Pagina 3 van 13

Drijfzand

DrijfzandNet terug uit het westen ben ik natuurlijk ook weer even aan zee geweest. De zee neemt en de zee geeft. In dit geval neemt hij vooral en dan met name zand. Dat vinden wij niet fijn want dat betekent dat onze kustlijn steeds smaller wordt en dus nemen wij.

Wij nemen het zand terug uit zee en spuiten het op onze kust zodat deze netjes blijft waar hij volgens ons hoort te zijn. Hele stukken strand worden afgezet en er ligt een flinke baggeraar vlak voor de kust. Via dikke stalen pijpen wordt het zand van de baggeraar naar de kust vervoerd en daar wordt het in grote fonteinen weer uitgespuwd. Grote graafmachines verdelen het zand dan netjes en wanneer er weer voldoende zand ligt verplaatsen ze de hele boel een eind verder zodat ze ook daar de kust weer van nieuw zand kunnen voorzien.

De afgezette gebieden worden bijgestaan door grote gele borden met de waarschuwing dit gedeelte van het strand niet te betreden omdat er mogelijk drijfzand zou kunnen zijn. Ik vind het een grappig bord. Het verdrinkende mannetje doet me eerder lachen dan huiveren.

Als ik mijn blik verplaats zie ik op het terrein met mogelijk drijfzand gevaar zeker drie grote gele graafmachines af en aan rijden. Nu is mijn verwarring compleet. Als er hier sprake is van drijfzand, is dat dan speciaal drijfzand? Heeft het zand hier het gemunt op nietsvermoedende strandgasten en laat het medewerkers en zwaar materieel gewoon met rust? In mijn hoofd draait even het script van een thriller en ik besluit een foto te nemen van het, in mijn ogen, vreemde bord.

Ik loop nog even langs de branding en besluit dan terug te gaan naar de boulevard. In het kunstmatig aangelegde duin tussen het strand en de boulevard heeft de gemeente wandelpaden aangelegd en bankjes neergezet. Het ligt er nu al jaren, maar toch ben ik er nog nooit gaan zitten. Op de een of andere manier voelt het een beetje nep. De pollen helm staan er in keurige rijen en de paden zijn verhard. Maar nu er op het strand en in het water vlak voor mijn neus zoveel ongebruikelijke activiteit is besluit ik er toch even te gaan zitten kijken.

Het duurt niet lang of er komen twee oudere Katwijkse dames voorbij. Ze vragen of ze er bij mogen komen zitten. Ik zou niet weten waarom niet. Al snel gaat het over het wederom opspuiten van het strand. Voor mijn gevoel is de vorige keer dat ze dit deden nog niet zo lang geleden. Een dame denkt dat het zeker meer dan 10 jaar geleden is. Ik leg uit dat dit korter moet zijn, omdat toen wij naar Limburg verhuisde de oude situatie er nog was en wij wonen nog geen tien jaar in Limburg. Dat zou kunnen, maar het was wel weer nodig. Nodig of niet, de dames vonden het maar niks. Je krijgt er vies zand van en zand hoort schoon te zijn. De laatste keer was dat ook zo en toen hebben ze het strand een hele zomer gemeden.

Ze gaan het zand natuurlijk niet eerst wassen voordat het op het strand gespoten wordt. En met het baggeren komt gewoon alles mee wat zich op de zeebodem bevindt. Ook algenresten en andere prut wordt zo mee het strand op geslingerd en dat vinden de dames vies. Maar gelukkig zijn ze ook van mening dat het belangrijk is dat iedereen in Katwijk droge voeten houdt. De dames besluiten hun wandeling nog even voort te zetten en ik staar nog even voor me uit. Zometeen ga ik de jongens van school halen. Dan ga ik weer genieten van een paar daagjes oppassen. Maar nu kijk ik nog even uit over het zand en water.

 

 

Luistertip van Paul

De BourgondiërsHet mag geen geheim zijn dat Paul een boekenwurm is. Hij is een wonderaar pur sang en leergierig tot in de puntjes. Breed geïnteresseerd zijn er weinig letterwerkjes die hij zich langs de neus laat gaan. Dus als ik door mijn favoriete boekhandel loop gebeurt het zo af en toe dat ik iets in tweevoud koop. Dit kon ik zeker niet laten na de fantastische lezing van Bart van Loo een tijdje geleden. De man kan zeer boeiend praten over het ontstaan van de Nederlanden en Vlaanderen. Over hoe de Bourgondiërs ons Holland vorm hebben gegeven. Een geschiedenis die niet in de schoolboeken staat.

De Bourgondiërs is een prachtig boek geworden. Maar ook een flinke pil. Het zou kunnen dat de afmeting van dit boek je weerhoudt eraan te beginnen. Gelukkig ploegt Paul behalve velen boeken ook het net regelmatig door op zoek naar pareltjes en komt hij deze week op de proppen met een geweldige podcast. Paul van Loo vertelt uitgebreid over de Bourgondiërs. In tien afleveringen neemt hij je mee terug in de tijd en ontvouwt zich een briljante geschiedenisvertelling. Met veel enthousiasme brengt hij het oerverhaal van den Nederlanden zoals je het nog niet eerder hoorde, in het Vlaams. Volg de link en geniet in het zonnetje, tijdens een wandeling of gewoon op de bank van dit geweldige verhaal!

Hawking

Stephen Hawking

Hij overleed ruim een jaar geleden. Een markante persoonlijkheid, een groot wetenschapper en  een wonderlijk mens. Ruim een half jaar na zijn overlijden verschijnt er postuum nog een boek van zijn hand. Nou ja, hand. Stephen had ALS. Zijn spieren werkte steeds minder mee en gaandeweg de vele jaren die er sinds zijn diagnose nog volgde werd hij steeds afhankelijker van de techniek.

Volgens mij is er niemand die hem niet kent. Behalve aan de wetenschap doneerde hij ook zijn tijd aan een rol in the Simpsons en Star trek, had hij een tijdje zijn eigen serie op National Geographic en schreef hij meerdere boeken. Zijn beroemdste boek, A brief history of time, kreeg ik ooit van Sint en Piet. Anderen las ik ook. Maar dan was er dit postume werkje dat me maar bleef aanstaren vanuit het schap in de boekhandel. Ik ben er normaal niet zo behekst op. Postuum. Echter, zo blijkt, dit boek is door hem geschreven. Enkel het voorwoord was nog niet af. En de titel voorspelt veel ‘De antwoorden op de grote vragen.’. Daar ben ik wel benieuwd naar. Dus koop ik het boek.

Thuis ligt het een poos op tafel. Hugo begint er eerder aan dan ik en hij heeft het binnen no time uit. Toegegeven het is ook niet zo een heel dik boek. Dus eraan beginnen moet niet zo lastig zijn. Toch ben ik bang dat het niet naar verwachting is en dat dit postuum afbreuk doet aan hoe ik over de man denk.

Ik verzamel al mijn goede moed en begin toch maar te lezen. En ik blijf lezen. Het is niet de wetenschappelijk verhandeling die ik van hem verwacht. Hoewel alle grote vragen goed onderbouwt beantwoord worden is het een heel persoonlijk boekje. Een boekje vol hoop. Getergd door een enorme fysieke beperking laat Stephen zich niet uit het veld slaan. Hij vertelt over zijn jeugd. ‘Als jongen was ik bijzonder geïnteresseerd in hoe dingen werken.’ zo schrijft hij. Hij haalde van alles en nog wat uit elkaar, ook al lukte het niet altijd het weer in elkaar te zetten. Zijn nieuwsgierigheid deed hem onderzoeken hoe ook ogenschijnlijk eenvoudige dingen werkten en het stoomde hem klaar voor een leven als wetenschapper.

Hij verwondert zich over het menselijk brein. Hoe complex het is en hoe goed het in staat is om tot bijzondere ontdekkingen te komen. ‘Maar ieder brein heeft een vonk nodig om tot volledige wasdom te komen, de vonk van nieuwsgierigheid en verwondering.’ Ik glimlach bij het lezen van deze zin en lees hem nog eens. Ik ben het roerend met de man eens. Ik denk dat filosofie de grootste wetenschap van allen is. Want zonder dat voorstellingsvermogen, zonder de mogelijkheid die onze geest ons biedt iets voor te stellen, kunnen we geen enkele ontdekking doen. En het maakt het leven mooi. Nieuwgierigheid en verwondering zou gewoon een vak moeten zijn op elke school.

Hij eindigt zijn verhaal met “Kijk dus naar de sterren en niet naar je voeten. Probeer te begrijpen wat je ziet en vraag je af waardoor het heelal bestaat. Wees nieuwsgierig. En hoe moeilijk het leven soms ook lijkt, er is altijd iets wat je kunt doen en waarin je kunt slagen. Het is belangrijk dat je niet opgeeft. Laat je verbeelding de vrije loop. Vorm de toekomst.’
Woorden die het begin van zijn boek kracht bijzetten en waar ik me volledig bij aansluit.
‘Wees dapper, nieuwsgierig, vastbesloten, overkom tegenslagen. Het kan.’

Dankjewel Stephen voor al het werk dat je ondanks je beperking wist te verzetten, voor je bevlogenheid en karakter. En voor het schrijven van dit bijzondere boekje!

Monsieur l’Escargot

Monsieur l'Escargot
Het is al een paar weken geleden. Mooi weer en ik heb zin om de tuin weer aan te pakken. Dat  klinkt allemaal heel ambitieus, maar tuinieren is wel wat anders geworden dan voordat ik ziek werd. Toen kon ik me niet voorstellen wat voor mij nu normaal is. Ik had groene vingers en een moestuin. De hele zomer aten we vers van het land en dat vond ik heerlijk.

Nu kan ik dat niet meer. Moestuinieren is heel hard werken. Mijn hoofd wil het wel, maar mijn lijf niet meer. Dus zocht ik naar iets anders. Hoe zou ik kunnen genieten van mijn tuin en mijn groene vingers zonder dat ik mijn lijf daarbij te serieus belast? In mijn hoofd ontstond een tuin met weinig onderhoud en veel plezier. Maar hoe ik dat voor elkaar zou krijgen wist ik nog niet helemaal.

Het project is nog niet afgerond, maar begint wel gave vormen aan te nemen. De borders heb ik aangeplant met kruiden en bodembedekkers. Veel bloemen, inheemse planten en waar mogelijk een mooie habitat voor kleine dieren en insecten.De verschillende insectenhotels tegen de muur van de garage worden druk bezocht en als ik onkruid wied zie ik de bodem krioelen met klein grut.

Madame et Monsieur l’Escargot

Ik tuinier zittend overigens. Half zittend en half kruipend door mijn tuin lukt het me om deze in verschillende etappes netjes bij te houden. Zo nu en dan moet ik opstaan om mijn emmer te legen in de kliko. Waar ik tot mijn verrassing, een paar weken geleden, twee slakken in ontdekte. Naar alle waarschijnlijkheid zijn ze onbedoeld in mijn emmer terecht gekomen en heb ik ze met een heleboel groen zo in de vuilbak gegooid.

Een van hen heeft de val moeten bekopen met een breuk in zijn huis. De ander is wat kleiner maar verder nog wel heel. Ik besef me dat als ik ze daar laat waar ze nu zijn ze het niet zullen overleven. Zelfstandig kunnen ze de bak niet verlaten en hun lot ligt of in de grote vuilwagen of in deze veel te hete ton. Want in de zomer is de kliko een te warme plek voor de slak.

Door de beschadiging aan zijn huis zal de grootste van de twee het sowieso moeilijk hebben. Hij is een extra gemakkelijke prooi voor egels of vogels. Dus ik besluit ze te bevrijden uit hun tijdelijke gevangenis en ze in ieder geval een poosje bij me te houden zodat ze aan kunnen sterken en hun huis kunnen repareren.

Terwijl ik ze van de binnenkant van de vuilbak haal valt me op dat het geen gewone tuinslakken zijn, maar jonge wijngaardslakken. Door de kalkrijke grond in het zuiden komen ze hier voor. Je ziet ze regelmatig in de buurt van het bos. Maar ik had er nooit eerder een in mijn tuin. En nu had ik er zelfs twee! En dan te bedenken dat ik ze ook nog bijna weggegooid had.

Monsieur l'Escargot

Monsieur l’Escargot

Voorlopig blijven ze bij mij. Ik kan ze aan de jongens laten zien en ervoor zorgen dat ze groot en sterk worden. Ik besluit op te zoeken wat ze nodig hebben en bestel een klein terrarium waar ik ze in houden kan. Ik geef ze aarde, komkommer, sla en wat groen uit mijn tuin. Het geheel houd ik vochtig met mijn plantenspuit en ik bestudeer nieuwsgierig hun activiteiten.

Ze groeien als kool en het zijn grappige en nieuwsgierige wezentjes. Wanneer ik de deksel van de bak haal komen ze aansnellen, in hun eigen slakkentempo. Ze zijn niet bang en kruipen zo op mijn hand. Ook de jongens vinden ze leuk en bekijken wat ze allemaal doen en eten.

Ik besef me dat ik maar heel weinig weet van de slak. Ze zijn sneller dan ik gedacht had en ze groeien in een gestaag tempo. Eerst denk ik dat ik het mij inbeeld, maar als ik dan de foto die ik eerder nam naast die van nu leg zie ik dat ze het inderdaad best naar hun zin lijken te hebben in hun nieuwe omgeving.

Ik leer dat slakken voornamelijk nachtactief zijn omdat dat het koelste deel van het etmaal is. Om hun huis stevig te laten groeien voeg ik wat mergel toe aan de aarde in hun bak. Het werkt, de breuk is bijna niet meer te zien en hun huisjes voelen nu stevig en degelijk.

Eigenlijk was mijn plan om ze na het bezoek van de jongens weer vrij te laten. Maar ze zijn nog niet volgroeid en nog steeds een gemakkelijke prooi voor de vele vogels in mijn tuin. Die moeten ook eten, dat snap ik wel. Maar nu ik al een aantal weken voor deze twee vreemdelingen zorg merk ik dat ik aan ze gehecht ben. Dus besluit ik ze nog een tijdje te houden. In ieder geval tot ze volgroeid zijn en met hun huizen hard en ondoordringbaar. Dan hebben ze een eerlijke kans. Madame et Monsieur l’Escargot.

De sleutel -het slot-

het slot

Daar is het weer! Dat geluid. Ik sper mijn ogen wijd open en spits mijn oren. Het is inmiddels weer ochtend. Ik werd gewekt door de roep van die uil die mij lijkt te achtervolgen. Of achtervolg ik de uil? Het is mij niet helemaal duidelijk.

Als ik om me heen kijk zie ik de wereld beneden mij en herinner ik me dat ik hier gister strandde. Met mijn voeten stram en pijnlijk kruip ik naar de rand van de afgrond en ga ik recht zitten, mijn benen bungelen naar beneden. Als ik de afgrond in kijk bedenk ik me dat dit mij helemaal niet beangstigd. Ik heb nooit hoogtevrees gehad, maar de moed om werkelijk op de rand van zo een afgrond te gaan zitten met mijn benen de diepte in bungelend heeft me altijd ontbroken. Nu doet het me niks. Geen angst voor de diepte. Geen angst voor de pijn. Gewoon niks.

Terwijl ik me daar over verbaas klinkt het weer hard en schel. Die uil begint me nu toch langzaam aan te irriteren. Ik kijk in de richting van het geluid. Ik zie wel wat vogels vliegen maar er zit geen uil bij. Dan nog een keer, nu dichterbij, weer die roep! Als ik in de richting van het geluid kijk zie ik in een flits iets naderen. In mijn poging het projectiel te ontwijken klap ik achterover in het gras. Ik zie nog net wat bruine en blauwe veren.

Mijn verbazing is nog niet helemaal gezakt als ik een schaterlach achter mij hoor. Dat klinkt heel menselijk. Ik was ervan overtuigd dat ik hier alleen was. Blijkbaar had ik dat mis.
Als ik recht ga zitten en achter mij kijk zie ik een gaai die vlakbij op het gras is gaan zitten Die uil. Het was geen uil…
Gaaien zijn net papegaaien. Ze doen andere vogels na en deze vond het blijkbaar grappig mij te doen geloven dat zij een uil was.
Nog naar de gaai kijkende zie ik in mijn ooghoek iets dichterbij komen. Als ik opkijk zie ik een man. Hij loopt niet, maar verplaatst zich zitten. Zittend en lachend. Schuddend van het lachen.

Inmiddels moet ik er zelf ook om lachen. Van alle vreemde zaken die ik de afgelopen tijd ben tegengekomen is deze gaai mij wel heel gewoon. Ik ben gek op kraaien en kraaiachtigen. De gaai hoort daar ook zeker bij en ik ken zijn trucjes, maar nu had deze me toch bij de neus.

De man die inmiddels naast mij zit, in een flitse groene rolstoel met een paar stevige banden, opent het gesprek met: ‘Wat leuk dat je ook hier bent! Kennen wij elkaar ergens van? Ben jij ook betoverd door die gemene heks? Wat hebben we gemeen?’Jeetje, dat zijn ineens heel veel vragen. Het enige dat ik uit weet te brengen is ‘ik heb geen idee’.
De man kijkt me wat verbaasd aan. Ik bedenk me dat ik met dat ene antwoord er niet vanaf kom, al lijkt het al zijn vragen te beantwoorden, dus licht ik mijn woorden toe.

Ik weet niet of ik je ken. Je komt me bekent voor, maar ik heb je nog nooit gezien geloof ik. Van een gemene heks weet ik niks. Ik vond een sleutel in mijn tuin. De sleutel bezorgde me veel pijn, maar zonder kon ik niet meer zijn. Ik volgde de weg van de sleutel en vond een deur. Ik opende de deur en kwam in een totaal nieuwe wereld terecht. Ik heb me verwonderd over de dieren en de planten. ’s Avonds tuurde ik naar de sterren. Ondanks de pijn is de wereld nog even mooi. Ik voel me vol leven en nieuwsgierigheid. Ik wil ontdekken en verkennen. Hier voel ik mij thuis.

De man glimlacht en zegt ‘Ik rol hier al een tijdje rond. Een gemene heks betoverde mij. Ze gaf me pijn en nog veel meer. Ze dacht dat ze met haar betovering mijn vreugde breken kon. Maar dat lukte haar niet. Ook ik vond een sleutel. De sleutel nam mijn pijn niet weg. Het opende wel een deur. De deur die ook jij opende, de poort naar verwondering. En nu ben ik hier al een tijdje, met alle lieve mensen om mij heen, maar ik mis een betoverd wondermaatje. Er zijn er meer zoals wij, betoverd. Maar bij hen is de betovering volledig aangeslagen. Ze sjokken door het leven zonder verwondering of vreugde.’

Mijn hoofd tolt een beetje, betovering? Gemene heks? Dat soort dingen horen toch in sprookjesboeken? Ik ben hier veel te nuchter voor. Ik kijk nog eens goed om me heen. Ineens zie ik het. Ik ben thuis. Gewoon waar ik zijn moet met alle mooie mensen om mij heen. En tegelijkertijd bevind in me in een wereld die zij niet kennen. Zou dat de betovering zijn waarover hij spreekt?

Ik denk dat enige verbazing van mijn gezicht af te lezen valt. Dus vult hij zijn verhaal aan met: ‘ Jij lijkt meer zoals mij. Betoverd, maar toch het verwonderen niet verleert. Jij loopt nieuwsgierig door deze wereld van wonderen. Je denkt na, leest en vraagt net als ik. Jij bent betoverd, anders zou je hier niet zijn, maar je bent je verwondering niet verloren.’

Ik heb geen heks gezien, tenminste dat denk ik. Die rare sleutel heeft wel iets met me gedaan. Misschien hangt mijn betovering samen met het vinden van de sleutel en heb ik daarom geen heks gezien. Ineens vraag ik me af of mijn betovering mijn leven verrijkt heeft.

Nog voordat ik daar een antwoord op bedenken kan ratelt de man verder. ‘Ik ben Paul trouwens. Ik woon samen met mijn vrouw en drie vrolijke katten ergens in het oosten des lands. Ik denk dat wij het best goed vinden kunnen.’ Terwijl hij dat zegt steekt hij zijn rechterhand naar mij uit. Het is duidelijk dat hij de mijne schudde wil. In zijn hand zie ik een afdruk. Even kijk ik naar de afdruk in mijn eigen hand en denk aan de betovering waar hij over sprak. Die heks die ons beiden ongemak bezorgde heeft misschien toch iets goed gedaan.
Ik twijfel niet en druk mijn hand in de zijne. Ik ben Rosalie. ‘Hey Rosalie, laten we vrienden worden.’ Stelt Paul zonder twijfel voor. ‘Ja, laten we dat doen’ antwoord ik…

<Hoofstuk 14

Brunswijk

Steven Brunswijk

Het is al weer een paar maanden geleden dat de catalogus van het nieuwe theaterseizoen op de mat viel. Heerlijk om even door te spitten en wat dingen alvast te boeken. Dan weet je zeker dat je door het jaar heen zo hier en daar een avondje uit hebt.

Voor Hugo betekent dat meestal Jazz en ik kies daar tussendoor van alles wat. Ik word graag verrast en als de omschrijving me aanspreekt dan koop ik kaartjes. Zo zijn we al naar Ellen ten Damme geweest en naar modern ballet van Connie Jansen en nog zo wat van die dingen.

Tijdens het doorbladeren van de nieuwe catalogus stuit Hugo op een avondje Steven Brunswijk. Dol enthousiast zegt hij ‘daar wil ik heen!’. Beetje verbaast over zijn enthousiasme vraag ik wat hij speelt. Steven Brunswijk, zo krijg ik te horen, is de Braboneger.

Dat doet wel een belletje rinkelen. Wellicht wordt het een beetje flauwe avond maar het enthousiasme van Hugo doet me toch twee kaartjes kopen. We zien wel…. Alles gaat voorbij, ook een flauwe avond.

In het theater aan het Vrijthof is de bovenzaal voor deze happening afgehuurd. We zijn wat vroeg en moeten nog even wachten eer we binnen mogen. Maar uiteindelijk mogen we het zolderzaaltje betreden en komen we in een hele intieme kleine opstelling terecht.

Al snel blijkt dat Steven Steven is. Hij is volwassen geworden en heeft zijn Brabonegerjas aan de wilgen gehangen. Tuurlijk maakt hij grappen, soms zelfs een ‘bietje’ flauw. Maar hij verteld vooral zijn verhaal. Waar hij vandaan komt en waarom zijn achternaam ervoor zorgde dat zijn moeder samen met haar 5 kinderen uiteindelijk uit Suriname moesten vluchten. Hoe zijn ouders gevochten hebben voor een goede toekomst voor hun kinderen.

Hij haalt de slavernij aan en dat we vooral niet moeten vergeten dat daar niet alleen de blanken aan meegewerkt hebben. Persoonlijk heb ik daar nog nooit bij stil gestaan. Maar rijke Afrikaanse lieden haalden mensen uit het binnenland om ze aan de kust aan de witte mensen te verkopen. Rasisme is geen eenrichtingsverkeer en we moeten daar met zijn allen bewust van zijn. 

Steven brengt zijn verhaal met een knipoog. Maar hij laat helder en duidelijk weten hoe hij er over denkt. Onverwacht heeft hij me aan het denken gezet en ik denk dat ik daarin niet de enige ben.

Steven is Steven en hij wil bruggen slaan. Ik denk dat hem dit gisteravond goed gelukt is!

Natuur

natuur

In het bos dat aan ons dorp grenst zijn sinds een aantal jaren de everzwijnen terug. Everzwijnen  die in de Ardennen leven hebben zich ondanks al het beton en asfalt dat wij tussen daar en hier hebben uitgestrooid toch weer de weg weten te vinden naar ons bos. Heel leuk. Zeker als je tijdens een avondwandeling ineens wat hoort wroeten tussen de varens. Of als er plots een heel gezelschap met hoge snelheid de grub oversteekt.

Maar dan blijkt het bos ineens een hele goede habitat te zijn voor deze nieuwe gasten. Ze hebben hier niet echt vijanden, want ook de wolf is ooit verdwenen, en er is eten zat. In ons bos staan heel veel beuken en eiken en de door het zwijn zo geliefde eikels en noten zijn hier dan ook volop op voorraad.

Maar het bos heeft maar beperkt ruimte en de populatie groeit. En wat doe je wanneer je huis te klein wordt? Je breidt uit of gaat op zoek naar een nieuwe woning. De evers trekken naar de randen van het bos, waar ze de akkers grondig omploegen op zoek naar wormen of bijvoorbeeld net gezaaid maïs. En dat vinden de boeren niet fijn. Die huren daarom jagers in. Want er zijn te veel zwijnen. Het wild wordt geschoten en de dorpsbewoners vinden dat maar zielig. Totdat de beesten besluiten dat ook deze akkers geen geschikte woonruimte is. Ze trekken de nabijgelegen woonwijken in en inspecteren de voortuinen op bewoonbaarheid. 

Dat is de grens. Dat kan natuurlijk echt niet. Het bos moet wel in het bos blijven. Het wild wordt geschoten zodat wij mensen er zo weinig mogelijk last van hebben. Toegegeven, ik heb gemakkelijk praten. Mijn huis staat niet zo dicht bij het bos dat de zwijnen mijn voortuin al gevonden hebben. Maar hoe moeten we met deze natuurbeleving omgaan? Wat is natuur eigenlijk?

Volgens wikipedia is natuur ‘(de wildernis) een omgeving op aarde die nog niet is aangepast door de mens’. Met die uitspraak stellen we natuur gelijk aan de wildernis en tegelijkertijd plaatsen we onszelf, de mens, buiten die natuur. Dat natuur gelijk zou staan aan wildernis en dus door ons onaangeraakt zou moeten zijn vind ik een droevige gedachte. Dan ken ik geen enkel stuk natuur in mijn omgeving. In de Maas zijn her en der kanalen gegraven, heeft grintwinning plaatsgevonden en lozen (zeker in onze buurlanden) allerlei fabrieken koelwater en andere zooi. Op sommige plekken mag gevist worden en aan de oevers worden door mensen verschillende dieren uitgezet zoals paarden en runderen om daar wild te mogen zijn. Dat is aangepast en dus geen natuur volgens bovenstaande omschrijving.

Voor het bos geldt hetzelfde. Er wordt wild geschoten dat volgens ons te veel is en er worden bomen gekapt omdat we vinden dat er meer plek moet zijn voor nieuwe inheemse aanwas. Er zijn paden door ons aangelegd, voorzien van vrolijk gekleurde paaltjes zodat ook de toerist zonder zorgen kan verdwalen in deze ‘natuur’. Geen natuur dus.

Mijn tuin, behoeft verder geen uitleg lijkt me. Ik heb hem aangeplant met planten die ik mooi vind en er is een terras aangelegd door de vorige bewoners. Het perceel waarop ik woon bevat behalve een woonhuis ook nog een garage en een barrel. Allemaal door ons ingrijpen op wat er van nature ooit was, het moeras. Volgens Wikipedia geen natuur.

Maar als alles wat wij doen niet natuurlijk is, wat is het dan? Ligt onze oorsprong niet in diezelfde natuur? En is ons gedrag daarom dan niet ook natuurlijk? Horen onze huizen en straten en steden niet ook gewoon tot diezelfde natuur? Wij maken de fout om ons boven het natuurlijke te verheffen. Wanneer we naar ons eigen gedrag kijken vertonen wij gewoon natuurlijk gedrag.

De wedstrijd die we willen winnen, de carrière die we willen maken, het grote huis en de dure auto. Allemaal natuurlijk gedrag. Iedereen wil de koning van zijn eigen jungle zijn. Pronken met onze eigen of andermans veren. Laten zien dat we de beste partner zijn. We bewaken ons territorium met hand en tand en noemen dat cultuur. Al het andere is natuur. 

Maar de natuur is veel sterker dan wij. Een sprietje gras kan tussen twee stoeptegels een prima leven leiden en klein wild zoals vogels, muizen of amfibieën hebben zich aangepast aan onze cultuur. Ze varen wel bij alle rommel die wij achterlaten en bouwen hun nesten op onze zolder in de spouwmuur of onder de dakgoot. Zelfs in Tsjernobyl, de plek waarvan we dachten dat we echt alles stukgemaakt hadden, heeft de natuur het gewoon weer overgenomen. Wij mensen kunnen er niet leven, maar de bomen, planten en dieren in die omgeving vinden het er heerlijk toeven.

Natuurbehoud is goed. Ik vind een beetje natuur in mijn omgeving ook heel fijn. Daarom probeer ik mijn tuin zo natuurlijk mogelijk in te richten. Heb ik mijn eigen insectenhotelketen inmiddels geopend en ga ik dit weekend ook zeker bijen tellen, want Nederland zoemt.

Maar natuurbehoud is ook cultuur. Wij bepalen. Wij kappen, schieten af of zetten uit. Wij zorgen dat heide blijft bestaan en niet verbost. We proberen soorten te beschermen en stropen tegen te gaan. We leggen de visserij aan banden en proberen koraalriffen te beschermen.

Ons ingrijpen in de natuur is ten alle tijden in ons eigen belang. Net als alle andere organismen op deze planeet proberen we onze omgeving leefbaar voor ons te houden. We willen graag, terecht, zo lang mogelijk van deze blauwe knikker genieten. En dat betekent dat we het soms verprutsen maar gelukkig ook steeds vaker met zorg behandelen en behouden, dat is nu eenmaal onze natuur.

De sleutel -14-

De Sleutel -Hoofdstuk 12-

Als ik weer wakker wordt zijn de sterren al lang verdwenen. Stijf en stram rek ik mij uit en kijk ik over de vlakte die ik gisteren onder mij liet toen ik een veilig heenkomen zocht in deze boom.
Ik denk nog aan de sterrenhemel die ik gisteravond zag. En aan de voor mij vreemde omgeving waarin ik mij nu bevind. Wat heeft het donkere wezen daar mee te maken en wat voor creaturen leven hier nog meer?

Voordat ik het antwoord op die vraag bedenken kan hoor ik een bekend geluid. De uil is terug! Ze roept luid en duidelijk. Ik kijk om me heen maar kan haar nog steeds nergens ontdekken. Misschien zit ze ergens tussen het hoge gras en kan ik haar daarom niet zien. Ik besluit af te dalen uit mijn boom en mijn weg in de richting van het geluid te vervolgen.

Al bij mijn eerste stappen word mijn realiteit weer pijnlijk duidelijk. Het uit de boom komen was niet eerder zo een uitdaging. De druk van de smalle takken onder mijn voetzolen doen de pijn naar grote hoogten schieten. Ik zet door, ik moet weer uit deze boom geraken. Er zit simpelweg niks anders op. Ik verbijt de pijn en al snel sta ik weer op vaste bodem.

De roep van de uil houdt aan en wanneer ik een paar passen gezet heb tussen het hoge gras steekt er een forse wind op. Even blijf ik staan. Het gras waait alle kanten op en het stof blaast in mijn ogen. Wanneer de wind gaat liggen heeft zich een pad gevormd. Recht voor mij, dwars door het gras. Ik weet even niet goed of ik nu verbaasd ben of juist niet. Het pad lijkt in de richting van de roep te wijzen en dus besluit ik het te volgen.

Als ik een paar honderd meter heb afgelegd valt me ineens op dat het is gestopt. De uil. Ik hoor haar al een tijdje niet meer. Het pad bevindt zich echter nog steeds recht voor mij en lijkt ook niet meer op te gaan in de onoverzichtelijke massa hoog gras. Ik probeer te ontdekken waar ik nu heen ga. In het gras ontdek ik veel kleine en minder kleine insecten. Bidsprinkhanen, mieren, spinnen en spinachtigen kruipen over elkaar heen en langs elkaar door. Met mijn insectenhart kijk ik mijn ogen uit terwijl ik verder loop. Ik heb geen idee waarheen.

Dan, plots, komt er hoorbaar beweging in het gras. Ik stop om goed te kunnen luisteren. Het is nog steeds windstil op deze wederom warme dag. Ik beweeg niet, maar het geluid blijft aanhouden. Sterker nog, het lijkt mijn kant op te komen. Iets anders dan ikzelf of de wind veroorzaakt beweging in het gras. Stokstijf blijf ik staan als het geluid hoorbaar blijft naderen. Wat moet ik doen?

Terwijl ik vragend om me heen kijk zie ik plots voor mij 3 giraffen opdoemen, ze lopen richting het pad en kruisen het uiteindelijk ook. Ze lijken zich niet bewust van mijn aanwezigheid en sjokken rustig verder. Ik geloof mijn ogen niet! Waar komen die nu vandaan? Waar ben ik in hemelsnaam beland? Ik kijk ze een eindje na, niet goed wetende wat ik hiervan denken moet. Uiteindelijk besluit ik verder te lopen. Hier blijven staan heeft weinig zin.

De hele dag ploeter ik over de oneindige grasvlakte. Inmiddels ben ik mijn gevoel voor richting goed kwijt. Ik volg het pad en kijk om me heen. Meer dan hier en daar wat struiken zie ik niet tegen. Het heetst van de dag heb ik gehad. De zon zakt langzaam richting horizon. Ik kijk om me heen op zoek naar wederom een slaapplaats en af en toe bekijk ik de zakkende zon. Als hij ondergaat is het stikdonker, de maanloze nacht toont haar velen constellaties, maar die geven niet voldoende licht om het donker te verjagen.

Ik overweeg een paar struiken maar dichterbij gekomen doen de lange dorens mij wij weinig behaaglijk aan. Ik besluit nog wat verder te lopen. Wanneer ik, de inmiddels, oranjerode bal laag aan de hemel nogmaals bekijk valt me iets op. Het lijkt wel of daar in de verte het gras stop. Er zijn geen bomen, en geen struiken. De glooiing in het landschap lijkt verdwenen.

Verbaasd besluit ik van het pad te wijken en naar het einde van deze vlakte koers te zetten. Ineens maak ik me niet meer druk over de invallende schemer. Ik wil weten wat daar aan het einde van de vlakte zich bevindt. Een nieuwe wending, een nieuwe wereld? Of gewoon de rand van ons bestaan?

Omdat het langzaamaan door de zakkende zon koeler wordt kan ik meer meters maken. Het lijkt wel of deze richting mij aantrekt. Ondanks de pijn en vermoeidheid zet ik door. Wanneer het einde van de dag lijkt te naderen hoor ik duidelijke een ruisend geluid. Water! Veel water! Ik kijk om mee heen maar zie geen water. Nog nieuwsgieriger zet ik door.

Nu ik nog maar een paar meter van het einde van deze vlakte verwijderd ben zie ik dat de wereld hier niet eindigt. Hij gaat omlaag. Ik nader een afgrond. Wat zal dat te betekenen hebben en wat bevindt zich daar beneden dan?

Eenmaal de afgrond bereikt weet ik niet waar ik kijken moet. Het ruisende water komt van een waterval die zich 100 meter links van mij bevindt en woest naar beneden klettert. Beneden is ook zeker 100 meter ver. Er meandert een rivier door het landschap beneden. Ik zie groen gras, water bomen en struiken. En ik zie dieren. Veel dieren. Ondanks dat alles ver weg is kan ik ze allemaal onderscheiden. Olifanten, giraffes, nijlpaarden op de vlakte. Vogels in de lucht. Papegaaien, kauwtjes en andere kraaiachtigen, meeuwen, parkieten alles lijkt door elkaar te fladderen.

In de bomen zie ik apen, eekhoorns en nog meer vogels. Onder de bomen… onder de bomen zie ik de zwarte schim die ik eerder tegenkwam. Ik schrik ervan. Een enorme zwarte aap die rustig van de bladeren snoept en zich langzaam maar zelfverzekerd voortbeweegt. Een gorilla! Waar ben ik in hemelsnaam beland en hoe kan ik zo ver van huis zijn en toch heel dichtbij?

De lucht is inmiddels diep paars en de zon is achter de horizon verdwenen. De temperatuur is gedaald maar het is nog steeds aangenaam. En daar zit ik dan, aan het einde van die grote vlakte en aan het begin van een nieuwe wereld. Niet meer nagedacht hebbende over een plek om te overnachten laat ik mij achterover vallen in het gras. Kijkend naar de sterren bedenk ik me dat ik geen idee heb waar ik morgen heen moet gaan. Er flitsen allerlei gedachten door mijn hoofd, ik voel mijn oogleden zwaarder worden en uiteindelijk val ik toch weer in slaap.

 

<Hoofdstuk 13.                                                                                                         Het slot>

Wonderwerpgadget..De waterkoker

Wat is dit nu weer? Met deze simpele vraag worden direct 2 dingen uitgelegd. Je kan het internet niet bezoeken of je wordt doodgegooid met gadgets. Alles blinkt, piept en glimt dat een lieve lust is. Maar heb je er echt wat aan? In deze eerste aflevering een gadget dat ik vandaag gekocht heb. De oude was lelijk aan het worden en een nieuwe moest wel meteen aansluiten bij de strakke lijnen van onze nieuwe Krups Nespresso machine. Ik moet eigenlijk de credits aan Maike geven. Zij zag hem en bestelde het direct. En wow, wat is hij mooi, functioneel en functioneel mooi. Superlatieven schieten te kort. 😉 Kijk zelf maar….

Wonderwerpblik op Rhenen 2/3

Ondanks dat ik overtuigd ongelovig ben, doet het klokgelui van een kerktoren in de verte wat met me. Tweede deel van een drieluik over het wonderwerp Rhenen

<Wonderwerpblik op Rhenen 1

 

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑