Pagina 3 van 14

De blauwe kamer

De blauwe kamer

Twee weken geleden verfde ik een muur in onze woonkamer groen en nu is er ineens een blauwe kamer? Wat is hier allemaal aan de hand?

De blauwe kamer bevindt zich vele kilometers van mijn woonplaats en is helemaal geen onderdeel van welk gebouw dan ook. Het is een natuurgebied in de buurt van Veenendaal, zo leer ik de afgelopen week. Op mijn rondje westen maak ik, als inmiddels redelijk gebruikelijk, een tussenstop in het oosten des lands. Paul voelt zich niet lekker door de vervelende bijwerkingen van een medicijnswitch, maar Maike vindt het leuk samen met mij iets buitenshuis te ondernemen en dus smeden we plannen.

We hebben inmiddels wel in de gaten dat we vaak dezelfde dingen mooi vinden. Dus vintage en kringloop komen al snel ter sprake. Maar zoals met de beste plannen, zijn de onze ook niet in beton gegoten. We zullen wel zien wat de dag ons brengen zal.

Paul, ziek of niet, doet ook een duit in het zakje en tipt zijn lieve Maike om mij de binnenlanden van ‘het Veen’ eens te laten zien. We kunnen met het pondje de Rijn over kunnen steken om daar te lunchen daarna eventueel nog door te rijden naar onze vintageshopstop.

Zo gezegd, zo gedaan. En eerlijk is eerlijk, het is een prachtige rit. Met de beboste Grebbeberg aan de horizon rijden we door het prachtige veenlandschap om uiteindelijk te stoppen aan de oever van de Rijn. Met de oever in de rug valt ons oog al snel op een oude steenoven, die volledig overgroeid met zijn toren boven het grasland achter ons uit piept.

Hoe vintage wil je het hebben? Vanaf de weg kunnen we zien dat er een pad loopt en we vragen ons af hoe we daar kunnen komen. Maike weet dat er een stukje rolstoelpad die richting uit loopt en daar start ons avontuur. Wanneer we wijken van het bekende pad blijkt de steenoven een paar prachtig vervallen bijgebouwen te hebben. Al pratend en verwonderend bewandelen we dit, voor ons nieuwe, stukje Nederland. We nemen een kijkje in de bijgebouwen en de steenoven. We maken wat foto’s en lopen nog wat verder. Maar wanneer we eenmaal om de steenoven heen gelopen zijn stopt Maike plots. Kijk! Daar beweegt iets!

Het duurt even maar dan zien we een fazant. Ze vliegt niet weg maar maakt constant geluidjes en houdt ons scherp in de gaten. Al snel ontdekken we waarom. Deze fazant heeft hier haar nest en rond dat nest scharrelen vier of vijf jonge fazanten. Pubers, zo verklapt hun langzaam verkleurende verenkleed. Moeders heeft er haar vleugels vol aan. Haar jongen lopen her en der verspreid én nu zijn wij daar ook nog die ze niet vertrouwt!

We nemen foto’s en Maike filmt wat. Langzaam proberen we dichterbij te komen, maar na een poosje vol be- en verwondering dit familietafereeltje gade geslagen te hebben besluiten we dat het tijd is dit gezin met rust te laten en terug te lopen naar de auto.

We rijden terug door wederom een prachtig stukje Veen. We stoppen bij een stel ezels, rijden door het bos en nemen ook nog een deel mooi Rhenen mee.

Van onze vintageshopstop is weinig meer gekomen, maar van dit avontuur heb ik meer dan een beetje genoten. Wat een mooie middag en heerlijk gezelschap. De mooiste ontdekkingen zitten soms verstopt in hele kleine hoekjes, ergens in het oosten des lands…

Tijd

Behalve interesse in de wetenschap, ben ik ook nieuwsgierig naar het verleden. Geschiedenis is een bijzonder gegeven. Door alles wat met eerder opgeschreven, gebouwd of geschilderd heeft weten we nu hoe het toen moest zijn geweest. Wat mensen aten en waar ze over nadachten. De theorieën die ze ons schonken waardoor we nu verder kunnen denken dan we ooit voor mogelijk hielden. Geschiedenis maakt op die manier een belangrijk deel uit van ons heden. En ons heden dient dan weer als geschiedenis voor onze toekomst. Zo verloopt tijd in een rechte lijn alsmaar vooruit, denken we.

Ik denk niet dat ik de enige ben die wel eens een kijkje zou willen nemen in de wereld van een paar honderd jaar geleden. Of nog veel verder terug. Stel je nu toch eens voor dat we niet de aarde hoeven omploegen op zoek naar resten van een eerder bestaan. Maar dat we er gewoon een kijkje konden nemen en zo precies te weten konden komen hoe alles er uitzag, rook en voelde. Dat zou kennis zijn die voor menig archeoloog en paleontoloog van onschatbare waarde zou zijn.

De theorie zegt dat als we ons sneller bewegen dan een ander onze tijd langzamer zal verstrijken dan de tijd van degene die zich langzamer beweegt. In het dagelijks leven merken we daar niks van. Maar stel dat we zouden kunnen reizen met bijvoorbeeld de snelheid van het licht dan zouden we veel jonger terugkeren dan de achterblijvers. Zo bezien reizen we dan in de tijd. Er is echter een probleem. Je kunt wel vooruit op deze manier, maar niet achteruit. Achteruit, zo hebben de grote denkers bedacht, kan alleen wanneer we sneller dan het licht kunnen reizen. Maar Einstein heeft ons geleerd dat dat onmogelijk is. Er is niets dat zich sneller dan het licht kan verplaatsen en dus is er ook niets dat terug in de tijd kan reizen. Aan die natuurwet valt niet te sleutelen.

Maar we kunnen er wel een omweg voor bedenken. En die omweg zijn we ‘wormgat’ gaat noemen. Doordat we tijd net als ruimte als een dimensie zijn gaan beschouwen moet het ook mogelijk zijn die dimensie te vervormen. Zie het als een vel papier. Neem bijvoorbeeld een A4 wanneer je over de lange zijde van het A4 van de ene rand naar de andere rand wilt reizen moet je minimaal 297 mm overbruggen. Dat is de een rechte lijn van links naar rechts en dus de kortste route. Het is onmogelijk deze afstand te verkorten, tenzij je het A4 vouwt en de twee tegenoverstaande zijden naar elkaar toebrengt. Je kunt de afstand tussen a en b zo verkorten tot bijna 0 mm. Je hebt de ruimtetijd verbogen en kunt nu veel sneller dan eigenlijk mogelijk is jezelf verplaatsen van de ene naar de andere zijde. Zo zou je op grote schaal ook kunnen reizen tussen het nu en enig welk punt in de toekomst óf het verleden. Theoretisch gezien moet het dus kunnen. Maar kan het logisch ook?

Ik denk daar al een tijdje over na. Stel dat het voor mij mogelijk is een reisje te maken naar de middeleeuwen. Dan kom ik daar aan en dan zal alles wat ik daar doe gevolgen hebben voor de toekomst. Ik ken die toekomst, want ik maak deel uit van die toekomt. Alles wat zich dus in het verleden heeft afgespeeld heeft invloed op de toekomst. Alles wat zich in het verleden heeft afgespeeld maakt dat ik besta. Dus als mijn toekomstige ik naar het verleden reist dan maakt het niet uit wat deze daar gaat doen. De toekomst ligt immers al vast, want ik besta. Dus datgene dat ik in het verleden aanricht moet ervoor gezorgd hebben dat ik besta en in de toekomst het verleden kan bezoeken zodat ik daar doen kan wat ik daar moet doen om ervoor te kunnen zorgen dat ik in de toekomst geboren wordt. Zo bezien heeft niet alleen het verleden invloed op het heden, maar heeft de toekomst ook invloed op zijn verleden dat dan weer mijn heden kan zijn. Je komt zo in een onmogelijke gedachtekronkel terecht en kunt daaruit eigenlijk maar een conclusie trekken en dat is dat de vrije wil, mocht dit allemaal mogelijk blijken, simpelweg niet bestaat.

Dat de vrije wil niet bestaat is geen nieuw idee. We vinden het geen prettig idee, maar het is geen onmogelijk idee. Maar er is nog iets dat het geloof in de mogelijkheid van tijdreizen moeilijk maakt. Stel we kunnen heen en weer. Dan zouden we in de toekomst kunnen gaan kijken om te zien hoe we problemen waar we nu geen oplossing voor weten op kunnen lossen. We zouden stoppen met uitvinden en stoppen met redeneren, want we kunnen de oplossing gewoon gaan bekijken. Maar als ons huidige zelf besluit niet meer uit te vinden, te wonderen of te ontdekken, dan is het zeer onwaarschijnlijk dat onze toekomstige versie oplossingen klaar heeft liggen voor onze huidige problemen. Of het mogelijk is om tijd te reizen is dan ineens geen interessante vraag meer. De vraag wordt dan meer of het wel goed voor ons is om te ontdekken hoe dat moet. Zelf denk ik van niet. Ik denk dat het niet goed met de mensheid zou gaan wanneer we nu achterover gaan leunen omdat we denken in de toekomst de oplossing voor onze problemen kunnen vinden. Maar slechte dingen staan niet gelijk aan onmogelijke dingen. Dus dat verkleint de kans op de mogelijkheid van het tijdreizen verder niet. Ook het wel of niet bestaan van de vrije wil is daarin geen factor.

Of ik denk dat tijdreizen mogelijk is? Persoonlijk denk ik dat het gewoon mogelijk moet kunnen zijn. We hebben genoeg aanwijzingen en aantoonbare zinnige experimenten die zeggen dat het kan. Vooruit reizen kunnen we in ieder geval al. Ook al zijn het dan maar Nanoseconden of op zijn hoogst minuten, het kan. En als het vooruit kan, zie ik geen enkele reden waarom het niet ook achteruit zou kunnen. Maar ik hoop, hoe graag ik ook eens een kijkje zou willen nemen in de tijd van Napoleon of aan het hof van Versailles, van ganser harte dat we er nooit achter zullen komen. Het verleden is het verleden en de toekomst de toekomst. En nu schijnt de zon….

 

 

Groen

Met de muur nog in mijn rug loop, strompel, ik richting badkamer. Het is al weer een tijdje geleden  dat ik van vrienden twee prachtige oude schoolplaten kreeg. Een met als thema ‘de Noordzee’ en de ander ‘In sloot en plas’. De Noordzee omdat we daar ooit woonden en sloot en plas voor onze huidige thuishaven. De twee prachtige platen heb ik vrijwel meteen boven de bank gehangen. Ik wilde daar al tijden iets groots, maar kon mijn draai er niet in vinden. Tot die platen dus.

Omdat onze tuinstoelen versleten zijn struin ik begin vorige week tuincentrum en bouwmarkt af op zoek naar vervangende exemplaren. Maar zoals dat zo vaak gaat met dat soort dingen, vind ik geen tuinstoelen maar wel een nieuwe bank. Ineens zie ik hem staan en denk ik ‘dat is hem!’. Al jaren op zoek naar vervanging voor die oranje draak in onze woonkamer we konden nooit echt iets vinden dat ons beiden plezierden.

Hugo bleek er ook van gecharmeerd te zijn en de keuze was redelijk snel gemaakt. Met de schoolplaten in mijn achterhoofd begon ik meteen kleurstalen te verzamelen. ‘Voor de muur’ zo leg ik Hugo uit. Na wat vijven en zessen en wat overleg met derden besluit ik voor een duidelijke kleur te gaan. Niks met pastellen of andere wazige kleuraanduidingen voor ‘net geen wit’.

Ik reken uit hoeveel ik nodig heb en laat de kleur mengen. Dan plak alles netjes af, zet de meubels aan de kant en begin. Als Hugo de kamer in loopt en een half geschilderde muur ziet geeft hij aan het een heftige kleur te vinden. Maar hij vertrouwt erop dat ik een goede keuze gemaakt heb en het is maar een muur, het is zo weer een andere kleur.

Dat ‘zo’ valt een beetje tegen. Het behang op de muur heeft een bepaalde structuur waar met geen mogelijkheid helemaal tussen te komen is en het kost me dan ook heel wat moeite om zoveel mogelijk witte puntjes weg te werken. Waarschijnlijk moet ik er nog eens overheen, maar ik probeer het de eerste keer zo goed mogelijk te doen. De hele zaterdag rol, kwast en smeer ik tot de hele muur zo groen als gras is. ’s Avonds laat haal ik de plakband los, rol ik het plastic op de vloer op en zet ik de meubels terug op hun plaats. Een kant van de muur is al droog, daar hang ik alvast een plaat terug. Omdat de andere kant nog nat is laat ik nummer twee nog even waar hij is.

Tevreden kijk ik naar het resultaat. De bank, de platen en de muur vormen een plaatje. En zelfs Hugo is overstag. Het is heel mooi geworden en kan volgens hem zo in een boekje. De puntjes op de i, of in dit geval op het structuurbehang, komen nog wel. Ik ga na een verkwikkende douche nog lekker even chillen op onze nieuwe bank en val, eenmaal boven, als een blok in slaap.

Stram en stijf word ik dan vanochtend weer wakker. En als ik eenmaal aangekleed weer beneden ben loop ik meteen de kamer in om mijn muur te inspecteren. Ook bij daglicht is het een plaatje. Een plaatje dat hier en daar nog wat bijgewerkt kan worden, maar voor nu een prachtig plaatje. Tevreden drink ik mijn koffie op.

Bosuil

Onze tuin wordt druk bezocht door echte bosdieren. Gelukkig slaap ik al paar dagen slecht zodat ik gelijkgestemde nachtbrakers hoor struinen. Naast de rondbanjerende egels werd ik zojuist verblijd met de roep van een vrouwelijke bosuil. Ze zat ergens in de bomen van de tuin haar best te doen om het manvolk op haar aanwezigheid te attenderen. Ze had om aandacht niets te klagen! Ik stak namelijk direct de iPhone uit het raam om haar verwoede poging vast te leggen. Klik/tik op listen in browser…

P.s. Wees gerust, Maike sliep vredig door.

 

 

Blips

Je ziet wel eens iets op internet waarvan je denkt, ‘Ja, dat zal best.’ en daar laat je het dan meestal bij. Sommige dingen zijn te mooi om waar te zijn. Maar deze bleef aandringen op Instagram en ik, nieuwsgierig als altijd, raadpleegde hun website.

Blips, minilensjes die je op de camera van je smartphone plakt waardoor deze verandert in een microscoop. Dat klinkt te gek, maar voor een paar tientjes kun je natuurlijk niet krijgen wat in laboratoria duizenden euros kost. Toch bleef het concept mij trekken.

Vroeger als kind kreeg ik ooit een microscoop. Het was weliswaar een oude en de maximale vergroting was beperkt, maar ik kon er toch dingen mee ontdekken die ik met het blote oog niet zien kon. In een druppel vijverwater, zo ontdekte ik, past een heel ander universum. Het krioelt van het leven dat wij nauwelijks begrijpen. En dat fascineert me nog steeds. Dus aangetrokken door mijn eigen nieuwsgierigheid en de paar tientjes die ik ‘maar’ hoefde te investeren, bestelde ik een labkit van Blips.

De kit bevat een aantal geprepareerde glaasjes en een paar lege, met dekplaatje. Ik bekijk het bamboe blad, vliegje en stukje nier. Maar ik kan het uiteraard ook niet laten om wat vijverwater uit de tuin te halen. Met het bijgeleverde pipetje leg ik een druppel op het glaasje. Ik zet het lampje onder de opstelling aan en ga op zoek naar het beeld op mijn telefoon. Het is even puzzelen maar als het dan eindelijk lukt kan ik mijn geluk niet op. Een pantoffeldiertje scharrelt rustig door een heel klein insectenvleugeltje. Als ik naar de druppel kijk kan ik het vleugeltje nauwelijks zien. Omdat er op de speciale app ook een video functie zit maak ik meteen een filmpje.

En zie daar een microscopische kleine Wonderwerpen. Zo een klein leven, scharrelend door zijn eigen universum. Het vertelt ons hoe klein wij zelf zijn, rondscharrelend in ons eigen universum. Voor het zelfde geld liggen wij zelf op een glasplaatje met een dekplaatje op ons hoofd onder de microscoop van een nog veel groter leven dat zich afvraagt hoe het toch kan dat zo iets nietig kleins bestaan. Misschien, wie weet…

Betrapt

Wij hebben een geweldige tuin! Lekker groot, diep en na de uitbouw van een complete woon- en slaapkamer nog heel veel tuin over! We hebben een echte privé tuin. Je kan gerust in je nakie rondlopen, niemand die het ziet. We hebben een 2-onder-1 kap en de buren aan de andere kant hebben een vrijstaand huis met enorme tuinen en daarom hebben we van beide kanten geen last. Overal waar je kijkt is het groen. Geen beton maar bomen, zoveel dat het een bostuin is. Daar komen ook bosbeesten op af. Uilen, eekhoorns, spechten en Vlaamse gaaien zijn een kleine greep Maar ook ander lopend spul. En die hebben we zojuist betrapt. Luister maar…..

Bijtellen

Bijtelling

Afgelopen week stond voor mij in het teken van de auto. Dat is gek, want als er iets is waar ik weinig interesse in toon, dan is dat de auto. Zolang het vier wielen en een stuur heeft en voorzien is van brandstof ben ik tevreden. Maar doordat ik nu fysiek wat beperkt ben worden andere zaken ook belangrijk.

Al tijden leen ik voor grotere afstanden de auto van mijn ouders. Ik kan dan gebruikmaken van de cruisecontrol en de automatische versnellingsbak en zo grotere afstanden afleggen dan voor mij mogelijk zou zijn in onze eigen handgeschakelde karretje. Nu denken we er al een tijdje over om dit anders aan te pakken. Liever zou ik zien dat onze eigen auto zo uitgerust is dat ik er zelf beter mee uit de voeten kan.

We hebben informatie opgevraagd bij onze dealer en ook de WMO laten weten dat we een aanpassing overwegen. De WMO laat ons al vrij snel weten hier niet aan mee te werken omdat de aanpassing die wij nodig hebben algemeen gebruikelijk is. Blijkbaar vinden ze bij onze gemeente dat het algemeen gebruikelijk is dat iemand van 38 na moet denken over hoe ze haar mobiliteit kan waarborgen omdat haar fysieke mogelijkheden achteruit gaan. Ik haal er mijn schouders over op. Hoewel ik het eigenlijk niet kies vind dat daardoor mobiliteit en vermogen hand in hand gaan, ben ik blij dat we zelf wat achter de hand hebben en gaan we samen terug naar de garage om onze mogelijkheden in kaart te brengen.

Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat het aanpassen van onze, al op leeftijd zijnde auto, of het aanschaffen van een kleine andere auto een niet al te moeilijk rekensommetje is. De garagehouder blijkt toevallig een andere auto binnen te krijgen die voldoet aan onze eisen en een en ander is al snel beklonken.

Hoewel ik blij ben met onze keuze zit het WMO besluit toch nog in mijn hoofd wanneer ik later die dag het NOS journaal kijk. Het thema van de dag lijkt zich verder uit te strekken dan onze gemeente. NOS verhaalt over de bijtelling op elektrische auto’s die komend jaar flink omhoog gaat. Dit verbaast me nog meer dan het besluit van onze gemeente om niet te voorzien in de in hun ogen ‘gebruikelijke’ aanpassing.

Dan komt de minister in beeld die met een stalen gezicht verkondigd dat de subsidie maatregel die de overheid in het leven geroepen heeft om elektrisch rijden te stimuleren te goed lijkt te werken en daarom wordt stopgezet. Verbaasd denk ik over die zinskeuze na. We moeten met zijn allen minder fossiele brandstoffen gaan gebruiken. Er bestaat de mogelijkheid om elektrisch te rijden al is dit vooralsnog een dure optie. De overheid verzint een subsidie die het leaserijders mogelijk maakt tegen een gunstig tarief elektrisch te rijden, daar wordt dan massaal gebruik van gemaakt en dat reduceert ons gezamenlijk gebruik van fossiele brandstoffen en geeft autofabrikanten de middelen om te investeren in meer betaalbare duurzame alternatieven. Ik zou dan denken die subsidie werkt geweldig! Kunnen we er niet nog een paar verzinnen? Maar goed ik ben dan ook geen minister en ik hoef de dukaten in de schatkist niet te tellen. Want ik vermoed dat daar de schoen wringt. Inkomstenderving. Jammer.

Ik sluit de dag af met de constatering dat voor het eerst in mijn bestaan de auto de rode draad door mijn dag was. Tevreden over de beslissing die we zelf genomen hebben en verbaasd over het beleid van onze overheid val ik in slaap.

Betonnen woestijn

Betonnen woestijnAls ik aan een woestijn denk dan zie ik veel zand, misschien wat rotsen, maar in ieder geval  weinig planten en ook weinig zichtbare dieren. De officiële definitie laat me weten dat er in een woestijn minder dan 200 mm neerslag per jaar valt en dat er daardoor weinig tot geen fauna te vinden is. Ondanks dat het hier duidelijk meer nattigheid geeft dan de voorgeschreven 200 mm moet ik door een nieuwsbericht van gisteren aan de woestijn denken.

Uit Zweeds onderzoek is gebleken dat we de klimaatverandering kunnen remmen wanneer we meer bomen planten. Planten in het algemeen en bomen in het bijzonder zetten CO2 om in zuurstof middels hun stofwisseling. Met heel veel meer bomen zouden we dus technisch gezien onze netto uitstoot kunnen verminderen of neutraliseren. We moeten dan wel een behoorlijk bos aanleggen. Er zouden volgens dit onderzoek 1 biljoen bomen nodig zijn om de uitstoot met twee derde te doen slinken. Omdat dat een nogal abstract getal is geven onderzoekers in Zürich aan dat het dan om 1 miljard hectare bos gaat.

Als goedgemutste burger zakt me van dit soort getallen de moed in de spreekwoordelijke schoenen. Zelfs wanneer je dit in voetbalvelden uit zou drukken is het een getal dat mijn voorstellingsvermogen in ieder geval te boven gaat. Gelukkig besluit het fragment met de geruststellende woorden dat uit satellietfoto’s is gebleken dat wanneer Rusland, Australië, Amerika en Europa samenwerken dit best een haalbare kaart zou moeten kunnen zijn.

Toch niet helemaal gerust sla ik de pagina om. Niet mijn pakkie an, ik kan hier moeilijk iets aan veranderen. En dat deze grootmachten op dat niveau samen zouden willen werken, lijkt mij niet heel realistisch. 

Nu ik zo in mijn tuin zit en om mij heen kijk zie ik vooral beton. Ook al heb ik mijn borders proppievol geplant met zoveel verschillende bloemen en planten dat ik de tel kwijt ben, ligt er toch nog een hoop bestrating in de tuin die ik liever ruimen wil. 

Ergens in de jaren ’90 of misschien wel ’80 van de vorige eeuw is de onderhoudsvrije tuin in zwang geraakt en creëerde iedereen zijn eigen privé woestijn achter en voor het huis. 

Als kind groeide ik op een grasveldje op. Er kwam modder aan mijn handen en ik plukte kruis- en aalbessen in de tuin. Ik kan me herinneren dat we op een gegeven moment zelfs balen stro achterom hadden liggen waar dan oesterzwammen op groeide die we met veel smaak gegeten hebben. De kippen zorgden voor de eieren en wat er precies met Flappie is gebeurd laat ik in het midden….

Nu zijn de meeste tuinen voorzien van tegels, grind of een combinatie van beiden. Me hier erg van bewust zijnde pak ik gaande weg steeds een tegel weg om deze te verruilen voor beplanting. Jonge boompjes die zo her en der spruiten verplaats ik naar de achterkant van mijn tuin waar ik een minibos in aanleg ben gestart. Ook merk ik dat ik eigenlijk meer werk heb aan het bijhouden van de bestrating dan aan de borders. Mijn plan om dus een onderhoudsvrije tuin te creëren met weinig bestrating treft zo dubbel doel. Hoewel klein, draag ik zo toch mijn plantje bij. Ik verminder het aantal stenen en verhoog mijn eigen genot en de zuurstofuitstoot van dit kleine lapje grond.

Als we nu eens met zijn allen zo af en toe, of met enige regelmaat, wat steen ruimen en wat groen toevoegen aan ons eigen kleine domein. Iedereen heeft wel ergens een klein hoekje waar gewoon de natuur haar gang kan gaan. Misschien dat we dan die wereldmacht kunnen laten zien dat samenwerken helemaal zo moeilijk niet is, terwijl we tegelijkertijd de door onszelf gecreëerde betonnen woestijn omtoveren tot een oase. Ergens moeten we toch dat ene zaadje planten dat kan uitgroeien tot een duurzame wereld.

Over zwemmen en zwaartekracht

Albert EinsteinTheoretisch gezien weet ik het wel. Zwaartekracht is een zwakke kracht. Maar wat dat nu precies voorstelt in de praktijk is lastiger. Soms vallen echter wat puzzelstukjes op hun plek ergens waar je ze niet verwacht. Deze keer kwamen ze gewoon voorbij drijven.

Eigenlijk kwam het door een boek. Ik las de biografie die Walter Isaacson schreef over Albert Einstein. Ik heb groot respect voor het verbeeldingsvermogen van Einstein en hoe hij zijn theorieën in zijn hoofd tot leven bracht. Een waanzinnige gave lijkt me dat. Inmiddels wel bekend met zijn levensverhaal vind ik het toch leuk om deze biografie te lezen. Elke biograaf vliegt een verhaal aan vanuit een andere hoek en elke keer kom je dan weer tot nieuwe inzichten.

Met nog verse materie in mijn hoofd gaan we zwemmen, want dat doen we een aantal keer per week. Eenmaal in het water red ik regelmatig wat insecten van de verdrinkingsdood. Bijen, vliegen, wespen, kevers en torren landen allemaal als kamikazepiloten in het water. Waarom doen ze dat toch? Eerst dacht ik nog dat ze in hun poging tot drinken langs de kant van het water getroffen worden door een voor hen grote golf en zo meegenomen worden in het bad.

Maar nu ik er op let zie ik de beestjes gewoon in volle duikvlucht het natte sop kiezen. Het lijkt er niet op dat ze doorhebben dat het hier een bak water betreft en ze pas beseffen dat ze in de problemen zitten wanneer ze spartelend in het water drijven. Als ik ze er dan netjes uitvis en op de kant leg vervolgen ze hun weg weer nadat ze goed zijn opgedroogd. Sommigen landen vrolijk nog een tweede of een derde keer in het water. 

Ik vis een honingbij uit het water en laat haar even tot rust komen op mijn hand. Het mes snijdt aan twee kanten want de bij krijgt zo een nieuwe kans en ik kan haar eens rustig van dichtbij bekijken. 

Ineens schiet me de theorie achter de zwaartekracht te binnen. Als in een visioen lijk ik ineens te begrijpen wat ‘zwakke kracht’ betekent. Ik heb het altijd een vreemde uitdrukking gevonden. Wij ervaren dagelijks zwaartekracht. We kunnen er niet aan ontsnappen, maar toch is het een zwakke kracht. Wat zijn wij dan? Slappelingen?

Maar nu begrijp ik het ineens. Zwaartekracht heeft te maken met gewicht. Hoe groter het gewicht, hoe meer invloed de zwaartekracht erop heeft. Insecten hebben een gewicht dat zowat te verwaarlozen (gewichtloos) is en dus heeft de zwaartekracht er nauwelijks grip op. Ik kan me zo voorstellen dat het voor hen voelt als de gewichtloosheid van een mens in de ruimte, of dan op zijn minst de van het lichtere gevoel op de maan.

Als de insecten in die zin gewichtloos zijn en de zwaartekracht er geen of heel weinig vat op heeft, hebben ze waarschijnlijk geen notie van onder en boven. Dan navigeren ze op een andere manier.

Het helblauwe water van het zwembad heeft dezelfde kleur als de heldere hemel. Dus denken ze bij het zien van al dat blauw waarschijnlijk dat ze in volle vaart naar boven vliegen. En zo plonsen ze in het water. Tenminste dat denk ik.

Door die kleine bij die ik spartelend uit het water haalde snap ik ineens waarom die zwaartekracht nu precies zo zwak is. Het heeft alleen grip op zaken met voldoende gewicht, al dat te licht voor hem is glipt door zijn vingers en lijkt zonder gewicht door de ruimte te zweven.

Ik zie nu levendig voor mij wat zwaartekracht betekent. Ik denk aan die ene wetenschapper met het warrige haar. Aan zijn verbeeldingskracht en mijn bewondering voor zijn ideeën. Heel even heb ik een klein hoekje van de mist die zijn verbeeldingskracht verhuld opgetild en een gedachte experiment mogen ervaren. Zomaar, op een zonnige junidag in het zwembad met een honingbij.

Slakkengang

Sinds ik de trotse eigenaar ben van twee Segrijnslakken heb ik me al bij hoog en laag verwonderd over deze bijzondere wezentjes. Ze zijn nieuwsgierig, helemaal niet sloom en bijzonder grappig om naar te kijken. Wat bedoelt was als een leuke leerzame kijkdoos voor onze neefjes is uitgegroeid tot een fascinatie voor deze dieren.

Mijn verbazing was des te groter toen ik een aantal weken geleden in hun terrarium een hoopje eieren ondergronds zag liggen. Stilzitten doen deze dieren dus allerminst. Ze zijn gegroeid als kool en aan de rand aan hun huis kan ik zien dat ze inmiddels volwassen geworden zijn. Dit bevestigen ze hier nogmaals door zich voort te planten.

Als de eieren na ongeveer twee weken uitkomen zijn, hoe klein ook, de slakjes helemaal compleet. Met huisje en al foerageren ze een weekje of wat ondergronds. Ze eten de eierschaal waar ze uit gekropen zijn op en als ze zich sterk genoeg voelen kruipen ze langzaam naar boven. Bovengronds gaan ze op zoek naar een bron van kalk en naar blaadjes of groente die ze graag eten.

De deksel van het terrarium waar ze in geboren zijn bevat te grote luchtgaten en al snel vind ik hen dan ook aan de buitenkant van het deksel. Meer dan zestig zijn het er. Ik kan ze onmogelijk allemaal houden, maar eenmaal gefascineerd door hen besluit ik er toch een stuk of tien in een andere bak over te zetten. Hun huisjes zijn zeer kwetsbaar nu. Dus eigenlijk kan ik ze niet optillen. Maar voorzichtig lukt het me toch ze om te zetten in een andere bak met smallere luchtopeningen. De rest geef ik terug aan mijn tuin. Onder de struiken laat ik ze vrij zodat ze op een beschutte omgeving een eerlijke kans hebben.

Eentje lijkt het wel leuk te vinden op mijn hand en er eens op ontdekking uit te trekken. Ik besluit het te filmen om de echte slakkengang vast te leggen en om jullie te laten zien hoe schattig deze leuke wezentjes zijn. Ik verwonder me erover dat zo een klein iets, helemaal compleet ter wereld komt en dan ook nog volledig zelfstandig blijkt. Een volwaardig wezen, met alles erop en eraan in een mini verpakking. Een wonder dat normaliter ongezien gewoon in onze achtertuin plaatsvindt.

 

© 2021 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑