AuteurRosalie Royen

Eindelluk!

De laatste keer dat ik voor WonderWerpen achter mijn toetsenbord kroop ligt mijlenver achter mij. Hugo en ik kwamen net terug van Tenerife en dat had ons beiden goed gedaan. Er was een hoop gebeurd, maar niemand kon voorzien welke hoop er nog te gebeuren stond!

Allereerst natuurlijk Corona. Wie had ooit kunnen bedenken dat we deze gekkigheid in onze tijd nog zouden moeten meemaken? Dat is iets uit een enge film of een spannend boek. De tijd van de Pest en de Pokken ligt toch al lang achter ons? Ons westerse systeem is hier toch tegen bestand, dachten we.

Ik kan me nog goed herinneren dat de jongens hier op de bank samen met Hugo het nieuws zaten te kijken. Corona bevond zich toen nog veilig op afstand, gewoon in China, waar eerdere Sars achtigen zich ook tot beperkt hadden. Tjores vroeg bezorgd of dat hier nu ook gebeuren ging. Welnee, wuifde ik zelfverzekerd terug, zoiets komt hier niet. Dat waait wel weer over. Nou overwaaien deed het. Het bleef alleen niet bij waaien, het landde ook. 

Precies smack bang in the middle van dat alles werd bij mijn schoonvader dementie geconstateerd. We wisten natuurlijk al een poosje dat het niet lekker ging met hem, maar eer je tot een diagnose (en dus hulp) komt ben je wel wat maanden verder. 

Het lastige was dat nu alles op anderhalve meter gemondkapt en al moest gebeuren. Mijn schoonvader woont alleen en het bleek al snel niet te doen al die regels aan te houden. Hij had soms gewoon letterlijk een handje hulp nodig of een arm om hem heen. Dat gaat nu eenmaal niet op anderhalve meter. 

Ineens ging alles zo snel. Boodschappen lukte niet meer, het zelf verzorgen werd steeds moeilijker, dagbesteding, maaltijdservice. Het buitelde over elkaar heen, we werkten ons een slag in de rondte, maar we hielden de pas niet bij. Ondanks de geweldige hulp en steun die we mochten ervaren van een zeer bevlogen en lieve case manager, die het ook als zand door haar vingers zag glippen. We moesten op een gegeven moment gewoon onder ogen zien dat het zo niet langer ging. Dat betekende dat mijn schoonvader moest verhuizen naar een plek waar ze wel goed voor hem kunnen zorgen, op elk moment van de dag dat hij dat nodig mocht hebben.

Maar dat betekende voor ons ook een huis leegruimen, alle persoonlijke spullen meenemen naar zijn nieuwe thuis kan simpelweg niet. Maar alles zomaar wegdoen is ook geen optie. Het huis waar hij tot nu toe woonde tot in einde der dagen aanhouden gaat ook niet. Het was een flinke klus die we met wat hulp toch geklaard hebben. Mijn schoonvader woont inmiddels enkele weken op een fijne nieuwe plek, waar hij de zorg krijgt die hij nodig heeft en waar hij gewoon zichzelf kan zijn.

Maar er gebeurde natuurlijk nog meer. Want dat nu ineens het hele land chronisch ziek lijkt te zijn betekent natuurlijk niet dat je hele leven op pauze moet. Die pauze stand weiger ik te aanvaarden, de Corona regels uiteraard wel voor alle duidelijkheid. Maar de wereld en het leven is te mooi om zomaar een beetje links te laten liggen. Dus zoek je naar dingen die wel gewoon kunnen. Tuinieren, lezen en natuurlijk tekenen, schilderen, kunsten!

Want het kunstbloed kruipt waar het niet dacht ooit nog eens te kunnen gaan. Wat een toevallige ontmoeting drie jaar geleden allemaal teweeg gebracht heeft. Een vriendschap uit duizenden… nee wacht, twee vriendschappen! Want nadat ik mijn WonderWerp maatje Paul al snel gewoon als mijn grote broer ben gaan beschouwen, lijkt het erop dat ik er, na bijna 40 jaar als enig kind op deze aardbol geleefd te hebben, nu ook zomaar ineens een zussie bij heb. Een kunstZussie.

Wat vorig jaar oktober startte als een manier om onze creatieve vastgeroeste schroeven weer een beetje los te weken, blijkt nu een trein die niet meer te stoppen is. Inktober gaf het startschot van iets dat ik sinds mijn Kunstacademietijd niet meer heb mogen ervaren. Een soort creatieve waterval die alles in zich heeft om nog heel lang te blijven stromen. In alle drukte van Corona en mijn zieke schoonvader, de jongens, de verhuizing en alles wat ik voor het gemak maar even vergeet bleek dat creatieve moment mijn rustpunt. Een vaste waarde waar ik al dat ik kwijt moest in kon stoppen. 

Elke week WonderWerpen lukte me even niet meer. Tekenen ging me gemakkelijker af dan typen en mijn toetsenbord viel op dat punt een beetje stil. Een week werden er een paar, een paar een maand en dat werden er ook weer een paar. Het schuurde en knaagde wel een beetje. Dit is ook zo een ontzettend gaaf project. Schrijven, iets dat ik eigenlijk ook al vanaf kind af en aan doe, viel ineens weer even stil. Hoe graag ik het ook wilde, de puf ontbrak er gewoon even voor.

Maar wat ik in letters niet waar kon maken, maakte ik samen met Maike rijkelijk goed in tekeningen en ander creatief gedoe. Van het een kwam het ander en voor je het weet ben je dan ineens een kunstenaar. Zelfs een kunstenaarsduo met een naam: kunstZussies, een Instagramaccount en zelfs een boekje. We steunen hier en daar een goed doel, groeien tot onze eigen verbazing ondertussen gewoon door en hebben er vooral echt heel veel plezier in.

Nu, al die maanden en gebeurtenissen later, kan ik zeggen dat ik schrijver en kunstenaar ben, dat ik een grote broer en een zussie heb en dat ik eindelijk weer de ruimte gevonden heb om zowel het kunsten als het schrijven een echte plek te geven in mijn bestaan.

Pauze



Ik kan me zo voorstellen dat jullie denken wat is er met WonderWerpen aan de hand?Wordt er hier niet meer gewonderd? Is er iets gebeurd, toetsenbord kapot of is de Apple nu toch eindelijk van de boom gevallen?

Niets is minder waar. Het wonderen stopt niet,  sterker nog het gaat steeds verder. Afgelopen week ben ik met Hugo samen voor het eerst in jaren op vakantie gegaan. Een paar weken geleden begon het te broeden. Wat als we weer eens ergens heen gaan? En dan niet voor een uurtje of een middag, of apart. Maar samen, naar de zon. Niet te ver,  maar wel lekker vliegen voor het gemak.

Mijn eigen mobiliteit is onder andere een tijdje de reden geweest dat we dat niet zo aan durfden. Hugo’s gezondheid staat het niet toe voor mij te ‘zorgen’ en daarnaast wil ik graag zelfstandig zijn.

De WMO in de gemeente waarin ik woon bied hierin geen soelaas voor mij. De in eerste instantie verschafte rolstoel bleek niet bruikbaar voor mij. Veel te zwaar en veel te log. Binnen, in een museum bijvoorbeeld, ging dat nog wel. Maar buiten was het niet te doen. Het voelde voor mij alsof ik een traktor probeerde voort te duwen.

Op mijn vraag aan de gemeente voor een alternatief werd negatief gereageerd. Daardoor laat ik mij natuurlijk niet uit het veld slaan en ik ben op zoek gegaan naar een, voor mij geschikte oplossing. Maatwerk noemen ze dat…

Uiteindelijk kwam ik een klein elektrisch scootertje tegen van het merk Atto. ‘Movinglife’ leek mij op het lijf geschreven. Degelijk apparaat, gemakkelijk inklapbaar, niet te zwaar, goede actieradius en als klap op de vuurpijl…. hij mag in het vliegtuig.

En hoewel de discussie met de gemeente hierover nog niet ten einde is hebben wij toch besloten ons levensgeluk niet te laten afhangen van deze bureaucratie. Na een proefritje en wat financieel geschraap staan we dan vrijdagochtend vroeg eindelijk weer eens met tickets en scootmobiel op het vliegveld te wachten op ons ritje naar de zon.

Tenerife is de bestemming. Vulkanisch, allebei nog nooit geweest, een lekker temperatuurtje en een mooi hotel. Wat wil een mens nog meer? Een klein huurautootje en wat goed gemoed en de reis kan van start.

Na een heerlijke rustige vlucht met tussenstop in Las Palmas, landen we na 4,5 uur op Tenerife. De zon schijnt, er staat een zwoel windje en op weg naar het hotel verwonder ik mij al over het prachtige landschap. Palmbomen, cactussen en vetplanten zo ver je kijken kunt. En steen, heel veel steen.

Het hotel is geweldig. Vriendelijke mensen, heerlijke zwembaden en een hele mooie kamer. Elke dag maken we een tripje ergens in de ochtend of vroege middag, om daarna lekker aan het zwembad te vertoeven. En ’s avonds een rondje door het dorp als afzakkertje.

We hebben prachtige dingen gezien. Natuurlijk El Teide, de vulkaan die het eiland vormt. De eerste dag rijden we omhoog, langs de zuidkant. Wat een prachtige route is en waar voldoende plekken zijn gecreëerd om te stoppen en even rustig rond te kijken. Vroeger zou dat een plek zijn geweest waar we de auto achter lieten om vervolgens een lekkere wandeling te maken. Maar nu nemen we genoegen met het rustig zitten langs de wegkant kijkend naar alle mooie dingen om ons heen.

Omdat ik in het hotel mijn scooter gebruik, hou ik mijn ‘stappen’ over om hier en daar wat rond te scharrelen op plekken die niet geschikt zijn voor welke scooter of rolstoel dan ook.

Zo geraken we ergens halverwege de week verzeild op een echt hippie strandje in een kleine baai tussen ergens en nergens. Mensen staan rondom de baai gewoon te kamperen met hun tentje of camper en er heerst een hele gemoedelijke sfeer.  Hugo heeft wat in zee gezwommen en ik heb voornamelijk foto’s gemaakt en wat rond gekeken.

Na de zuidkant van El Teide gezien te hebben zijn we ook nieuwsgierig geworden naar die andere helft. En dus besluiten we de de snelweg naar het noorden te nemen om dan te proberen of we de bergpas van noord naar zuid kunnen nemen. Tussendoor stoppen we nog even bij het vliegveld aan de noordkant waar in de jaren zeventig een KLM vliegtuig in dichte mist en door een communicatiefout op een PANAM toestel klapte. De grootste luchtvaartblunder aller tijden.

Daar waar de zuidkant een woestijnlandschap vertoonde zijn we verrast door het groene noorden. Een flink naaldbomen bos ontvouwt zich voor ons en als we de boomgrens aan de bovenkant naderen wisselen verschillende fascinerende lavavelden elkaar af. Steenformaties met vormen en kleuren van een buitenaardse schoonheid.

Aan de top gekomen worden we daarnaast ook nog verrast door een enorme sterrenwacht. We rijden ernaar toe, maar helaas is deze alleen op afspraak te bezoeken. Het levert wel wat mooie plaatjes op en pauzeren er even om vervolgens het laatste stukje pas aan de noordkant te verruilen voor de afdaling aan de zuidkant. Toegegeven, dat was een lange trip en we ploffen beiden moe, maar heel voldaan aan het einde van de dag lekker aan het zwembad.

Daar komt mijn nieuwe wonderen tot leven. Sinds kort teken ik weer. Ik doe dat met zoveel plezier dat ik het niet kon laten om een kleine schetsblok en wat teken en schilder spul in mijn rugzak te proppen. Dan maar een shirtje minder… ‘die was ik daar wel’, heb ik in het koude Nederland gedacht. En dat heb ik heel goed gedacht. Want die week teken ik niet alleen aan het zwembad, maar ook onderweg. Aan een afgelegen kiezel strandje dat we weten te bereiken bijvoorbeeld. Zittend in de schaduw van een enorme brok lava.

We hebben een heerlijke vakantie samen en soms ook een beetje apart. De scooter gebruik ik vooral in het hotel, omdat dit zo groot is dat het lopen mij daar lastig afgaat en op onze wandelingen door het dorp. Dat zijn best pittige wandelingen. Flink omhoog of omlaag. Op- en afstapjes of scheve stoepen nemend verbaas en verwonder ik mij over die kleine krachtpatser die mij overal brengt. Zelfs wanneer het flink omhoog gaat en de ondergrond nogal glad blijkt laat hij ons niet in de steek.

Tenerife is een geweldig eiland. Prachtige landschappen, bergdorpjes die uit een sprookje lijken te komen en verlaten plekken van onbeschrijfelijke schoonheid. Tien jaar na onze huwelijksreis doen we deze voor ons gevoel hier nog eens dunnetjes over. Op een vulkaan, zoals de plek waar we elkaar ontmoette (IJsland), met een lekker zonnetje, zoals onze eerste huwelijksreis (Kreta), en met genoeg mobiliteit en zelfstandigheid om echt te kunnen zeggen dat we weer hebben genoten met volle teugen!

Toekomst

Back to the future hebben we in 2015 al achter ons gelaten en afgelopen jaar was het ‘Blade Runner’ jaar. Of Metropolis werkelijkheid wordt kunnen we pas beoordelen in 2027. Maar we kunnen er echt niet meer omheen. Sinds we qua jaartelling in de duizendtallen geraakt zijn leek alles vanaf 2000 magisch. En nu in 2020 heb ik het gevoel dat dit wel eens zou kunnen gaan kloppen.

Niet dat ik geloof dat er ineens marsmannetjes bij ons op de stoep staan die ons op niet al te vriendelijke wijze laten weten dat ze kost en inwoning eisen. Noch denk ik dat we op dit moment in een Matrixachtige wereld leven waarin alles wat we ervaren slechts enen en nullen in een groot computerprogramma zijn.

Maar 2020 is wel een magisch getal. De laatste keer dat we het zo mooi zagen moet 1919 geweest zijn en de volgende keer is pas bij 2121. Maar er is natuurlijk meer dan dat. Voor mij kwam dat besef ineens toen de mannen in de kerstvakantie oud en nieuw bij ons kwamen vieren.

Mannen? Ja mannen. Want ze worden groot. Ze blijven nu zonder problemen op tot na twaalven, steken vuurwerk af en we doen samen met ons een bijzonder ingewikkeld strategisch spel waarvan Tjores al snel doorheeft dat we niet aan de winnende kant van de tafel zitten. Knap hoor. Stiekem geven ze ons al een kijkje in de keuken van de toekomst. Want zij zijn de toekomst.

Na oudjaar gingen papa en mama weer naar huis en bleven Tjores en Corné nog een paar dagen bij hun oom en tante. Het moet ergens op een onbewaakt ogenblik ergens aan een ontbijt of lunchtafel geweest zijn toen Tjores met een bijzonder inzicht kwam. Hij vertelde mij zijn vroegste herinnering. Op de dag dat hij drie werd ging hij naar de peuterspeelzaal en mocht hij wat lekkers uitdelen. Voor die tijd kon hij zich echt niks bijzonders bedenken dat hem bijgebleven was. Maar nu hij toch eenmaal na aan het denken was kwam hij wel met een opmerkelijke conclusie. Al was hij toen nog maar drie jaar oud, in zijn herinnering heeft hij zichzelf toen niet als klein ervaren. Hij was gewoon Tjores, net zoals vandaag, nu hij toch echt veel groter is. Dat is gek!

Dat is inderdaad heel gek en heel opmerkzaam. Maar als hij zich nu groot voelt, hoe kijkt hij dan daarop terug als hij straks 16 is, of 20?

Corné aan de andere kant denkt meer na over wat grotere zaken. Want ja, hoe zit dat nu met dat heelal. Oom Hugo heeft hem uitgelegd hoe enorm dat heelal is en hoe weinig we maar weten. Dat vindt hij aan de ene kant leuk, maar aan de andere kant ook een beetje spannend. Want wat als er elders in dat hele grote spul ook leven is? En dan bedoelt hij niet van die kleine friemeltjes die onder het licht van de microscoop in een druppel vloeistof bewegen. Nee, echt leven, intelligent, zoals wij zeg maar. Het idee om elkaar tegen te komen baart hem wat zorgen. Op mijn vraag waarom dan? Zegt hij niet te weten wat die andere wezens van ons zouden willen.

Helemaal waar natuurlijk. Maar wat zou je zelf dan willen? Ik ben wel nieuwsgierig. Als het mogelijk zou zijn om kennis te maken met wezens op een andere planeet ben ik niet van plan daar schade aan te richten. Ik zou ze niet willen overmeesteren of onderdrukken. Maar ik zou het wel gaaf vinden om gewoon eens met hun te kunnen praten. Te kijken wat zij weten en te leren van hun kennis en onze kennis uiteraard ook te delen met hun. Maar ik ben een stap te ver. Ik denk aan vijandelijk vs vriendelijk. Maar Corné denkt aan ontmoeten of niet.  Zelf hij denkt dan voornamelijk aan lekker laten waar ze zijn. Niet ontmoeten dus.

Daar moet ik even over nadenken. Dat kan natuurlijk ook, maar waarom zou je dat willen.  Misschien hebben zij een oplossing voor een vervelende ziekte of iets anders ontdekt dat wij nog niet weten. Maar hij blijft bij zijn standpunt. Het hoeft voor hem niet zo, we hebben het toch goed hier.

En weer hoor ik de toekomst gonzen. Niet die toekomst van Blade runner, of A space odyssey. Maar gewoon de toekomst van twee Hollandse jonge mannen, die nadenken over de wereld en kijken met andere ogen dan de mijne. Die zienderogen groeien en inmiddels mij ook iets leren. Trots kijk ik terug op 2019 en met vertrouwen en een goed gemoed naar 2020. Laat die mannen maar schuiven, het wordt een mooi jaar!

Herwilderen

Soms kom je een woord tegen dat je nooit eerder zag en waar je meteen van houdt. En deze week was het zover.

Momenteel lees ik ‘De tuinjungle’ van Dave Goulson. Goulson is bioloog en gespecialiseerd in het wel en wee van bijen. Uiteraard heeft hij zijn tuin daar helemaal op ingericht. Hij laat het gras het gras, zet hommelkasten en insectenhotels klaar en geeft een heus team de gelegenheid om in zijn tuin een studie te doen naar de mot.

Ik hou van insecten en van de boeken van Goulson. Hij beschrijft de problematiek ook in dit boek weer voortreffelijk. Waarom het spuiten met verdelgingsmiddelen de plaagdieren sterker doet worden en het probleem juist laat groeien. Je roeit immers niet alleen de plaaginsecten uit maar ook meteen alle andere, dus ook degenen die juist van die plaag in je tuin willen smullen.

Dus het credo is niet spuiten tegen wat dan ook, de natuur lost het zelf wel op. En dat past helemaal in mijn straatje! Wat je dan moet met je tuin? Eigenlijk helemaal niks. Plant er planten die van nature in jouw omgeving voorkomen. Spuit niet en maai het gras maar een keer per jaar en wel in de hooimaand augustus. Hoe gemakkelijk kan het zijn?

Of je tuin er dan niet verwaarloosd uit gaat zien? Dat is natuurlijk een kwestie van smaak, maar ik denk het niet. Ik doe zelf ook zo weinig mogelijk in de tuin. Nu heb ik nog teveel beton vind ik, maar langzaamaan neem ik daar steeds meer van weg. Mijn doel is achterom een tiny forrest te creëren. Maar nu ik Goulsons omschrijving van zijn natuurlijke weide gelezen heb, spreekt ook dat me aan. Gelukkig hebben we ook een voortuin.

De tuinjungle is een must read voor iedereen met een tuin, of balkon. Van elk stukje buiten kun je een stukje natuur maken. Niet door het te verwaarlozen maar door, zoals Goulson het zo mooi omschrijft, het te herwilderen.

 

Levend licht

Eens in de zoveel tijd kom je een pareltje tegen. Zo een cadeautje uit een onverwachte hoek.  Zo ook afgelopen week. Nietsvermoedend rijden Hugo en ik richting Kerkrade voor een lezing die Cube organiseert.

We gaan wel vaker naar een lezing, maar dan meestal in Maastricht en georganiseerd door Studium Generale. Maar deze keer weet ik Hugo ervan te overtuigen mee te gaan naar een lezing over duurzaam design.

De lezing wordt gegeven op de bovenste verdieping van het Cube designmuseum. Daar aangekomen blijken we wat vroeg. Dat geeft niks want er is koffie, thee en wifi, dus we krijgen de tijd wel om.

Deze avond zullen er drie sprekers zijn. Drie dames, alledrie even bevlogen en met geweldige nieuwe inzichten en creatieve ideeën. Maar bij een van de drie verhalen kreeg ik kippenvel. Living Light van Ermi van Oers. Deze jonge vrouw heeft werkelijk een betoverend product ontwikkeld en voert een hoopvolle koers richting toekomst.

Even lijken we in een sciencefiction film te zijn beland, maar sciencefiction blijkt sciencefact. Ermi heeft ontdekt dat je met de juiste batterij een plant stroom kan laten produceren. Niet door hem te verbranden of om te zetten in biomassa of wat al niet meer. Maar gewoon, door goed voor de plant te zorgen. Door hem voldoende water te geven blijft hij in leven en door hem te strelen beloont hij je met licht.

Hoe werkt dat? Alle het leven op aarde heeft voedingsstoffen nodig en produceert ook reststoffen die dat specifieke organisme niet gebruiken kan. Hoewel wij een hoop rotzooi produceren is er geen enkel ander wezen op deze aarde die dat zo doet. Want het restproduct van de een is de voeding van de ander en zo gaat al het leven en gaan alle stoffen constant rond.

Dat betekent dat ook een plant een restproduct produceert. Aan de ene kant is dat zuurstof en een beetje CO2 dat de plant vrijgeeft via zijn bladeren. Maar wat veel mensen misschien niet weten is dat de plant ook stoffen teruggeeft aan de bodem, via het wortelstelsel. Die stoffen zijn geen afval, maar voeding voor andere organismen. Nu heeft men ontdekt dat juist die stoffen worden ‘gegeten’ door bacteriën in de aarde, die op hun beurt ook weer stoffen teruggeven aan de bodem. En laat het restproduct van die spijsvertering nu bestaan uit elektronen en protonen.

Dat is heel interessant, want onze elektriciteit bestaat uit elektronen. Dus als we die op kunnen vangen en door een stroomdraad kunnen geleiden dan kunnen we die planten als krachtcentrale gebruiken. Weg met de stopcontacten, haal gewoon wat planten in huis!

Zover zijn we nog niet maar de technologie is er. Hoe gaaf is dat! Kippenvel gaaf! Dankjewel Ermi voor je creativiteit en vindingrijkheid. Wat een gaaf en wonderlijk object. Ik kan er nu even geen van je kopen, maar ik kan wel dit woord verspreiden. Ik hoop dat ik over een paar jaar minstens ook een zo een gave plant in mijn woonkamer heb staan!

Mispel

mispel
Het mag geen geheim zijn dat ik mijn tuin probeer in te richten zoals de natuur het zou doen.  Voor het ongetrainde, grijze betontuinen oog, ziet dat er wellicht wat rommelig uit. Maar de vogels, egels, kikkers, padden, salamanders en insecten vinden het heerlijk zo.

Zo laat ik bijvoorbeeld mijn uitgebloeide zonnebloemen staan. Ze zitten boordevol zaad en zijn een schuilplaats voor insecten. Vogels weten dat en bezoeken deze levenloze dorre stengels regelmatig.

Natuurlijk plant ik af en toe iets waarvan ik later denk dat dit niet echt nodig was. Zoals bijvoorbeeld mierikswortel. Dat komt van nature voor langs bijvoorbeeld de oevers van de Maas. Ik vind het een mooie plant en de wortel is erg smakelijk. Dus pootte ik jaren geleden een klein stukje van de wortel. De bladeren woekeren nu weelderig in mijn tuin en elke poging mijn tuin ervan te ontdoen mislukt. Elk minuscuul stukje wortel dat blijft zitten groeit weer vrolijk verder tot een nieuwe plant. Ook dat is de natuur. Ik probeer het wel enigszins in bedwang te houden maar laat het ook een beetje gaan zoals het gaat.

Daarnaast denk ik er al een tijdje over om een tiny forrest achter in mijn tuin aan te leggen. Dit behoeft geen onderhoud op den duur en de dieren kunnen er veilig vertoeven. Het lijkt me een nobel streven om dat stukje aarde dat volgens de belastingdienst van mij is, voor een deel gewoon van de aarde te laten zijn.

Dus plantte ik afgelopen herfst een aantal bomen. Eerst een mispel. Die wordt niet heel groot, het is meer een grote struik dan een boom. Maar ik vind de vruchten leuk en het is iets dat je niet snel meer vindt in een achtertuin, dus die moet er wel in. Daarna plantte ik ook nog een okkernoot en een tamme kastanje.  Die laatste twee hebben al hun blad al verloren en staan nu als twee zielige sprietjes achter in mijn tuin. Maar de mispel is veranderd van een onopvallend groen struikje naar een knalgele blikvanger midden in de tuin.

Wat een verrassing is dat! De gele bladeren vallen niet bij de eerste vorst op de grond. En als de ochtendzon ze beschijnt lijken ze wel van goud! De bladeren bevatten haartjes en voelen als fluweel. Dit gouden fluweel en een zonnige zaterdag nodigen uit tot het maken van een paar mooie foto’s en hopelijk weer een aardig blog!

Thuis

Tuin

tuin, goudsbloem
Ik zit weer aan mijn ,inmiddels vertrouwde, werktafel. Een paar weken geleden heb ik hem een slag gedraaid zodat ik tijdens het schrijven, schilderen of tekenen lekker naar buiten kijken kan.
Buiten op de tuintafel heb ik een vogelvoedertafel gezet en de mezen, roodborstjes, groenlingen, mussen, duiven, kauwen en eksters vliegen af en aan.

Vandaag is een heerlijke dag. De zon schijnt en de hemel is prachtig blauw. De herfstkleuren komen goed tot hun recht en in geniet van het uitzicht op onze achtertuin. Terwijl ik geniet verbaas ik mij ook. Het is inmiddels echt al november en er bloeien nog heel wat planten in onze tuin. Ik zie goudsbloemen en duizendblad, kamille en zelfs hier en daar een klaproos. Afrikaantjes staan er ook nog gezellig bij.

Toegegeven er zijn altijd laatbloeiers, ijzerhart bloeit tot aan het vriespunt. Maar de meeste bloemen zouden nu wel verdwenen moeten zijn. En, geloof het of niet, gister plukte ik zelfs nog een rijpe vijg van onze boom.

Hoe vrolijk het er ook uitziet, het klopt natuurlijk niet helemaal. Dat van die vogels is natuurlijk geen probleem, maar al dat groen zou inmiddels bruin of helemaal verdwenen moeten zijn. De aarde warmt op en daar werken we met z’n allen aan mee. Ik ook. Regelmatig rij ik flinke stukken. Sowieso doe ik veel meer met de auto dan ik vroeger deed. In de achtertuin staat een houtgestookte sauna, die natuurlijk ook een steentje bijdraagt en we koken nog altijd op aardgas. Dat kan uiteraard anders. Misschien moet het ook wel.

Maar er zijn ook zoveel grote zaken waar we weinig invloed op hebben en die veel meer invloed hebben op onze omgeving. Het meeste voedsel dat we consumeren komt van ver tegenwoordig. Medicijnen die ik nodig heb worden in chemische fabrieken vervaardigt en zelfs mijn Macbook is niet schoon. De productie van aluminium is een van de meest vervuilende processen die wij als slimmeriken uitgedokterd hebben.

Maar wat een geluk voor de aarde dat we inmiddels ook zo slim zijn om naar een zusterplaneet uit te kijken. Elon Musk, ja dat is die rare snuiter die die auto de ruimte inschoot, heeft het er maar druk mee. Hij produceert raketten bij de vleet en heeft inmiddels raketten en stuwmotoren ontwikkeld die ook weer netjes terugkomen naar de aarde zodat ze hergebruikt kunnen worden. Verder maakt hij zijn raketten gewoon van staal. Dat is goedkoper dan het dure spul dat Nasa gebruikt en ook nog voorzien moet worden van hitteschilden (dat hoeft bij staal dus niet) én het kan herbruikt worden. Hier of ginder.

Slim van Elon. En ik denk uiteindelijk het beste klimaatprotocol dat we kunnen volgen. Als we Mars gaan bevolken, zoals men voorstelt, krijgt de aarde ruim de tijd om te herstellen van de verkrachting die wij in korte tijd gepleegd hebben. Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon heel spannend. Naar Mars, de planeet leefbaar maken en immigreren met zn allen! En dan nog verder kunnen kijken… naar de manen van Jupiter… en dan… Heel spannend dus. Maar voorlopig blijf ik nog maar even genieten van deze stralende zondag en al het moois in mijn aardse achtertuin.

Notevember

notevemberErgens aan het einde van september valt er een berichtje op mijn digitale deurmat. ‘Inktober, is dat niet iets voor jou?’ Het idee achter deze uitdaging is dat je elke dag in de maand oktober met een inkttekening op de proppen komt. Dat zijn 31 tekeningen in 31 dagen. In inkt, dus geen ge-gum…Lijkt me pittig, maar eigenlijk ook wel leuk. Dus ga ik de uitdaging aan.

We gaan de uitdaging samen aan. Maike, ik en nog heel veel anderen die de pen ter hand nemen en hun tekenkunsten onder de hashtag ‘inktober’ toevertrouwen aan het wereldwijde web. Ik start voorzichtig met een eenvoudig bloemetje uit de tuin, maar al snel word ik gegrepen door het zwarte vloeibare goud en wil ik meer. Ik verdiep me in verschillende technieken en het lukt me wonderwel om elke dag met iets nieuws te voorschijn te komen.

Het samenwerken (wat heeft Maike vandaag gemaakt?) is een vrolijke stok achter de deur en bevalt me prima zo. Het lukt me, met een beetje planning, om zelfs als de jongens hier zijn elke dag wat te produceren. Naarmate de maand vordert krijg ik de slag aardig te pakken en worden mijn inspanningen zelfs beloond met een aantal aankoopverzoeken van mijn inmiddels dagelijkse volgers.

Heel leuk dat inktober, maar zo tegen het einde van de eerste helft, rijst het besef dat het eindig is. Wat kunnen we van november maken? Is er iets dat ons net zo bij de lurven pakken kan als dit ge-pen?

Een paar berichtjes heen en weer en #notevember is geboren. De pen leeft nog even voort. Niet in de tekening, maar wel in 30 korte schrijfsels. Schrijven doe ik graag. Ik probeer er wekelijks iets van te brouwen op deze pagina. Maar de ruimte die ik hier tot mijn beschikking heb is eindeloos en mijn schrijfsels krijgen alle ruimte. Maar wat zal er gebeuren als die ruimte zeer beperkt is? Wat als mijn schrijfsel, mijn notitie, per dag niet meer ruimte mag beslaan als een klein vierkant blokje?

De uitdaging staat! Elke dag 1 schrijfsel. Elke dag uitkijken naar het schrijfsel van de ander. Leuk, grappig, prikkelend of lief. In ieder geval voer voor verwondering en dus voer voor wonderwerpen!

Let the games continue….

 

 

De meeste mensen deugen

De meeste mensen deugenHet is alweer een paar weken geleden dat ik in Leiden was. Het komt voor dat ik daar dan ook even een boodschap doe. Deze keer bleven mijn ogen steken bij een boek met de opvallende titel ‘De meeste mensen deugen’. Een hoopvolle titel in een tijd waarin, als we het nieuws en andere opinie onzin geloven, toch het meeste niet deugende is.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik kocht zonder al te lang na te denken dit boek. Een flinke pil, dat wel, maar ik besloot dat ik hier best de tijd voor vinden kon. Als lezende kom ik erachter dat het boek wel dik is maar dat je er zo doorheen zoeft. Het vrij grote lettertype en de vele lege bladzijden maken het boek vooral zo dik. Dat verbaasd me een beetje want de schrijver, Rutger Bregman, lijkt me nu juist iemand met oog voor zijn omgeving. De loze ruimte neemt naar mijn mening meer grondstoffen in dan nodig en dat is dan toch niet goed voor de wereld om ons heen. Maar uitgaande van het goede in de mens zal hij daar wel een degelijke overweging in gemaakt hebben.

De vormgeving zegt natuurlijk niets over de inhoud en daar gaat het per slot van rekening om. Ik vind het een aangenaam boek om te lezen. Het is duidelijk en ik denk voor een groot publiek geschikt gemaakt op die manier. Ik denk eerlijk gezegd ook dat Bregman gelijk heeft. De meeste mensen deugen. Willen we niet gewoon allemaal hetzelfde? Iedereen wil graag gezond zijn, geen geld of andere zorgen hebben en een leuk leven leiden. Het maakt niet uit waar we vandaan komen, in welke tijd we leven of wat we wel of niet geloven.

De boodschap van het boek is dan ook vrij snel duidelijk. Vertrouw elkaar. Dat betekent niet dat je naïef moet zijn, of klakkeloos alles maar aan moet nemen. Maar wel dat je probeert iedereen als een afzonderlijk individu te zien, zonder de vooroordelen die wellicht horen bij zijn of haar uiterlijk daarop te projecteren. Echt luisteren naar wat de ander te zeggen heeft en ervan uitgaan dat die ander ook echt luistert naar jou.

Dat kan lastig zijn, zeker wanneer bepaalde zaken in het nieuws breed uitgelicht worden. Maar bedenk dat juist dat nieuws de uitzondering is, niet de regel. Dat boer Tinus elke ochtend kwiek en monter voor en krieken van de dageraad zijn bed uitspringt om de koeien te gaan melken komt niet in het nieuws. Dat hij gefrustreerd door nieuwe wet en regelgeving een keer boos met zijn trekker naar Den Haag rijdt om daar samen met zijn collega’s het verkeer lam te leggen om een punt te maken, wel. Zou hij dat elke dag doen dan was het namelijk niet vermeldenswaardig.

Bregman neemt ons in zijn boek mee op een reis door de tijd en laat ons zien waar onze misverstanden meestal vandaan komen en waarom in principe de meeste mensen deugen. Dat hij daar 500 pagina’s voor nodig heeft vind ik zelf wat overdreven. Er worden wel wat open deuren ingetrapt en zo tegen het einde vind ik het wel genoeg geweest. Maar toch raad ik iedereen aan om er in ieder geval aan te beginnen omdat ik vind dat de boodschap die hij brengen wil de juiste is. Laten we elkaar toch gewoon met vertrouwen tegenmoet treden. De wereld wordt er mooier van!

© 2020 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑