Pauze



Ik kan me zo voorstellen dat jullie denken wat is er met WonderWerpen aan de hand?Wordt er hier niet meer gewonderd? Is er iets gebeurd, toetsenbord kapot of is de Apple nu toch eindelijk van de boom gevallen?

Niets is minder waar. Het wonderen stopt niet,  sterker nog het gaat steeds verder. Afgelopen week ben ik met Hugo samen voor het eerst in jaren op vakantie gegaan. Een paar weken geleden begon het te broeden. Wat als we weer eens ergens heen gaan? En dan niet voor een uurtje of een middag, of apart. Maar samen, naar de zon. Niet te ver,  maar wel lekker vliegen voor het gemak.

Mijn eigen mobiliteit is onder andere een tijdje de reden geweest dat we dat niet zo aan durfden. Hugo’s gezondheid staat het niet toe voor mij te ‘zorgen’ en daarnaast wil ik graag zelfstandig zijn.

De WMO in de gemeente waarin ik woon bied hierin geen soelaas voor mij. De in eerste instantie verschafte rolstoel bleek niet bruikbaar voor mij. Veel te zwaar en veel te log. Binnen, in een museum bijvoorbeeld, ging dat nog wel. Maar buiten was het niet te doen. Het voelde voor mij alsof ik een traktor probeerde voort te duwen.

Op mijn vraag aan de gemeente voor een alternatief werd negatief gereageerd. Daardoor laat ik mij natuurlijk niet uit het veld slaan en ik ben op zoek gegaan naar een, voor mij geschikte oplossing. Maatwerk noemen ze dat…

Uiteindelijk kwam ik een klein elektrisch scootertje tegen van het merk Atto. ‘Movinglife’ leek mij op het lijf geschreven. Degelijk apparaat, gemakkelijk inklapbaar, niet te zwaar, goede actieradius en als klap op de vuurpijl…. hij mag in het vliegtuig.

En hoewel de discussie met de gemeente hierover nog niet ten einde is hebben wij toch besloten ons levensgeluk niet te laten afhangen van deze bureaucratie. Na een proefritje en wat financieel geschraap staan we dan vrijdagochtend vroeg eindelijk weer eens met tickets en scootmobiel op het vliegveld te wachten op ons ritje naar de zon.

Tenerife is de bestemming. Vulkanisch, allebei nog nooit geweest, een lekker temperatuurtje en een mooi hotel. Wat wil een mens nog meer? Een klein huurautootje en wat goed gemoed en de reis kan van start.

Na een heerlijke rustige vlucht met tussenstop in Las Palmas, landen we na 4,5 uur op Tenerife. De zon schijnt, er staat een zwoel windje en op weg naar het hotel verwonder ik mij al over het prachtige landschap. Palmbomen, cactussen en vetplanten zo ver je kijken kunt. En steen, heel veel steen.

Het hotel is geweldig. Vriendelijke mensen, heerlijke zwembaden en een hele mooie kamer. Elke dag maken we een tripje ergens in de ochtend of vroege middag, om daarna lekker aan het zwembad te vertoeven. En ’s avonds een rondje door het dorp als afzakkertje.

We hebben prachtige dingen gezien. Natuurlijk El Teide, de vulkaan die het eiland vormt. De eerste dag rijden we omhoog, langs de zuidkant. Wat een prachtige route is en waar voldoende plekken zijn gecreëerd om te stoppen en even rustig rond te kijken. Vroeger zou dat een plek zijn geweest waar we de auto achter lieten om vervolgens een lekkere wandeling te maken. Maar nu nemen we genoegen met het rustig zitten langs de wegkant kijkend naar alle mooie dingen om ons heen.

Omdat ik in het hotel mijn scooter gebruik, hou ik mijn ‘stappen’ over om hier en daar wat rond te scharrelen op plekken die niet geschikt zijn voor welke scooter of rolstoel dan ook.

Zo geraken we ergens halverwege de week verzeild op een echt hippie strandje in een kleine baai tussen ergens en nergens. Mensen staan rondom de baai gewoon te kamperen met hun tentje of camper en er heerst een hele gemoedelijke sfeer.  Hugo heeft wat in zee gezwommen en ik heb voornamelijk foto’s gemaakt en wat rond gekeken.

Na de zuidkant van El Teide gezien te hebben zijn we ook nieuwsgierig geworden naar die andere helft. En dus besluiten we de de snelweg naar het noorden te nemen om dan te proberen of we de bergpas van noord naar zuid kunnen nemen. Tussendoor stoppen we nog even bij het vliegveld aan de noordkant waar in de jaren zeventig een KLM vliegtuig in dichte mist en door een communicatiefout op een PANAM toestel klapte. De grootste luchtvaartblunder aller tijden.

Daar waar de zuidkant een woestijnlandschap vertoonde zijn we verrast door het groene noorden. Een flink naaldbomen bos ontvouwt zich voor ons en als we de boomgrens aan de bovenkant naderen wisselen verschillende fascinerende lavavelden elkaar af. Steenformaties met vormen en kleuren van een buitenaardse schoonheid.

Aan de top gekomen worden we daarnaast ook nog verrast door een enorme sterrenwacht. We rijden ernaar toe, maar helaas is deze alleen op afspraak te bezoeken. Het levert wel wat mooie plaatjes op en pauzeren er even om vervolgens het laatste stukje pas aan de noordkant te verruilen voor de afdaling aan de zuidkant. Toegegeven, dat was een lange trip en we ploffen beiden moe, maar heel voldaan aan het einde van de dag lekker aan het zwembad.

Daar komt mijn nieuwe wonderen tot leven. Sinds kort teken ik weer. Ik doe dat met zoveel plezier dat ik het niet kon laten om een kleine schetsblok en wat teken en schilder spul in mijn rugzak te proppen. Dan maar een shirtje minder… ‘die was ik daar wel’, heb ik in het koude Nederland gedacht. En dat heb ik heel goed gedacht. Want die week teken ik niet alleen aan het zwembad, maar ook onderweg. Aan een afgelegen kiezel strandje dat we weten te bereiken bijvoorbeeld. Zittend in de schaduw van een enorme brok lava.

We hebben een heerlijke vakantie samen en soms ook een beetje apart. De scooter gebruik ik vooral in het hotel, omdat dit zo groot is dat het lopen mij daar lastig afgaat en op onze wandelingen door het dorp. Dat zijn best pittige wandelingen. Flink omhoog of omlaag. Op- en afstapjes of scheve stoepen nemend verbaas en verwonder ik mij over die kleine krachtpatser die mij overal brengt. Zelfs wanneer het flink omhoog gaat en de ondergrond nogal glad blijkt laat hij ons niet in de steek.

Tenerife is een geweldig eiland. Prachtige landschappen, bergdorpjes die uit een sprookje lijken te komen en verlaten plekken van onbeschrijfelijke schoonheid. Tien jaar na onze huwelijksreis doen we deze voor ons gevoel hier nog eens dunnetjes over. Op een vulkaan, zoals de plek waar we elkaar ontmoette (IJsland), met een lekker zonnetje, zoals onze eerste huwelijksreis (Kreta), en met genoeg mobiliteit en zelfstandigheid om echt te kunnen zeggen dat we weer hebben genoten met volle teugen!

Toekomst

Back to the future hebben we in 2015 al achter ons gelaten en afgelopen jaar was het ‘Blade Runner’ jaar. Of Metropolis werkelijkheid wordt kunnen we pas beoordelen in 2027. Maar we kunnen er echt niet meer omheen. Sinds we qua jaartelling in de duizendtallen geraakt zijn leek alles vanaf 2000 magisch. En nu in 2020 heb ik het gevoel dat dit wel eens zou kunnen gaan kloppen.

Niet dat ik geloof dat er ineens marsmannetjes bij ons op de stoep staan die ons op niet al te vriendelijke wijze laten weten dat ze kost en inwoning eisen. Noch denk ik dat we op dit moment in een Matrixachtige wereld leven waarin alles wat we ervaren slechts enen en nullen in een groot computerprogramma zijn.

Maar 2020 is wel een magisch getal. De laatste keer dat we het zo mooi zagen moet 1919 geweest zijn en de volgende keer is pas bij 2121. Maar er is natuurlijk meer dan dat. Voor mij kwam dat besef ineens toen de mannen in de kerstvakantie oud en nieuw bij ons kwamen vieren.

Mannen? Ja mannen. Want ze worden groot. Ze blijven nu zonder problemen op tot na twaalven, steken vuurwerk af en we doen samen met ons een bijzonder ingewikkeld strategisch spel waarvan Tjores al snel doorheeft dat we niet aan de winnende kant van de tafel zitten. Knap hoor. Stiekem geven ze ons al een kijkje in de keuken van de toekomst. Want zij zijn de toekomst.

Na oudjaar gingen papa en mama weer naar huis en bleven Tjores en Corné nog een paar dagen bij hun oom en tante. Het moet ergens op een onbewaakt ogenblik ergens aan een ontbijt of lunchtafel geweest zijn toen Tjores met een bijzonder inzicht kwam. Hij vertelde mij zijn vroegste herinnering. Op de dag dat hij drie werd ging hij naar de peuterspeelzaal en mocht hij wat lekkers uitdelen. Voor die tijd kon hij zich echt niks bijzonders bedenken dat hem bijgebleven was. Maar nu hij toch eenmaal na aan het denken was kwam hij wel met een opmerkelijke conclusie. Al was hij toen nog maar drie jaar oud, in zijn herinnering heeft hij zichzelf toen niet als klein ervaren. Hij was gewoon Tjores, net zoals vandaag, nu hij toch echt veel groter is. Dat is gek!

Dat is inderdaad heel gek en heel opmerkzaam. Maar als hij zich nu groot voelt, hoe kijkt hij dan daarop terug als hij straks 16 is, of 20?

Corné aan de andere kant denkt meer na over wat grotere zaken. Want ja, hoe zit dat nu met dat heelal. Oom Hugo heeft hem uitgelegd hoe enorm dat heelal is en hoe weinig we maar weten. Dat vindt hij aan de ene kant leuk, maar aan de andere kant ook een beetje spannend. Want wat als er elders in dat hele grote spul ook leven is? En dan bedoelt hij niet van die kleine friemeltjes die onder het licht van de microscoop in een druppel vloeistof bewegen. Nee, echt leven, intelligent, zoals wij zeg maar. Het idee om elkaar tegen te komen baart hem wat zorgen. Op mijn vraag waarom dan? Zegt hij niet te weten wat die andere wezens van ons zouden willen.

Helemaal waar natuurlijk. Maar wat zou je zelf dan willen? Ik ben wel nieuwsgierig. Als het mogelijk zou zijn om kennis te maken met wezens op een andere planeet ben ik niet van plan daar schade aan te richten. Ik zou ze niet willen overmeesteren of onderdrukken. Maar ik zou het wel gaaf vinden om gewoon eens met hun te kunnen praten. Te kijken wat zij weten en te leren van hun kennis en onze kennis uiteraard ook te delen met hun. Maar ik ben een stap te ver. Ik denk aan vijandelijk vs vriendelijk. Maar Corné denkt aan ontmoeten of niet.  Zelf hij denkt dan voornamelijk aan lekker laten waar ze zijn. Niet ontmoeten dus.

Daar moet ik even over nadenken. Dat kan natuurlijk ook, maar waarom zou je dat willen.  Misschien hebben zij een oplossing voor een vervelende ziekte of iets anders ontdekt dat wij nog niet weten. Maar hij blijft bij zijn standpunt. Het hoeft voor hem niet zo, we hebben het toch goed hier.

En weer hoor ik de toekomst gonzen. Niet die toekomst van Blade runner, of A space odyssey. Maar gewoon de toekomst van twee Hollandse jonge mannen, die nadenken over de wereld en kijken met andere ogen dan de mijne. Die zienderogen groeien en inmiddels mij ook iets leren. Trots kijk ik terug op 2019 en met vertrouwen en een goed gemoed naar 2020. Laat die mannen maar schuiven, het wordt een mooi jaar!

Rouler dans la kunst, cultuur en een klotedag…

De beslommeringen van Paul en Maike kunnen we nu al een tijdje volgen via Rouler dans la Vie. Ze ondernemen veel leuke dingen. Ze gaan op vakantie, berollen rolstoelvriendelijke wandelpaden door de Nederlandse natuur of doen gezellige dingen met vrienden en familie.

Ze laten zien dat het leven met een chronische ziekte nog best leuk kan zijn. Maar Paul heeft ook uitgelegd wat het voor hem betekent om ziek te zijn. Wat hij ervaart en hoe dat zijn normale leven veranderde.

In het vlog van vandaag gaan Paul en Maike weer op pad. Ze bekijken architectuur in Utrecht en kunst in het Veluwse Kröller Müller Museum. Dan komt er ook een keerzijde voorbij. Paul gaat figuurlijk met de billen bloot op een moment dat hij zich absoluut niet lekker voelt. Gierende pijn en veel morfine maken het lastig vrolijk te zijn. De vele medicijnen die hij dan nodig heeft maken hem suf en hij komt moeilijker uit zijn woorden. Toch vertelt hij over hoe hij zich op dat moment voelt. Dapper en sterk.

Niet lang na de publicatie van dit vlog op YouTube vraagt Paul me of ik het  op WonderWerpen posten wil als zijn bijdrage. Natuurlijk wil ik dat! Het is een prachtig vlog, die de mooie en minder mooie kanten van het ziek zijn eerlijk en open laat zien. Ik heb er met plezier en bewondering naar gekeken en ik ben trots op jullie.

Jullie zijn sterke, mooie, lieve mensen die hier iets heel moois aan het maken zijn. Dat ik niet de enige ben die dat ziet doet me deugd. Rouler rolt en rolt…. daar gaan wij nog veel van horen!

Maar voor nu, van Paul en Maike, aflevering 22 voor jullie. Kijk, geniet, verwonder, like, abonneer, deel en reageer!

 

 

Herwilderen

Soms kom je een woord tegen dat je nooit eerder zag en waar je meteen van houdt. En deze week was het zover.

Momenteel lees ik ‘De tuinjungle’ van Dave Goulson. Goulson is bioloog en gespecialiseerd in het wel en wee van bijen. Uiteraard heeft hij zijn tuin daar helemaal op ingericht. Hij laat het gras het gras, zet hommelkasten en insectenhotels klaar en geeft een heus team de gelegenheid om in zijn tuin een studie te doen naar de mot.

Ik hou van insecten en van de boeken van Goulson. Hij beschrijft de problematiek ook in dit boek weer voortreffelijk. Waarom het spuiten met verdelgingsmiddelen de plaagdieren sterker doet worden en het probleem juist laat groeien. Je roeit immers niet alleen de plaaginsecten uit maar ook meteen alle andere, dus ook degenen die juist van die plaag in je tuin willen smullen.

Dus het credo is niet spuiten tegen wat dan ook, de natuur lost het zelf wel op. En dat past helemaal in mijn straatje! Wat je dan moet met je tuin? Eigenlijk helemaal niks. Plant er planten die van nature in jouw omgeving voorkomen. Spuit niet en maai het gras maar een keer per jaar en wel in de hooimaand augustus. Hoe gemakkelijk kan het zijn?

Of je tuin er dan niet verwaarloosd uit gaat zien? Dat is natuurlijk een kwestie van smaak, maar ik denk het niet. Ik doe zelf ook zo weinig mogelijk in de tuin. Nu heb ik nog teveel beton vind ik, maar langzaamaan neem ik daar steeds meer van weg. Mijn doel is achterom een tiny forrest te creëren. Maar nu ik Goulsons omschrijving van zijn natuurlijke weide gelezen heb, spreekt ook dat me aan. Gelukkig hebben we ook een voortuin.

De tuinjungle is een must read voor iedereen met een tuin, of balkon. Van elk stukje buiten kun je een stukje natuur maken. Niet door het te verwaarlozen maar door, zoals Goulson het zo mooi omschrijft, het te herwilderen.

 

Wat heeft Paul nu eigenlijk?

Het is alweer een tijdje geleden dat Paul en Maike besluiten hun rollende leven om te zetten in een bijzonder vlog. Een videodagboek dat de leuke en ook de minder leuke dingen van hun leven met wielen laat zien.

Want ja, wat heeft Paul nu eigenlijk? Paul heeft, zoals hij het zelf noemt, ‘een opgeruimd karakter’. Maar ook een enorme zucht naar alles wat er te weten valt. Hij heeft verwonder genen en passie voor het leven. Bezit de kunst van het genieten en een behoorlijke bibliotheek, want lezen vindt hij machtig!

Oh ja en Paul heeft een rolstoel. Want Paul heeft ook neuropathie. Wat dat voor hem betekent vertelt hij in alweer de zestiende Rouler dans la vie. Heel openhartig, heel eerlijk en heel Paul.

Ik vind het een prachtig vlog geworden en als ik hem vraag of ik het gebruiken mag voor WonderWerpen is het antwoord meteen ‘Ja!’. Dus bij dezen lieve Paul, jouw verhaal in jouw woorden in jullie vlog op ons blog.

Kleine voetnoot van Paul: niet schrikken, ik ben het echt. Ten tijde van opname was ik al paar dagen stevig aan de morfine en dan houd ik veel vocht vast op mijn gezicht. ik was tijdelijk een menselijke kogelvis. Inmiddels is het weer hersteld naar reguliere hoofd.

 

Levend licht

Eens in de zoveel tijd kom je een pareltje tegen. Zo een cadeautje uit een onverwachte hoek.  Zo ook afgelopen week. Nietsvermoedend rijden Hugo en ik richting Kerkrade voor een lezing die Cube organiseert.

We gaan wel vaker naar een lezing, maar dan meestal in Maastricht en georganiseerd door Studium Generale. Maar deze keer weet ik Hugo ervan te overtuigen mee te gaan naar een lezing over duurzaam design.

De lezing wordt gegeven op de bovenste verdieping van het Cube designmuseum. Daar aangekomen blijken we wat vroeg. Dat geeft niks want er is koffie, thee en wifi, dus we krijgen de tijd wel om.

Deze avond zullen er drie sprekers zijn. Drie dames, alledrie even bevlogen en met geweldige nieuwe inzichten en creatieve ideeën. Maar bij een van de drie verhalen kreeg ik kippenvel. Living Light van Ermi van Oers. Deze jonge vrouw heeft werkelijk een betoverend product ontwikkeld en voert een hoopvolle koers richting toekomst.

Even lijken we in een sciencefiction film te zijn beland, maar sciencefiction blijkt sciencefact. Ermi heeft ontdekt dat je met de juiste batterij een plant stroom kan laten produceren. Niet door hem te verbranden of om te zetten in biomassa of wat al niet meer. Maar gewoon, door goed voor de plant te zorgen. Door hem voldoende water te geven blijft hij in leven en door hem te strelen beloont hij je met licht.

Hoe werkt dat? Alle het leven op aarde heeft voedingsstoffen nodig en produceert ook reststoffen die dat specifieke organisme niet gebruiken kan. Hoewel wij een hoop rotzooi produceren is er geen enkel ander wezen op deze aarde die dat zo doet. Want het restproduct van de een is de voeding van de ander en zo gaat al het leven en gaan alle stoffen constant rond.

Dat betekent dat ook een plant een restproduct produceert. Aan de ene kant is dat zuurstof en een beetje CO2 dat de plant vrijgeeft via zijn bladeren. Maar wat veel mensen misschien niet weten is dat de plant ook stoffen teruggeeft aan de bodem, via het wortelstelsel. Die stoffen zijn geen afval, maar voeding voor andere organismen. Nu heeft men ontdekt dat juist die stoffen worden ‘gegeten’ door bacteriën in de aarde, die op hun beurt ook weer stoffen teruggeven aan de bodem. En laat het restproduct van die spijsvertering nu bestaan uit elektronen en protonen.

Dat is heel interessant, want onze elektriciteit bestaat uit elektronen. Dus als we die op kunnen vangen en door een stroomdraad kunnen geleiden dan kunnen we die planten als krachtcentrale gebruiken. Weg met de stopcontacten, haal gewoon wat planten in huis!

Zover zijn we nog niet maar de technologie is er. Hoe gaaf is dat! Kippenvel gaaf! Dankjewel Ermi voor je creativiteit en vindingrijkheid. Wat een gaaf en wonderlijk object. Ik kan er nu even geen van je kopen, maar ik kan wel dit woord verspreiden. Ik hoop dat ik over een paar jaar minstens ook een zo een gave plant in mijn woonkamer heb staan!

Mispel

mispel
Het mag geen geheim zijn dat ik mijn tuin probeer in te richten zoals de natuur het zou doen.  Voor het ongetrainde, grijze betontuinen oog, ziet dat er wellicht wat rommelig uit. Maar de vogels, egels, kikkers, padden, salamanders en insecten vinden het heerlijk zo.

Zo laat ik bijvoorbeeld mijn uitgebloeide zonnebloemen staan. Ze zitten boordevol zaad en zijn een schuilplaats voor insecten. Vogels weten dat en bezoeken deze levenloze dorre stengels regelmatig.

Natuurlijk plant ik af en toe iets waarvan ik later denk dat dit niet echt nodig was. Zoals bijvoorbeeld mierikswortel. Dat komt van nature voor langs bijvoorbeeld de oevers van de Maas. Ik vind het een mooie plant en de wortel is erg smakelijk. Dus pootte ik jaren geleden een klein stukje van de wortel. De bladeren woekeren nu weelderig in mijn tuin en elke poging mijn tuin ervan te ontdoen mislukt. Elk minuscuul stukje wortel dat blijft zitten groeit weer vrolijk verder tot een nieuwe plant. Ook dat is de natuur. Ik probeer het wel enigszins in bedwang te houden maar laat het ook een beetje gaan zoals het gaat.

Daarnaast denk ik er al een tijdje over om een tiny forrest achter in mijn tuin aan te leggen. Dit behoeft geen onderhoud op den duur en de dieren kunnen er veilig vertoeven. Het lijkt me een nobel streven om dat stukje aarde dat volgens de belastingdienst van mij is, voor een deel gewoon van de aarde te laten zijn.

Dus plantte ik afgelopen herfst een aantal bomen. Eerst een mispel. Die wordt niet heel groot, het is meer een grote struik dan een boom. Maar ik vind de vruchten leuk en het is iets dat je niet snel meer vindt in een achtertuin, dus die moet er wel in. Daarna plantte ik ook nog een okkernoot en een tamme kastanje.  Die laatste twee hebben al hun blad al verloren en staan nu als twee zielige sprietjes achter in mijn tuin. Maar de mispel is veranderd van een onopvallend groen struikje naar een knalgele blikvanger midden in de tuin.

Wat een verrassing is dat! De gele bladeren vallen niet bij de eerste vorst op de grond. En als de ochtendzon ze beschijnt lijken ze wel van goud! De bladeren bevatten haartjes en voelen als fluweel. Dit gouden fluweel en een zonnige zaterdag nodigen uit tot het maken van een paar mooie foto’s en hopelijk weer een aardig blog!

Thuis

Nooit meer naar Limburg

Ho mensen. Stop het verre reizen! Ja dat Limburg is veel te ver weg. Ik ken een stadje, vlakbij Arnhem dat minstens zo heuvelachtig is. Al spreken we zelf liever van huchten. En als die stijl zijn, dan is het een stikke hucht. Bekend is natuurlijk de Grebbeberg dat een 7% stijging heeft. Zelf ben ik opgegroeid aan het Paardenveld. Deze hucht is 7,3% Ik ben er vorig jaar zelf enorm onderuit gegaan. Ik reed vanuit huis naar mijn ouders met gladde wegdekcondities. Ik weet dat er helaas al wat doden zijn te betreuren bij het naar beneden gaan icm verkeer van rechts en zo, dus ik weet genoeg. Ik ging dan ook pompend remmend met mijn handbike naar beneden en daar begon me ineens de fiets te glijden op zijn banden. Ik moest halverwege de hucht naar rechts, mijn ouders wonen een straat rechts van Paardenveld. Ik neem een bocht naar links en daarna wijd naar rechts. De handbike/rolstoel-combinatie kantelt en ik smak op de grond. Ik gleed flink wat meters door. Gelukkig voel ik op mijn benen toch al niets en mijn armen ook al minder, dus ik krabbelde snel overeind en hees me terug in de stoel. Ach, dacht ik, ik ben toch al gehandicapt…;- Het plaatje bij de tekst is halverwege het Paardenveld, ter hoogte van mijn ouderlijk huis. Je kijkt naar het meeste steile stuk dat dan nog moet komen. Hieronder een video met een klein plaagstootje naar mijn lieve vrienden in Limburg.

 

Krijg het Rhenenweer

Ik ben zelf compleet content met de titel van deze blog. Nee, ik lig niet krullend op de grond met mijn knuisten in kort cyclische bewegingen. Neen, een voldane grijns.
Eindelijk een bericht van uw verwonderende schrijver uit de hoek Betuwe/Veluwe/Heuvelrug. Er waren wat vervelende emissies in mijn gezondheid, daar ga ik binnenkort over schrijven. Ik ben er weer! En voel me wel zo ongelofelijk fijn. Energie die ik in geen maanden heb gevoeld, zin om te schrijven, te maken, te creëren.
Om te starten ben ik weer naar mijn geboortegrond gereden. Een tocht van nog geen 8 minuten hoor…

© 2020 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑