De Sleutel -Hoofdstuk 12-

Af en toe dommel ik weg, om dan weer wakker te schrikken van krakende takken en sluipende wezens in de nacht. Ik moet op een gegeven moment toch echt in slaap gevallen zijn want als ik weer wakker word zie ik dat de nacht plaats heeft gemaakt voor de dag. Een prachtige zon vult met haar licht een strak blauwe hemel. Van het vuur dat ik gisteren stookte rest enkel een smeulend hoopje kolen.

Als ik recht ga zitten zie ik dat er deze nacht niet veel veranderd is in het bos. De struiken hebben geen plaats gemaakt voor een pad en de open plek bij de grot is niet verandert in een oase van madeliefjes en heerlijk groen gras.

Als er niets veranderd is moet ik het pad dat ik gisteren verliet kunnen terugvinden om van daaruit mijn weg te vervolgen. Ik sta op en gemankeerd loop ik mijn eerste passen. Die pijn is niet weg te denken, maar toch moet ik verder. Ik vind mijn tred weer en stap in de richting vanwaar ik gisteren gekomen ben.

Na een korte wandeling kom ik op de tweesprong die ik verlaten had. Blijkbaar heb ik toch een keuze. Het woud dat mij genadeloos liet weten dat ik het niet voor het zeggen had lijkt nu ineens toch mijn vrije wil te respecteren. Maar hoe maak ik een keuze wanneer ik niet weet welke richting mij wat brengen gaat.

Ik blijf staan op de tweesprong en kijk eerst een poos naar het linkerpad. Dan draai ik, om ook het rechterpad te bestuderen. Beide bospaden zien er even vriendelijk als vijandig uit. Net als ik me om wil draaien om toch ook nog een keer de linkerkant te overwegen schiet er een schim voorbij. Dezelfde zwarte schim als gisteren. Het lijkt zich op te houden op het rechterpad. Even twijfel ik, maar al snel kom ik tot de conclusie dat mijn nieuwsgierigheid groter is dan mijn angst. Waarschijnlijk weet de schim van mijn aanwezigheid. En hoewel ik niet weet waar het mij naartoe zal leiden, weet ik wel dat het mij vannacht geen kwaad heeft gedaan.

Vertrouwende op dat gegeven besluit ik rechtsaf te gaan.
Het pad gaat een flink eind recht vooruit. Het bos oogt vriendelijk en ik poog te ontdekken wie zijn bewoners zijn. Ik zie insecten die ik nooit eerder zag en vogels met de mooiste kleuren. Maar ook eekhoorns en daslook. Het lijkt wel of de natuurlijk hier een mengelmoes heeft aangelegd van tropisch en gematigd klimaat. Alles lijkt hier in evenwicht naast elkaar te leven. Een multiculturele samenleving in het bos. Omdat ik me de afgelopen dagen al voldoende verbaasd heb besluit ik deze conclusie maar te laten voor wat hij is.

Verwonderd loop ik door en geniet ik van al het moois dat ik hier mag zien. De zwarte schim lijkt zich echter verborgen te houden, hoe goed ik ook zoek.
Dan ineens zie ik dat een paar meter voor mij het pad lijkt te keren. Ik kan niet meer zien waar het naartoe leidt en moet denken aan de poort waar ik eerder al voor stond. Ook toen maakte het pad een onverwachte wending. De sleutel in mijn hand leek te passen op de aangetroffen deur en een nieuwe wereld ging voor mij open.

Echter de sleutel liet ik steken op de vorige deur. Al dat nog rest is de afdruk van de sleutel in mijn hand. Ik hoop dat ik niet weer voor een gesloten deur kom. Of misschien erger nog, voor precies dezelfde deur als een aantal dagen geleden.

Ik merk dat ik nu toch wel wat zenuwachtig word. Ik zou niet graag het hele stuk weer terug moeten om de vergeten sleutel weer op te halen. Maar om nu weer voor dezelfde deur te staan als eerst zie ik ook niet zitten. Ik wil verder, vooruit en niet steeds dezelfde rondjes draaien.

Als ik het einde van het voor mij zichtbare pad nader zie ik dat het haaks afbuigt naar rechts. Ik twijfel even maar dan besluit ik toch dat er maar een ding op zit. Ik neem de afslag en zie tot mijn verbazing geen deur, maar wederom een nieuw pad. Wanneer ik eenmaal een eind op weg ben op mijn nieuwe route merk ik op dat er iets verandert in het woud. Alles lijkt langzaam aan lichter te worden en de begroeiing wordt minder dicht. Inmiddels kan ik de afzonderlijke struiken en bomen goed zien, ik kan zelfs tussen hen door kijken zonder ze aan de kant te duwen.

Ik stop en kijk goed om me heen. Ik draai om mijn as en neem deze nieuwe omgeving in mij op. Nu de begroeiing zo licht geworden is kan ik misschien de oorsprong van de schim ontdekken. Maar hoe ik ook kijk of draai, ik kan niet ontdekken waar het vandaan komt.

< Hoofdstuk-11-                                                                                                      Hoofdstuk -13->