AuteurRosalie Royen

Dertien

Dertien

Terwijl ik, zoals inmiddels gebruikelijk, weer aan de slag met ben het vullen van een doos vol cadeaus moet ik denken aan toen. Toen ik je leerde kennen was je ongeveer 2. Stil en vol verwondering keek je de wereld in. Je sprak niet met woorden maar je blik zei al genoeg. In jouw huisde een intelligent wezentje dat zijn weg naar buiten nog niet helemaal gevonden had.

Nu zoveel jaren later, bereid ik het cadeau voor je dertiende verjaardag voor. Je bent een echte tiener geworden, die pubert, de basisschool achter zich gelaten heeft, vol grapjes zit en nieuwsgierig is naar de wereld om zich heen. Je bent vrolijk, praat me de oren van het hoofd en zingt het liefste de hele dag.

Je hebt heel erg je best gedaan en je hebt enorm veel geleerd. Tafel dekken, je eigen brood smeren en gretig wachten op de taxi om weer naar school te mogen. Reikhalzend keek je afgelopen zomervakantie uit naar de dag dat je weer naar school mocht. Naar de middelbare school, waar je nog veel meer leren gaat. Verzorging, techniek en allerlei andere praktische zaken.

En nu je al zo groot bent besef ik mij dat wij met zijn allen ook zoveel van jou geleerd hebben. Dat we anders naar de wereld hebben mogen leren kijken, een beetje door jouw ogen en een beetje door de onze. Ik ken de namen van alle honden in onze buurt en zeg mensen gedag die ik eerst helemaal niet kende. Nu ik let op straatnamen, speeltuinen en bankjes in de buurt. Ik vind het supergaaf als je er bent, dan maken we grappen en stoere plannen.

Lieve Pierre, wat wordt je groot. Dank je wel voor al je wijze lessen en dat ik je tante mag zijn! We gaan nog heel veel avonturen beleven met jou en je lieve broers. Maar dertien, dat wordt je maar een keer, dus over een paar dagen steken we de kaarsjes aan en eten we een flink stuk taart en zingen we uit volle borst!

Oppassen

Zeemeeuwen

Het is al weer een paar dagen geleden dat ik me opnieuw klaarmaak voor een rondje westen. Donderdag en vrijdag oppassen op de jongens en zaterdag gezellig naar het museum. Voor mij ook een nieuwe ervaring omdat ik eindelijk toch besloten heb een inklapbare scootmobiel aan te schaffen die dit soort uitstapjes weer mogelijk maakt voor mij. Met de groene kaart op zak en in mijn kofferbak een paar opgevouwen extra benen rij ik goedgemutst die voor mij zo bekende weg.

Het is heerlijk weer en ik ben vastbesloten ook de zee een dezer dagen nog even op te zoeken. Donderdag haal ik vlak na aankomst de jongens van hun nieuwe school. Gelukkig zit er navigatie op mijn nieuwe klokje zodat ik met de fiets zonder zoekwerk de school weet te vinden. Eerst zie ik Tjores naar buiten stuiven en even later vind ik ook Corné. Samen fietsen we gezellig naar huis, waar we sap en koek nemen en als gewoonlijk aan een spelletje beginnen. Pierre voegt zich wat later ook bij ons.

Het is een gezellige middag en een fijne avond. Op vrijdag is iedereen de deur uit. De jongens naar school en hun lieve ouders naar hun werk. Het weer is hemels en ik hoef dan ook niet lang te denken over wat ik met mijn tijd zal doen. Eenmaal aan zee gekomen blijk ik niet de enige te zijn. Behalve wat mensen die van hun vrije vrijdag genieten en wat honden zijn er opvallend veel vogels op het strand. Jonge meeuwen die hun vleugels uitslaan en hun bruine verenkleed langzaamaan verruilen voor dezelfde wit-grijs-zwarte jas die hun ouders dragen. Kraaien die op het natte zand van laagtij zoeken naar een gemakkelijk maaltje en drieteenstrandlopers die als altijd nerveus op en neer lopen langs de vloedlijn. Die kleine snelle vogeltjes zijn altijd lastig te vangen met mijn camera. Ik probeer het toch nog maar eens, maar plots valt mijn oog op een stel meeuwen. Een volwassen exemplaar houdt, zo lijkt het, een oogje in het zeil zodat het puberexemplaar zonder al te veel zorgen zijn foerageerskills kan trainen in een van de vele strandmeertjes die het laagtij heeft achtergelaten.

Ik denk aan het boek dat ik aan het lezen ben over dierengedrag en hoe dat flinke overlap vertoont met onze eigen gedragingen. Hoe ook wij deel uitmaken van datzelfde dierenrijk, ook als we dat soms een beetje vergeten. Ik herken het gedrag van de volwassen meeuw, die van een afstandje kijkt om ervoor te zorgen dat er niet iets dramatisch mis gaat, maar ook niet meteen in wil grijpen bij elk foutje dat de jongeling maakt. En ik herken de ontdekkingstocht die de jongeling onbezorgd maakt terwijl hij weet dat hij vertrouwen kan op de volwassene. Ik maak er een paar foto’s van en wanneer de jongeling besluit het verder op te zoeken en zijn vleugels uit slaat om het sop te verruilen voor het hemelsblauw, bedenk ik me dat ook de jongens langzaamaan hun vleugels uitslaan. Hun kinderkleed verruilend voor dat van een puber, naar de grote school gaan en huiswerk maken. Grotere vragen stellen en anders leren denken. Dat ik heel trots en dankbaar ben dat ik daar, zo af en toe, een klein beetje deel van uit mag maken. Morgen gaan we samen naar het museum, maar nu geniet ik nog even van mijn zee…

 

Tuinsafari

tuinsafari

Wat een heerlijk weekend! De zomer is weer even terug in ons land en ik duik meteen de tuin weer in. Daarin ben ik niet de enige. Als ik op de grond zit en wat aan het groen pluk hier en daar, zoemt het boven mijn hoofd gretig. De bijen, wespen, vliegen, vlinders en ander klein grut nemen het er nog even van. Gulzig bestormen ze de bloemen die met hun zoete nectar zoveel mogelijk insecten proberen te lokken in de hoop op een goede bestuiving.

Als ik dat zo zit te bekijken bedenk ik mij ineens dat het zo midden op de dag fotograferen van insecten lastig is. Ze zijn dan goed opgewarmd door de zon waardoor hun bewegingen druk en wispelturig zijn. Maar juist omdat ze nu zo actief zijn vind ik ze interessant. Als ik met mijn macrolens dichtbij probeer te komen dan schieten ze veel te vlug weg. De schaduw die ik in hun blikveld veroorzaakt doet hen vluchten.

Dan moet ik ineens denken aan die wildfotografen die in verdekt opgestelde hutjes met enorme telelenzen het wild hier in de omgeving haarscherp en van dichtbij proberen te vangen. Het wild in mijn tuin vlucht, net als het iets groter wild in het bos, wanneer ze mijn aanwezigheid bespeuren. Dus zal ik mij net als mijn collega’s verdekt moeten opstellen. Ik hoef niet in een hutje te gaan zitten, zo scherp nemen de meeste insecten niet waar voor zover wij nu weten. Maar als ik wat meer afstand kan nemen dan zullen ze niet wegvliegen wanneer ik een foto neem.

Ik heb geen idee of het zo zal werken, maar ik besluit toch mijn kleine telelens op de body van mijn camera te monteren. Een insect op een halve meter afstand is toch anders dan een ree of everzwijn twintig meter verderop. Ik probeer het op verschillende afstanden en bij verschillende bloemen. Ik zie uiteraard veel honingbijen. Maar ook een heel stel hommels en zweefvliegen. Gewone vliegen lusten ook wel een hapje nectar en als ik ze van zo dichtbij bekijk zijn ze nog mooi ook. En dan ineens komt er een wesp aanvliegen. Recht op een van de nog bloeiende zonnebloemen af. De wesp land echter niet op de duizenden nectar houdende kleine bloemetjes van de zonnebloem. Maar heel gericht op een van de gele kelkbladeren.

closeup tuinsafari

Wanneer ik de foto’s, die ik vanmiddag maakte, upload komt daar ook de foto van die ene wesp voorbij. Nu op groot scherm zie ik pas wat de wesp daar doet. De landing was allerminst verkeerd ingezet. Maar een hele doelgerichte actie. Vlak voor de wesp zit namelijk een kleine gevleugelde zwarte bladluis. De wesp besluipt de bladluis en ziet zijn kans schoon een eiwitrijk maaltje te scoren op deze zonnige dag. En mijn experiment blijkt ook geslaagd. Tuinsafari op zijn best. Een jachttafereeltje gevangen op de digitale gevoelige plaat. Zonder verstoring van de leefomgeving en op veilige afstand macro opnamen schieten met mijn telelens!

Poppenkast

poppenkast, Stingray, Anderson

Ik kan het me nog goed herinneren. Ik moet een jaar of vijf geweest zijn toen Rubens Poppentheater voor het eerst bij ons op school kwam. Ruben en zijn poppen waren een begrip in Zuid Limburg. We mochten met een aantal klassen tegelijkertijd in de gymzaal op de grond gaan zitten en Ruben stond met zijn poppen klaar om ons het verhaal van Klaas Vaak te laten beleven. Ik vond het ongelofelijk spannend en de personages kwamen door Rubens handen en stem tot leven. Natuurlijk speelt de kindergeest hier ook een rol. Maar toch, de poppen werden op een bepaalde manier echt.

Ruben ben ik met zijn poppen nog wel eens tegengekomen in de stad. Dan stond ik altijd even stil en om te kijken naar wat ik ooit  zag. De betovering op de kindergezichtjes wanneer Ruben met zijn poppen een van zijn vele verhalen vertelt. Hoe de wereld ook verandert en welke technieken we ook verzinnen, poppen blijven tot de verbeelding spreken.

Zo blijkt ook maar weer wanneer Paul een tijdje terug heel enthousiast vertelt over de Thunderbirds. De poppenserie uit de jaren ’60 met de zo kenmerkende poppen. Ik kan me herinneren dat ik er bij oma nog wel eens naar gekeken heb, maar om de een of andere manier heb ik er geen speciale herinneringen aan.

Paul, enthousiast als altijd, stuurt me een paar afleveringen door. Hij wil weten wat ik ervan vind en ik ben ook wel nieuwsgierig naar wat hij er zoal in ziet. Waarom weet ik niet maar het grijpt me meteen. De bombastische muziek en de vormgeving van de poppen en de decors vind ik geweldig. Je ziet zo hier en daar vrij duidelijk dat de wereld van Gerrie Anderson kleiner is dan de onze en je ziet de touwtjes lopen waarmee de bewegingen van de poppen gestuurd worden. Toch sleept het verhaal je meteen mee. De touwtjes verdwijnen en je komt in een vreemde science fiction wereld terecht.

Behalve Thunderbirds blijkt Anderson nog meer poppenseries gemaakt te hebben. Inmiddels ook enthousiast ben ik begonnen aan een van zijn andere series, Stingray. Een superheldenverhaal dat zich voornamelijk afspeelt in zee en in het denkbeeldige dorpje Marineville. Troy Tempest redt met zijn onderzeeër ‘Stingray’ menig maal de wereld van de ondergang en de verhalen hebben een hoog James Bond gehalte. Er komen diepzee wezens in voor die onze wereld willen veroveren en de mensheid daarbij een kopje kleiner willen maken. Maar Troy redt ons keer op keer. Ondanks die voorspelbaarheid is het gewoon leuk om naar te kijken.  De betovering van Ruben, zo lang geleden, werkt nog steeds. De poppen van Anderson zuigen je mee hun wereld in. De vormgeving inspireert. Het lijkt erop dat voor mij deze week een poppenkast is opengegaan….

 

De blauwe kamer

De blauwe kamer

Twee weken geleden verfde ik een muur in onze woonkamer groen en nu is er ineens een blauwe kamer? Wat is hier allemaal aan de hand?

De blauwe kamer bevindt zich vele kilometers van mijn woonplaats en is helemaal geen onderdeel van welk gebouw dan ook. Het is een natuurgebied in de buurt van Veenendaal, zo leer ik de afgelopen week. Op mijn rondje westen maak ik, als inmiddels redelijk gebruikelijk, een tussenstop in het oosten des lands. Paul voelt zich niet lekker door de vervelende bijwerkingen van een medicijnswitch, maar Maike vindt het leuk samen met mij iets buitenshuis te ondernemen en dus smeden we plannen.

We hebben inmiddels wel in de gaten dat we vaak dezelfde dingen mooi vinden. Dus vintage en kringloop komen al snel ter sprake. Maar zoals met de beste plannen, zijn de onze ook niet in beton gegoten. We zullen wel zien wat de dag ons brengen zal.

Paul, ziek of niet, doet ook een duit in het zakje en tipt zijn lieve Maike om mij de binnenlanden van ‘het Veen’ eens te laten zien. We kunnen met het pondje de Rijn over kunnen steken om daar te lunchen daarna eventueel nog door te rijden naar onze vintageshopstop.

Zo gezegd, zo gedaan. En eerlijk is eerlijk, het is een prachtige rit. Met de beboste Grebbeberg aan de horizon rijden we door het prachtige veenlandschap om uiteindelijk te stoppen aan de oever van de Rijn. Met de oever in de rug valt ons oog al snel op een oude steenoven, die volledig overgroeid met zijn toren boven het grasland achter ons uit piept.

Hoe vintage wil je het hebben? Vanaf de weg kunnen we zien dat er een pad loopt en we vragen ons af hoe we daar kunnen komen. Maike weet dat er een stukje rolstoelpad die richting uit loopt en daar start ons avontuur. Wanneer we wijken van het bekende pad blijkt de steenoven een paar prachtig vervallen bijgebouwen te hebben. Al pratend en verwonderend bewandelen we dit, voor ons nieuwe, stukje Nederland. We nemen een kijkje in de bijgebouwen en de steenoven. We maken wat foto’s en lopen nog wat verder. Maar wanneer we eenmaal om de steenoven heen gelopen zijn stopt Maike plots. Kijk! Daar beweegt iets!

Het duurt even maar dan zien we een fazant. Ze vliegt niet weg maar maakt constant geluidjes en houdt ons scherp in de gaten. Al snel ontdekken we waarom. Deze fazant heeft hier haar nest en rond dat nest scharrelen vier of vijf jonge fazanten. Pubers, zo verklapt hun langzaam verkleurende verenkleed. Moeders heeft er haar vleugels vol aan. Haar jongen lopen her en der verspreid én nu zijn wij daar ook nog die ze niet vertrouwt!

We nemen foto’s en Maike filmt wat. Langzaam proberen we dichterbij te komen, maar na een poosje vol be- en verwondering dit familietafereeltje gade geslagen te hebben besluiten we dat het tijd is dit gezin met rust te laten en terug te lopen naar de auto.

We rijden terug door wederom een prachtig stukje Veen. We stoppen bij een stel ezels, rijden door het bos en nemen ook nog een deel mooi Rhenen mee.

Van onze vintageshopstop is weinig meer gekomen, maar van dit avontuur heb ik meer dan een beetje genoten. Wat een mooie middag en heerlijk gezelschap. De mooiste ontdekkingen zitten soms verstopt in hele kleine hoekjes, ergens in het oosten des lands…

Tijd

Behalve interesse in de wetenschap, ben ik ook nieuwsgierig naar het verleden. Geschiedenis is een bijzonder gegeven. Door alles wat met eerder opgeschreven, gebouwd of geschilderd heeft weten we nu hoe het toen moest zijn geweest. Wat mensen aten en waar ze over nadachten. De theorieën die ze ons schonken waardoor we nu verder kunnen denken dan we ooit voor mogelijk hielden. Geschiedenis maakt op die manier een belangrijk deel uit van ons heden. En ons heden dient dan weer als geschiedenis voor onze toekomst. Zo verloopt tijd in een rechte lijn alsmaar vooruit, denken we.

Ik denk niet dat ik de enige ben die wel eens een kijkje zou willen nemen in de wereld van een paar honderd jaar geleden. Of nog veel verder terug. Stel je nu toch eens voor dat we niet de aarde hoeven omploegen op zoek naar resten van een eerder bestaan. Maar dat we er gewoon een kijkje konden nemen en zo precies te weten konden komen hoe alles er uitzag, rook en voelde. Dat zou kennis zijn die voor menig archeoloog en paleontoloog van onschatbare waarde zou zijn.

De theorie zegt dat als we ons sneller bewegen dan een ander onze tijd langzamer zal verstrijken dan de tijd van degene die zich langzamer beweegt. In het dagelijks leven merken we daar niks van. Maar stel dat we zouden kunnen reizen met bijvoorbeeld de snelheid van het licht dan zouden we veel jonger terugkeren dan de achterblijvers. Zo bezien reizen we dan in de tijd. Er is echter een probleem. Je kunt wel vooruit op deze manier, maar niet achteruit. Achteruit, zo hebben de grote denkers bedacht, kan alleen wanneer we sneller dan het licht kunnen reizen. Maar Einstein heeft ons geleerd dat dat onmogelijk is. Er is niets dat zich sneller dan het licht kan verplaatsen en dus is er ook niets dat terug in de tijd kan reizen. Aan die natuurwet valt niet te sleutelen.

Maar we kunnen er wel een omweg voor bedenken. En die omweg zijn we ‘wormgat’ gaat noemen. Doordat we tijd net als ruimte als een dimensie zijn gaan beschouwen moet het ook mogelijk zijn die dimensie te vervormen. Zie het als een vel papier. Neem bijvoorbeeld een A4 wanneer je over de lange zijde van het A4 van de ene rand naar de andere rand wilt reizen moet je minimaal 297 mm overbruggen. Dat is de een rechte lijn van links naar rechts en dus de kortste route. Het is onmogelijk deze afstand te verkorten, tenzij je het A4 vouwt en de twee tegenoverstaande zijden naar elkaar toebrengt. Je kunt de afstand tussen a en b zo verkorten tot bijna 0 mm. Je hebt de ruimtetijd verbogen en kunt nu veel sneller dan eigenlijk mogelijk is jezelf verplaatsen van de ene naar de andere zijde. Zo zou je op grote schaal ook kunnen reizen tussen het nu en enig welk punt in de toekomst óf het verleden. Theoretisch gezien moet het dus kunnen. Maar kan het logisch ook?

Ik denk daar al een tijdje over na. Stel dat het voor mij mogelijk is een reisje te maken naar de middeleeuwen. Dan kom ik daar aan en dan zal alles wat ik daar doe gevolgen hebben voor de toekomst. Ik ken die toekomst, want ik maak deel uit van die toekomt. Alles wat zich dus in het verleden heeft afgespeeld heeft invloed op de toekomst. Alles wat zich in het verleden heeft afgespeeld maakt dat ik besta. Dus als mijn toekomstige ik naar het verleden reist dan maakt het niet uit wat deze daar gaat doen. De toekomst ligt immers al vast, want ik besta. Dus datgene dat ik in het verleden aanricht moet ervoor gezorgd hebben dat ik besta en in de toekomst het verleden kan bezoeken zodat ik daar doen kan wat ik daar moet doen om ervoor te kunnen zorgen dat ik in de toekomst geboren wordt. Zo bezien heeft niet alleen het verleden invloed op het heden, maar heeft de toekomst ook invloed op zijn verleden dat dan weer mijn heden kan zijn. Je komt zo in een onmogelijke gedachtekronkel terecht en kunt daaruit eigenlijk maar een conclusie trekken en dat is dat de vrije wil, mocht dit allemaal mogelijk blijken, simpelweg niet bestaat.

Dat de vrije wil niet bestaat is geen nieuw idee. We vinden het geen prettig idee, maar het is geen onmogelijk idee. Maar er is nog iets dat het geloof in de mogelijkheid van tijdreizen moeilijk maakt. Stel we kunnen heen en weer. Dan zouden we in de toekomst kunnen gaan kijken om te zien hoe we problemen waar we nu geen oplossing voor weten op kunnen lossen. We zouden stoppen met uitvinden en stoppen met redeneren, want we kunnen de oplossing gewoon gaan bekijken. Maar als ons huidige zelf besluit niet meer uit te vinden, te wonderen of te ontdekken, dan is het zeer onwaarschijnlijk dat onze toekomstige versie oplossingen klaar heeft liggen voor onze huidige problemen. Of het mogelijk is om tijd te reizen is dan ineens geen interessante vraag meer. De vraag wordt dan meer of het wel goed voor ons is om te ontdekken hoe dat moet. Zelf denk ik van niet. Ik denk dat het niet goed met de mensheid zou gaan wanneer we nu achterover gaan leunen omdat we denken in de toekomst de oplossing voor onze problemen kunnen vinden. Maar slechte dingen staan niet gelijk aan onmogelijke dingen. Dus dat verkleint de kans op de mogelijkheid van het tijdreizen verder niet. Ook het wel of niet bestaan van de vrije wil is daarin geen factor.

Of ik denk dat tijdreizen mogelijk is? Persoonlijk denk ik dat het gewoon mogelijk moet kunnen zijn. We hebben genoeg aanwijzingen en aantoonbare zinnige experimenten die zeggen dat het kan. Vooruit reizen kunnen we in ieder geval al. Ook al zijn het dan maar Nanoseconden of op zijn hoogst minuten, het kan. En als het vooruit kan, zie ik geen enkele reden waarom het niet ook achteruit zou kunnen. Maar ik hoop, hoe graag ik ook eens een kijkje zou willen nemen in de tijd van Napoleon of aan het hof van Versailles, van ganser harte dat we er nooit achter zullen komen. Het verleden is het verleden en de toekomst de toekomst. En nu schijnt de zon….

 

 

Groen

Met de muur nog in mijn rug loop, strompel, ik richting badkamer. Het is al weer een tijdje geleden  dat ik van vrienden twee prachtige oude schoolplaten kreeg. Een met als thema ‘de Noordzee’ en de ander ‘In sloot en plas’. De Noordzee omdat we daar ooit woonden en sloot en plas voor onze huidige thuishaven. De twee prachtige platen heb ik vrijwel meteen boven de bank gehangen. Ik wilde daar al tijden iets groots, maar kon mijn draai er niet in vinden. Tot die platen dus.

Omdat onze tuinstoelen versleten zijn struin ik begin vorige week tuincentrum en bouwmarkt af op zoek naar vervangende exemplaren. Maar zoals dat zo vaak gaat met dat soort dingen, vind ik geen tuinstoelen maar wel een nieuwe bank. Ineens zie ik hem staan en denk ik ‘dat is hem!’. Al jaren op zoek naar vervanging voor die oranje draak in onze woonkamer we konden nooit echt iets vinden dat ons beiden plezierden.

Hugo bleek er ook van gecharmeerd te zijn en de keuze was redelijk snel gemaakt. Met de schoolplaten in mijn achterhoofd begon ik meteen kleurstalen te verzamelen. ‘Voor de muur’ zo leg ik Hugo uit. Na wat vijven en zessen en wat overleg met derden besluit ik voor een duidelijke kleur te gaan. Niks met pastellen of andere wazige kleuraanduidingen voor ‘net geen wit’.

Ik reken uit hoeveel ik nodig heb en laat de kleur mengen. Dan plak alles netjes af, zet de meubels aan de kant en begin. Als Hugo de kamer in loopt en een half geschilderde muur ziet geeft hij aan het een heftige kleur te vinden. Maar hij vertrouwt erop dat ik een goede keuze gemaakt heb en het is maar een muur, het is zo weer een andere kleur.

Dat ‘zo’ valt een beetje tegen. Het behang op de muur heeft een bepaalde structuur waar met geen mogelijkheid helemaal tussen te komen is en het kost me dan ook heel wat moeite om zoveel mogelijk witte puntjes weg te werken. Waarschijnlijk moet ik er nog eens overheen, maar ik probeer het de eerste keer zo goed mogelijk te doen. De hele zaterdag rol, kwast en smeer ik tot de hele muur zo groen als gras is. ’s Avonds laat haal ik de plakband los, rol ik het plastic op de vloer op en zet ik de meubels terug op hun plaats. Een kant van de muur is al droog, daar hang ik alvast een plaat terug. Omdat de andere kant nog nat is laat ik nummer twee nog even waar hij is.

Tevreden kijk ik naar het resultaat. De bank, de platen en de muur vormen een plaatje. En zelfs Hugo is overstag. Het is heel mooi geworden en kan volgens hem zo in een boekje. De puntjes op de i, of in dit geval op het structuurbehang, komen nog wel. Ik ga na een verkwikkende douche nog lekker even chillen op onze nieuwe bank en val, eenmaal boven, als een blok in slaap.

Stram en stijf word ik dan vanochtend weer wakker. En als ik eenmaal aangekleed weer beneden ben loop ik meteen de kamer in om mijn muur te inspecteren. Ook bij daglicht is het een plaatje. Een plaatje dat hier en daar nog wat bijgewerkt kan worden, maar voor nu een prachtig plaatje. Tevreden drink ik mijn koffie op.

Blips

Je ziet wel eens iets op internet waarvan je denkt, ‘Ja, dat zal best.’ en daar laat je het dan meestal bij. Sommige dingen zijn te mooi om waar te zijn. Maar deze bleef aandringen op Instagram en ik, nieuwsgierig als altijd, raadpleegde hun website.

Blips, minilensjes die je op de camera van je smartphone plakt waardoor deze verandert in een microscoop. Dat klinkt te gek, maar voor een paar tientjes kun je natuurlijk niet krijgen wat in laboratoria duizenden euros kost. Toch bleef het concept mij trekken.

Vroeger als kind kreeg ik ooit een microscoop. Het was weliswaar een oude en de maximale vergroting was beperkt, maar ik kon er toch dingen mee ontdekken die ik met het blote oog niet zien kon. In een druppel vijverwater, zo ontdekte ik, past een heel ander universum. Het krioelt van het leven dat wij nauwelijks begrijpen. En dat fascineert me nog steeds. Dus aangetrokken door mijn eigen nieuwsgierigheid en de paar tientjes die ik ‘maar’ hoefde te investeren, bestelde ik een labkit van Blips.

De kit bevat een aantal geprepareerde glaasjes en een paar lege, met dekplaatje. Ik bekijk het bamboe blad, vliegje en stukje nier. Maar ik kan het uiteraard ook niet laten om wat vijverwater uit de tuin te halen. Met het bijgeleverde pipetje leg ik een druppel op het glaasje. Ik zet het lampje onder de opstelling aan en ga op zoek naar het beeld op mijn telefoon. Het is even puzzelen maar als het dan eindelijk lukt kan ik mijn geluk niet op. Een pantoffeldiertje scharrelt rustig door een heel klein insectenvleugeltje. Als ik naar de druppel kijk kan ik het vleugeltje nauwelijks zien. Omdat er op de speciale app ook een video functie zit maak ik meteen een filmpje.

En zie daar een microscopische kleine Wonderwerpen. Zo een klein leven, scharrelend door zijn eigen universum. Het vertelt ons hoe klein wij zelf zijn, rondscharrelend in ons eigen universum. Voor het zelfde geld liggen wij zelf op een glasplaatje met een dekplaatje op ons hoofd onder de microscoop van een nog veel groter leven dat zich afvraagt hoe het toch kan dat zo iets nietig kleins bestaan. Misschien, wie weet…

Bijtellen

Bijtelling

Afgelopen week stond voor mij in het teken van de auto. Dat is gek, want als er iets is waar ik weinig interesse in toon, dan is dat de auto. Zolang het vier wielen en een stuur heeft en voorzien is van brandstof ben ik tevreden. Maar doordat ik nu fysiek wat beperkt ben worden andere zaken ook belangrijk.

Al tijden leen ik voor grotere afstanden de auto van mijn ouders. Ik kan dan gebruikmaken van de cruisecontrol en de automatische versnellingsbak en zo grotere afstanden afleggen dan voor mij mogelijk zou zijn in onze eigen handgeschakelde karretje. Nu denken we er al een tijdje over om dit anders aan te pakken. Liever zou ik zien dat onze eigen auto zo uitgerust is dat ik er zelf beter mee uit de voeten kan.

We hebben informatie opgevraagd bij onze dealer en ook de WMO laten weten dat we een aanpassing overwegen. De WMO laat ons al vrij snel weten hier niet aan mee te werken omdat de aanpassing die wij nodig hebben algemeen gebruikelijk is. Blijkbaar vinden ze bij onze gemeente dat het algemeen gebruikelijk is dat iemand van 38 na moet denken over hoe ze haar mobiliteit kan waarborgen omdat haar fysieke mogelijkheden achteruit gaan. Ik haal er mijn schouders over op. Hoewel ik het eigenlijk niet kies vind dat daardoor mobiliteit en vermogen hand in hand gaan, ben ik blij dat we zelf wat achter de hand hebben en gaan we samen terug naar de garage om onze mogelijkheden in kaart te brengen.

Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat het aanpassen van onze, al op leeftijd zijnde auto, of het aanschaffen van een kleine andere auto een niet al te moeilijk rekensommetje is. De garagehouder blijkt toevallig een andere auto binnen te krijgen die voldoet aan onze eisen en een en ander is al snel beklonken.

Hoewel ik blij ben met onze keuze zit het WMO besluit toch nog in mijn hoofd wanneer ik later die dag het NOS journaal kijk. Het thema van de dag lijkt zich verder uit te strekken dan onze gemeente. NOS verhaalt over de bijtelling op elektrische auto’s die komend jaar flink omhoog gaat. Dit verbaast me nog meer dan het besluit van onze gemeente om niet te voorzien in de in hun ogen ‘gebruikelijke’ aanpassing.

Dan komt de minister in beeld die met een stalen gezicht verkondigd dat de subsidie maatregel die de overheid in het leven geroepen heeft om elektrisch rijden te stimuleren te goed lijkt te werken en daarom wordt stopgezet. Verbaasd denk ik over die zinskeuze na. We moeten met zijn allen minder fossiele brandstoffen gaan gebruiken. Er bestaat de mogelijkheid om elektrisch te rijden al is dit vooralsnog een dure optie. De overheid verzint een subsidie die het leaserijders mogelijk maakt tegen een gunstig tarief elektrisch te rijden, daar wordt dan massaal gebruik van gemaakt en dat reduceert ons gezamenlijk gebruik van fossiele brandstoffen en geeft autofabrikanten de middelen om te investeren in meer betaalbare duurzame alternatieven. Ik zou dan denken die subsidie werkt geweldig! Kunnen we er niet nog een paar verzinnen? Maar goed ik ben dan ook geen minister en ik hoef de dukaten in de schatkist niet te tellen. Want ik vermoed dat daar de schoen wringt. Inkomstenderving. Jammer.

Ik sluit de dag af met de constatering dat voor het eerst in mijn bestaan de auto de rode draad door mijn dag was. Tevreden over de beslissing die we zelf genomen hebben en verbaasd over het beleid van onze overheid val ik in slaap.

Betonnen woestijn

Betonnen woestijnAls ik aan een woestijn denk dan zie ik veel zand, misschien wat rotsen, maar in ieder geval  weinig planten en ook weinig zichtbare dieren. De officiële definitie laat me weten dat er in een woestijn minder dan 200 mm neerslag per jaar valt en dat er daardoor weinig tot geen fauna te vinden is. Ondanks dat het hier duidelijk meer nattigheid geeft dan de voorgeschreven 200 mm moet ik door een nieuwsbericht van gisteren aan de woestijn denken.

Uit Zweeds onderzoek is gebleken dat we de klimaatverandering kunnen remmen wanneer we meer bomen planten. Planten in het algemeen en bomen in het bijzonder zetten CO2 om in zuurstof middels hun stofwisseling. Met heel veel meer bomen zouden we dus technisch gezien onze netto uitstoot kunnen verminderen of neutraliseren. We moeten dan wel een behoorlijk bos aanleggen. Er zouden volgens dit onderzoek 1 biljoen bomen nodig zijn om de uitstoot met twee derde te doen slinken. Omdat dat een nogal abstract getal is geven onderzoekers in Zürich aan dat het dan om 1 miljard hectare bos gaat.

Als goedgemutste burger zakt me van dit soort getallen de moed in de spreekwoordelijke schoenen. Zelfs wanneer je dit in voetbalvelden uit zou drukken is het een getal dat mijn voorstellingsvermogen in ieder geval te boven gaat. Gelukkig besluit het fragment met de geruststellende woorden dat uit satellietfoto’s is gebleken dat wanneer Rusland, Australië, Amerika en Europa samenwerken dit best een haalbare kaart zou moeten kunnen zijn.

Toch niet helemaal gerust sla ik de pagina om. Niet mijn pakkie an, ik kan hier moeilijk iets aan veranderen. En dat deze grootmachten op dat niveau samen zouden willen werken, lijkt mij niet heel realistisch. 

Nu ik zo in mijn tuin zit en om mij heen kijk zie ik vooral beton. Ook al heb ik mijn borders proppievol geplant met zoveel verschillende bloemen en planten dat ik de tel kwijt ben, ligt er toch nog een hoop bestrating in de tuin die ik liever ruimen wil. 

Ergens in de jaren ’90 of misschien wel ’80 van de vorige eeuw is de onderhoudsvrije tuin in zwang geraakt en creëerde iedereen zijn eigen privé woestijn achter en voor het huis. 

Als kind groeide ik op een grasveldje op. Er kwam modder aan mijn handen en ik plukte kruis- en aalbessen in de tuin. Ik kan me herinneren dat we op een gegeven moment zelfs balen stro achterom hadden liggen waar dan oesterzwammen op groeide die we met veel smaak gegeten hebben. De kippen zorgden voor de eieren en wat er precies met Flappie is gebeurd laat ik in het midden….

Nu zijn de meeste tuinen voorzien van tegels, grind of een combinatie van beiden. Me hier erg van bewust zijnde pak ik gaande weg steeds een tegel weg om deze te verruilen voor beplanting. Jonge boompjes die zo her en der spruiten verplaats ik naar de achterkant van mijn tuin waar ik een minibos in aanleg ben gestart. Ook merk ik dat ik eigenlijk meer werk heb aan het bijhouden van de bestrating dan aan de borders. Mijn plan om dus een onderhoudsvrije tuin te creëren met weinig bestrating treft zo dubbel doel. Hoewel klein, draag ik zo toch mijn plantje bij. Ik verminder het aantal stenen en verhoog mijn eigen genot en de zuurstofuitstoot van dit kleine lapje grond.

Als we nu eens met zijn allen zo af en toe, of met enige regelmaat, wat steen ruimen en wat groen toevoegen aan ons eigen kleine domein. Iedereen heeft wel ergens een klein hoekje waar gewoon de natuur haar gang kan gaan. Misschien dat we dan die wereldmacht kunnen laten zien dat samenwerken helemaal zo moeilijk niet is, terwijl we tegelijkertijd de door onszelf gecreëerde betonnen woestijn omtoveren tot een oase. Ergens moeten we toch dat ene zaadje planten dat kan uitgroeien tot een duurzame wereld.

© 2020 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑