De sleutel -13-

De Sleutel -Hoofdstuk 12-

Als ik omhoog kijk kan ik de blauwe hemel door het lichte bladerdak nu goed zien. Er zitten allerlei dieren in de bomen. Voornamelijk vogels en eekhoorns en kleine apen.
Apen? Waar komen die nu ineens vandaan? Voor het eerst sinds het betreden van deze nieuwe wereld vraag ik mij weer hardop af waar ik nu eigenlijk beland ben. Ik ben duidelijk niet in een dierentuin, maar ook niet in het bos even verderop in ons dorp. Even blijf ik staan kijken naar de vrolijk slingerende lenige wezens. Dan besluit ik door te lopen, verder richting het licht.

Bomen maken langzaam plaats voor struiken en struiken verworden tot gras. Ineens sta ik op een vlakte. Zo ver ik kijken kan is er gras met hier en daar een verdwaalde boom of kleine struik. Nu weet ik zeker dat ik me niet meer in mijn achtertuin bevind. Het bos dat ik nu achter mij laat was gaan voelen als een comfortabele veilige jas. Maar deze vlakte is voor mij nieuw. Het hoge gras biedt wellicht enig bescherming maar ontsnappen aan de felle zon kan ik hier niet meer.

In de verte zie ik een grote oude boom staan. Ik besluit er heen te lopen om daar een goede plek te vinden om te overnachten. De boom geeft me schaduw en beschermt me tegen mogelijke andere wezens. Als ik er heen loop zie ik dat er verder niet veel te vinden is bij deze boom. Hoe ver ik ook tuur, ik zie alleen maar gras. Het gras deint op de warme wind en af en toe zie ik het bewegen in een richting die de wind niet past. Er moeten dus ook andere wezens hier aanwezig zijn, maar door het hoge gras blijven ze onzichtbaar voor mij. De vraag is of ik dan ook onzichtbaar ben voor hun.

Ik besluit daarom niet onder de boom te slapen maar er in. De kleine apen, vogels en eekhoorns uit het woud lijken me geen bedreiging voor mij. Maar wat zich op de grond begeeft weet ik niet en dus neem ik liever het zekere voor het onzekere. Ik vind een plek in de boom waar ik gemakkelijk kan liggen en daarnaast kan ik zo ook nog een eind over deze grasvlakte kijken naar al dat zich misschien in mijn richting begeeft.

Langzaam zakt de zon achter de horizon en prachtige kleuren vormen zich aan de lucht. Eerst geel en rood en daarna een prachtig oranje dat plaats maakt voor het dieppaars en zwart van de nacht. Als de sterren aan de hemel verschijnen is het zo donker in de maanloze nacht dat ik de melkweg voor het eerst echt aanschouwen kan. Ik zoek naar de mij bekende sterrenbeelden maar vind er geen. Dan valt mijn oog op iets dat ik wel ken, maar nooit eerder echt zag. Het zuiderkruis. Dat kan toch niet? Het zuiderkruis is een constellatie die je alleen kunt zien aan de sterrenhemel onder de evenaar en dus nooit aan de Nederlandse hemel te zien is. Omdat ik denk dat ik mij vergis probeer ik nogmaals Orion, Stier of de grote beer te ontdekken. Helaas zonder resultaat. Een beetje argwanend graaf ik in mijn geheugen naar de sterren van het andere halfrond. Als ik de hemel afspeur naar bekende patronen kan ik wel de pauw , het watermonster en de centaur ontdekken. In mijn hoofd draait het een beetje. Hoe kan in in hemelsnaam nu naar de hemel van het zuiderlijk halfrond zitten kijken? Moe en met een hoofd vol vraagtekens van ik in slaap.

<Hoofdstuk -12-                                                                     Hoofdstuk 14>

2 thoughts on “De sleutel -13-

  1. Hee Rosalie…..klinkt toch gewoon als thuis…..soms van het padje…..vreemde vogels….gekke apen 😂🤣😂🤣 ga door, ga door 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *