De Sleutel -8-

De Sleutel -Hoofdstuk 8-

Er kriebelt iets aan mijn neus. Als ik mijn ogen open doe zie ik nog net een lieveheersbeestje wegvliegen en het kriebelen stopt. Denkende aan de emotionele achtbaan die het bos mij gisteren toonde moet ik toch concluderen dat deze een vriendelijke manier van wekken heeft bedacht. Ik besef me dat ik dit woud als een levend organisme ben gaan beschouwen. Het zal mij niet meer loslaten, maar mij wellicht wel een weg tonen die ik vanaf hier bewandelen kan. Weer is er dat gevoel van niet alleen zijn. Niet zoals gisteren. Toen voelde ik duidelijk de aanwezigheid van alles dat ik ken. Nu is dat anders. Er is hier iets, of iemand. Ik weet wie je bent, maar ik ken je niet.

Hoe dan ook, ik kan hier niet blijven zitten. Ik krabbel op, strompel de eerste meters vooruit en hervind daarna mijn pijnlijke tred weer. Mijn gevoel zegt dat ik verder moet. Vooruit, al weet ik niet welke kant dat op is. Eigenlijk doet dat er ook helemaal niet toe, elke richting lijkt vooruit te gaan. Zodra ik achterom kijk en besluit die kant op te lopen, wordt dat opnieuw vooruit. Wat er aan het andere eind van dit pad ligt weet ik niet. Ik weet zelfs niet of er een andere kant bestaat. Maar blijven waar ik ben is voor mij geen optie. Dus loop ik verder al weet ik niet waar naartoe. 

Ik vraag me af of het mijn levenspad is dat ik hier gevonden heb? Zijn er daarom geen afslagen? De kortste weg van A naar B is gewoon de weg van A naar B. Geen omleidingen, geen afslagen, altijd vooruit. Het pijnlijke besef van deze nieuwe realiteit doet me besluiten door te zetten, blijven hangen in wat is geweest heeft geen zin. En hoewel het prachtig weer is in dit zomerse woud, voel ik mij niet lekker in mijn vel. Ik loop vooruit, de bomen wijken weer en het pad vormt zich wederom voor mij.

Zo loop ik de dag weer door. Ik denk veel na over het leven, in het algemeen en dat van mijzelf. Hoe ben ik hier gekomen en waar ga ik nog naartoe? Bestaat er wel iets als verleden en toekomst of leven we in een altijd durend nu? Dat laatste lijkt in dit woud nog het meest op zijn plaats. De weg toont zich enkel in de richting waar ik ga. Er zijn geen andere richtingen, er is geen ooit en ik heb geen idee wat er in de toekomst verscholen ligt. Ergens geeft me dat ook een rustig gevoel. Het heeft geen zin me er druk over te maken. Maar dan is er nog die pijn. Onbeschrijfelijk en altijd. Zonder kan ik niet gaan. Met maakt het leven lastig. Wat is het doel? Dit heeft toch geen zin.

Ik besluit meer om me heen te kijken. Denken over mijn eigen zijn brengt me nergens. Leren over de wereld om me heen, begrijpen wat die bedoelt en waar die heen wil is misschien belangrijker.

Al lopende verbaas ik me over hoe de planten en bomen groeien. Ik zie in de aarde onder mijn voeten allerlei insecten krioelen en het mycelium van verschillende schimmels lijkt de bomen op een ondergronds niveau met elkaar te verbinden. Verbaasd blijf ik even staan en kijk ik geconcentreerd naar wat ik zie. De schimmeldraden lijken voedingsstoffen af te geven aan de wortels van de bomen die ze omvatten. En op hun beurt geven de wortels van die bomen ook weer stoffen af aan de schimmeldraden. Er lijkt een heuse ondergrondse ruilmarkt te bestaan.

Het leven in dit bos communiceert met elkaar op manieren die wij niet begrijpen. Het leven is zoveel intenser en ingewikkelder dan we kunnen bevatten. Verwonderd loop ik verder, de bomen blijven wijken en het pad blijft zich openbaren.

Op een gegeven moment merk ik dat het pad smaller wordt. De bomen en struiken in het bos lijken naar me toe te komen. Zou mijn pad hier eindigen? Waar is hier eigenlijk? Stap ik zometeen uit deze wondere wereld? En stap ik dan weer gewoon op de grindtegels in mijn achtertuin?

Het gevoel benauwt me een beetje. Het gevoel dat ik misschien deze wereld moet verlaten en inruilen voor mijn normale bestaan. Ondanks de pijn heb ik hier veel geleerd en niet het gevoel dat ik hier klaar ben.

Ineens herinner ik me dat ik al twee keer eerder ben gestopt om uit te rusten en de nacht door te brengen. Steeds wanneer ik zitten ging opende het bos zich en ontstond er een open plek met heerlijk zacht gras en zoete vruchten aan de struiken onder de bomen. Ik besluit om hier te gaan zitten. De nacht nog eenmaal door te brengen waar ik nu ben en mij te bedenken hoe ik verder moet. Daarnaast heb ik ook gewoon honger en dorst en verlang ik naar de zoete vruchten die ik eerder ook gegeten heb.

Met een zucht plof ik op de bodem van het bos. Er gebeurt niets. Ik kijk om me heen. Ik zie bomen en struiken en ik hoor vogels en de wind. Geen uil, geen stilte en geen wijkende bomen.

Verbaasd staar ik even voor me uit. Ik kijk naar de stand van de zon. Het is nog niet zo laat, maar de dag loopt toch langzaam op zijn einde. Waarom zit ik nu op het pad? Ik was er stiekem vanuit gegaan dat ik de dienst uit maakte. Ik was gaan vertrouwen op de regelmaat van deze vreemde plek. Maar nu heeft het woud me bij de neus genomen. 

Was ik die andere keren dan precies op tijd gaan zitten? Was dat toeval? Bestaat toeval? Of word ik aangestuurd door iets dat groter is dan mij? Is er helemaal geen vrije wil en doen we maar wat ons onbewust wordt opgedragen.

Hoe langer ik op het bospad zit hoe vochtiger mijn broek wordt. Ik kijk nog eens naar de sleutel in mijn hand “Verdomd ding. Waarom heb ik je gevonden? Wat is dit voor waanzin?” Mijn voeten en benen doen zo een pijn. Ze zeuren om rust en lijken onder stroom te staan. Maar ik weet dat ik hier niet kan blijven zitten. Ik kan de nacht niet in dit dichte bos doorbrengen. Het zal er kil en koud worden. Ik moet verder. 

Zuchtend sta ik op. Het smalle pad ligt er nog steeds. Ik kan niet meer goed inschatten welke kant dit op gaat. Het vertrouwde gevoel maakt plaats voor een lichte onrust. ‘Ik lijk wel in een slecht hoofdstuk van Harry Potter terecht gekomen’ denk ik bij mezelf. Toch zet ik mezelf ertoe weer op pad te gaan. Ik volg het, naar mijn gevoel steeds smaller wordende, pad gedwee. Net als de moed mij in de schoenen lijkt te zakken maakt het pad een scherpe hoek naar rechts. Het glooiende pad dat ik nu al drie dagen volg draait abrupt en ik kan niet zien waar naartoe.

Ik aarzel. Wat gebeurt er met me als ik de hoek om ga? En wat gebeurt er als ik dat niet doe? Terug kan ik niet. Blijven waar ik nu ben is ook geen optie. Het bos heeft me duidelijk gemaakt dat niet ik de regels van het spel schrijf. Dus hier verwachten dat de bomen weer wijken voor een zonnige open plek doe ik niet meer. Mijn enige optie is de stap te zetten. Die ene stap die me de hoek om leidt.

Ik haal diep adem. Knijp stevig in de sleutel in mijn rechterhand, alsof die mij houvast bieden kan. En zet voorzichtig eerst met mijn linker en daarna met mijn rechtervoet een stap. Ik ben de hoek om en tref aan het einde van mijn pad een deur. Een houten deur gemaakt van verticaal naast elkaar geplaatste planken. Er zitten gietijzeren scharnieren op en een ijzeren deurknop met daaronder een sleutelgat.

Ik weet niet wat ik denken moet. Ik bestudeer de deur en bedenk me dat er vroeger in de schutting met onze achterburen ook een deur zat. Wij hebben die vervangen door een schuttingdeel. Maar zou dit de deur zijn naar onze achterburen? Is die op de een of andere wijze terug geplaatst zonder dat ik daar erg in heb gehad? Voorzichtig breng ik mijn linkerhand naar de deurknop. Als ik hem aanraak voelt hij koel. Geen extra ongemakken deze keer. Ik draai aan de knop, maar de deur gaat niet open. Hier sta ik dan, aan het einde van mijn weg voor een gesloten deur.

Ik blijf staan, starend naar de deur. Ik kan niet terug. Er is geen weg terug. Ik moet vooruit, maar de deur zit dicht. Er bekruipt me een gevoel van angst. Wat zit er achter deze deur? Iets zegt me dat het niet de tuin van de achterburen is. Onder de deurknop zit een sleutelgat. Ik kniel en sluit mijn linker oog. Met mijn rechter oog probeer ik door het sleutelgat te kijken om te ontdekken wat er zich aan de andere kant van deze poort bevindt. Ik zie een gloed. Ik zie kleuren, maar geen vaste vormen. Hoe goed ik mijn best ook doe ik kan niet onderscheiden wat er aan de andere kant van deze deur is.

Verbaasd sta ik weer op. Ik bal mijn vuisten en voel de sleutel in mijn rechterhand. Die verdomde sleutel, zou hij… Zou hij al die tijd mij geleid hebben naar deze deur omdat dit de deur is waartoe hij hoort?

Ik breng mijn rechter onderarm omhoog waardoor mijn gesloten hand met de palm naar boven dichter bij mijn gezicht komt. Dan open ik mijn vuist en bestudeer de sleutel aandachtig. Ik kan er geen bijzonderheden aan ontdekken en toch laat hij me niet los. Voorzichtig neem ik hem met mijn linkerhand uit mijn rechterpalm. Ik bekijk het roestige object van alle kanten. Zou ik het durven? Twijfelend breng ik de sleutel richting deur. Zodra ik in de buurt kom van het sleutelgat voel ik dat de sleutel, als door een magneet aangetrokken, als vanzelf in het sleutelgat verdwijnt. Van schrik laat ik los. De sleutel draait vanzelf en ik hoor een klik. De deur gaat een beetje open.

Voorzichtig geef ik de deur een klein zetje. Hij piept en kraakt en gaat moeizaam een beetje verder open. Nog een zetje. Voorzichtig kijk ik door de opening in de deur. Ik zie een open plek in een prachtig bos. Maar dit bos is anders dan het bos waar ik nu zo aan gewend ben geraakt. Dit kan onmogelijk de tuin zijn van onze achterburen. Voorzichtig duw ik de deur nu helemaal open. Ik sta in de deuropening en bestudeer deze nieuwe wereld aandachtig.

Ik hoor vreemde geluiden. Dierlijke geluiden, ik kan ze niet meteen thuisbrengen. Dit klinkt niet als iets dat ik ooit hoorde in het bos in ons dorp. Er hangt een hele andere sfeer. Het zijn andere, onbekende, planten en het ruikt er anders. Nieuwsgierig zet ik een stap. 

 

<Hoofdstuk 7                                                                                            Hoofdstuk 9>

3 thoughts on “De Sleutel -8-

  1. Ik denk dat de natuur ons iets wil zeggen. De natuur wordt van alle kanten aangevallen . En wij moeten beter met de natuur omgaan. Veel insecten zijn afhankelijk van de natuur. Aandacht voor de natuur is heel erg belangrijk .

    1. Helmaal gelijk Patricia, we moeten zuinig zijn op onze omgeving.
      Hij is niet van ons, we mogen er tijdelijk gebruik van maken en dat dienen we te doen met respect.

      Dankjewel voor je reactie. We vinden het heel leuk dat je ons volgt!😊

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *