De sleutel – 7 –

De Sleutel -Hoofdstuk 6-

Als ik wakker word schijnt de zon op mijn gezicht. Ik moet ergens toch in slaap gesukkeld zijn. Ik kijk om me heen en merk op dat het nog steeds stil is in het bos. Wanneer ik mijn hoofd naar rechts draai zie ik de sleutel naast mijn rechterhand glinsteren tussen de gevallen bladeren.

Ik zucht. Ik voel geen pijn. Maar ik weet wat me te doen staat. En ik weet wat het betekenen zal.
Mijn rechter hand rijkt als vanzelfsprekend naar de sleutel. Ik knijp mijn ogen dicht, lippen stijf op elkaar. Zodra mijn hand de sleutel raakt komt meteen de felle pijn. Het schiet als door de bliksem geraakt door mijn hele lijf. Het verlaat mijn lichaam echter niet, maar blijft hangen in mijn benen en voeten.

Ergens weet ik het. Zo moet ik verder. Ik heb geen idee waarom. Maar ik moet door.
Als ik opsta sla ik de bladeren van mijn broek. Geen idee hebbende van welke richting ik gekomen ben besluit ik net als gisteren te starten met de zon in mijn rug.
Nu ik zo weer verder loop met de sleutel stevig in mijn rechterhand, merk ik dat de geluiden in het bos mijn oren weer bereiken. Maar mijn scherpe blik is niet verdwenen. Elk detail neem ik in me op. Elk wezen zie ik staan. Te veel informatie. Verward stap ik door niet wetende waarnaar toe.
Langzaam leren mijn ogen weer te focussen op het grotere geheel. Rustig loop ik door.

Ik probeer mijn blik te sturen. Zelf te bepalen wanneer ik mij verdiepen wil en wanneer het grotere geheel meer ter zaken is. Het lukt me steeds beter. Ik merk dat ik kan schakelen tussen beiden visies. Dan ineens is het weer stil. Alles stopt. Geen wind, geen vogels, niets. Ik speur om me heen, probeer te achterhalen hoe dit kan. Dan, dat ene geluid. Die uil. Een vrouwtje, midden op de dag. Ik moet haar kunnen vinden. Wijsheid wijst de weg. Ik spits mijn oren en stuur mijn passen met elke kreet. Speurend door het bladerdak. Steeds luider wordt de roep.

Dan ineens is er de wind. Hard, razend. De bomen zuchten en steunen, dikke takken kraken, bladeren vallen als sneeuw. Met de lucht nog altijd strak blauw verwonder ik me over de oorsprong van deze storm. Net zo hevig en zo snel als hij de kop op steekt gaat hij ook weer liggen. Ik kijk om me heen en zie dat links van mij een opening is ontstaan in de dichte begroeiing. Ik loop erheen en zie een pad. Of in ieder geval iets dat er op lijkt. Nieuwsgierig en verbaast besluit ik het te volgen. Alles aan dit pad doet me denken aan de kleine kronkelige wegen in het bos bij ons in de buurt.

Ons… Ineens sta ik stil. Hugo. Ik ben al zeker 2 dagen van huis. En toch voel ik me eigenlijk nog altijd thuis. Zal hij mij gaan zoeken? Is hij ongerust? Er is geen manier om hem duidelijk te maken waar ik ben. Ik voel me tussen ergens en nergens met benen van lood en voeten als prikkeldraad.
Maar iets in mij wil door. Wat huist er aan het einde van dit pad? Is dit de weg uit dit vreemde bos? Is er wel een weg naar buiten? En wil ik die wel vinden?

Ik schrik van mijn eigen gedachten. Al twee dagen probeer ik dit bos te verlaten. En nu, nu ik denk aan alle mensen om mij heen, voel ik me hier prima op mijn gemak. Onzeker over wat ik hiervan denken moet loop ik verder langs het pad. Ik voel me als Alice in Wonderland. Ik kijk naar de bomen, de struiken en de bloemen. De vogels zingen hun mooiste lied, de zon schijnt en het is aangenaam warm. Het pad kronkelt en draait en mijn gevoel voor richting is al snel verdwenen. Maar ik volg trouw mijn weg.

Ik loop intussen al uren. Het pad meandert van links naar rechts, er zijn geen zijwegen en geen achterom. Er is enkel vooruit. Omdat ik niet na hoef te denken waarheen ik ga, zwerven mijn gedachten langzaam alle kanten uit. Mijn nieuw verworven blik op de wereld test ik grondig. Ik leer schakelen tussen een microscopische blik, waarin als ik goed focus zelfs afzonderlijke atomen voor mij zien kan, naar een telescopische blik, die de maan en onze planeten bij nacht helder laat stralen, en alles daar tussenin. Op de een of andere manier verbaas ik me er niet over. Ik verwonder me over al het moois. Ik bedenk me dat ik daarover wil praten, dat ik iedereen die me lief is daar kennis mee wil laten maken. Al lopende leer ik. Maar ik heb nog steeds geen idee waar dit pad toe leidt. Kom ik ooit weer thuis? Ben ik thuis? Wat is dat eigenlijk, thuis?

Ik stop. Ik kijk om me heen en zie alleen maar recht voor mij het pad. Het pad dat achter mij lijkt te verdwijnen en geen zijwegen kent. Mijn voeten doen zo een zeer, ik kan niet meer verder. Ik ga zitten op de zachte bosvloer, midden op het pad. Zodra ik zit wijken de bomen, komt de zon haar zachte warmte brengen en groeit het gras en de madeliefjes in een oogwenk tot een prachtig tapijtje. Aan de randen van de zojuist ontstane open plek geven de bramen, rode bessen, kruisbessen en bosbessen hun vruchten prijs. Ik pluk en eet er zoveel ik kan. Ze smaken heerlijk zoet en lessen dorst en honger volledig.

Wanneer ik voldaan in het midden van dit prachtige grasveldje zit bedenk ik dat ik, hoewel ik niemand zie, iedereen voel. Alle mensen die me dierbaar zijn, hier op deze plek, in dit wonderlijke bos dat zich achter in mijn eigen tuin aan mij openbaarde. Ik ben hier thuis en toch ook niet.

Ik open mijn rechterhand en zie die verdomde sleutel. Hij heeft mij in zijn greep. Zonder kan ik niet meer. Ik moet verder. Maar met beleef ik pijnen. Wanneer ik achterom kijk begrijp ineens dat dit bos mij iets wil zeggen. Ik hoor het luid en duidelijk, er is geen weg terug. Tranen wellen in mijn ogen. Eerst rolt er een, dan twee, dan stromen ze over mijn wangen. Hoe moet ik nu verder? Blijf ik nu voor altijd op deze bedrieglijke mooie plaats? Waarom heb ik het gevoel dat iedereen om mij heen staat, maar dat niemand mij echt zien kan? Honderdduizend gedachten stromen door mijn hoofd. Ze zon zakt langzaam en ik ga liggen in het gras. Moe van de dag, moe van de pijn, moe van de emotie. Ik val in een diepe droomloze slaap.

<hoofdstuk 6.                                                                         hoofdstuk 8>

One thought on “De sleutel – 7 –

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *