Nooit meer naar Limburg

Ho mensen. Stop het verre reizen! Ja dat Limburg is veel te ver weg. Ik ken een stadje, vlakbij Arnhem dat minstens zo heuvelachtig is. Al spreken we zelf liever van huchten. En als die stijl zijn, dan is het een stikke hucht. Bekend is natuurlijk de Grebbeberg dat een 7% stijging heeft. Zelf ben ik opgegroeid aan het Paardenveld. Deze hucht is 7,3% Ik ben er vorig jaar zelf enorm onderuit gegaan. Ik reed vanuit huis naar mijn ouders met gladde wegdekcondities. Ik weet dat er helaas al wat doden zijn te betreuren bij het naar beneden gaan icm verkeer van rechts en zo, dus ik weet genoeg. Ik ging dan ook pompend remmend met mijn handbike naar beneden en daar begon me ineens de fiets te glijden op zijn banden. Ik moest halverwege de hucht naar rechts, mijn ouders wonen een straat rechts van Paardenveld. Ik neem een bocht naar links en daarna wijd naar rechts. De handbike/rolstoel-combinatie kantelt en ik smak op de grond. Ik gleed flink wat meters door. Gelukkig voel ik op mijn benen toch al niets en mijn armen ook al minder, dus ik krabbelde snel overeind en hees me terug in de stoel. Ach, dacht ik, ik ben toch al gehandicapt…;- Het plaatje bij de tekst is halverwege het Paardenveld, ter hoogte van mijn ouderlijk huis. Je kijkt naar het meeste steile stuk dat dan nog moet komen. Hieronder een video met een klein plaagstootje naar mijn lieve vrienden in Limburg.

 

Krijg het Rhenenweer

Ik ben zelf compleet content met de titel van deze blog. Nee, ik lig niet krullend op de grond met mijn knuisten in kort cyclische bewegingen. Neen, een voldane grijns.
Eindelijk een bericht van uw verwonderende schrijver uit de hoek Betuwe/Veluwe/Heuvelrug. Er waren wat vervelende emissies in mijn gezondheid, daar ga ik binnenkort over schrijven. Ik ben er weer! En voel me wel zo ongelofelijk fijn. Energie die ik in geen maanden heb gevoeld, zin om te schrijven, te maken, te creëren.
Om te starten ben ik weer naar mijn geboortegrond gereden. Een tocht van nog geen 8 minuten hoor…

Tuin

tuin, goudsbloem
Ik zit weer aan mijn ,inmiddels vertrouwde, werktafel. Een paar weken geleden heb ik hem een slag gedraaid zodat ik tijdens het schrijven, schilderen of tekenen lekker naar buiten kijken kan.
Buiten op de tuintafel heb ik een vogelvoedertafel gezet en de mezen, roodborstjes, groenlingen, mussen, duiven, kauwen en eksters vliegen af en aan.

Vandaag is een heerlijke dag. De zon schijnt en de hemel is prachtig blauw. De herfstkleuren komen goed tot hun recht en in geniet van het uitzicht op onze achtertuin. Terwijl ik geniet verbaas ik mij ook. Het is inmiddels echt al november en er bloeien nog heel wat planten in onze tuin. Ik zie goudsbloemen en duizendblad, kamille en zelfs hier en daar een klaproos. Afrikaantjes staan er ook nog gezellig bij.

Toegegeven er zijn altijd laatbloeiers, ijzerhart bloeit tot aan het vriespunt. Maar de meeste bloemen zouden nu wel verdwenen moeten zijn. En, geloof het of niet, gister plukte ik zelfs nog een rijpe vijg van onze boom.

Hoe vrolijk het er ook uitziet, het klopt natuurlijk niet helemaal. Dat van die vogels is natuurlijk geen probleem, maar al dat groen zou inmiddels bruin of helemaal verdwenen moeten zijn. De aarde warmt op en daar werken we met z’n allen aan mee. Ik ook. Regelmatig rij ik flinke stukken. Sowieso doe ik veel meer met de auto dan ik vroeger deed. In de achtertuin staat een houtgestookte sauna, die natuurlijk ook een steentje bijdraagt en we koken nog altijd op aardgas. Dat kan uiteraard anders. Misschien moet het ook wel.

Maar er zijn ook zoveel grote zaken waar we weinig invloed op hebben en die veel meer invloed hebben op onze omgeving. Het meeste voedsel dat we consumeren komt van ver tegenwoordig. Medicijnen die ik nodig heb worden in chemische fabrieken vervaardigt en zelfs mijn Macbook is niet schoon. De productie van aluminium is een van de meest vervuilende processen die wij als slimmeriken uitgedokterd hebben.

Maar wat een geluk voor de aarde dat we inmiddels ook zo slim zijn om naar een zusterplaneet uit te kijken. Elon Musk, ja dat is die rare snuiter die die auto de ruimte inschoot, heeft het er maar druk mee. Hij produceert raketten bij de vleet en heeft inmiddels raketten en stuwmotoren ontwikkeld die ook weer netjes terugkomen naar de aarde zodat ze hergebruikt kunnen worden. Verder maakt hij zijn raketten gewoon van staal. Dat is goedkoper dan het dure spul dat Nasa gebruikt en ook nog voorzien moet worden van hitteschilden (dat hoeft bij staal dus niet) én het kan herbruikt worden. Hier of ginder.

Slim van Elon. En ik denk uiteindelijk het beste klimaatprotocol dat we kunnen volgen. Als we Mars gaan bevolken, zoals men voorstelt, krijgt de aarde ruim de tijd om te herstellen van de verkrachting die wij in korte tijd gepleegd hebben. Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon heel spannend. Naar Mars, de planeet leefbaar maken en immigreren met zn allen! En dan nog verder kunnen kijken… naar de manen van Jupiter… en dan… Heel spannend dus. Maar voorlopig blijf ik nog maar even genieten van deze stralende zondag en al het moois in mijn aardse achtertuin.

Notevember

notevemberErgens aan het einde van september valt er een berichtje op mijn digitale deurmat. ‘Inktober, is dat niet iets voor jou?’ Het idee achter deze uitdaging is dat je elke dag in de maand oktober met een inkttekening op de proppen komt. Dat zijn 31 tekeningen in 31 dagen. In inkt, dus geen ge-gum…Lijkt me pittig, maar eigenlijk ook wel leuk. Dus ga ik de uitdaging aan.

We gaan de uitdaging samen aan. Maike, ik en nog heel veel anderen die de pen ter hand nemen en hun tekenkunsten onder de hashtag ‘inktober’ toevertrouwen aan het wereldwijde web. Ik start voorzichtig met een eenvoudig bloemetje uit de tuin, maar al snel word ik gegrepen door het zwarte vloeibare goud en wil ik meer. Ik verdiep me in verschillende technieken en het lukt me wonderwel om elke dag met iets nieuws te voorschijn te komen.

Het samenwerken (wat heeft Maike vandaag gemaakt?) is een vrolijke stok achter de deur en bevalt me prima zo. Het lukt me, met een beetje planning, om zelfs als de jongens hier zijn elke dag wat te produceren. Naarmate de maand vordert krijg ik de slag aardig te pakken en worden mijn inspanningen zelfs beloond met een aantal aankoopverzoeken van mijn inmiddels dagelijkse volgers.

Heel leuk dat inktober, maar zo tegen het einde van de eerste helft, rijst het besef dat het eindig is. Wat kunnen we van november maken? Is er iets dat ons net zo bij de lurven pakken kan als dit ge-pen?

Een paar berichtjes heen en weer en #notevember is geboren. De pen leeft nog even voort. Niet in de tekening, maar wel in 30 korte schrijfsels. Schrijven doe ik graag. Ik probeer er wekelijks iets van te brouwen op deze pagina. Maar de ruimte die ik hier tot mijn beschikking heb is eindeloos en mijn schrijfsels krijgen alle ruimte. Maar wat zal er gebeuren als die ruimte zeer beperkt is? Wat als mijn schrijfsel, mijn notitie, per dag niet meer ruimte mag beslaan als een klein vierkant blokje?

De uitdaging staat! Elke dag 1 schrijfsel. Elke dag uitkijken naar het schrijfsel van de ander. Leuk, grappig, prikkelend of lief. In ieder geval voer voor verwondering en dus voer voor wonderwerpen!

Let the games continue….

 

 

De meeste mensen deugen

De meeste mensen deugenHet is alweer een paar weken geleden dat ik in Leiden was. Het komt voor dat ik daar dan ook even een boodschap doe. Deze keer bleven mijn ogen steken bij een boek met de opvallende titel ‘De meeste mensen deugen’. Een hoopvolle titel in een tijd waarin, als we het nieuws en andere opinie onzin geloven, toch het meeste niet deugende is.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik kocht zonder al te lang na te denken dit boek. Een flinke pil, dat wel, maar ik besloot dat ik hier best de tijd voor vinden kon. Als lezende kom ik erachter dat het boek wel dik is maar dat je er zo doorheen zoeft. Het vrij grote lettertype en de vele lege bladzijden maken het boek vooral zo dik. Dat verbaasd me een beetje want de schrijver, Rutger Bregman, lijkt me nu juist iemand met oog voor zijn omgeving. De loze ruimte neemt naar mijn mening meer grondstoffen in dan nodig en dat is dan toch niet goed voor de wereld om ons heen. Maar uitgaande van het goede in de mens zal hij daar wel een degelijke overweging in gemaakt hebben.

De vormgeving zegt natuurlijk niets over de inhoud en daar gaat het per slot van rekening om. Ik vind het een aangenaam boek om te lezen. Het is duidelijk en ik denk voor een groot publiek geschikt gemaakt op die manier. Ik denk eerlijk gezegd ook dat Bregman gelijk heeft. De meeste mensen deugen. Willen we niet gewoon allemaal hetzelfde? Iedereen wil graag gezond zijn, geen geld of andere zorgen hebben en een leuk leven leiden. Het maakt niet uit waar we vandaan komen, in welke tijd we leven of wat we wel of niet geloven.

De boodschap van het boek is dan ook vrij snel duidelijk. Vertrouw elkaar. Dat betekent niet dat je naïef moet zijn, of klakkeloos alles maar aan moet nemen. Maar wel dat je probeert iedereen als een afzonderlijk individu te zien, zonder de vooroordelen die wellicht horen bij zijn of haar uiterlijk daarop te projecteren. Echt luisteren naar wat de ander te zeggen heeft en ervan uitgaan dat die ander ook echt luistert naar jou.

Dat kan lastig zijn, zeker wanneer bepaalde zaken in het nieuws breed uitgelicht worden. Maar bedenk dat juist dat nieuws de uitzondering is, niet de regel. Dat boer Tinus elke ochtend kwiek en monter voor en krieken van de dageraad zijn bed uitspringt om de koeien te gaan melken komt niet in het nieuws. Dat hij gefrustreerd door nieuwe wet en regelgeving een keer boos met zijn trekker naar Den Haag rijdt om daar samen met zijn collega’s het verkeer lam te leggen om een punt te maken, wel. Zou hij dat elke dag doen dan was het namelijk niet vermeldenswaardig.

Bregman neemt ons in zijn boek mee op een reis door de tijd en laat ons zien waar onze misverstanden meestal vandaan komen en waarom in principe de meeste mensen deugen. Dat hij daar 500 pagina’s voor nodig heeft vind ik zelf wat overdreven. Er worden wel wat open deuren ingetrapt en zo tegen het einde vind ik het wel genoeg geweest. Maar toch raad ik iedereen aan om er in ieder geval aan te beginnen omdat ik vind dat de boodschap die hij brengen wil de juiste is. Laten we elkaar toch gewoon met vertrouwen tegenmoet treden. De wereld wordt er mooier van!

Dertien

Dertien

Terwijl ik, zoals inmiddels gebruikelijk, weer aan de slag met ben het vullen van een doos vol cadeaus moet ik denken aan toen. Toen ik je leerde kennen was je ongeveer 2. Stil en vol verwondering keek je de wereld in. Je sprak niet met woorden maar je blik zei al genoeg. In jouw huisde een intelligent wezentje dat zijn weg naar buiten nog niet helemaal gevonden had.

Nu zoveel jaren later, bereid ik het cadeau voor je dertiende verjaardag voor. Je bent een echte tiener geworden, die pubert, de basisschool achter zich gelaten heeft, vol grapjes zit en nieuwsgierig is naar de wereld om zich heen. Je bent vrolijk, praat me de oren van het hoofd en zingt het liefste de hele dag.

Je hebt heel erg je best gedaan en je hebt enorm veel geleerd. Tafel dekken, je eigen brood smeren en gretig wachten op de taxi om weer naar school te mogen. Reikhalzend keek je afgelopen zomervakantie uit naar de dag dat je weer naar school mocht. Naar de middelbare school, waar je nog veel meer leren gaat. Verzorging, techniek en allerlei andere praktische zaken.

En nu je al zo groot bent besef ik mij dat wij met zijn allen ook zoveel van jou geleerd hebben. Dat we anders naar de wereld hebben mogen leren kijken, een beetje door jouw ogen en een beetje door de onze. Ik ken de namen van alle honden in onze buurt en zeg mensen gedag die ik eerst helemaal niet kende. Nu ik let op straatnamen, speeltuinen en bankjes in de buurt. Ik vind het supergaaf als je er bent, dan maken we grappen en stoere plannen.

Lieve Pierre, wat wordt je groot. Dank je wel voor al je wijze lessen en dat ik je tante mag zijn! We gaan nog heel veel avonturen beleven met jou en je lieve broers. Maar dertien, dat wordt je maar een keer, dus over een paar dagen steken we de kaarsjes aan en eten we een flink stuk taart en zingen we uit volle borst!

Oppassen

Zeemeeuwen

Het is al weer een paar dagen geleden dat ik me opnieuw klaarmaak voor een rondje westen. Donderdag en vrijdag oppassen op de jongens en zaterdag gezellig naar het museum. Voor mij ook een nieuwe ervaring omdat ik eindelijk toch besloten heb een inklapbare scootmobiel aan te schaffen die dit soort uitstapjes weer mogelijk maakt voor mij. Met de groene kaart op zak en in mijn kofferbak een paar opgevouwen extra benen rij ik goedgemutst die voor mij zo bekende weg.

Het is heerlijk weer en ik ben vastbesloten ook de zee een dezer dagen nog even op te zoeken. Donderdag haal ik vlak na aankomst de jongens van hun nieuwe school. Gelukkig zit er navigatie op mijn nieuwe klokje zodat ik met de fiets zonder zoekwerk de school weet te vinden. Eerst zie ik Tjores naar buiten stuiven en even later vind ik ook Corné. Samen fietsen we gezellig naar huis, waar we sap en koek nemen en als gewoonlijk aan een spelletje beginnen. Pierre voegt zich wat later ook bij ons.

Het is een gezellige middag en een fijne avond. Op vrijdag is iedereen de deur uit. De jongens naar school en hun lieve ouders naar hun werk. Het weer is hemels en ik hoef dan ook niet lang te denken over wat ik met mijn tijd zal doen. Eenmaal aan zee gekomen blijk ik niet de enige te zijn. Behalve wat mensen die van hun vrije vrijdag genieten en wat honden zijn er opvallend veel vogels op het strand. Jonge meeuwen die hun vleugels uitslaan en hun bruine verenkleed langzaamaan verruilen voor dezelfde wit-grijs-zwarte jas die hun ouders dragen. Kraaien die op het natte zand van laagtij zoeken naar een gemakkelijk maaltje en drieteenstrandlopers die als altijd nerveus op en neer lopen langs de vloedlijn. Die kleine snelle vogeltjes zijn altijd lastig te vangen met mijn camera. Ik probeer het toch nog maar eens, maar plots valt mijn oog op een stel meeuwen. Een volwassen exemplaar houdt, zo lijkt het, een oogje in het zeil zodat het puberexemplaar zonder al te veel zorgen zijn foerageerskills kan trainen in een van de vele strandmeertjes die het laagtij heeft achtergelaten.

Ik denk aan het boek dat ik aan het lezen ben over dierengedrag en hoe dat flinke overlap vertoont met onze eigen gedragingen. Hoe ook wij deel uitmaken van datzelfde dierenrijk, ook als we dat soms een beetje vergeten. Ik herken het gedrag van de volwassen meeuw, die van een afstandje kijkt om ervoor te zorgen dat er niet iets dramatisch mis gaat, maar ook niet meteen in wil grijpen bij elk foutje dat de jongeling maakt. En ik herken de ontdekkingstocht die de jongeling onbezorgd maakt terwijl hij weet dat hij vertrouwen kan op de volwassene. Ik maak er een paar foto’s van en wanneer de jongeling besluit het verder op te zoeken en zijn vleugels uit slaat om het sop te verruilen voor het hemelsblauw, bedenk ik me dat ook de jongens langzaamaan hun vleugels uitslaan. Hun kinderkleed verruilend voor dat van een puber, naar de grote school gaan en huiswerk maken. Grotere vragen stellen en anders leren denken. Dat ik heel trots en dankbaar ben dat ik daar, zo af en toe, een klein beetje deel van uit mag maken. Morgen gaan we samen naar het museum, maar nu geniet ik nog even van mijn zee…

 

Tuinsafari

tuinsafari

Wat een heerlijk weekend! De zomer is weer even terug in ons land en ik duik meteen de tuin weer in. Daarin ben ik niet de enige. Als ik op de grond zit en wat aan het groen pluk hier en daar, zoemt het boven mijn hoofd gretig. De bijen, wespen, vliegen, vlinders en ander klein grut nemen het er nog even van. Gulzig bestormen ze de bloemen die met hun zoete nectar zoveel mogelijk insecten proberen te lokken in de hoop op een goede bestuiving.

Als ik dat zo zit te bekijken bedenk ik mij ineens dat het zo midden op de dag fotograferen van insecten lastig is. Ze zijn dan goed opgewarmd door de zon waardoor hun bewegingen druk en wispelturig zijn. Maar juist omdat ze nu zo actief zijn vind ik ze interessant. Als ik met mijn macrolens dichtbij probeer te komen dan schieten ze veel te vlug weg. De schaduw die ik in hun blikveld veroorzaakt doet hen vluchten.

Dan moet ik ineens denken aan die wildfotografen die in verdekt opgestelde hutjes met enorme telelenzen het wild hier in de omgeving haarscherp en van dichtbij proberen te vangen. Het wild in mijn tuin vlucht, net als het iets groter wild in het bos, wanneer ze mijn aanwezigheid bespeuren. Dus zal ik mij net als mijn collega’s verdekt moeten opstellen. Ik hoef niet in een hutje te gaan zitten, zo scherp nemen de meeste insecten niet waar voor zover wij nu weten. Maar als ik wat meer afstand kan nemen dan zullen ze niet wegvliegen wanneer ik een foto neem.

Ik heb geen idee of het zo zal werken, maar ik besluit toch mijn kleine telelens op de body van mijn camera te monteren. Een insect op een halve meter afstand is toch anders dan een ree of everzwijn twintig meter verderop. Ik probeer het op verschillende afstanden en bij verschillende bloemen. Ik zie uiteraard veel honingbijen. Maar ook een heel stel hommels en zweefvliegen. Gewone vliegen lusten ook wel een hapje nectar en als ik ze van zo dichtbij bekijk zijn ze nog mooi ook. En dan ineens komt er een wesp aanvliegen. Recht op een van de nog bloeiende zonnebloemen af. De wesp land echter niet op de duizenden nectar houdende kleine bloemetjes van de zonnebloem. Maar heel gericht op een van de gele kelkbladeren.

closeup tuinsafari

Wanneer ik de foto’s, die ik vanmiddag maakte, upload komt daar ook de foto van die ene wesp voorbij. Nu op groot scherm zie ik pas wat de wesp daar doet. De landing was allerminst verkeerd ingezet. Maar een hele doelgerichte actie. Vlak voor de wesp zit namelijk een kleine gevleugelde zwarte bladluis. De wesp besluipt de bladluis en ziet zijn kans schoon een eiwitrijk maaltje te scoren op deze zonnige dag. En mijn experiment blijkt ook geslaagd. Tuinsafari op zijn best. Een jachttafereeltje gevangen op de digitale gevoelige plaat. Zonder verstoring van de leefomgeving en op veilige afstand macro opnamen schieten met mijn telelens!

Poppenkast

poppenkast, Stingray, Anderson

Ik kan het me nog goed herinneren. Ik moet een jaar of vijf geweest zijn toen Rubens Poppentheater voor het eerst bij ons op school kwam. Ruben en zijn poppen waren een begrip in Zuid Limburg. We mochten met een aantal klassen tegelijkertijd in de gymzaal op de grond gaan zitten en Ruben stond met zijn poppen klaar om ons het verhaal van Klaas Vaak te laten beleven. Ik vond het ongelofelijk spannend en de personages kwamen door Rubens handen en stem tot leven. Natuurlijk speelt de kindergeest hier ook een rol. Maar toch, de poppen werden op een bepaalde manier echt.

Ruben ben ik met zijn poppen nog wel eens tegengekomen in de stad. Dan stond ik altijd even stil en om te kijken naar wat ik ooit  zag. De betovering op de kindergezichtjes wanneer Ruben met zijn poppen een van zijn vele verhalen vertelt. Hoe de wereld ook verandert en welke technieken we ook verzinnen, poppen blijven tot de verbeelding spreken.

Zo blijkt ook maar weer wanneer Paul een tijdje terug heel enthousiast vertelt over de Thunderbirds. De poppenserie uit de jaren ’60 met de zo kenmerkende poppen. Ik kan me herinneren dat ik er bij oma nog wel eens naar gekeken heb, maar om de een of andere manier heb ik er geen speciale herinneringen aan.

Paul, enthousiast als altijd, stuurt me een paar afleveringen door. Hij wil weten wat ik ervan vind en ik ben ook wel nieuwsgierig naar wat hij er zoal in ziet. Waarom weet ik niet maar het grijpt me meteen. De bombastische muziek en de vormgeving van de poppen en de decors vind ik geweldig. Je ziet zo hier en daar vrij duidelijk dat de wereld van Gerrie Anderson kleiner is dan de onze en je ziet de touwtjes lopen waarmee de bewegingen van de poppen gestuurd worden. Toch sleept het verhaal je meteen mee. De touwtjes verdwijnen en je komt in een vreemde science fiction wereld terecht.

Behalve Thunderbirds blijkt Anderson nog meer poppenseries gemaakt te hebben. Inmiddels ook enthousiast ben ik begonnen aan een van zijn andere series, Stingray. Een superheldenverhaal dat zich voornamelijk afspeelt in zee en in het denkbeeldige dorpje Marineville. Troy Tempest redt met zijn onderzeeër ‘Stingray’ menig maal de wereld van de ondergang en de verhalen hebben een hoog James Bond gehalte. Er komen diepzee wezens in voor die onze wereld willen veroveren en de mensheid daarbij een kopje kleiner willen maken. Maar Troy redt ons keer op keer. Ondanks die voorspelbaarheid is het gewoon leuk om naar te kijken.  De betovering van Ruben, zo lang geleden, werkt nog steeds. De poppen van Anderson zuigen je mee hun wereld in. De vormgeving inspireert. Het lijkt erop dat voor mij deze week een poppenkast is opengegaan….

 

De blauwe kamer

De blauwe kamer

Twee weken geleden verfde ik een muur in onze woonkamer groen en nu is er ineens een blauwe kamer? Wat is hier allemaal aan de hand?

De blauwe kamer bevindt zich vele kilometers van mijn woonplaats en is helemaal geen onderdeel van welk gebouw dan ook. Het is een natuurgebied in de buurt van Veenendaal, zo leer ik de afgelopen week. Op mijn rondje westen maak ik, als inmiddels redelijk gebruikelijk, een tussenstop in het oosten des lands. Paul voelt zich niet lekker door de vervelende bijwerkingen van een medicijnswitch, maar Maike vindt het leuk samen met mij iets buitenshuis te ondernemen en dus smeden we plannen.

We hebben inmiddels wel in de gaten dat we vaak dezelfde dingen mooi vinden. Dus vintage en kringloop komen al snel ter sprake. Maar zoals met de beste plannen, zijn de onze ook niet in beton gegoten. We zullen wel zien wat de dag ons brengen zal.

Paul, ziek of niet, doet ook een duit in het zakje en tipt zijn lieve Maike om mij de binnenlanden van ‘het Veen’ eens te laten zien. We kunnen met het pondje de Rijn over kunnen steken om daar te lunchen daarna eventueel nog door te rijden naar onze vintageshopstop.

Zo gezegd, zo gedaan. En eerlijk is eerlijk, het is een prachtige rit. Met de beboste Grebbeberg aan de horizon rijden we door het prachtige veenlandschap om uiteindelijk te stoppen aan de oever van de Rijn. Met de oever in de rug valt ons oog al snel op een oude steenoven, die volledig overgroeid met zijn toren boven het grasland achter ons uit piept.

Hoe vintage wil je het hebben? Vanaf de weg kunnen we zien dat er een pad loopt en we vragen ons af hoe we daar kunnen komen. Maike weet dat er een stukje rolstoelpad die richting uit loopt en daar start ons avontuur. Wanneer we wijken van het bekende pad blijkt de steenoven een paar prachtig vervallen bijgebouwen te hebben. Al pratend en verwonderend bewandelen we dit, voor ons nieuwe, stukje Nederland. We nemen een kijkje in de bijgebouwen en de steenoven. We maken wat foto’s en lopen nog wat verder. Maar wanneer we eenmaal om de steenoven heen gelopen zijn stopt Maike plots. Kijk! Daar beweegt iets!

Het duurt even maar dan zien we een fazant. Ze vliegt niet weg maar maakt constant geluidjes en houdt ons scherp in de gaten. Al snel ontdekken we waarom. Deze fazant heeft hier haar nest en rond dat nest scharrelen vier of vijf jonge fazanten. Pubers, zo verklapt hun langzaam verkleurende verenkleed. Moeders heeft er haar vleugels vol aan. Haar jongen lopen her en der verspreid én nu zijn wij daar ook nog die ze niet vertrouwt!

We nemen foto’s en Maike filmt wat. Langzaam proberen we dichterbij te komen, maar na een poosje vol be- en verwondering dit familietafereeltje gade geslagen te hebben besluiten we dat het tijd is dit gezin met rust te laten en terug te lopen naar de auto.

We rijden terug door wederom een prachtig stukje Veen. We stoppen bij een stel ezels, rijden door het bos en nemen ook nog een deel mooi Rhenen mee.

Van onze vintageshopstop is weinig meer gekomen, maar van dit avontuur heb ik meer dan een beetje genoten. Wat een mooie middag en heerlijk gezelschap. De mooiste ontdekkingen zitten soms verstopt in hele kleine hoekjes, ergens in het oosten des lands…

© 2019 Wonderwerpen

Thema door Anders NorénOmhoog ↑