AuteurRosalie Royen

Toekomst

Back to the future hebben we in 2015 al achter ons gelaten en afgelopen jaar was het ‘Blade Runner’ jaar. Of Metropolis werkelijkheid wordt kunnen we pas beoordelen in 2027. Maar we kunnen er echt niet meer omheen. Sinds we qua jaartelling in de duizendtallen geraakt zijn leek alles vanaf 2000 magisch. En nu in 2020 heb ik het gevoel dat dit wel eens zou kunnen gaan kloppen.

Niet dat ik geloof dat er ineens marsmannetjes bij ons op de stoep staan die ons op niet al te vriendelijke wijze laten weten dat ze kost en inwoning eisen. Noch denk ik dat we op dit moment in een Matrixachtige wereld leven waarin alles wat we ervaren slechts enen en nullen in een groot computerprogramma zijn.

Maar 2020 is wel een magisch getal. De laatste keer dat we het zo mooi zagen moet 1919 geweest zijn en de volgende keer is pas bij 2121. Maar er is natuurlijk meer dan dat. Voor mij kwam dat besef ineens toen de mannen in de kerstvakantie oud en nieuw bij ons kwamen vieren.

Mannen? Ja mannen. Want ze worden groot. Ze blijven nu zonder problemen op tot na twaalven, steken vuurwerk af en we doen samen met ons een bijzonder ingewikkeld strategisch spel waarvan Tjores al snel doorheeft dat we niet aan de winnende kant van de tafel zitten. Knap hoor. Stiekem geven ze ons al een kijkje in de keuken van de toekomst. Want zij zijn de toekomst.

Na oudjaar gingen papa en mama weer naar huis en bleven Tjores en Corné nog een paar dagen bij hun oom en tante. Het moet ergens op een onbewaakt ogenblik ergens aan een ontbijt of lunchtafel geweest zijn toen Tjores met een bijzonder inzicht kwam. Hij vertelde mij zijn vroegste herinnering. Op de dag dat hij drie werd ging hij naar de peuterspeelzaal en mocht hij wat lekkers uitdelen. Voor die tijd kon hij zich echt niks bijzonders bedenken dat hem bijgebleven was. Maar nu hij toch eenmaal na aan het denken was kwam hij wel met een opmerkelijke conclusie. Al was hij toen nog maar drie jaar oud, in zijn herinnering heeft hij zichzelf toen niet als klein ervaren. Hij was gewoon Tjores, net zoals vandaag, nu hij toch echt veel groter is. Dat is gek!

Dat is inderdaad heel gek en heel opmerkzaam. Maar als hij zich nu groot voelt, hoe kijkt hij dan daarop terug als hij straks 16 is, of 20?

Corné aan de andere kant denkt meer na over wat grotere zaken. Want ja, hoe zit dat nu met dat heelal. Oom Hugo heeft hem uitgelegd hoe enorm dat heelal is en hoe weinig we maar weten. Dat vindt hij aan de ene kant leuk, maar aan de andere kant ook een beetje spannend. Want wat als er elders in dat hele grote spul ook leven is? En dan bedoelt hij niet van die kleine friemeltjes die onder het licht van de microscoop in een druppel vloeistof bewegen. Nee, echt leven, intelligent, zoals wij zeg maar. Het idee om elkaar tegen te komen baart hem wat zorgen. Op mijn vraag waarom dan? Zegt hij niet te weten wat die andere wezens van ons zouden willen.

Helemaal waar natuurlijk. Maar wat zou je zelf dan willen? Ik ben wel nieuwsgierig. Als het mogelijk zou zijn om kennis te maken met wezens op een andere planeet ben ik niet van plan daar schade aan te richten. Ik zou ze niet willen overmeesteren of onderdrukken. Maar ik zou het wel gaaf vinden om gewoon eens met hun te kunnen praten. Te kijken wat zij weten en te leren van hun kennis en onze kennis uiteraard ook te delen met hun. Maar ik ben een stap te ver. Ik denk aan vijandelijk vs vriendelijk. Maar Corné denkt aan ontmoeten of niet.  Zelf hij denkt dan voornamelijk aan lekker laten waar ze zijn. Niet ontmoeten dus.

Daar moet ik even over nadenken. Dat kan natuurlijk ook, maar waarom zou je dat willen.  Misschien hebben zij een oplossing voor een vervelende ziekte of iets anders ontdekt dat wij nog niet weten. Maar hij blijft bij zijn standpunt. Het hoeft voor hem niet zo, we hebben het toch goed hier.

En weer hoor ik de toekomst gonzen. Niet die toekomst van Blade runner, of A space odyssey. Maar gewoon de toekomst van twee Hollandse jonge mannen, die nadenken over de wereld en kijken met andere ogen dan de mijne. Die zienderogen groeien en inmiddels mij ook iets leren. Trots kijk ik terug op 2019 en met vertrouwen en een goed gemoed naar 2020. Laat die mannen maar schuiven, het wordt een mooi jaar!

Herwilderen

Soms kom je een woord tegen dat je nooit eerder zag en waar je meteen van houdt. En deze week was het zover.

Momenteel lees ik ‘De tuinjungle’ van Dave Goulson. Goulson is bioloog en gespecialiseerd in het wel en wee van bijen. Uiteraard heeft hij zijn tuin daar helemaal op ingericht. Hij laat het gras het gras, zet hommelkasten en insectenhotels klaar en geeft een heus team de gelegenheid om in zijn tuin een studie te doen naar de mot.

Ik hou van insecten en van de boeken van Goulson. Hij beschrijft de problematiek ook in dit boek weer voortreffelijk. Waarom het spuiten met verdelgingsmiddelen de plaagdieren sterker doet worden en het probleem juist laat groeien. Je roeit immers niet alleen de plaaginsecten uit maar ook meteen alle andere, dus ook degenen die juist van die plaag in je tuin willen smullen.

Dus het credo is niet spuiten tegen wat dan ook, de natuur lost het zelf wel op. En dat past helemaal in mijn straatje! Wat je dan moet met je tuin? Eigenlijk helemaal niks. Plant er planten die van nature in jouw omgeving voorkomen. Spuit niet en maai het gras maar een keer per jaar en wel in de hooimaand augustus. Hoe gemakkelijk kan het zijn?

Of je tuin er dan niet verwaarloosd uit gaat zien? Dat is natuurlijk een kwestie van smaak, maar ik denk het niet. Ik doe zelf ook zo weinig mogelijk in de tuin. Nu heb ik nog teveel beton vind ik, maar langzaamaan neem ik daar steeds meer van weg. Mijn doel is achterom een tiny forrest te creëren. Maar nu ik Goulsons omschrijving van zijn natuurlijke weide gelezen heb, spreekt ook dat me aan. Gelukkig hebben we ook een voortuin.

De tuinjungle is een must read voor iedereen met een tuin, of balkon. Van elk stukje buiten kun je een stukje natuur maken. Niet door het te verwaarlozen maar door, zoals Goulson het zo mooi omschrijft, het te herwilderen.

 

Levend licht

Eens in de zoveel tijd kom je een pareltje tegen. Zo een cadeautje uit een onverwachte hoek.  Zo ook afgelopen week. Nietsvermoedend rijden Hugo en ik richting Kerkrade voor een lezing die Cube organiseert.

We gaan wel vaker naar een lezing, maar dan meestal in Maastricht en georganiseerd door Studium Generale. Maar deze keer weet ik Hugo ervan te overtuigen mee te gaan naar een lezing over duurzaam design.

De lezing wordt gegeven op de bovenste verdieping van het Cube designmuseum. Daar aangekomen blijken we wat vroeg. Dat geeft niks want er is koffie, thee en wifi, dus we krijgen de tijd wel om.

Deze avond zullen er drie sprekers zijn. Drie dames, alledrie even bevlogen en met geweldige nieuwe inzichten en creatieve ideeën. Maar bij een van de drie verhalen kreeg ik kippenvel. Living Light van Ermi van Oers. Deze jonge vrouw heeft werkelijk een betoverend product ontwikkeld en voert een hoopvolle koers richting toekomst.

Even lijken we in een sciencefiction film te zijn beland, maar sciencefiction blijkt sciencefact. Ermi heeft ontdekt dat je met de juiste batterij een plant stroom kan laten produceren. Niet door hem te verbranden of om te zetten in biomassa of wat al niet meer. Maar gewoon, door goed voor de plant te zorgen. Door hem voldoende water te geven blijft hij in leven en door hem te strelen beloont hij je met licht.

Hoe werkt dat? Alle het leven op aarde heeft voedingsstoffen nodig en produceert ook reststoffen die dat specifieke organisme niet gebruiken kan. Hoewel wij een hoop rotzooi produceren is er geen enkel ander wezen op deze aarde die dat zo doet. Want het restproduct van de een is de voeding van de ander en zo gaat al het leven en gaan alle stoffen constant rond.

Dat betekent dat ook een plant een restproduct produceert. Aan de ene kant is dat zuurstof en een beetje CO2 dat de plant vrijgeeft via zijn bladeren. Maar wat veel mensen misschien niet weten is dat de plant ook stoffen teruggeeft aan de bodem, via het wortelstelsel. Die stoffen zijn geen afval, maar voeding voor andere organismen. Nu heeft men ontdekt dat juist die stoffen worden ‘gegeten’ door bacteriën in de aarde, die op hun beurt ook weer stoffen teruggeven aan de bodem. En laat het restproduct van die spijsvertering nu bestaan uit elektronen en protonen.

Dat is heel interessant, want onze elektriciteit bestaat uit elektronen. Dus als we die op kunnen vangen en door een stroomdraad kunnen geleiden dan kunnen we die planten als krachtcentrale gebruiken. Weg met de stopcontacten, haal gewoon wat planten in huis!

Zover zijn we nog niet maar de technologie is er. Hoe gaaf is dat! Kippenvel gaaf! Dankjewel Ermi voor je creativiteit en vindingrijkheid. Wat een gaaf en wonderlijk object. Ik kan er nu even geen van je kopen, maar ik kan wel dit woord verspreiden. Ik hoop dat ik over een paar jaar minstens ook een zo een gave plant in mijn woonkamer heb staan!

Mispel

mispel
Het mag geen geheim zijn dat ik mijn tuin probeer in te richten zoals de natuur het zou doen.  Voor het ongetrainde, grijze betontuinen oog, ziet dat er wellicht wat rommelig uit. Maar de vogels, egels, kikkers, padden, salamanders en insecten vinden het heerlijk zo.

Zo laat ik bijvoorbeeld mijn uitgebloeide zonnebloemen staan. Ze zitten boordevol zaad en zijn een schuilplaats voor insecten. Vogels weten dat en bezoeken deze levenloze dorre stengels regelmatig.

Natuurlijk plant ik af en toe iets waarvan ik later denk dat dit niet echt nodig was. Zoals bijvoorbeeld mierikswortel. Dat komt van nature voor langs bijvoorbeeld de oevers van de Maas. Ik vind het een mooie plant en de wortel is erg smakelijk. Dus pootte ik jaren geleden een klein stukje van de wortel. De bladeren woekeren nu weelderig in mijn tuin en elke poging mijn tuin ervan te ontdoen mislukt. Elk minuscuul stukje wortel dat blijft zitten groeit weer vrolijk verder tot een nieuwe plant. Ook dat is de natuur. Ik probeer het wel enigszins in bedwang te houden maar laat het ook een beetje gaan zoals het gaat.

Daarnaast denk ik er al een tijdje over om een tiny forrest achter in mijn tuin aan te leggen. Dit behoeft geen onderhoud op den duur en de dieren kunnen er veilig vertoeven. Het lijkt me een nobel streven om dat stukje aarde dat volgens de belastingdienst van mij is, voor een deel gewoon van de aarde te laten zijn.

Dus plantte ik afgelopen herfst een aantal bomen. Eerst een mispel. Die wordt niet heel groot, het is meer een grote struik dan een boom. Maar ik vind de vruchten leuk en het is iets dat je niet snel meer vindt in een achtertuin, dus die moet er wel in. Daarna plantte ik ook nog een okkernoot en een tamme kastanje.  Die laatste twee hebben al hun blad al verloren en staan nu als twee zielige sprietjes achter in mijn tuin. Maar de mispel is veranderd van een onopvallend groen struikje naar een knalgele blikvanger midden in de tuin.

Wat een verrassing is dat! De gele bladeren vallen niet bij de eerste vorst op de grond. En als de ochtendzon ze beschijnt lijken ze wel van goud! De bladeren bevatten haartjes en voelen als fluweel. Dit gouden fluweel en een zonnige zaterdag nodigen uit tot het maken van een paar mooie foto’s en hopelijk weer een aardig blog!

Thuis

Tuin

tuin, goudsbloem
Ik zit weer aan mijn ,inmiddels vertrouwde, werktafel. Een paar weken geleden heb ik hem een slag gedraaid zodat ik tijdens het schrijven, schilderen of tekenen lekker naar buiten kijken kan.
Buiten op de tuintafel heb ik een vogelvoedertafel gezet en de mezen, roodborstjes, groenlingen, mussen, duiven, kauwen en eksters vliegen af en aan.

Vandaag is een heerlijke dag. De zon schijnt en de hemel is prachtig blauw. De herfstkleuren komen goed tot hun recht en in geniet van het uitzicht op onze achtertuin. Terwijl ik geniet verbaas ik mij ook. Het is inmiddels echt al november en er bloeien nog heel wat planten in onze tuin. Ik zie goudsbloemen en duizendblad, kamille en zelfs hier en daar een klaproos. Afrikaantjes staan er ook nog gezellig bij.

Toegegeven er zijn altijd laatbloeiers, ijzerhart bloeit tot aan het vriespunt. Maar de meeste bloemen zouden nu wel verdwenen moeten zijn. En, geloof het of niet, gister plukte ik zelfs nog een rijpe vijg van onze boom.

Hoe vrolijk het er ook uitziet, het klopt natuurlijk niet helemaal. Dat van die vogels is natuurlijk geen probleem, maar al dat groen zou inmiddels bruin of helemaal verdwenen moeten zijn. De aarde warmt op en daar werken we met z’n allen aan mee. Ik ook. Regelmatig rij ik flinke stukken. Sowieso doe ik veel meer met de auto dan ik vroeger deed. In de achtertuin staat een houtgestookte sauna, die natuurlijk ook een steentje bijdraagt en we koken nog altijd op aardgas. Dat kan uiteraard anders. Misschien moet het ook wel.

Maar er zijn ook zoveel grote zaken waar we weinig invloed op hebben en die veel meer invloed hebben op onze omgeving. Het meeste voedsel dat we consumeren komt van ver tegenwoordig. Medicijnen die ik nodig heb worden in chemische fabrieken vervaardigt en zelfs mijn Macbook is niet schoon. De productie van aluminium is een van de meest vervuilende processen die wij als slimmeriken uitgedokterd hebben.

Maar wat een geluk voor de aarde dat we inmiddels ook zo slim zijn om naar een zusterplaneet uit te kijken. Elon Musk, ja dat is die rare snuiter die die auto de ruimte inschoot, heeft het er maar druk mee. Hij produceert raketten bij de vleet en heeft inmiddels raketten en stuwmotoren ontwikkeld die ook weer netjes terugkomen naar de aarde zodat ze hergebruikt kunnen worden. Verder maakt hij zijn raketten gewoon van staal. Dat is goedkoper dan het dure spul dat Nasa gebruikt en ook nog voorzien moet worden van hitteschilden (dat hoeft bij staal dus niet) én het kan herbruikt worden. Hier of ginder.

Slim van Elon. En ik denk uiteindelijk het beste klimaatprotocol dat we kunnen volgen. Als we Mars gaan bevolken, zoals men voorstelt, krijgt de aarde ruim de tijd om te herstellen van de verkrachting die wij in korte tijd gepleegd hebben. Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon heel spannend. Naar Mars, de planeet leefbaar maken en immigreren met zn allen! En dan nog verder kunnen kijken… naar de manen van Jupiter… en dan… Heel spannend dus. Maar voorlopig blijf ik nog maar even genieten van deze stralende zondag en al het moois in mijn aardse achtertuin.

Notevember

notevemberErgens aan het einde van september valt er een berichtje op mijn digitale deurmat. ‘Inktober, is dat niet iets voor jou?’ Het idee achter deze uitdaging is dat je elke dag in de maand oktober met een inkttekening op de proppen komt. Dat zijn 31 tekeningen in 31 dagen. In inkt, dus geen ge-gum…Lijkt me pittig, maar eigenlijk ook wel leuk. Dus ga ik de uitdaging aan.

We gaan de uitdaging samen aan. Maike, ik en nog heel veel anderen die de pen ter hand nemen en hun tekenkunsten onder de hashtag ‘inktober’ toevertrouwen aan het wereldwijde web. Ik start voorzichtig met een eenvoudig bloemetje uit de tuin, maar al snel word ik gegrepen door het zwarte vloeibare goud en wil ik meer. Ik verdiep me in verschillende technieken en het lukt me wonderwel om elke dag met iets nieuws te voorschijn te komen.

Het samenwerken (wat heeft Maike vandaag gemaakt?) is een vrolijke stok achter de deur en bevalt me prima zo. Het lukt me, met een beetje planning, om zelfs als de jongens hier zijn elke dag wat te produceren. Naarmate de maand vordert krijg ik de slag aardig te pakken en worden mijn inspanningen zelfs beloond met een aantal aankoopverzoeken van mijn inmiddels dagelijkse volgers.

Heel leuk dat inktober, maar zo tegen het einde van de eerste helft, rijst het besef dat het eindig is. Wat kunnen we van november maken? Is er iets dat ons net zo bij de lurven pakken kan als dit ge-pen?

Een paar berichtjes heen en weer en #notevember is geboren. De pen leeft nog even voort. Niet in de tekening, maar wel in 30 korte schrijfsels. Schrijven doe ik graag. Ik probeer er wekelijks iets van te brouwen op deze pagina. Maar de ruimte die ik hier tot mijn beschikking heb is eindeloos en mijn schrijfsels krijgen alle ruimte. Maar wat zal er gebeuren als die ruimte zeer beperkt is? Wat als mijn schrijfsel, mijn notitie, per dag niet meer ruimte mag beslaan als een klein vierkant blokje?

De uitdaging staat! Elke dag 1 schrijfsel. Elke dag uitkijken naar het schrijfsel van de ander. Leuk, grappig, prikkelend of lief. In ieder geval voer voor verwondering en dus voer voor wonderwerpen!

Let the games continue….

 

 

De meeste mensen deugen

De meeste mensen deugenHet is alweer een paar weken geleden dat ik in Leiden was. Het komt voor dat ik daar dan ook even een boodschap doe. Deze keer bleven mijn ogen steken bij een boek met de opvallende titel ‘De meeste mensen deugen’. Een hoopvolle titel in een tijd waarin, als we het nieuws en andere opinie onzin geloven, toch het meeste niet deugende is.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik kocht zonder al te lang na te denken dit boek. Een flinke pil, dat wel, maar ik besloot dat ik hier best de tijd voor vinden kon. Als lezende kom ik erachter dat het boek wel dik is maar dat je er zo doorheen zoeft. Het vrij grote lettertype en de vele lege bladzijden maken het boek vooral zo dik. Dat verbaasd me een beetje want de schrijver, Rutger Bregman, lijkt me nu juist iemand met oog voor zijn omgeving. De loze ruimte neemt naar mijn mening meer grondstoffen in dan nodig en dat is dan toch niet goed voor de wereld om ons heen. Maar uitgaande van het goede in de mens zal hij daar wel een degelijke overweging in gemaakt hebben.

De vormgeving zegt natuurlijk niets over de inhoud en daar gaat het per slot van rekening om. Ik vind het een aangenaam boek om te lezen. Het is duidelijk en ik denk voor een groot publiek geschikt gemaakt op die manier. Ik denk eerlijk gezegd ook dat Bregman gelijk heeft. De meeste mensen deugen. Willen we niet gewoon allemaal hetzelfde? Iedereen wil graag gezond zijn, geen geld of andere zorgen hebben en een leuk leven leiden. Het maakt niet uit waar we vandaan komen, in welke tijd we leven of wat we wel of niet geloven.

De boodschap van het boek is dan ook vrij snel duidelijk. Vertrouw elkaar. Dat betekent niet dat je naïef moet zijn, of klakkeloos alles maar aan moet nemen. Maar wel dat je probeert iedereen als een afzonderlijk individu te zien, zonder de vooroordelen die wellicht horen bij zijn of haar uiterlijk daarop te projecteren. Echt luisteren naar wat de ander te zeggen heeft en ervan uitgaan dat die ander ook echt luistert naar jou.

Dat kan lastig zijn, zeker wanneer bepaalde zaken in het nieuws breed uitgelicht worden. Maar bedenk dat juist dat nieuws de uitzondering is, niet de regel. Dat boer Tinus elke ochtend kwiek en monter voor en krieken van de dageraad zijn bed uitspringt om de koeien te gaan melken komt niet in het nieuws. Dat hij gefrustreerd door nieuwe wet en regelgeving een keer boos met zijn trekker naar Den Haag rijdt om daar samen met zijn collega’s het verkeer lam te leggen om een punt te maken, wel. Zou hij dat elke dag doen dan was het namelijk niet vermeldenswaardig.

Bregman neemt ons in zijn boek mee op een reis door de tijd en laat ons zien waar onze misverstanden meestal vandaan komen en waarom in principe de meeste mensen deugen. Dat hij daar 500 pagina’s voor nodig heeft vind ik zelf wat overdreven. Er worden wel wat open deuren ingetrapt en zo tegen het einde vind ik het wel genoeg geweest. Maar toch raad ik iedereen aan om er in ieder geval aan te beginnen omdat ik vind dat de boodschap die hij brengen wil de juiste is. Laten we elkaar toch gewoon met vertrouwen tegenmoet treden. De wereld wordt er mooier van!

Dertien

Dertien

Terwijl ik, zoals inmiddels gebruikelijk, weer aan de slag met ben het vullen van een doos vol cadeaus moet ik denken aan toen. Toen ik je leerde kennen was je ongeveer 2. Stil en vol verwondering keek je de wereld in. Je sprak niet met woorden maar je blik zei al genoeg. In jouw huisde een intelligent wezentje dat zijn weg naar buiten nog niet helemaal gevonden had.

Nu zoveel jaren later, bereid ik het cadeau voor je dertiende verjaardag voor. Je bent een echte tiener geworden, die pubert, de basisschool achter zich gelaten heeft, vol grapjes zit en nieuwsgierig is naar de wereld om zich heen. Je bent vrolijk, praat me de oren van het hoofd en zingt het liefste de hele dag.

Je hebt heel erg je best gedaan en je hebt enorm veel geleerd. Tafel dekken, je eigen brood smeren en gretig wachten op de taxi om weer naar school te mogen. Reikhalzend keek je afgelopen zomervakantie uit naar de dag dat je weer naar school mocht. Naar de middelbare school, waar je nog veel meer leren gaat. Verzorging, techniek en allerlei andere praktische zaken.

En nu je al zo groot bent besef ik mij dat wij met zijn allen ook zoveel van jou geleerd hebben. Dat we anders naar de wereld hebben mogen leren kijken, een beetje door jouw ogen en een beetje door de onze. Ik ken de namen van alle honden in onze buurt en zeg mensen gedag die ik eerst helemaal niet kende. Nu ik let op straatnamen, speeltuinen en bankjes in de buurt. Ik vind het supergaaf als je er bent, dan maken we grappen en stoere plannen.

Lieve Pierre, wat wordt je groot. Dank je wel voor al je wijze lessen en dat ik je tante mag zijn! We gaan nog heel veel avonturen beleven met jou en je lieve broers. Maar dertien, dat wordt je maar een keer, dus over een paar dagen steken we de kaarsjes aan en eten we een flink stuk taart en zingen we uit volle borst!

Oppassen

Zeemeeuwen

Het is al weer een paar dagen geleden dat ik me opnieuw klaarmaak voor een rondje westen. Donderdag en vrijdag oppassen op de jongens en zaterdag gezellig naar het museum. Voor mij ook een nieuwe ervaring omdat ik eindelijk toch besloten heb een inklapbare scootmobiel aan te schaffen die dit soort uitstapjes weer mogelijk maakt voor mij. Met de groene kaart op zak en in mijn kofferbak een paar opgevouwen extra benen rij ik goedgemutst die voor mij zo bekende weg.

Het is heerlijk weer en ik ben vastbesloten ook de zee een dezer dagen nog even op te zoeken. Donderdag haal ik vlak na aankomst de jongens van hun nieuwe school. Gelukkig zit er navigatie op mijn nieuwe klokje zodat ik met de fiets zonder zoekwerk de school weet te vinden. Eerst zie ik Tjores naar buiten stuiven en even later vind ik ook Corné. Samen fietsen we gezellig naar huis, waar we sap en koek nemen en als gewoonlijk aan een spelletje beginnen. Pierre voegt zich wat later ook bij ons.

Het is een gezellige middag en een fijne avond. Op vrijdag is iedereen de deur uit. De jongens naar school en hun lieve ouders naar hun werk. Het weer is hemels en ik hoef dan ook niet lang te denken over wat ik met mijn tijd zal doen. Eenmaal aan zee gekomen blijk ik niet de enige te zijn. Behalve wat mensen die van hun vrije vrijdag genieten en wat honden zijn er opvallend veel vogels op het strand. Jonge meeuwen die hun vleugels uitslaan en hun bruine verenkleed langzaamaan verruilen voor dezelfde wit-grijs-zwarte jas die hun ouders dragen. Kraaien die op het natte zand van laagtij zoeken naar een gemakkelijk maaltje en drieteenstrandlopers die als altijd nerveus op en neer lopen langs de vloedlijn. Die kleine snelle vogeltjes zijn altijd lastig te vangen met mijn camera. Ik probeer het toch nog maar eens, maar plots valt mijn oog op een stel meeuwen. Een volwassen exemplaar houdt, zo lijkt het, een oogje in het zeil zodat het puberexemplaar zonder al te veel zorgen zijn foerageerskills kan trainen in een van de vele strandmeertjes die het laagtij heeft achtergelaten.

Ik denk aan het boek dat ik aan het lezen ben over dierengedrag en hoe dat flinke overlap vertoont met onze eigen gedragingen. Hoe ook wij deel uitmaken van datzelfde dierenrijk, ook als we dat soms een beetje vergeten. Ik herken het gedrag van de volwassen meeuw, die van een afstandje kijkt om ervoor te zorgen dat er niet iets dramatisch mis gaat, maar ook niet meteen in wil grijpen bij elk foutje dat de jongeling maakt. En ik herken de ontdekkingstocht die de jongeling onbezorgd maakt terwijl hij weet dat hij vertrouwen kan op de volwassene. Ik maak er een paar foto’s van en wanneer de jongeling besluit het verder op te zoeken en zijn vleugels uit slaat om het sop te verruilen voor het hemelsblauw, bedenk ik me dat ook de jongens langzaamaan hun vleugels uitslaan. Hun kinderkleed verruilend voor dat van een puber, naar de grote school gaan en huiswerk maken. Grotere vragen stellen en anders leren denken. Dat ik heel trots en dankbaar ben dat ik daar, zo af en toe, een klein beetje deel van uit mag maken. Morgen gaan we samen naar het museum, maar nu geniet ik nog even van mijn zee…

 

© 2020 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑