Overpeinzingen van een platte aarde

Ik denk veel na over waar we vandaan komen en waar we dan uiteindelijk naartoe zullen gaan.
De wetenschap zegt dat we uit sterrenstof gemaakt zijn en daartoe ook weer zullen wederkeren. Maar waar komt dan dat sterrenstof vandaan en waar gaat dat dan allemaal heen?

Na vele omzwervingen in wetenschappelijke boeken en andere zaken krijg ik één voorstelling niet uit mijn hoofd. In ‘Een kleine geschiedenis van bijna alles’ legt Bill Bryson aan de hand van een kleine anekdote uit waarom het zo ingewikkeld is de dimensies van het universum te snappen.

Stel je een platte aarde voor, met aardbewoners die aan twee dimensies gewend zijn. Wanneer deze aardbewoners in een rechte lijn vooruit lopen zullen ze uiteindelijk aan de rand van hun aarde komen. Door simpelweg rechtdoor te lopen komen ze een grens tegen. Omhoog of omlaag kennen ze niet, alles dat ze weten is plat.

Nu stel, die platte-aarde bewoners weten op de een of andere manier op onze bolvormige, 3 dimensionale, aarde terecht te komen. Dan willen ze die waarschijnlijk onderzoeken. Met de kennis die hen voorhanden is lopen ze in een rechte lijn voorwaarts. Dit is immers hun manier van het opzoeken van hun grenzen. Een bewezen wetenschappelijke methode op de 2 dimensionale aarde waar zij vandaan komen.

Echter wat schetst hun verbazing, door rechtdoor te lopen op onze aarde komen ze uiteindelijk opnieuw op het punt waar ze startte.
Omdat de platte aarde bewoners de bol niet kennen, kunnen ze niet begrijpen hoe dit kan. Ze denken hoog en laag (spreekwoordelijk dan) en kunnen niet ontdekken hoe de grenzen van onze bolvormige aarde er uit moeten zien. Zo is ook de dimensie van ons eigen heelal te gecompliceerd voor ons om te bevatten. We kunnen er eindeloos in reizen en zullen naar alle waarschijnlijkheid gewoon weer daar geraken waar we startte zonder echt te begrijpen waarom. Dat overzicht missen we op dit moment. De voorstelling van de ruimtetijd is te ingewikkeld.

Bryson stopt hier zijn verhandeling. Zijn punt is gemaakt. Maar in mijn hoofd gaat het verhaal gewoon door. Die aardbewoners met hun platte wereld kunnen onze bol niet bevatten en kunnen er daardoor niet aan ontsnappen. Maar wij, bewoners van een bolvormige aarde, bevatten onze wereld wel. En, mooier nog, wij weten dat er wel ontsnapping mogelijk is. Het is niet heel gemakkelijk en het kost bergen energie, maar het kan wel. Als je een goede raket bouwt en hem voorziet van voldoende brandstof, waarbij je hem een snelheid kunt geven van zo een 40.000 km per uur, dan kan het. Dan kunnen we ontsnappen aan de aarde!

Zo zijn we naar de maan gegaan en zo gaan we inmiddels (weliswaar nog onbemand) naar mars.
Dus als we aan die gekke, niet te begrijpen, bol van ons wel kunnen ontsnappen als we zijn dimensies maar goed begrijpen. Dan moet het ook mogelijk zijn te kunnen ontsnappen aan het universum dat ons op dit moment voor een hoop raadsels stelt.
Het universum moet haar eigen ontsnappingssnelheid hebben, wij hebben deze alleen nog niet ontdekt. Of wel?

Zo vaak als ik mij verdiep in het grote, zo graag doe ik dat ook in het kleine. Kleine deeltjes, oftewel Quantum, kennen bizarre eigenschappen. We weten dat het zo is en kunnen meten dat de dingen die we vermoeden zo gebeuren, maar we weten niet waarom. Er zijn deeltjes die zich op meerdere plaatsen tegenlijk kunnen bevinden en er zijn legio deeltjes die uit het niets lijken te ontstaan en ook weer zomaar verdwijnen. Dat zijn eigenschappen die wij in de door ons waarneembare wereld niet kennen. Kan het echt zo zijn dat er dingen uit het niets kunnen ontstaan en er even gemakkelijk weer in verdwijnen. Of dat deeltjes op meerdere plekken tegenlijk kunnen bestaan? Waarschijnlijk ligt ook hier iets aan ten grondslag dat wij niet begrijpen.

Met die twee grote vragen in mijn achterhoofd vormt zich voor mij het volgende verhaal:
Voor ons, bewoners van een bolvormige aarde, is de snelheid van het licht het aller snelste dat we kennen. Dat is de absolute grens, niets kan of mag sneller gaan dan dat. Sinds Einstein zijn we het daar in ieder geval over eens. Er is nog nooit iets gemeten dat sneller gaat, op welke wijze dan ook. Maar goed, deze theorie is gestoeld op het voorstellingsvermogen van bewoners van een bolvormige aarde. Bewoners die zich 3 dimensies echt voor kunnen stellen. Bewoners die weten dat je met zo een 40.000 km per uur aan hun blauwe bol kunt ontsnappen.

Maar wat als er nu iets in het universum is dat wel haar dimensies begrijpt. Alles overziet en daardoor weet dat die lichtsnelheid misschien niet de absolute grens is. Dan zou dat iets zomaar aan ons universum kunnen ontsnappen. En als het kan ontsnappen, zo weten we uit eigen ervaring, dan kan het ook weer terugkeren. Zou het dan niet zo kunnen zijn dat al die neutrino’s, mesonen, leptonen enzovoorts die dimensies wel begrijpen. Dat ze kunnen versnellen tot een fractie meer dan de snelheid van het licht en daardoor kunnen ontsnappen aan ons universum. En dat wanneer ze weer willen terugkeren ze gewoon afremmen tot een fractie onder de snelheid van het licht en zo weer toetreden tot wat wij begrijpen. Kortom, zou het zomaar zo kunnen zijn dat de ontsnappingssnelheid van ons universum een fractie sneller is dan de snelheid van het licht?

Als dat zo is, dan betekent het namelijk dat er helemaal geen deeltjes uit het niets ontstaan en er ook weer in kunnen verdwijnen. Het niets is dan gewoon buiten de ‘atmosfeer’ van ons universum. Zo kunnen wellicht verschillende universa bestaan binnen het onze. Met andere regels en andere grenzen, niet waarneembaar voor ons, die maar 3 dimensies kennen. Wanneer een deeltje ietsje sneller gaat dan het licht verdwijnt het uit ons universum en verschijnt het in een ander. Daar waar andere wetten gelden en waar waarschijnlijk andere geleerde aardbewoners zich achter de oren krabben over dit fenomeen.

Dus misschien moeten we, als we willen ontdekken wat er aan de grenzen van ons kennen ligt, niet kijken naar het allergrootste, maar juist naar het allerkleinste. Wat als we dat allerkleinste bij wijzen van ruimteschip onze grenzen laten oversteken met een boodschap voor hen aan de andere kant… Wat zou er dan kunnen gebeuren?

Ik ben geen wetenschapper. Het hierboven beschrevenen zijn enkel hersenspinsels als gevolg van het lezen van een zeer boeiend boek. Een boek waarvan de boodschap misschien niet ligt in alles dat we als mensheid hebben mogen ontdekken, maar juist in het besef dat wij allemaal bewoners zijn van een bijzonder platte aarde zwevend in een onmetelijk bol universum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *