Back to the future hebben we in 2015 al achter ons gelaten en afgelopen jaar was het ‘Blade Runner’ jaar. Of Metropolis werkelijkheid wordt kunnen we pas beoordelen in 2027. Maar we kunnen er echt niet meer omheen. Sinds we qua jaartelling in de duizendtallen geraakt zijn leek alles vanaf 2000 magisch. En nu in 2020 heb ik het gevoel dat dit wel eens zou kunnen gaan kloppen.

Niet dat ik geloof dat er ineens marsmannetjes bij ons op de stoep staan die ons op niet al te vriendelijke wijze laten weten dat ze kost en inwoning eisen. Noch denk ik dat we op dit moment in een Matrixachtige wereld leven waarin alles wat we ervaren slechts enen en nullen in een groot computerprogramma zijn.

Maar 2020 is wel een magisch getal. De laatste keer dat we het zo mooi zagen moet 1919 geweest zijn en de volgende keer is pas bij 2121. Maar er is natuurlijk meer dan dat. Voor mij kwam dat besef ineens toen de mannen in de kerstvakantie oud en nieuw bij ons kwamen vieren.

Mannen? Ja mannen. Want ze worden groot. Ze blijven nu zonder problemen op tot na twaalven, steken vuurwerk af en we doen samen met ons een bijzonder ingewikkeld strategisch spel waarvan Tjores al snel doorheeft dat we niet aan de winnende kant van de tafel zitten. Knap hoor. Stiekem geven ze ons al een kijkje in de keuken van de toekomst. Want zij zijn de toekomst.

Na oudjaar gingen papa en mama weer naar huis en bleven Tjores en Corné nog een paar dagen bij hun oom en tante. Het moet ergens op een onbewaakt ogenblik ergens aan een ontbijt of lunchtafel geweest zijn toen Tjores met een bijzonder inzicht kwam. Hij vertelde mij zijn vroegste herinnering. Op de dag dat hij drie werd ging hij naar de peuterspeelzaal en mocht hij wat lekkers uitdelen. Voor die tijd kon hij zich echt niks bijzonders bedenken dat hem bijgebleven was. Maar nu hij toch eenmaal na aan het denken was kwam hij wel met een opmerkelijke conclusie. Al was hij toen nog maar drie jaar oud, in zijn herinnering heeft hij zichzelf toen niet als klein ervaren. Hij was gewoon Tjores, net zoals vandaag, nu hij toch echt veel groter is. Dat is gek!

Dat is inderdaad heel gek en heel opmerkzaam. Maar als hij zich nu groot voelt, hoe kijkt hij dan daarop terug als hij straks 16 is, of 20?

Corné aan de andere kant denkt meer na over wat grotere zaken. Want ja, hoe zit dat nu met dat heelal. Oom Hugo heeft hem uitgelegd hoe enorm dat heelal is en hoe weinig we maar weten. Dat vindt hij aan de ene kant leuk, maar aan de andere kant ook een beetje spannend. Want wat als er elders in dat hele grote spul ook leven is? En dan bedoelt hij niet van die kleine friemeltjes die onder het licht van de microscoop in een druppel vloeistof bewegen. Nee, echt leven, intelligent, zoals wij zeg maar. Het idee om elkaar tegen te komen baart hem wat zorgen. Op mijn vraag waarom dan? Zegt hij niet te weten wat die andere wezens van ons zouden willen.

Helemaal waar natuurlijk. Maar wat zou je zelf dan willen? Ik ben wel nieuwsgierig. Als het mogelijk zou zijn om kennis te maken met wezens op een andere planeet ben ik niet van plan daar schade aan te richten. Ik zou ze niet willen overmeesteren of onderdrukken. Maar ik zou het wel gaaf vinden om gewoon eens met hun te kunnen praten. Te kijken wat zij weten en te leren van hun kennis en onze kennis uiteraard ook te delen met hun. Maar ik ben een stap te ver. Ik denk aan vijandelijk vs vriendelijk. Maar Corné denkt aan ontmoeten of niet.  Zelf hij denkt dan voornamelijk aan lekker laten waar ze zijn. Niet ontmoeten dus.

Daar moet ik even over nadenken. Dat kan natuurlijk ook, maar waarom zou je dat willen.  Misschien hebben zij een oplossing voor een vervelende ziekte of iets anders ontdekt dat wij nog niet weten. Maar hij blijft bij zijn standpunt. Het hoeft voor hem niet zo, we hebben het toch goed hier.

En weer hoor ik de toekomst gonzen. Niet die toekomst van Blade runner, of A space odyssey. Maar gewoon de toekomst van twee Hollandse jonge mannen, die nadenken over de wereld en kijken met andere ogen dan de mijne. Die zienderogen groeien en inmiddels mij ook iets leren. Trots kijk ik terug op 2019 en met vertrouwen en een goed gemoed naar 2020. Laat die mannen maar schuiven, het wordt een mooi jaar!