in de richting van het geluid te vervolgen.

Al bij mijn eerste stappen word mijn realiteit weer pijnlijk duidelijk. Het uit de boom komen was niet eerder zo een uitdaging. De druk van de smalle takken onder mijn voetzolen doen de pijn naar grote hoogten schieten. Ik zet door, ik moet weer uit deze boom geraken. Er zit simpelweg niks anders op. Ik verbijt de pijn en al snel sta ik weer op vaste bodem.

De roep van de uil houdt aan en wanneer ik een paar passen gezet heb tussen het hoge gras steekt er een forse wind op. Even blijf ik staan. Het gras waait alle kanten op en het stof blaast in mijn ogen. Wanneer de wind gaat liggen heeft zich een pad gevormd. Recht voor mij, dwars door het gras. Ik weet even niet goed of ik nu verbaasd ben of juist niet. Het pad lijkt in de richting van de roep te wijzen en dus besluit ik het te volgen.

Als ik een paar honderd meter heb afgelegd valt me ineens op dat het is gestopt. De uil. Ik hoor haar al een tijdje niet meer. Het pad bevindt zich echter nog steeds recht voor mij en lijkt ook niet meer op te gaan in de onoverzichtelijke massa hoog gras. Ik probeer te ontdekken waar ik nu heen ga. In het gras ontdek ik veel kleine en minder kleine insecten. Bidsprinkhanen, mieren, spinnen en spinachtigen kruipen over elkaar heen en langs elkaar door. Met mijn insectenhart kijk ik mijn ogen uit terwijl ik verder loop. Ik heb geen idee waarheen.

Dan, plots, komt er hoorbaar beweging in het gras. Ik stop om goed te kunnen luisteren. Het is nog steeds windstil op deze wederom warme dag. Ik beweeg niet, maar het geluid blijft aanhouden. Sterker nog, het lijkt mijn kant op te komen. Iets anders dan ikzelf of de wind veroorzaakt beweging in het gras. Stokstijf blijf ik staan als het geluid hoorbaar blijft naderen. Wat moet ik doen?

Terwijl ik vragend om me heen kijk zie ik plots voor mij 3 giraffen opdoemen, ze lopen richting het pad en kruisen het uiteindelijk ook. Ze lijken zich niet bewust van mijn aanwezigheid en sjokken rustig verder. Ik geloof mijn ogen niet! Waar komen die nu vandaan? Waar ben ik in hemelsnaam beland? Ik kijk ze een eindje na, niet goed wetende wat ik hiervan denken moet. Uiteindelijk besluit ik verder te lopen. Hier blijven staan heeft weinig zin.

De hele dag ploeter ik over de oneindige grasvlakte. Inmiddels ben ik mijn gevoel voor richting goed kwijt. Ik volg het pad en kijk om me heen. Meer dan hier en daar wat struiken zie ik niet tegen. Het heetst van de dag heb ik gehad. De zon zakt langzaam richting horizon. Ik kijk om me heen op zoek naar wederom een slaapplaats en af en toe bekijk ik de zakkende zon. Als hij ondergaat is het stikdonker, de maanloze nacht toont haar velen constellaties, maar die geven niet voldoende licht om het donker te verjagen.

Ik overweeg een paar struiken maar dichterbij gekomen doen de lange dorens mij wij weinig behaaglijk aan. Ik besluit nog wat verder te lopen. Wanneer ik, de inmiddels, oranjerode bal laag aan de hemel nogmaals bekijk valt me iets op. Het lijkt wel of daar in de verte het gras stop. Er zijn geen bomen, en geen struiken. De glooiing in het landschap lijkt verdwenen.

Verbaasd besluit ik van het pad te wijken en naar het einde van deze vlakte koers te zetten. Ineens maak ik me niet meer druk over de invallende schemer. Ik wil weten wat daar aan het einde van de vlakte zich bevindt. Een nieuwe wending, een nieuwe wereld? Of gewoon de rand van ons bestaan?

Omdat het langzaamaan door de zakkende zon koeler wordt kan ik meer meters maken. Het lijkt wel of deze richting mij aantrekt. Ondanks de pijn en vermoeidheid zet ik door. Wanneer het einde van de dag lijkt te naderen hoor ik duidelijke een ruisend geluid. Water! Veel water! Ik kijk om mee heen maar zie geen water. Nog nieuwsgieriger zet ik door.

Nu ik nog maar een paar meter van het einde van deze vlakte verwijderd ben zie ik dat de wereld hier niet eindigt. Hij gaat omlaag. Ik nader een afgrond. Wat zal dat te betekenen hebben en wat bevindt zich daar beneden dan?

Eenmaal de afgrond bereikt weet ik niet waar ik kijken moet. Het ruisende water komt van een waterval die zich 100 meter links van mij bevindt en woest naar beneden klettert. Beneden is ook zeker 100 meter ver. Er meandert een rivier door het landschap beneden. Ik zie groen gras, water bomen en struiken. En ik zie dieren. Veel dieren. Ondanks dat alles ver weg is kan ik ze allemaal onderscheiden. Olifanten, giraffes, nijlpaarden op de vlakte. Vogels in de lucht. Papegaaien, kauwtjes en andere kraaiachtigen, meeuwen, parkieten alles lijkt door elkaar te fladderen.

In de bomen zie ik apen, eekhoorns en nog meer vogels. Onder de bomen… onder de bomen zie ik de zwarte schim die ik eerder tegenkwam. Ik schrik ervan. Een enorme zwarte aap die rustig van de bladeren snoept en zich langzaam maar zelfverzekerd voortbeweegt. Een gorilla! Waar ben ik in hemelsnaam beland en hoe kan ik zo ver van huis zijn en toch heel dichtbij?

De lucht is inmiddels diep paars en de zon is achter de horizon verdwenen. De temperatuur is gedaald maar het is nog steeds aangenaam. En daar zit ik dan, aan het einde van die grote vlakte en aan het begin van een nieuwe wereld. Niet meer nagedacht hebbende over een plek om te overnachten laat ik mij achterover vallen in het gras. Kijkend naar de sterren bedenk ik me dat ik geen idee heb waar ik morgen heen moet gaan. Er flitsen allerlei gedachten door mijn hoofd, ik voel mijn oogleden zwaarder worden en uiteindelijk val ik toch weer in slaap.

 

<Hoofdstuk 13.                                                                                                         Het slot>

Wonderwerpgadget..De waterkoker

Wat is dit nu weer? Met deze simpele vraag worden direct 2 dingen uitgelegd. Je kan het internet niet bezoeken of je wordt doodgegooid met gadgets. Alles blinkt, piept en glimt dat een lieve lust is. Maar heb je er echt wat aan? In deze eerste aflevering een gadget dat ik vandaag gekocht heb. De oude was lelijk aan het worden en een nieuwe moest wel meteen aansluiten bij de strakke lijnen van onze nieuwe Krups Nespresso machine. Ik moet eigenlijk de credits aan Maike geven. Zij zag hem en bestelde het direct. En wow, wat is hij mooi, functioneel en functioneel mooi. Superlatieven schieten te kort. 😉 Kijk zelf maar….

Wonderwerpblik op Rhenen 2/3

Ondanks dat ik overtuigd ongelovig ben, doet het klokgelui van een kerktoren in de verte wat met me. Tweede deel van een drieluik over het wonderwerp Rhenen

<Wonderwerpblik op Rhenen 1

 

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑