Soms kom je een woord tegen dat je nooit eerder zag en waar je meteen van houdt. En deze week was het zover.

Momenteel lees ik ‘De tuinjungle’ van Dave Goulson. Goulson is bioloog en gespecialiseerd in het wel en wee van bijen. Uiteraard heeft hij zijn tuin daar helemaal op ingericht. Hij laat het gras het gras, zet hommelkasten en insectenhotels klaar en geeft een heus team de gelegenheid om in zijn tuin een studie te doen naar de mot.

Ik hou van insecten en van de boeken van Goulson. Hij beschrijft de problematiek ook in dit boek weer voortreffelijk. Waarom het spuiten met verdelgingsmiddelen de plaagdieren sterker doet worden en het probleem juist laat groeien. Je roeit immers niet alleen de plaaginsecten uit maar ook meteen alle andere, dus ook degenen die juist van die plaag in je tuin willen smullen.

Dus het credo is niet spuiten tegen wat dan ook, de natuur lost het zelf wel op. En dat past helemaal in mijn straatje! Wat je dan moet met je tuin? Eigenlijk helemaal niks. Plant er planten die van nature in jouw omgeving voorkomen. Spuit niet en maai het gras maar een keer per jaar en wel in de hooimaand augustus. Hoe gemakkelijk kan het zijn?

Of je tuin er dan niet verwaarloosd uit gaat zien? Dat is natuurlijk een kwestie van smaak, maar ik denk het niet. Ik doe zelf ook zo weinig mogelijk in de tuin. Nu heb ik nog teveel beton vind ik, maar langzaamaan neem ik daar steeds meer van weg. Mijn doel is achterom een tiny forrest te creƫren. Maar nu ik Goulsons omschrijving van zijn natuurlijke weide gelezen heb, spreekt ook dat me aan. Gelukkig hebben we ook een voortuin.

De tuinjungle is een must read voor iedereen met een tuin, of balkon. Van elk stukje buiten kun je een stukje natuur maken. Niet door het te verwaarlozen maar door, zoals Goulson het zo mooi omschrijft, het te herwilderen.