De sleutel – 11 –

De Sleutel -Hoofdstuk 11-
Als ik wakker word voel ik de warmte van de zon op mijn gezicht. Ik denk aan het tuinfeest en hoe gezellig het was. Aan de late avond en hoe ik alleen nog even in de tuin achterbleef na afloop. Ik herinner me niet dat ik naar de slaapkamer gelopen ben. Vage herinneringen, tuin, uil, afdruk…

Voorzichtig doe ik mijn ogen open. Nog slaperig weet ik niet goed wat ik zie of waar ik ben. Als ik rechtop ga zitten zie ik overal bomen. Ik zie gras om mij heen. De geluiden die ik hoor ken ik niet. En even weet ik niet goed waar ik ben. Dan komt er dat gevoel over mij heen. Dat gevoel dat ik hier thuis ben, ook al weet ik niet waar ik mij bevind.

Langzaam komen er beelden terug. De sleutel, de afdruk, het bos en dit nieuwe woud. Dat was toch een droom? Slaap ik nu of ben ik wakker? Was gister dan een droom, of juist vandaag? Verward sta ik op. Au, mijn voeten, nog steeds. In een reflex kijk ik naar mijn rechterhand. Ja, de afdruk zit er nog. Waar is dat toch goed voor? Ik lijkt wel gemerkt.

Dan kijk ik om me heen. Ik zoek geen eten. Gisteren heb ik zoveel gegeten dat ik nu geen honger heb, denk ik. Waar kan ik nu heen? Een pad zie ik niet. Het woud lijkt me te omarmen. Ik voel me rustig hier. Volledig op mijn gemak. 

Aan de andere kant kan ik hier niet blijven zitten. Ik wil verder. Als ik opsta en mijn eerste stramme pijnlijke passen zet, zie ik hoe mooi het hier is. Ik herinner me dat ik in het bos achter mijn tuin echt heb leren kijken. Verwonderd bekijk ik de vogels met hun prachtige kleuren en luister ik naar dieren die ik nooit eerder hoorde. Mijn verwondering over deze plek doen mij verder lopen. Het woud dat mij lijkt te omarmen wijkt in de richting waar ik loop. Een prachtig pad openbaart zich aan mij en ik besluit het te volgen.

Ik loop een poos door dit nieuwe woud. Ik ruik andere geuren en hoor nieuwe geluiden. Verwonderd loop ik door, over een pad dat ik nog niet ken. Plots schiet er in de verte iets voorbij. Ik kan niet zien wat het is. Maar een grote zwarte schim trekt een eind voor mij langs en verdwijnt dan in het dichte woud. Ik schrik er een beetje van. Blijkbaar ben ik niet alleen. Naast de vogels die ik hoor en de insecten die ik overal rond zie zoemen en fladderen zijn hier blijkbaar ook grotere wezens. 

Even stop ik met lopen. Ik ben er altijd vanuit gegaan dat ik hier veilig was. De nachten bracht ik tot nu toe gewoon door in de buitenlucht. Maar nu lijkt er ook iets anders in dit woud te huizen en weet ik niet of het verstandig is om er zomaar van uit te gaan dat mij hier niets gebeuren kan. Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn onrust en ik besluit voorzichtig verder te lopen. Uitkijkend naar het onbekende wezen loop ik verder. Ondertussen wen ik langzaam aan de geluiden van dit woud. Ondanks dat ik niet weet wie of wat ze veroorzaakt, klinken ze inmiddels vertrouwd. Maar die zwarte schim zit toch nog in mijn hoofd. Heeft het mij ook opgemerkt? Ging het daarom er snel vandoor? Of was het gewoon op doortocht en heeft het geen enkel idee van mijn bestaan?

De zon is inmiddels over haar hoogtepunt en het einde van de dag nadert langzaam. Ik zal hier hoe dan ook de nacht weer moeten doorbrengen. Geen idee hebbende of de wezens in dit woud een bedreiging voor mij zijn bedenk ik me of ik een schuilplaats voor de nacht zoeken moet. Midden in mijn overweging hoor ik ineens takken kraken. Ik kijk achterom, in de richting van het geluid, en zie vanuit de dichte bebossing weer een grote zwarte schim voorbij flitsen. Iets harigs, ik weet nu zeker dat het geen mens is. Maar wat dan? Mijn besluit staat vast. Ik ga op zoek naar een beschut heenkomen voor de nacht. 

De bomen in dit woud zijn hoger dan ik gewend ben. Hun takken beginnen ver boven mijn bereik. Het is onmogelijk om in een boom te overnachten. Ik kan er simpelweg niet bij. Wel liggen er her en der takken op de grond. Misschien kan ik er een hut van bouwen, zoals we vroeger deden. Verzonken in mijn eigen gedachten loop ik verder. Tot ik plots op een nieuwe wending stuit. 

Het enkele pad dat zich tot nu toe voor mij uit leek te spreiden eindigt hier in een tweesprong. Twee paden. Nu sta ik voor een keuze. Welke moet ik nemen? Welk pad kruist zich nu met het mijne? Wat is het mijne?

Misschien moet ik ze beiden niet volgen en gewoon rechtdoor het bos in lopen. Wellicht dat zich nu een nieuw pad aan mij toont. Ik stap voorzichtig van het pad. Er gebeurt niets. Bos blijft bos. Ik zet nog een paar stappen. Er ontstaat geen pad. Toch meen ik door de struiken iets te zien. Ik zet nog een paar passen en sta dan ineens op een wat minder dicht bebost gebied en zie ik niet ver van mij een rotswand met een flinke opening erin. Dit is geweldig! Ik ben dicht genoeg bij het pad om het weer terug te kunnen vinden en ik heb een beschutte plek gevonden voor de nacht.

Zonder twijfel loop ik richting grot. Als ik de holte in de rotsen voorzichtig betreed zie ik in eerste instantie niets. Het is er kil en donker. Als ik hier wil overnachten zal ik in ieder geval wat brandhout moeten vinden. Ik knijp mijn ogen tot kleine spleetjes. Langzaam wennen ze aan het weinige licht. Ik zie dat het een ondiepe holte is, er is geen gang dieper de rotswand in. Dat voelt goed. Ik besluit in de omgeving wat takken en droge bladeren te verzamelen zodat ik voor de ingang een vuurt maken kan. Het zal de grot verwarmen en eventuele bedreigingen op afstand houden.

Ik sprokkel wat hout en ontdek een aantal paddestoelen waarvan ik zeker ben dat ze eetbaar zijn. Ik kan ze roosteren boven het vuur. Het is de tweede keer dat het woud mij nu weten laat dat niet ik de dienst uitmaak. Morgen moet ik blijkbaar een keuze maken. Maar ik ben nu te moe om daar over na te denken. Nadat ik vuur gemaakt heb prik ik de gevonden paddestoelen aan een dunne stok en houd ze erboven.

Na het eten van de paddestoelen probeer ik de slaap te vinden. Hoewel ik moe ben, lukt het mij maar lastig. De donkere zwarte schim die ik vandaag twee keer voorbij heb zien komen zit in mijn gedachten. Zou het gevaarlijk zijn in dit nieuwe woud?

<Hoofdstuk 10                                              Hoofdstuk 12>

2 Reacties

  1. Virginie Royen

    10 maart 2019 op 15:45

    Laten we hopen op “GOED VOLK” ☻

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑