De Sleutel – 4 –

De Sleutel -Hoofdstuk 4-

Achter in onze tuin staat een hutje. Hugo noemt het zijn mancave. Het zal wel. Het is een hoek van de tuin waar ik zelden kom. Ik laat het een en ander er zijn gang gaan en zorg er zo voor dat biodiversiteit weer een kans krijgt. Met enige regelmaat hoor ik egels piepen en krekels zingen. Ook de vogels vinden het er gezellig en de mezen kwetteren dat het een lieve lust is. Ondanks dat ik er eigenlijk nooit kom maakt het onze tuin toch gezelliger. Wat mijn man in zijn hut uitvoert is me onduidelijk, maar het doet hem goed en dus laat ik hem maar.

Misschien is hij ongemerkt langs mij gelopen en zit hij nu in zijn paleisje. Misschien veroorzaakt dat dit vreemde gevoel. Ik roep zijn naam maar krijg geen reactie. Nog een keer. Plots hoor ik achter mij het badkamerraam open gaan. Roep je mij? Klinkt het vanuit de badkamer. Hugo heeft me wel gehoord, maar bevond zich niet daar waar ik dacht. ‘Ik meende dat je in je mancave zat, het zullen wel de katten van de buren zijn!’ antwoord ik hem. Of misschien is het toch de marter die zijn aanwezigheid normaal gesproken alleen kenbaar maakt door de hoopjes zeer kenmerkende ontlasting die hij op ons terras regelmatig achterlaat denk ik bij mezelf. Terwijl ik dat denk merk ik dat ik mezelf gerust probeer te stellen met weinig resultaat. 

Nieuwsgierig en misschien ook een beetje ongerust besluit ik toch maar eens te gaan onderzoeken waar dat gevoel vandaan zou kunnen komen. Terwijl ik het tuinhuisje van mijn man nader zie ik dat er iets aan het haakje naast de deur bungelt. Ik kan niet goed zien wat het is, maar merk dat ik mijn ogen er niet vanaf kan houden. Terwijl ik dichterbij kom kan ik zien dat het een sleutel is. Wanneer ik bij de deur van het huisje sta zie ik dat de sleutel verdacht veel lijkt op de sleutel die ik gisteren in de tuin vond en die ik vanochtend in mijn broekzak stak nadat ik hem opraapte van de vloer in onze slaapkamer. Verward zoek ik in mijn broekzak naar de sleutel. Mijn broekzak is leeg, allebei mijn broekzakken blijken leeg. 

Meteen begrijp ik dat de sleutel, aan het haakje naast de deur van het tuinhuisje van mijn man, dezelfde sleutel moet zijn als de sleutel die ik gisteren vond en vanochtend in mijn broekzak stak. Verbaasd en verward probeer ik mij te herinneren wat er moet zijn gebeurd. Wat in hemelsnaam ben ik vergeten? Heb ik de sleutel aan Hugo gegeven en heeft hij hem vervolgens bij wijze van prijs aan het haakje naast zijn deur gehangen? Heb ik hem er zelf opgehangen? Maar hoe diep ik ook graaf, ik kan me werkelijk niets anders herinneren dan dat ik de sleutel in mijn broekzak gestopt heb. En toch hangt hij hier. Bijna triomfantelijk, uitdagend, onweerstaanbaar.

In een reflex rijk ik naar de sleutel. Op het moment dat ik de sleutel vast wil pakken vliegt er een pijnscheut vanuit mijn voeten naar mijn kruin. Ik krimp ineen en zak door mijn knieën. Wanneer de pijn verdwijnt en ik geknield op de grond zit merk ik dat ik de sleutel toch van het haakje genomen heb en dat hij nu stevig in mijn vuist opgeborgen zit. Er daalt een soort bizarre rust over mij en tegenlijk stijgt het gevoel dat ik niet alleen ben.

Ik voel de sleutel in mijn hand gloeien en op het moment dat hij te heet wordt laat ik hem los en valt hij weer in de aarde waar ik hem gevonden heb. Ik kijk naar de sleutel op de grond, die er nog steeds niet heel bijzonder uitziet. Dan kijk ik naar de palm van mijn hand. 

Daar waar eerst de sleutel zat prijkt nu een donkere afdruk. Het doet geen zeer, maar als ik het probeer weg te wrijven merk ik dat dit niet lukt. De sleutel, die daar doodgewoon in de aarde ligt heeft een blijvende afdruk achtergelaten in de palm van mijn rechterhand. Het raadsel wordt alleen maar groter. Ik probeer een en ander op een rijtje te zetten, maar ik kan er niet achterkomen hoe een saaie sleutel zomaar zonder reden een blijvende afdruk in mijn hand achter kan laten. En dan die pijn. Ongelofelijke pijn. Net als vanochtend toen ik de sleutel van de vloer van onze slaapkamer probeerde te rapen. Hoe kan dit? De enige overeenkomst die dit moment, hier in de tuin, en de gebeurtenis vanochtend in onze slaapkamer gemeen hebben is deze sleutel. Deze sleutel en de pijn, die op de een of andere manier bij elkaar lijken te horen.

Ineens realiseer ik me dat ik al een tijdje op de grond zit. Ik probeer de verwarring van me af te schudden, maar wanneer ik recht probeer te komen voelen mijn benen als van beton. Het lijkt wel of iemand mij aan de grond gelijmd heeft. Wat ik ook probeer het wil niet lukken. Ik kan niet opstaan. Lichtelijk in paniek kijk ik om me heen, wellicht kan ik me ergens aan optrekken, misschien dat het dan lukt. In mijn zoektocht naar houvast valt mijn oog ineens weer op de sleutel. Iets in mij zegt dat ik hem vast moet pakken, maar ik ben bang. Ik kijk nog eens naar de afdruk in mijn hand. Er loopt een rilling door mijn lijf wanneer ik denk aan wat er eerder gebeurde toen ik de sleutel wilde pakken. 

En toch, toch merk ik dat er iets is dat mijn aandacht steeds weer terugbrengt naar de sleutel. Naast mijn angst is er ineens ook een gevoel van vertrouwen. Weer dat gevoel dat ik niet alleen ben. Alleen nu is het anders. Daar waar ik eerder vandaag mij ongemakkelijk bekeken voelde, voel ik mij nu gesteund. Het gevoel is zo sterk dat ik het durf, denk ik. Voorzichtig strek ik mijn arm richting sleutel. Ik twijfel even, maar pak dan toch de sleutel van de grond. Weer die pijn. Mijn hemel waar komt dat vandaan…. Maar door de pijn voel ik mijn benen. Ze doen het weer. Ik sta op, nog steeds met de sleutel in mijn hand. Ik kijk even om mij heen en bedenk me dan dat ik een flinke poos op de grond gezeten moet hebben. Het lijkt alsof ik er een paar minuten gezeten heb. Maar kijkende naar de stand van de zon moeten er tussen het moment dat ik naar het tuinhuis liep en nu toch enkele uren verstreken zijn. 

Wanneer ik verder in de tuin rondkijk lijkt er verder niets aan de hand. De vogels fluiten, de wind wuift een zwoele namiddagbries en mijn gereedschap ligt nog precies daar waar ik het achterliet. Het enige dat er diep en intens verandert lijkt, dat ben ik. Het gevoel dat er iemand in mijn buurt is wordt alleen maar sterker. Maar het verandert ook. Waar het eerst iets onbeduidends, onzeker en een beetje angstig was, is het nu vertrouwd al heb ik geen idee waar het vandaan komt. En dan die sleutel. Ik lijk er mee verbonden te zijn. Het idiote aan dit verbond is echter dat dit object mij op de een of andere manier lichamelijk onbehagen bezorgt. Maar dat het aan de andere kant ook een vertrouwd gevoel geeft waar ik geen afstand van wil doen.

<Hoofdstuk 3                                                                                                                   Hoofdstuk 5>

One thought on “De Sleutel – 4 –

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *